Inleiding
33 jaar na onze eerste poging zijn we uiteindelijk in 2024 toch nog op vakantie naar Kreta gegaan. De eerste keer in 1991 ging niet door omdat juist in dat jaar de Golfoorlog uitbrak. En ik vond het nogal een eindje zwemmen, zeker omdat onze kinderen toen ook nog meegingen. Dus dat jaar zijn we wel in Griekenland geweest, maar hebben we vakantie gevierd op Evia, omdat je daar vandaan wel gewoon over land terug naar de rest van Europa kon.
Vrijdag 4 oktober
We hadden een late vlucht, dus vertrokken we pas na de lunch thuis met de auto naar Schiphol. Daar had ik een plekje in de parkeergarage van P3 gereserveerd. De reis daar naartoe verliep voorspoedig, niet gek zo midden op de dag. In de garage aangekomen was het zoeken naar een plekje, maar wat verder naar boven was het geen probleem om er een te vinden. Jammer genoeg kenden wij de garage (nog) niet zo goed, anders hadden we de auto verder naar de lift kunnen zetten. Maar lopen zouden we toch genoeg doen, dus een stukje verder op Nederlandse bodem was geen probleem.

Donderdag hadden we al online ingecheckt, dus we konden meteen door. Na aankomst in de vertrekhal hebben we de grote rugzak aan de balie afgegeven en konden we zo door naar de security. Daar was het niet overmatig druk, en er staan mensen om de juiste balie aan te wijzen, dus het ging vlot. Zeker ook omdat er niets meer uit de handbagage hoeft van de elektronica, en omdat we niet onze wandelschoenen aan hadden, die had Piet in de grote rugzak gestopt. We hadden namelijk ook allebei een koffertje en een kleine rugzak als handbagage mee, dus we hadden plek genoeg om onze sneakers aan te kunnen doen. Na de security hebben we een drankje genomen in een tent die verschrikkelijk slecht was georganiseerd, we hebben meer dan een kwartier op een drankje moeten wachten, terwijl er echt wel zeven man personeel liep. We hebben de vlucht uitgezeten, allebei hadden we iets te kijken van Prime gedownload. We namen nog een frietje, wat zwaar tegenviel, in ieder geval de hoeveelheid. Na de rustige vlucht landden we om 23:00 uur plaatselijke tijd op het vliegveld van Heraklion. Dat is niet zo groot, dus is mooi overzichtelijk. Toen we eindelijk onze grote rugzak van de band konden halen (we hadden vroeg ingecheckt, dus die lag natuurlijk weer achteraan in het ruim), waren we zo bij de balie van het verhuurbedrijf waar we hartelijk werden ontvangen. Na het vervullen van de formaliteiten kregen we de sleutel, en de aanwijzingen waar onze Peugeot 106 stond en hoe we naar Koutouloufari moesten rijden. Maar één dingetje ging bijna mis: we wisten de pincode van de creditcard van Piet niet. Gelukkig kon het ook met een handtekening of contact afgehandeld worden. Het was in het donker toch nog wel even zoeken, maar na een korte tijd vonden we ons vehicle voor de aankomende negen dagen. Het was ook wel even wennen, een vreemde schakelauto, maar Piet had hem al snel door.

