Inleiding
Het heeft even geduurd, maar uiteindelijk hadden we toch onze reis met Sawadee naar Laos en Cambodja geboekt, en dan ook maar meteen de langste reis, we waren toch onderweg. Zie voor het verslag en de foto’s van Laos op de pagina van dat land. We hebben eerst in december US Dollars gekocht, en pasfoto’s gemaakt voor de visa die we aan de grenzen zouden moeten kopen. Van de vaccinatie service kregen we het advies om een noodpakket malaria voor één persoon mee te nemen, vaccinaties waren niet nodig. Het noodpakket was alleen maar voor het geval dat, want we zaten niet heel veel dagen in malariagebied. Cambodja is een prachtig land, maar ons hoofddoel was natuurlijk Angkor Thom, de oude Khmer hoofdstad met alle Khmer tempels. De reis was prima verzorgd, we hebben bijvoorbeeld geen druppel water hoeven kopen. Dat was in de bussen volop aanwezig, en in elk hotel stonden flesjes water op de kamer.
Zondag 26 januari naar Kratie Cambodja 231 kilometer
Omdat er een steiger bij het hotel in Laos zelf was hoefden we deze keer niet ver te lopen, en zeker niet met de grote bagage. Dus we vertrokken om half acht, na het ontbijt, naar Cambodja. Het was een half uurtje varen naar de plek waar onze bus stond, en vanwaar we met die bus naar de grens reden. Voor de grens namen we natuurlijk met een dikke knuffel afscheid van Ley, Johnny had hem in de bus al toegesproken en de groepsenvelop met zijn fooi overhandigd. Natuurlijk kreeg ook de chauffeur een fooi, en namen we afscheid van hem. Hij had ons tenslotte veilig vanaf Vang Vieng naar hier gebracht. De bus mocht mee de grens over omdat Johnny daar US$20 voor had betaald. Maar uiteindelijk had dat helemaal niet gehoeven, het was maar een kippeneindje wat we gemakkelijk hadden kunnen lopen met onze grote bagage. Door de grens Laos uit stelde niks voor: gewoon door een poort lopen. Aan de grens stond ook onze Cambodjaanse gids Len. Hij had een uniform aan, en zag eruit of hij zo vanuit de politie of de scouting kwam. Dat was niet zo, maar hij was wel van de regeringsorganisatie die gidsen in dienst heeft en had daarom waarschijnlijk dat uniform aan. We zagen later ook gidsen op andere plekken die zo’n zelfde uniform droegen, bijvoorbeeld bij Angkor Wat en andere Khmer tempels. Bij de grens kregen we eerst een temperatuurcheck, de beambte richtte een soort scanner op je. Het was natuurlijk een lachertje, iedereen kreeg gewoon een geel, niet ingevuld gezondheidsformulier mee. Het zal wel een overblijfsel zijn van de Corona tijd. Daarna moesten we een hal in met onze grote bagage, daar moesten we een formulier invullen en US$32 per persoon aftikken. De paspoorten moesten zonder hoesje worden ingeleverd en werden vervolgens meegenomen om te controleren en er een visum in te plakken. De meegebrachte pasfoto’s waren niet nodig, die zijn dus voor een volgende keer.

Nadat je naam afgeroepen werd moest je met je eigen bagage verder, die bagage werd dan door een scanapparaat gehaald, ik vroeg me alleen af of dat wel werkte, ik zag het in ieder geval niet. Vervolgens moesten we bij een loketje ons weer laten zien, en kregen we ons paspoort bij een volgend loketje weer terug. Een beetje omslachtig allemaal, maar ze moeten die ambtenaren toch wat laten doen. Ik vroeg me wel af of ze de rest van de dag wel iets te doen hadden. En het was ook niet half zo druk als bij de grens tussen Thailand en Laos, sterker nog: er was verder niemand. Aan de andere kant van de grens stond onze nieuwe bus. Die was weliswaar niet zo luxe als de vorige bus, maar verder prima. Op de achterbank stond een grote waterkoelerfles, met een kraantje dus we waren als groep weer voorzien van schoon en voldoende drinkwater, goed geregeld. We gingen weer lekker achterin zitten, dat bevalt nog steeds prima. Na de grens zijn we doorgereden naar de lunchplek. Wij hebben de lunch overgeslagen, het was pas elf uur. Wij liepen over de markt die naast het restaurant was. Ik begon met het kopen van een soort koek, maar had natuurlijk geen idee wat ik kocht. Ik betaalde met 1US$, en kreeg voor 0,75US$ de lokale munt Riel terug. Hebben we dat ook eens in onze handen gehad. De koek / cake zat niet veel smaak aan, maar het kostte dan ook niks en was wel goed verpakt, dus kwaad kon het niet. De markt was leuk om te bezoeken. We moesten wel een beetje oppassen, want ze rijden hier met brommertjes gewoon over de markt. Natuurlijk waren er kramen met heel veel verschillende groenten, fruit en kruiden. Een gedeelte was ook een soort vismarkt waar de dames verkoopsters de vis ook zaten te wassen en schoonmaken. Het water in het teiltje en de doek waarmee de vissen gewassen werden waren niet helemaal schoon, eigenlijk helemaal niet. Maar toe maar, onze vis komt uit de koelkast denken we dan maar. Na de lunch van de groep, en ons bezoek aan de markt zijn we doorgereden naar de plek waar we zouden gaan kijken naar de Irriwaddy dolfijnen. Het was lekker weer om een stukje te gaan varen (34°). We gingen in drie boten op zoek naar de zoetwaterdolfijnen. De eerste die we zagen zat vlak naast de boot, maar toen hadden we onze camera’s nog niet paraat. Na een eindje varen hebben we er echt wel een aantal gezien, sommige ver weg. Maar sommige ook best wel goed. Ze springen niet zoals dolfijnen in de zee, dus het bleef bij een vin en rug, en soms een kopje en een spuitfonteintje. Maar ondanks dat het lastig was om ze vast te leggen op foto en film, was het wel fijn om ze gezien te hebben. En wij hebben er ook niet zo’n moeite mee als we ze alleen met het oog gezien hebben, en niet uitgebreid op camera te hebben. Na dat avontuur met de dolfijnen zijn we doorgereden naar ons overnachtingshotel Mekong Dolphin in Kratie. Het was een goed hotel met een prima kamer.