Dus op naar Koutouloufari. We hadden die ochtend al op Google Maps gekeken hoe we zouden moeten rijden, helaas kwam dat niet helemaal overeen met de aanwijzingen van de autoverhuurder. We namen toch maar zijn route, ook al omdat de afslag Chersonissos heette, en Koutouloufari daarboven ligt. Helaas liep de route van de autoverhuurder dwars door Chersonissos en Koutouloufari voordat we bij ons appartement waren. Maar gelukkig konden we het, na even verkeerd gereden te hebben in het centrum van Koutouloufari, toch nog vinden. Toen we daar aankwamen konden we onze huurauto mooi op hun eigen terrein parkeren, en liepen we naar de balie. Die was natuurlijk gesloten, het was al rond half een in de nacht. Gelukkig stond er op de deur een telefoonnummer, dus dat belde ik maar. Na een kort “Hello en one moment” werd er opgehangen. Ik dacht dat er iets verkeerd was gegaan, dus belde nog maar een keer. En weer gebeurde hetzelfde, dus wachtten we maar een paar minuutjes. Toen kwam er een wat oudere man uit de auto die naast het complex stond, dat leek de nachtportier te zijn. Het kwam dus allemaal goed, en nadat hij ons naar ons appartement had gebracht en ons voorzien had van een grote fles water, konden we de bagage op de bedden gooien. En daarna was het onderhand tijd voor wat drinken, de bar in ons eigen hotel was dicht, dus we liepen even richting centrum. Niet al te ver van ons hotel klonk er muziek en stemmen vanaf het dakterras van Petra Village, dus het was de moeite waard om daar eens te gaan kijken. Ze hadden lekkere koude biertjes, een halve liter voor € 4, dus niet mopperen. Na twee biertjes was het wel genoeg, we hebben nog wel de kleren uitgepakt. Toen was het op, half drie en bedtijd.
Zaterdag 5 oktober
We waren redelijk op tijd wakker, en gingen deze keer voor het ontbijt naar de poolbar / restaurant van ons eigen hotel. Daar werden we hartelijk ontvangen, eerst door de nachtwacht, die de vader van de eigenaresse bleek te zijn, en vervolgens door Lena de eigenaresse. Na het best prima ontbijt van toast met jam, een omelet met ham en kaas, en een glaasje jus en een bakje thee zijn we op pad gegaan, nadat we zes flessen water van anderhalve liter voor € 3,00 hadden meegenomen. We hebben het Archeologisch Museum in Heraklion bezocht. Het was even zoeken naar een parkeerplekje, maar zoals alle Grieken doen hebben wij ook maar gedaan: ergens in een straatje langs de kant. Zo dicht mogelijk langs die kant en de buitenspiegel ingeklapt. Omdat we een beetje achteraf stonden was dat een prima plekje. Het was wel een half uurtje lopen naar het museum, maar we zijn niet te beroerd om te lopen. Het was even zoeken naar het museum, maar dat had ook wel weer een voordeel: op een pleintje vlak bij het museum was een evenement rondom de halve marathon van Kreta. Daar was muziek en later ook dans bij, dus dat was wel leuk om even bij stil te staan en te kijken / foto’s en film te maken. En daarna naar het museum.

We kochten kaartjes met korting (de paspoorten werden wel gevraagd ter controle) en gingen vervolgens eerst maar een koffie met een appeltaartje met ijs doen. Daarna het museum door: wat een prachtige collectie. Er zijn heel veel mooie dingen van de allerbelangrijkste archeologische opgravingen uit vooral de Minoïsche periode. Er waren objecten vanuit Knossos, maar ook van heel veel andere opgravingen. Het was gelukkig niet al te druk, en hoewel we wel een paar keer moesten wachten op andere mensen bij een topstuk was het prima te doen. Na de wandeling terug naar de auto zijn we terug naar “huis” gereden. Daar aangekomen zijn we eerst maar eens naar het dorp gelopen (is wel 300 meter) voor een biertje op het terras van Marel all day long. Maar om daar nou heel de middag te blijven zitten hadden we natuurlijk geen zin in. Dus zijn we terug gelopen naar ons appartementencomplex. Daar heb ik in het restaurant wat aan het reisverslag zitten werken, maar al gauw liepen we tegen Wi-Fi ellende aan. Die deed het maar de helft van de tijd. Op de kamer hadden we helemaal geen Wi-Fi, de volgende keer moeten we daar toch bij boeken eens op letten (stel verwende nesten). Want het is toch gemakkelijker om iets op te zoeken als je een fatsoenlijke verbinding hebt. Lena deed wel haar best om het op te lossen, ze heeft zelfs de router een paar keer gereset. Het mocht allemaal niet baten. Ik bleef nog even zitten om te tikken, daar heb je tenslotte geen verbinding voor nodig, Piet ging vast terug naar het appartement. Nadat we allebei weer terug in het appartement waren besloten we in Oud Chersonissos te gaan eten, daar zou het erg gezellig zijn. Helaas namen we de verkeerde route en kwamen we terecht in Nieuw Chersonissos, het Llorett van Kreta. Daar zijn we niet gaan eten, maar we besloten terug te lopen naar Koutouloufari en hebben daar bij Mythos gegeten. Het was druk, maar hij regelde gewoon een tafeltje in de deuropening van het zijstraatje, helemaal goed. Leuk om tijdens het eten mensen te kijken. We namen voorgerechten, ik nam Dakos, een soort Griekse bruchetta en Piet nam garnalen in knoflookolie. Als hoofgerecht nam ik de aanbeveling: moussaka, erg lekker. Piet nam Calamari met frietjes. Compleet met biertjes en wijntjes was het helemaal prima. Na het eten zijn we ook nog even door de Korte Putstraat van Koutouloufari gelopen, we zouden toch nog wel een paar keer meer moeten eten.
Zondag 6 oktober
We hadden het plan om deze dag eerst naar Knossos te gaan, en vervolgens naar het museum met Minoïsche schatten en de begraafplaats met oude graven van oude heersers in Archanes. Maar toen we lazen dat deze laatsten beide dicht zijn op zondag hebben we de plannen omgegooid. Op het lijstje stond natuurlijk ook een bezoek aan Spinalonga, het lepra eiland. Dus gingen we op pad naar Elounda, handig zo’n huurauto, dan kun je nog eens wat van plannen wisselen. Toen we er vlakbij waren zijn we nog even gestopt voor een beautiful viewing point over de baai, met uitzicht op Spinalonga. Daarna hebben we de auto vlakbij de haven op een openbare parkeerplaats gezet.

Onderweg naar de haven kwamen we nog langs de mooie kerk van Sint Konstantinos en Eleni. De deur stond open, dus zijn we even binnen gaan kijken. Toen we naar het ticketoffice (een klein kraampje) op de pier liepen, bleek dat we de verkeerde kant op waren gegaan, deze was voor echte excursie, en wij wilden gewoon met een soort veerboot naar de overkant en weer terug. De vriendelijke dame op het stoeltje wees ons waar we moesten zijn, en daar konden we inderdaad een kaartje kopen voor een retourtje naar het eiland. En ons geluk: de boot vertrok ook meteen. Het was een leuk tochtje op een prima boot, en het was natuurlijk heerlijk weer. Aangekomen op Spinalonga hebben we eerst een kaartje (met seniorenkorting) gekocht, en namen we koffie. Helaas hadden ze geen warme koffie, maar de koude variant was ook wel lekker. Na de koffie zijn we over het eiland gaan lopen. Er zijn veel indrukwekkende dingen te zien. De huizen waarin de leprozen leefden, en het ziekenhuis waarin zij behandeld werden. Maar ook de ruimte waar de nieuw aangekomenen werden gedesinfecteerd met ontsmettingsmiddel uit een grote tank. En een mooi, klein kerkje, genoeg te zien dus. We zijn nog even verder naar boven geklommen voor het uitzicht over de zee. Toen we terug gingen had ik niet goed gehoord wat de schipper van de boot riep waar we aan boord gingen. Tot onze schrik voer hij de andere kant op, deze boot ging naar Plaka. Gelukkig is het Griekenland, de schipper zei me vooral me niet druk te maken, het was tenslotte vakantie en we mochten gewoon weer met hem mee terug varen naar Spinalonga. We moesten wel even in Plaka op de boot wachten totdat hij weer voldoende passagiers had, maar dat was geen probleem, het was nog steeds lekker weer en we hadden tijd genoeg. Toen we terug waren op het eiland hebben we hem een briefje van € 5,00 gegeven, als dank dat we weer mee terug mochten. Omdat we toch wat langer bezig waren geweest op Spinalonga en door de verkeerde boottocht meer dan een uur langer onderweg waren zijn we niet, zoals de planning was, naar Agios Nikolaos gegaan. Het was daarvoor te laat geworden. Dus hebben we de navigatie ingesteld op de grot van Milatos. Omdat het nogal een flinke rit was naar de grot, en we gezien hadden dat er onderweg ook nog oude molens te bewonderen zouden zijn, hebben we eerst die bezocht. We moesten een heel stuk binnendoor om de windmolens van Galaropetra te kunnen bezoeken. Ook over smalle en kleine weggetjes, fijn dat de navigatie zo goed is. We hebben twee molens gezien, ze hadden helaas allebei geen doeken in de wieken, en eentje werd er gerestaureerd. Maar toch, het was leuk om ze te zien, en zo dichtbij te kunnen komen.