Zoals gebruikelijk eerst de spullen opladen en vervolgens naar buiten voor een biertje. Daar namen we in een restaurant annex souvenirshop ons eerste Angkor biertje. Ook weer een prima biertje tegen een mooie prijs. Daarna zijn we een beetje rond gaan lopen waar we zouden gaan eten. Uiteindelijk kwamen we bij Nomad terecht. We hadden weer mazzel: het was happy hour. Cocktails voor US$2,50, dus de moeite waar om er een te nemen. We hebben voor het eten allebei gekozen voor Cambodjaanse gerechten, we waren daar tenslotte. Piet nam Loc Lac en ik Amok, allebei erg lekker. We namen er nog wat drinken bij, we zouden het financieel wel redden. Piet nam een biertje, maar ik koos nog maar een cocktail uit. Terug in het hotel hebben we natuurlijk de foto’s en film (voor zover die gelukt was) van de dolfijnen bekeken en gesorteerd.
Maandag 27 januari naar Phnom Penh 267 kilometer
We gingen op weg naar Phnom Penh om echt met Cambodja kennis te maken, want één nachtje in Kratie is niet echt Cambodja. Omdat we op tijd weg zouden gaan was er ontbijt geregeld bij het Jasmine Boat restaurant. We zaten daar met uitzicht op de rivier in een lange rij op veranda langs elkaar, en dat was maar goed ook, zo konden we nog wat zien op de rivier. Het ontbijt zou namelijk om half zeven klaar staan, zodat we om zeven uur weg zouden kunnen gaan. Helaas was het allemaal wat trager, uiteindelijk was het nog half acht voordat we weg konden. Maar goed, het ontbijtje was verder prima. Onderweg naar de bus kwam er aan de overkant weer een rijtje monniken langs voor hun bedelronde. Voordat we weer echt weg konden moesten we op Len wachten, wij waren op tijd, maar hij ging nog even shoppen. Dat was natuurlijk niet fijn, maar later bleek dat hij iets typisch Cambodjaans voor ons gekocht had: een snack met bonen en rijst in een bamboestok. We mochten allemaal een stukje proeven, en dan is de ergernis al weer snel vergeten. Maar goed, op enig moment waren we onderweg. Net nadat we amper een kwartiertje hadden gereden vroeg Len of we voor een tempel wilden stoppen. Daar had eigenlijk niemand zin in, dus we zijn niet gestopt. We zijn wel onderweg gestopt voor de versieringen op de daken van de huizen, dat hadden we namelijk nog niet eerder gezien. Het leken een beetje op kleine beelden zoals op de tempels, maar dan niet met Boeddha’s. Bij sommigen stond ook het bouwjaar van het huis in zo’n versiering. We konden even lopen en foto’s maken van die versierde huizen, Piet keek nog even in een huis en zag daar een trouwfoto hangen. Ook hier doen ze dat dus: een grote trouwfoto aan de muur. Johnny kwam op het idee (of misschien Len, maar dat weten we niet) om onderweg naar de Killing Fields te gaan. We zouden er langs komen, en iedereen wilde daar toch naar toe. Het betekende dat we later in het hotel zouden zijn, maar dat we niet de volgende dag of dagen weer terug zouden moeten gaan om de site te bezoeken.

Natuurlijk was iedereen het daarmee eens. Aangekomen bij Choeung Ek, ook wel de Killing Fields of Velden des Doods genoemd ging iedereen op eigen gelegenheid de site bezoeken. Toen we de US$3 entree betaalden zei de kassier dat er ook een audio tour in het Nederlands was. Ik nam een audio guide, en omdat hij in het Nederlands was nam Piet er ook een. Het is een zeer indrukwekkende site, zeker ook met de verhalen die er via de audio tour bij werden verteld. Natuurlijk hebben we ook gekeken bij de “beroemde” stoepa met schedels en beenderen. Het is een gedenkteken met overblijfselen van een deel van de slachtoffers die hier vermoord waren. Maar er waren ook stukken grond die afgezet waren, daar waren massagraven gevonden. Er kwamen ook nog steeds stukken kleding en bot fragmentjes naar boven uit die graven. Er was ook een boom die behangen was met armbandjes en lintjes, en waar ook knuffeltjes bij lagen was hartverscheurend. Die boom was namelijk gebruikt om baby’s en kleine kinderen tegen dood te slaan, dat scheelde weer een kogel. Na dit bezoek sta je weer even met beide benen op de grond en je realiseert je dat wij het goed hebben omdat we in een beschaafd land wonen. Uiteindelijk was de tijd die we afgesproken hadden te lang, maar aan de overkant zat een restaurantje, het SnaDai Café, waar we wat konden drinken. Wij gingen daar zitten, onder luide aanmoediging van de ober die ons maar wat graag een biertje verkocht. Peter en John kwamen ook nog aangeschoven, we weten elkaar wel te vinden. Toen iedereen weer terug was zijn we naar de stad gereden. Het was druk, het is natuurlijk een grote stad, en bovendien was het spitsuur. Toch waren we om kwart over vijf, dus ruim op tijd in hotel HM Grand Central om nog te kunnen douchen en wat te kunnen rusten voor ons etentje. Maar voordat we dat deden zijn we eerst op zoek gegaan naar het restaurant, nu was het tenslotte nog licht. Restaurant Cuisine Wat Damnak was dichtbij, en we hadden het dus snel gevonden. Dus terug in het hotel eerst lekker gedoucht.