En toen was het weer verder rijden naar de grot van Milatos. De grot van Milatos staat bekend om de vele inwoners van Kreta die tijdens de Griekse Onafhankelijks Oorlog in 1823 in de grot zijn gevlucht voor het Egyptisch-Turkse leger dat de opstand de kop in moest drukken. Er scholen tussen de 2000 en 3600 mensen in de grot, de mannen zijn allemaal geëxecuteerd, de vrouwen en kinderen zijn als slaaf verkocht. Ter ere van de apostel Thomas is in de grot een kapel gebouwd. In het bijbehorende ossuarium bevinden zich enkele botten van de slachtoffers. Ieder jaar wordt hier op de zondag na Pasen een feest ter ere van Thomas gehouden en worden de doden herdacht. Om daar te komen zijn we via het terras van een restaurant naar het pad dat leidt naar de grot gelopen. De serveerster van het restaurant was nog zo vriendelijk om ons de weg te wijzen. Het was niet zo’n lang pad, maar wel rotsig, dus even uitkijken. Aangekomen in de grot hebben we onze tijd genomen om rond te kijken voordat we weer terug gingen naar de auto. Deze keer maar niet via het terras, maar via de weg eromheen. We hadden namelijk geen zin, maar vooral geen tijd, om daar wat te drinken. We reden terug naar Koutouloufari via een binnenweg (wegnummer 90) over de hoogvlakte terug naar het appartement. Onderweg hebben we (en vooral Piet omdat die aan het stuur zat) veel last van de laagstaande zon die in ons gezicht scheen. Terug in het hotel besloten we een tweede poging te wagen om naar Oud Chersonnisos te lopen. Deze keer ging het een stuk beter. We hebben bij Sofas gegeten, lekker op het terras met een flesje erbij. Het was een prima plekje met lekker eten en drinken, maar wel te ver lopen, dus dat gingen we niet meer doen. Thuis hebben we op ons eigen balkon nog een afzakkertje genomen, een prima dag.
Maandag 7 oktober
De dag dat we naar Knossos gingen. We hadden al gelezen dat je beter vroeg (of laat) kunt gaan omdat het anders veel te druk zou zijn. Wij gingen dus vroeg. Toen we aankwamen was de parkeerplaats nog redelijk leeg, en konden we meteen naar het ticketoffice om onze toegangskaartjes te kopen. Ook hier kregen we pensionado korting, altijd leuk. We hebben heerlijk rondgelopen en hebben alles op ons gemak kunnen bekijken. Het paleis en terrein was wel wat kleiner dan we (in ieder geval ik) gedacht hadden. Je kunt wel bijna overal bij, alleen niet in een paar gebouwen waar muurschilderingen in waren, zoals Troonzaal en de kamer van de gemalin van Minos, de koning waarvoor het paleis gebouwd was. In die kamer waren de originele muurschilderingen van dolfijnen te zien vanaf een plekje buiten het gebouw. Op het terrein kon je ook zien dat er in het paleis echt geleefd was, er stonden bijvoorbeeld ook grote “vazen” waar voorraden in bewaard zouden zijn. Er waren een aantal zuilen, maar ook schilderingen gerestaureerd, waaronder die van de stier. Deze restauraties werden uitgevoerd door de ontdekker, maar de meningen zijn verdeeld over de waarde van de restauraties. Er wordt gezegd dat de restauraties meer zijn uitgevoerd naar de moderne tijd, en niet de tijd van de koning zelf. Het was ons om het even, het was gewoon mooi om te zien.

Na al het bezichtigen, het was intussen ook lekker warm, zijn we op het terrasje van het museumcafé koffie gaan drinken. Toen we de koffie op hadden zijn we naar de uitgang gegaan. Daar hadden we wel wat moeite me, het was knetterdruk geworden. We konden de uitgang bijna niet bereiken door de vele groepen met gidsen die op de paden stonden, goed dus dat we vroeg waren. Het was ook nog even een dingetje om met de auto weg te komen, er stond een bus voor geparkeerd. Gelukkig was de chauffeur in de buurt, en die reed hem natuurlijk meteen weg. Na het bezoek aan Knossos zijn we naar Archanes gereden. We hadden gelezen dat daar ook een museum was met Minoïsche vondsten, en een begraafplaats met ruïnes van graven uit die tijd. Het museum was een gebouwtje met één zaal met objecten waaronder een beeldje van Minos afgebeeld als stier. We hoefden ook geen entree te betalen van de twee oude mannen die waarschijnlijk vrijwillig voor het museumpje zorgden. Maar het was zeker wel mooi om te zien. Toen we vroegen hoe we bij de begraafplaats konden komen vertelden de mannen dat de beheerder van de begraafplaats ziek was, en dat we er dus niet naar toe konden. Jammer, we hadden daar ook graag even rondgestruind. Dan maar terug naar Koutouloufari, onderweg hebben we nog even getankt. Wij en de auto lopen nou eenmaal niet op water. Toen we de auto weer bij het appartement hadden geparkeerd zijn we naar Nieuw Chersonissos gelopen om daar te gaan eten. Omdat we wat vroeg waren zijn we eerst de boulevard afgelopen om te kijken waar we zouden eten. We zijn tot het einde van de boulevard gelopen, daar lag ook nog een soort piratenschip waar je ook een excursie mee zou kunnen doen. Teruglopend zagen we een leuk restaurant, met natuurlijk het terras aan het water. Dat hebben alle restaurants daar: aan de andere kant van de weg is het gesloten gedeelte (en de keuken en toiletten), en aan de waterkant zijn de terrassen. We begonnen met een shared voorgerecht van pita met dip en mosselen. Natuurlijk vergezeld van een karaf van een halve liter witte wijn. Daarna namen we een visschotel voor twee personen, en daar kwam natuurlijk ook nog een karaf wijn bij. Vis moet tenslotte zwemmen. En na dat alles was het weer tijd om naar huis te lopen.