Aangekomen in het restaurant bleek het niet heel vol te zijn, uiteindelijk waren er maar drie reserveringen. Maar het was heerlijk, lekker luxe. Dus we namen het er maar van, een lekkere cocktail vooraf en een flesje Chardonnay erbij. We hadden besloten om het acht gangen proeverij menu te nemen. We kregen een soort verfwaaier met daarop foto’s en de ingrediënten van de gerechtjes, en natuurlijk vertelden ze ook toen ze elk gangetje kwamen brengen wat het was. Het zag er ook allemaal heel erg mooi uit, daarom heb ik van elke gang ook maar gewoon een foto gemaakt. Het was een top avond, niet heel goedkoop. Maar we eten hier de rest van de tijd zo goedkoop dat dit wel een keer kon.
Dinsdag 28 januari Phnom Penh
Samen een dag op pad in Phnom Penh. We hadden al gekeken waar we naar toe zouden gaan, maar als eerste zouden we natuurlijk het Tuol Sleng (S21) museum bezoeken. Onderweg zagen we veel monniken die onderweg waren voor hun bedelronde. Deze keer hadden ze ook oranje paraplu’s bij zich, natuurlijk tegen de zon, want regen hadden we hier nog niet gezien. Altijd leuk om te zien, en ze vinden het niet erg om op foto en film gezet te worden, dus dat is fijn. Bovendien houden we altijd afstand, een beetje respect kan tenslotte geen kwaad. Het is wel een land met bijzondere dingen, vooral veel straatverkoop zoals in Laos ook was. Er kwam zelfs een man langs op de fiets die koopwaar aan te prijzen had, en die dat deed via een kleine megafoon op zijn stuur. Wat hij verkocht kregen wij natuurlijk niet mee, maar het was wel leuk om te zien.

Ook in het museum S21 namen we allebei weer een audio guide zodat we zeker mee zouden krijgen wat zich hier had afgespeeld. S21 was een school die door de Rode Khmer werd gebruikt als martelgevangenis. Daar werd iedereen die maar een beetje afweek van wat zij wilden gefolterd werd totdat hij of zij de beschuldiging waarvoor ze waren opgepakt bekende. Vervolgens werden ze van daaruit naar de Killing Fields gebracht om te worden vermoord. De Killing Fields hadden we de vorige dag bezocht, dus daar hebben we gehoord hoe dat laatste werd uitgevoerd. In de gevangenis zelf was het zo mogelijk nog indrukwekkender dan op de Killing Fields. We zagen klaslokalen waar een ijzeren bed in stond. Daarop werden de gevangenen vastgebonden met kettingen en ander tuig, zodat ze gemarteld konden worden. Er was waarschijnlijk niet veel voor nodig om de bekentenis af te dwingen, want de gevangenen waren al vel over been omdat ze niets te eten kregen, en ook niet mochten slapen. Het was echt verschrikkelijk om te zien. In een aantal klassen op de bovenverdieping waren ook exposities te zien. Een speciaal gebouw (gebouw C) was helemaal omgeven door prikkeldraad, zodat gevangenen toch zeker niet het idee kregen te kunnen ontsnappen. In een ander gebouw waren allemaal kleine cellen gemaakt waar gevangenen aan de muur werden geketend. De cellen waren amper groot genoeg om in te kunnen staan. In een groot gedeelte van de klassen waren ook foto’s te zien van mensen die er gevangen gezeten hadden. Aan de hand van die foto’s zijn ook slachtoffers herkend door hun nabestaanden. Er waren een hoop mensen die niet wisten wat er met hun familieleden was gebeurd, maar als er hier een foto hing kon je bijna wel raden wat er met ze gebeurd was. We hebben ook een korte film gezien waar je niet al te vrolijk van werd, hoe is het mogelijk dat leiders dit hun volk aandoen voor een waanidee. De Rode Khmer wilde namelijk terug naar de tijd dat heel Cambodja bestond uit agrariërs die ervoor zorgden dat Cambodja wat voedsel betreft geheel zelfvoorzienend was. Ook op de binnenplaats van de gevangenis waren getuigen te zien van de praktijken van de Rode Khmer. Er stond een soort galg waar gevangenen ondersteboven aan werden opgehangen en zo met hun hoofd in water (of erger) werden gehangen. Ook de grafstenen van 14 anonieme slachtoffers waren te zien op de binnenplaats.

We hebben best veel tijd doorgebracht in het museum, en toen we eruit gingen heb ik nog een boekje gekocht wat geschreven was door een van de weinige overlevenden van deze hel. Het was een jongen die samen met zijn moeder en broertje was opgepakt, toen hun vader al was weggevoerd. Zijn moeder heeft het niet overleefd (zijn vader ook niet), maar hij en zijn broertje wisten zich schuil te houden in de keuken, met behulp van een vrouwelijke kok die hen zo af en toe eens wat eten toestopte. Toen de Rode Khmer de laatste gevangenen wegvoerden, omdat de Vietcong eraan kwamen om ze te bevrijden, zag een soldaat na twee dagen dat er nog een paar kinderen zich verstopt hadden. Daarom hebben zes kinderen het gered. Het boekje heb ik pas later gelezen, ik was blij dat ik het gelezen heb, maar ook dat ik het uit had. Het is hartverscheurend om te lezen hoe hij daar had overleefd, maar ook wat hem daarna allemaal is overkomen. Uiteindelijk is het goed gekomen, maar het heeft wel wat voeten in de aarde gehad. We zijn na het bezoek aan Tuol Sleng met een tuktuk naar het Koninklijk Paleis gegaan. Daar was het erg rustig, maar dat gaf ons de gelegenheid om op ons gemak rond te kijken. Er waren veel mooie gebouwen, en rondom een galerij met veel mooie muurschilderingen.