Dinsdag 8 oktober
We hadden thuis bedacht dat we de Samaria kloof zouden lopen. Maar omdat de kloof ver van ons appartement ligt bedachten we dat we beter een excursie zouden kunnen boeken. Want tweeënhalf uur rijden, zes tot acht uur lopen, een uur met de boot en bus terug naar de auto, en dan weer tweeënhalf uur terug rijden zagen we echt niet zitten. Dus hebben we via Viator een excursie geboekt. We zouden dan vier uur onderweg zijn naar de start van de kloof, iets langer dus als met de eigen auto. Maar nog ruim op tijd om tijd genoeg te hebben voor de wandeling zelf. Om 05:00 uur werden we opgehaald op de hoek van onze straat, het busje was mooi op tijd. Dat we ook nog langs andere hotels moesten was natuurlijk logisch, we waren niet de enigen die deze excursie deden. Maar dat het ophalen zoveel tijd zou vergen was niet duidelijk, juist omdat in de omschrijving bij Viator duidelijk stond dat je vier uur onderweg zou zijn. Het werd dus veel langer. We moesten wachten op andere verzamelbusjes, er was een koffiestop en een ontbijtstop. De excursiebegeleidster vond het allemaal maar heel normaal. Ze kwam ook nog naar ons toe om ons te vragen of wij wel zeker wisten dat we de kloof zouden gaan lopen, kennelijk ziet ze aan onze neus of wij wel of niet kunnen lopen. Het werd op een gegeven moment echt vervelend, zo in een volle bus. Ze vroeg naar medicijnen en al. Ik heb ze toen maar gezegd dat als wij niet zeker wisten dat we het zouden kunnen lopen, het zeker ook niet zouden doen. Maar ze was er toch niet gerust op, haar probleem. Toen we bij de ontbijtstop waren commandeerde ze als het ware ook Piet nog om stokken te kopen, want hij zou het vast anders niet halen. En een overnachting omdat we de boot niet zouden halen was duurder dan stokken daar kopen. Op zijn Piets werd toen duidelijk gemaakt dat we dat zelf wel bepalen, en toen was ze eindelijk koest. Maar kennelijk heeft haar gedrag op andere mensen wel invloed: er waren twee mannen die toch maar besloten om niet mee te gaan wandelen. Die werden ergens bij een winkelcentrum gedropt om de tijd uit te zitten.

Uiteindelijk waren we pas om 11:00 uur bij de start van de kloof, twee uur later dus. Wij hoefden geen entree te betalen, boven 65 jaar wordt er kennelijk niet meer gedacht dat je dit soort activiteiten gaat doen. We begonnen rustig aan te lopen, dat kon ook niet anders. Want het eerste stuk was steil, en het is niet een gewoon pad, maar het is volledig bezaaid met grote en minder grote keien. Omdat we minder tijd hadden dan we hadden verwacht moesten we continue doorlopen, er was te weinig tijd om even uitgebreid te rusten. Ook de lunch schoot erbij in, en dat bleek toch allemaal niet zo goed te zijn. Na weer eens stuk verder te hebben gelopen zijn we heel even gestopt voor een bezoek aan het toilet en een slokje water. Verder had ik nergens zin in, ik was veel te gestrest omdat de klok doortikte en we toch op tijd moesten zijn voor de boot aan het einde van de kloof.

Het is fijn dat voor het geval er iets gebeurd rangers in de kloof aanwezig zijn, en ook een paar paarden, maar die hebben we gelukkig niet nodig gehad. Ik heb op een gegeven moment aan passerende wandelaars gevraagd of ze een foto van ons tweeën wilden maken, dan staan we er in ieder geval nog een keer samen op. Want ik had absoluut geen tijd om rond te kijken, zoals Japanners doen: ik zie de foto’s later wel. Maar dat had ik toch echt liever anders gehad. Uiteindelijk kwamen we aan bij het einde van de kloof, maar toen moesten we nog drie kilometer over een vlakke weg lopen. Er was een bushalte voor vervoer naar de haven waar de ferry vertrok, maar er was nergens te zien of en hoe laat die zou komen. Dus we gingen maar gewoon lopen. Dit ging wel sneller, dus we wisten dat we het zouden gaan halen. Aangekomen in het stadje en bij de haven moesten we nog even kijken waar we zouden moeten verzamelen, en waar die muts van een excursieleidster de kaartjes voor de ferry zou overhandigen. Maar toen ik haar nog niet zag was het eerst tijd voor een biertje, dat hadden we wel verdiend. Omdat ze snel op waren met die dorst en het warme weer namen we er nog maar eentje, we hoefden tenslotte toch niet zelf te rijden. Toen ging ik maar eens vragen waar die muts zou zijn, ik had ze nog steeds niet gezien. Uiteindelijk kwam zij als laatste van de excursieleiders (er waren meer groepen), en “mochten” we de kaartjes bij haar ophalen.