Zo rond half één kwamen we erachter waarom het zo rustig was: de troonzaal ging pas om 13:00 uur open. Kennelijk was dat het belangrijkste van het hele paleis, want toen kwamen er ineens groepen toeristen het terrein op. Helaas mocht je de troonzaal niet in, en niet eens een foto maken vanaf de ingang. Ik heb het nog wel even geprobeerd met mijn telefoon, maar ik werd meteen teruggefloten door de wachter. Ook in de Silver Pagoda waarin de Emerald Boeddha staat mochten we geen foto’s en film maken, maar het was evengoed mooi om te zien. Er waren een hoop mooie gebouwen op het terrein, inclusief een paviljoen dat door Napoleon geschonken was (vertelt het verhaaltje). Ook de witte stoepa’s voor de koningen Ang Duong en Norodom. Van die laatste stond er ook nog een standbeeld. Omdat het kennelijk toch wel bijzonder is, stond er ook een maquette van Angkor Wat. Er was ook een museum met mooie beeldjes bij, maar ook een met kleding van vorige en huidige koningen en andere hoogwaardigheidsbekleders en zelfs een speciaal museumpje met draagstoelen voor olifanten. Daarna gingen we maar eens op zoek naar een plekje om wat te eten en te drinken. We kwamen terecht in Café Chiet tegenover het Koninklijk Paleis. We namen biertjes en frietjes, lekker even zitten was ook niet verkeerd. De temperatuur zorgt ook voor vermoeidheid, bovendien waren we al drie weken onderweg. Er ontstond nog enige consternatie omdat een paar opgeschoten jongens waarschijnlijk hun rekening niet wilden betalen, want ze liepen zomaar weg. Iemand liep ze achterna, dus ze kwamen er niet echt mee weg. Na de rustpauze zijn we naar het Wat Ounalom klooster gelopen. Dat is het oudste kloostercomplex van Phnom Penh, en het hoofdkwartier van de patriarch van het Cambodjaanse boeddhisme. Zijn mausoleum staat daar ook, maar dat hebben we niet echt bezocht. Het complex wordt vooral gebruikt voor de opleiding van jonge monniken. Het lijkt wel een dorp met meerdere kloosters. In de Polom tempel op het terrein schijnt een wenkbrauwhaar van Boeddha bewaard te worden. Als ze Boeddha zo in kleine onderdeeltjes opknippen snappen we wel waarom er overal wel een (onder)deeltje van Boeddha schijnt te liggen. We hebben bij één van de gebedsruimtes ook nog staan praten met een jonge monnik. Die vertelde dat hij voor zijn studie Economie in verschillende kloosters woonde. Elke keer als hij een onderdeel van zijn studie deed waarvoor de kennis in een ander klooster lag kon hij daar gaan wonen. Een mooi systeem, wat er ook voor zorgt dat jonge mensen goed opgeleid worden, ook als zij of hun ouders niet zoveel geld hebben dat ze een particuliere school kunnen betalen. Er liepen in het complex wel veel blaffende honden rond, maar die doen schijnbaar niets. We hebben er ook niet echt last van gehad. Na al dit tempel / kloostergeweld zijn we terug naar het hotel gelopen. Daar hebben we in de rooftopbar maar een cocktail genomen, die waren ook in dit best luxe hotel heel erg betaalbaar. Toen de borrel op was, en wij weer een beetje uitgerust en opgefrist zijn we bij het Khmer River restaurant gaan eten. Piet nam gefrituurde noedels met garnalen, en ik noedels met zeevruchten. Natuurlijk met een lekker biertje erbij, dus het was weer helemaal goed. Onderweg naar het hotel terug kwamen we langs een klooster dat we die middag ook hadden bezocht. Toen wij er langs kwamen was er een lezing bezig, waarbij zeker zestig monniken aandachtig zaten te luisteren naar de spreker. We hebben daar ook even staan luisteren, hoewel we geen idee hadden waar het over ging.

Toen de lezing afgelopen was, en de monniken aan het avondgebed begonnen werden we vriendelijk verzocht om weg te gaan, en natuurlijk deden we dat. Verder lopend naar het hotel kwamen we langs het Koninklijk Paleis, waar de het Moonlight Paviljon en de Victoria Gate waren verlicht, dus de moeite waard om op de foto te zetten. Op het pleintje voor het paleis zaten een aantal verkopers van speelgoed, hondjes en andere dieren met neonverlichting. Ze draaiden allemaal rondjes met een hoop blikken geluid erbij. Kinderen zijn er helemaal verzot op, maar wij hebben toch maar niets meegenomen. Terug in het hotel hebben we de was die we hadden afgegeven opgehaald en hebben we nog een afzakkertje in de rooftopbar gedaan. Een indrukwekkende, maar ook mooie dag.
Woensdag 29 januari naar Siem Reap 319 km
Eindelijk gingen we onderweg naar het hoofddoel van onze vakantie: Siem Reap waar de tempels van het oude Khmer rijk in Angkor lagen. We zijn, na een natuurlijk goed ontbijt, om acht uur vertrokken. De eerste stop onderweg was Skuon, een klein dorp met een markt / verkooppleintje wat bekent staat om zijn bijzondere snacks: gefrituurde spinnen en andere insecten waaronder krekels, rupsen, kwartels en sprinkhanen. De spinnen waren tarantula’s, dus aan de maat. Maar anders zou je er waarschijnlijk niet echt iets aan te eten hebben. De dames verkoopsters prezen hun waren aan, maar toeristen zoals wij slaan echt wel over. Je snapt ook niet dat ze de gefrituurde snacks aan iemand kwijt konden. Maar kennelijk was dat voor niet Westerse toeristen toch anders: de onophoudelijke vraag betekent dat de tarantula’s die zijn overgebleven veel te snel achter elkaar worden gevangen. En ondanks dat ze ook worden gekweekt loopt het aantal terug. Een van de verkopers zei zelfs dat ze zeldzaam worden. Om te voorkomen dat ze echt uitgeroeid raken, hebben wij maar overgeslagen.