Toen ik onze kaartjes ging halen gaf ze nog een compliment, ze had namelijk echt gedacht dat we het niet zouden halen. Ik gaf haar maar geen antwoord, ik had geen zin meer om terug te sneren. En bovendien is het halen van de tocht het beste bewijs dat ze niet altijd kan inschatten welke mensen er in haar groep zitten. Toen we al op de boot waren kwamen er een paar mensen van de wandelgroep die in onze excursie zaten aan, met in het midden één van hen die zijn voet had verstuikt. Het groepje haalde het net voordat de klep van de ferry werd ingehaald. En zo zie je maar, ook geoefende wandelaars kunnen een ongelukje krijgen. Wel jammer voor hem, zij hadden met hun groep al heel veel wandelingen, en vooral veel kloven gelopen, en dan gun je zo iemand dat niet. Later hoorden we van een deel van de mensen uit die groep dat ook zij het te kort vonden om rustig te kunnen lopen, hoewel er ook een aantal van de groep ruim op tijd aan de andere kant waren. Maar voor zwemmen of uitgebreid lunchen had niemand voldoende tijd. Jammer dat dat dan wel voorgespiegeld wordt. De boottocht was verder prima, lekker met nog een biertje. Toen we aan de andere kant aankwamen moesten we meteen naar de gereedstaande bussen lopen, het zou nog een lange tocht terug worden. Onderweg zijn we nog een keer gestopt om wat te kunnen eten of drinken. Daar kocht ik nog een soort broodje, was best lekker. Maar heel veel honger hadden we niet. We moesten natuurlijk ook weer langs een heel aantal hotels, maar op enig moment waren wij de enigen in de bus. Dus liep ik bij de laatste stop naar de chauffeur om te vragen hoe het zat. Hij liet mij de lijst zien waarop stond dat wij bij een ander hotel hadden moeten uitstappen, kennelijk vond de organisatie dat we terug wel een stuk verder konden lopen. Het kostte me enige moeite om hem te overtuigen dat wij toch echt ergens anders verbleven. Achteraf bekeken had hij een hotel omgeroepen dat een stuk voorbij ons appartement was, en daarvoor stonden wij ook op de lijst. Maar zoals Grieken kennelijk altijd doen regelde hij het: hij belde een taxi die ons bij de deur van ons appartementencomplex bracht. Helemaal goed. En toen was het toch echt wel tijd, ook al was het laat, voor een afzakkertje op ons eigen platje. Doodmoe (ik dan), maar wel voldaan dat we de kloof hadden uitgelopen gingen we naar bed.
Woensdag 9 oktober
Na de toch wel vermoeiende dag van gisteren hebben we eerst uitgeslapen. Daarna ben ik, zoals altijd, broodjes en zo voor het ontbijt gaan kopen. We hebben rustig op ons eigen balkon zitten eten, toch wel lekker zo’n appartementje. We hadden zoveel rust dat we ook eerst nog koffie met een chocoladebroodje deden voordat we op pad gingen. Het doel van vandaag was Agios Nikolaos, een stad die ook in alle boekjes als mooi en bezienswaardig wordt vernoemd. Nadat we de auto hadden geparkeerd zijn we een stukje gaan lopen, en zaten al snel op een terrasje voor koffie. Piet nam een cappuccino en ik een ijskoffie. Het was een mooi plekje aan het meer, één van de bezienswaardigheden van de stad. Er zijn namelijk niet heel veel steden die een meer in het centrum hebben, en dit staat ook nog in een (smalle) open verbinding met de zee. Na de koffie zijn we gaan lopen naar de muurschilderingen die overal beschreven worden. Die hebben we na enig zoeken ook gevonden, mooie schilderingen van een stier, en van een jazzband. Toen we verder gingen kwamen we langs een museum, maar helaas was dat niet (meer) open. Bij navraag bleek ook de grote kerk die we van een afstandje hadden gezien ook niet open. Toen zijn we naar de haven gelopen, daar hebben we de beelden van Europa en Amatheus Horn gezien en naturlijk op de foto gezet. Toen we terug gingen liepen we door de wijk, en kwamen nog bij een klein kerkje uit. Het was de Agia Paraskevi, en deze was wel open. Dus keken we natuurlijk even binnen, het was een echt wijkkerkje en zo te zien nog volop in gebruik.