Na het bezoek aan het spinnendorp zijn we gestopt bij de Spean Praptos (Kampong Kdei Brug). Dat is een 1000 jaar oude brug, en dus zeker de moeite waard om te gaan bekijken en foto’s van te maken. We konden daar ook naar het toilet, daar we moesten wel een kleinigheidje voor betalen, het kan ook niet altijd gratis zijn. De kosten waren wel CR500, dus €0,11. De lunch hebben we gedaan in het Prey Pros Rest Area, een soort vreetschuur. Wij gingen zitten aan een tweepersoons tafeltje vlakbij de bar waar het bedienend personeel steeds langs kwam. Wij namen een soort kipschnitzel met friet en spek met een zoetzuur prutje. Samen met een biertje was het wel weer prima. Na het eten zijn we nog even de shop in geweest en hebben nog een klein souvenirtje voor de kleinkinderen meegenomen. Na de lunch en die werelduitgaven zijn we verder gegaan naar Siem Reap.

We zijn voordat we naar ons hotel The Sanctuary Residence reden naar het ticketoffice voor de kaartjes voor de Angkor tempels gegaan. Daar kochten we een drie dagen pas voor de tempels, die was €61,00 per persoon. We hoefden zelf geen pasfoto in te leveren, die maakten ze daar. Ze adviseerden ook om een foto van de pas te maken. Mochten we ze verliezen dan zouden ze er daar een extra afdrukken. Nadat iedereen voorzien was van de toegangskaartjes zijn we naar het hotel gegaan. Het hotel lag een beetje in een achteraf straatje, maar was verder helemaal prima. Goede badkamer en slaapkamer, alleen geen TV. Alleen Youtube, maar geen zenders zoals CNN om het nieuws te volgen. Is ook niet zo heel erg, we leven hier toch een beetje anders dan thuis. Toen we de spullen op de kamer hadden gelegd gingen we naar de lobby voor de briefing, en hebben we meteen een tuktuk voor twee dagen vastgelegd. We zouden de eerste dag de grote ronde doen, met daarbij een hoop beroemde tempels, maar niet Angkor Wat. Die stond voor de tweede dag op het programma. Na het regelen van de tuktuk zijn we gaan lopen voor het diner. We gingen op zoek naar het Cambodian Taste Restaurant, een tip van Miranda.

Dat is een prima tent, met hele lage prijzen. US$1,00 voor een cocktail is niet heel veel. Er zat dan ook niet veel alcohol in, maar dat is dan verder ook geen probleem. Het eten was helemaal goed, en voldoende. En gelukkig serveren ze geen hond, kat, rat, wormen en aap. Dat stond in ieder geval vermeld op de achterkant van de menukaart. Toen we zaten te eten werd er ook een show opgevoerd met Cambodjaanse dansen. Die werden (zoals op meer plekken in de wereld) waarschijnlijk opgevoerd door het keuken- en bedienend personeel, maar dat maakt het niet minder leuk. Natuurlijk op film en foto gezet, en uitgebreid gekeken. Het was in ieder geval een mooie plek, en lekker eten en drinken. En dat allemaal voor US$12 voor 4 cocktails, 6 biertjes en 2 hoofdgerechten. Waar kom je dat nog tegen? Terug in het hotel hebben we in het hotel nog een afzakkertje genomen, ik een piña colada en Piet een cola whisky (natuurlijk apart, we hebben geleerd). En toen was het intussen tijd om naar de kamer te gaan, de bar sloot namelijk om 22:00 uur.
Donderdag 30 januari Siem Reap
Vandaag gingen we met onze gehuurde tuktuk de grote ronde langs de tempels doen. Maar natuurlijk niet na een prima ontbijt. Toen we buiten kwamen stond onze tuktuk driver Soan al klaar. Hij had een kaart bij zich van de tempels, en vertelde ons welke tempels we vandaag in de grote ronde zouden bezoeken. We begonnen met een best lang ritje naar het gebied waar de tempels allemaal stonden. We spraken met Soan af dat we aan de andere kant van de Bayon tempel bij de Leper King elkaar weer zouden ontmoeten.

Als eerste hebben we de Bayon tempel bezocht. De Bayon tempel is de meest centraal gelegen tempel van de oude ommuurde Angkoriaanse hoofdstad Angkor Thom. Hij is gebouwd in 1181 door koning Jayavarman VII in 1181. Het is een prachtige tempel, voorzien van heel veel mooie reliëfs met allerlei afbeeldingen. Het meest in het oog springend zijn de glimlachende gezichten op de verschillende torens van de tempel. Het was er prachtig, en nog niet al te druk, dus we hebben alles aardig kunnen bewonderen. We hebben er dan ook een aardig tijdje doorgebracht. Ik dacht nog: als we elke tempel zo lang bezoeken komen we tijd tekort. Maar het waren niet alleen reliëfs en torens die we konden bekijken, er zaten ook wat aapjes, altijd leuk ter afwisseling van stenen en toeristen op foto en film. Na Boyan zijn we naar het Elephant Terrace gelopen, ook een deel van de stand Angkor Thom. Een mooie muur met allemaal olifantenfiguren, in reliëf, maar ook als hoofd met slurf uitstekend uit de muur. Toen we verder liepen kwamen we langs een plek waar ze de muur aan het restaureren waren. Ik kon het niet laten om er naar toe te gaan, het is altijd interessant als mensen aan zoiets belangrijks aan het werk zijn. Ik probeerde er wat van te filmen, maar natuurlijk zaten de restaurateurs er voor. Toen ik een stukje om wilde lopen werd me verteld dat ik niet dichterbij mocht komen om te filmen omdat het project in volle gang was. Jammer, maar wel goed om te zien dat er ook in een niet al te rijk land aandacht is voor hun erfgoed (hoewel het vast wel gesponsord zal worden door allerlei buitenlandse organisaties zoals Unesco). Na het Elephant Terrace zijn we op zoek gegaan naar het beeld van de Leper King. Toen we dat eenmaal gevonden hadden, en natuurlijk op de foto hadden gezet liepen we tussen de muren van het plateau van de Leper King door met fantastisch mooie afbeeldingen. Sommige waren gerestaureerd, maar heel veel ook niet. Erg mooi om te zien. En toen was het tijd om naar Soan te gaan. Toen we bij hem aankwamen maakte hij zijn koelbox open en bood ons een flesje koud water aan. En dat was geen overbodige luxe, het was ook warm en we hadden zelf alleen een flesje lauw water bij ons.

Het volgende plekje dat we gingen bezoeken was de tempel van Preah Kahn. Dat was ook een behoorlijk groot tempelcomplex, gebouwd in de 13e eeuw, met natuurlijk vele mooie beelden en muren. Ook hier zijn de restanten van de jungle nog te vinden in de bomen die door de gebouwen heen zijn gegroeid. Maar dat hebben wij niet echt gezien, het complex is zo groot dat je er wel een hele dag in kunt doorbrengen, en we hadden er nog een paar op het programma staan. Na het bezoek aan de Preah Khan zijn we eerst naar de Prei tempel gegaan, een kleine tempel ruïne in een bos. Het is een heel rustig plekje waar we op ons gemak even konden kijken omdat er verder niemand was. En toen was het tijd om koffie te gaan drinken. Piet nam een warme koffie, Soan en ik allebei een iced coffee. Die laatste was wel lekker, Piet zijn koffie was niet echt lekker. Dus die doet de volgende keer waarschijnlijk ook de koude variant. Natuurlijk rekenden wij ook de koffie voor Soan af, hij zorgde tenslotte voor ons koud water. En toen was het weer tijd voor een volgende tempel: de Neak Poan tempel. Deze is aangelegd op een kunstmatig eiland in een meer. We moesten dus over een grote vlonder naar het eiland lopen, een leuke wandeling. In het meer waren veel planten te zien, maar het was wel heel warm, dus we waren blij toen we op het eiland zelf ook een beetje in de schaduw konden lopen. Op het eiland was een mooie tempel, er werd ook gewoon gebeden. Maar ook waren er Cambodjaanse of andere Aziatische toeristen (ik zie het verschil niet zo). Daarna hebben we nog een aantal tempels bezocht: Ta Som, een kleine tempel, ook weer overwoekert door de jungle. Het werd al wat later op de dag, dus we hebben wat sneller doorgelopen bij de kleinere tempels. Vervolgens gingen we naar East Mebon, een groter tempelcomplex. Daar waren steile trappen, dus ik nam mijn tijd om toch ook naar boven te gaan. En maar goed ook, het is er prachtig, met ook biddende monniken. Toen we terug kwamen bij Soan bracht hij ons ook nog naar Pre Rup, een tempel die ook gedeeltelijk in de steigers stond. Maar wat er te zien was, was natuurlijk ook weer mooi. Die Khmer hebben mooie dingen neergezet. Toen we terug kwamen bij Soan wilde hij ons terugbrengen naar het hotel, maar ik wilde perse naar Ta Phrom, de tempel die beroemd is van de film Tomb Raider. Soan vertelde dat die tempel in de korte route zat, en dus voor de volgende dag op het programma stond. Maar dat vond ik niet zo’n goed idee. Soan bracht ons wel, maar vroeg ons om uiterlijk om half vijf terug te zijn bij de tuktuk, omdat hij daarna een andere klant had. Natuurlijk gingen we daar mee akkoord. We liepen dus naar de ingang van Ta Phrom, en zagen dat het goed druk was. Maar de ingang was nog niets, binnen was het echt een gekkenhuis. Iedereen wilde bij de beroemde poorten uit de film op de foto.

Ze gunden elkaar niet eens een moment. We waren samen en om kwart over vier bij Soan terug die ons naar het hotel terug bracht. We spraken de volgende dag weer om acht uur. Om een beetje bij te komen namen we eerst in de bar van het hotel een Piña en een biertje. Daarna zijn we naar Pub Street gelopen voor het avondeten. Daar was het heel erg druk, dus het duurde even voordat we een plekje bij The Red Piano hadden. Daar zaten we lekker aan de straatkant, ik keek op een paar dames die in rode kleding voor een neppoort mooi stonden te zijn, bekijks te hebben en met toeristen op de foto te gaan. Piet nam lekker een biefstuk met frietjes, en ik een panang (curry) met rijst. Terug in het hotel deden we nog een afzakkertje. Ik nam een baco, Piet een dubbele whisky met cola.
Een prima dag dus.
Vrijdag 31 januari Siem Reap
Om de dag goed te beginnen namen we natuurlijk eerst de tijd voor een uitgebreid ontbijt Om acht uur stond Soan weer klaar om onze tweede dag tempels te verzorgen. Als eerste tempel bezochten we Angkor Wat, de belangrijkste en grootste tempel van Angkor Thom, de ommuurde stad van het Angkor rijk. Angkor Wat is het grootste religieuze monument van de wereld en voor velen een must om te bezoeken in Cambodja. En het was zeker een van de tempels waarvoor we in Cambodja waren. Het complex werd oorspronkelijk gebouwd als een hindoetempel voor het Khmer-rijk en wijzigde geleidelijk in een boeddhistische tempel tegen het einde van de twaalfde eeuw. We hebben er zeker onze tijd voor genomen, we hebben er drieënhalf uur rondgelopen.

Voordat we bij de tempel waren mochten we een halve kilometer of zo over de toegangsweg lopen. De tuktuks en taxi’s mochten daar niet komen. Maar heel erg was dat lopen niet, zo had je een mooi beeld over de voorkant van het complex, erg indrukwekkend. Je kon wel zien dat we er niet alleen waren. We hebben eerst geprobeerd in het midden te komen, want daar was het reliëf met de Ocean of Milk. Dat is een Hindoeïstisch verhaal waarin de Goden de oceaan willen leeg maken om zo de nectar van het leven te kunnen bemachtigen. Het tafereel symboliseert de overwinning van het goede op het kwade en benadrukt samenwerking, doorzettingsvermogen en onbaatzuchtigheid. Het is een van de topstukken van het complex en ook mooi om rustig te bekijken, hoewel dat laatste niet altijd meeviel door de drukte. Maar ook hier hadden we genoeg tijd, Soan zou wel wachten. We zijn ook nog in één van de torens geweest. Daar was een steile trap naar boven, wij konden gelukkig meteen doorlopen. Er stond wel een regelaar die ervoor zorgde dat er niet al teveel mensen gelijktijdig op de trap stonden. Boven was natuurlijk ook maar beperkt ruimte. Toen we boven waren zagen we dat het steeds drukker werd, er stond al een soort Efteling rij om naar boven te kunnen. Boven waren ook weer mooie muren en beelden te zien, ze konden wel wat van versieren in die tijd. Toen we op ons gemak hadden rondgekeken en foto’s hadden gemaakt wilden we weer naar beneden gaan. Daar stond evenwel ook een lange rij, en die duurde langer dan de rij naar boven. Het is natuurlijk ook een rot trap, net zo steil naar beneden als naar boven, maar dat loopt toch even anders als je zo steil naar beneden kijkt. Maar we hebben het gered. En toen moest ik wel intussen naar het toilet, dat was alleen niet zo gemakkelijk: het was aan de zijkant buiten het complex, dus even lopen. Maar we hoefden niet echt van het terrein af, bovendien hadden we toch onze toegangskaartjes (die we elke keer bij de ingang van een tempel moesten laten zien). Na het toiletbezoek en een korte rustpauze zijn we terug gegaan naar de tempel. We liepen nu aan de achterkant, en daar was een bruidspaar een fotoreportage aan het maken. Of het echt een bruidspaar was weten we natuurlijk niet, maar het leek er wel op, compleet met bruidsboeket. Er wordt veel aandacht aan besteedt. Er was niet alleen een fotograaf bij, maar ook een stylist die alle plooien en vouwtjes wegwerkte voordat de foto genomen werd.

Dit hadden we wel op meer plekjes gezien, maar hier bij Angkor Wat was het wel extra bijzonder. Piet had gezien dat er een groot beeld van Vishnu zou staan bij een van de ingangen. Dat staat onder de lokale bevolking bekend als Ta Reach, en wordt als één van de meest heilige en goddelijke figuren beschouwd. Men bidt voor het beeld om geluk en voorspoed. Het is een beeld van wel vijf meter hoog met acht uitgestrekte armen. Het was even zoeken, maar uiteindelijk hebben we het toch gevonden. We moesten even wachten voordat we een goede foto konden maken, maar dat was niet zo vervelend als in Ta Phrom. Hier hielden mensen wel namelijk rekening met elkaar en bleven niet zomaar heel lang voor het beeld staan: een of twee foto’s nemen en plaats maken voor iemand anders. Na het uitgebreide bezoek aan Angkor Wat zijn we terug gelopen naar Soan en hebben we samen koffie gedronken. We namen deze keer alle drie iced coffee, en Soan deed meteen zijn lunch erbij. Die betaalde hij overigens zelf. Het was een echt “tuktukrestaurantje”, een soort Treurenburg dus. Er zaten alleen tuktuk drivers die allemaal dezelfde lunch deden: een visje met groenten en rijst. Het zal wel geen knoop gekost hebben, maar wij sloegen toch even over. Toen we onze koffie ophadden besloten we geen oude Khmer tempels meer te gaan bezoeken, we waren een beetje tempelmoe. We spraken met Soan af dat hij ons naar Wat Bo zou brengen en dat hij van daaraf vrij zou zijn. Hij wilde ook daar nog wel op ons wachten, maar wij vonden dat hij allang genoeg gewacht had. Toen hij ons bij Wat Bo gebracht had hebben we hem nog een fooi gegeven en hem weggestuurd. In het complex van Wat Bo was het erg rustig, het was een werkend klooster, maar misschien waren ze allemaal wel aan het lunchen. We hebben een beetje rondgelopen en de muurschilderingen in een paviljoen bewonderd. Helaas was de hal met de beroemde muurschilderingen gesloten wegens renovatie. Er zal eens iets niet in de steigers staan als wij er zijn. Toen we terug liepen naar het hoofdgedeelte zagen we ook dat er een grote Chinese gemeenschap in Siem Reap moet zijn geweest, er waren ook oudere Chinese graven op een gedeelte van het complex.

Dat het een klooster in gebruik is zagen we ook omdat er laswerkzaamheden bezig waren. Nadat we nog even rond hadden gekeken zijn we met een tuktuk voor US$3 naar het hotel terug gegaan. Dat was wel een ritje met een omweg, de tuktuk driver wist namelijk niet waar ons hotel was, of hoe hij daar naartoe moest rijden. Zelfs met het gebruik van Google op zijn telefoon ging het nog niet goed, maar dat samen met de aanwijzingen van Piet bracht ons toch nog op de plaats van bestemming. We hadden afgesproken om met de groep het afscheidsdiner te doen, omdat we dan de verjaardag van Martin met taart konden eten, en afscheid konden nemen van Jos die niet mee naar Bangkok ging omdat hij zijn reis voortzette in Vietnam. We gingen samen met een tuktuk naar restaurant The Sugar Palm. Ondanks de verzekering van de tuktuk driver dat hij wist waar het was vroeg hij toch om op zijn telefoon in Google maps het restaurant aan te geven. De straat had hij dus wel snel gevonden, maar hij moest toch nog even vragen waar het restaurant zelf was, hij was er voorbij gereden. Maar we waren er ruim op tijd, alleen Johnny was er pas, die zat nog even buiten. Omdat dat bij een vijver was, en daar veel muggen zaten zijn we meteen naar binnen gegaan. Ik begon met een Aperol Spritz en Piet met een biertje. Toen we zagen dat Peter een fles rode wijn bestelde, en ik daarvan wat geproefd had bestelden wijzelf ook een flesje. Het eten was prima, maar het waren wel kleine porties (in ieder geval de Fish Amok). We vulden ook de envelop van Johnny en Peter gaf hem met een leuk praatje erbij. Toen iedereen weg ging zijn wij nog met een extra glaasje rood blijven zitten, en zijn we weer met een tuktuk naar het hotel terug gegaan.
Zaterdag 1 februari vliegveld 46 km
En toen kwam de dag van vertrek er alweer aan, we hadden onze bijna vier weken erop zitten. We hadden niet heel veel zin om nog iets te doen, dus zijn rustig gaan ontbijten. We waren er pas om kwart over tien. Na het ontbijt zijn we nog even naar de grote supermarkt gelopen om onze laatste Riep op te maken, dat lukte niet helemaal, maar och. We zouden ze wel ergens in een liefdadigheid box kunnen gooien, of ze weggeven aan iemand. Met wat snoepjes en een broodje voor de lunch liepen we terug naar het hotel. Daar hebben we een beetje in de bar gehangen, echt een reisdag dus.

We waren op tijd op het vliegveld voor onze vlucht van 16:35 uur naar Bangkok. Daar was het natuurlijk gewoon weer de tijd uitzitten. Het was een rustige vlucht, en toen we aankwamen in Bangkok was onze reisagent er al. Die zorgde er voor dat we in drie busjes naar ons hotel The Cottage Suvarnabhumi. Toen we daar onze ontbijtbox hadden besteld en de spullen op de kamer hadden gelegd gingen we naar buiten om ergens te gaan eten. Aan de overkant van ons hotel was een groot winkelcentrum, daar zouden wel restaurants in zitten. En dat was ook zo, maar die waren allemaal dicht aan het gaan, en lieten dus geen nieuwe klanten meer binnen. Na een beetje zoeken kwamen we bij een Vietnamees restaurant terecht. Een soort familierestaurant. Toen ik vroeg of ik in dollars kon betalen was dat geen probleem. We namen een Thais biertje en allebei een hoofdgerecht. De porties waren wel heel groot, maar beter teveel en wat laten staan dan te weinig. Na het eten wilde ik afrekenen en toen bleken de dollars wel een probleem te zijn, maar gelukkig kon ik wel met mijn creditcard betalen.
Zondag 2 februari naar huis
We werden vroeg wakker, omdat we zo vroeg in bed lagen en gisteren niet veel gedaan hadden dan hangen in het hotel en het vliegveld. Ik ben tot de wekker afliep toch weer in slaap gevallen. Onze vlucht naar Amsterdam via Instanbul vertrok om 10:00 uur, dus we moesten op tijd naar het vliegveld. Toen wij onze ontbijtbox hadden opgehaald bij de receptie gingen we naar buiten waar de busjes al klaar stonden. Het hotel was vlakbij het vliegveld, dus we waren er zo. Daar namen we afscheid van Johnny, hij bleef in Thailand en moest met een binnenlandse vlucht naar zijn bestemming. We konden al snel inchecken, dus verder was het gewoon weer hangen. Bangkok is wel een mooi vliegveld, met een prachtig beeld van het karnen van de Ocean of Milk, zoals we dat ook in reliëf in Angkor Wat hadden gezien. Natuurlijk weer op de foto gezet, we moeten wel iets hebben van deze dag. We hebben nog wel een koffietje genomen, en helaas kreeg ik daar Bath terug van mijn dollars. Wat moesten we daar nou weer mee?

Maar verder was het even rondkijken in de winkeltjes, maar veel kopen hebben we niet gedaan. Alleen voor die Bath die ik terug gekregen had van de koffie hebben we een kruidenpasta voor Tom Kha soep gekocht, dat komt vast een keer van pas. Verder uitzitten totdat we konden boarden. Daarna de lange vlucht naar Istanbul, ook dat was weer uitzitten. Toen we aankwamen in Istanbul werden we opgewacht door iemand van het vliegveld. Hij leidde ons via een korte route naar de gate waar we moesten instappen voor onze vlucht naar Amsterdam. Het was een beetje lastig, hij stond maar te schreeuwen dat de passagiers voor Amsterdam bij hem moesten blijven staan, maar een deel van de groep was al doorgelopen. Wij hadden een korte weg naar de gate, terwijl een deel van de groep heel het vliegveld over had moeten lopen / rennen. We hebben nog wel een uurtje moeten wachten, en toen bleek dat we met hetzelfde vliegtuig vanuit Bangkok ook door vlogen naar Amsterdam. Het moest natuurlijk eerst gepoetst worden, en de bagage van de andere passagiers moest uitgeladen, en voor de nieuwe passagiers ingeladen worden. Maar na een tijdje wachten konden we dan verder, en na een korte vlucht waren we zo op Schiphol. Netjes op tijd, volgens schema. Nadat we de rugzakken van de band hadden gehaald, en afscheid genomen hadden van onze reisgenoten zijn we samen met Christ naar de bushalte gegaan. Zijn auto stond bij hetzelfde hotel als die van ons. Buiten moesten we even wachten tot de bus kwam naar het Ibis hotel. Het was natuurlijk niet heel warm tijdens het wachten, we hadden alleen een vest aan en kwamen uit de tropen. Maar in de bus was het lekker warm, en we waren er zo. Omdat het in Nederland echt wel winter was moest Piet wel krabben, maar goed dat hij net een week voordat we vertrokken een krabbertje in de auto had gelegd. Natuurlijk deed het parkeerkaartje het niet, daar had de receptionist ons al voor gewaarschuwd. Maar toen we op het knopje drukten ging de slagboom open. Dat hadden ze toen ook al verteld. Na een ritje van een uur waren we thuis, kon de auto de garage in en wij een biertje nemen op de goeie afloop. En ook nog constateren dat de souvenirs heel waren meegekomen. Vooral voor de tekening op rijstpapier waren we bang, maar ook dat is gelukt.
Het was een prachtige reis, een prima reisleider en gids en vooral heel veel mooie dingen gezien.