Toen we verder liepen kwamen we ook nog op een mooi punt voor het uitzicht over de haven en een scheepswerf. Terug lopende naar het centrum kwamen we langs Se-meli, een leuk Kretenzisch tentje om wat te drinken, en daar was het ook wel weer tijd voor. Ik nam een biertje, en de bob een colaatje. Deze werden aangevuld door de eigenaresse met olijven en tomatentoastjes (Griekse metzes). Na de pauze zijn we weer verder gaan lopen en kwamen we langs het monument voor de gevallenen in de oorlogen om de Griekse onafhankelijkheid. Daarna kwamen we in een grote winkelstraat terecht. Daar waren natuurlijk veel souvenirwinkels, maar ook een winkel met mooie tassen. En omdat ik al een poosje op zoek was naar een net rugzakje keek ik daar even, en zag er inderdaad een mooie hangen, dus die heb maar gekocht. Onderweg naar de auto zijn we langs het meer ook nog langs een klein kerkje gelopen, maar dat was helaas dicht. Terug in ons appartement hebben we op het balkon wat gedronken, en heb ik wat steekwoorden opgeschreven. We zijn daarna gaan eten bij Galini. Dat is een wat duurder restaurant, maar wel heel lekker. Ze presenteren daar de gerechten net even wat anders, zoals de tomatenbruchetta. We kregen ook nog een karafje wijn, en een glaasje raki toen we afrekenden.
Donderdag 10 oktober
Hoewel we er de dag ervoor dichtbij waren hebben we toen het klooster en de kerk van Panagia Kera in Kritsa niet bezocht. Dus gingen we terug naar de Lasithi vlakte om het deze dag te bezoeken. De gewelfde en koepelvormige kerk is gewijd aan de maag Maria. Het is een Byzantijnse kerk uit de middeleeuwen, en is helemaal “bekleed” met prachtige fresco’s van Bijbelse taferelen. Het is wonderlijk dat de muurschilderingen helemaal niet beschermd zijn, je kunt er zo met je rugzak langs schuren en ze daarmee beschadigen. Maar de meeste bezoekers zullen dat zeker niet expres doen. We waren wel net op tijd, toen we bijna alles uitgebreid hadden bekeken en foto’s van hadden gemaakt kwam er een groep toeristen binnen, en dan is het toch lastiger om mooie foto’s te maken. Na het bezoek aan de kerk zijn we naar de windmolens van de vlakte gereden. Maar voordat we op de vlakte aankwamen, kwamen we langs een olijfolie fabriek. Daar hebben we even gekeken, het was een soort museum. Maar ook het hele proces van olijfolie maken was in de opgestelde machines en getoonde films te zien. Er was natuurlijk ook een winkeltje, dus ik kon het niet laten om ook wat mee te nemen. Toen we verder reden kwamen we langs een aantal molens, maar die bleken niet authentiek te zijn. Ze hoorden bij een museum.

We hadden daar onze auto geparkeerd om de molens te gaan bekijken, maar dat mocht niet zomaar. We moesten de auto daar weg halen, of het Homo Sapiens museum bezoeken. Dat laatste hebben we maar gedaan, het hoeven niet altijd Minoïsche opgravingen of kerken te zijn. Het was een museum wat het verloop van de tijd en de mens in beeld bracht. Het was best leuk, maar meer voor kinderen en we waren er dus snel doorheen. Maar om de echte windmolens van Seli Ambelou te gaan bezichtigen zijn we doorgereden. Daar hebben we de auto langs de weg moeten zetten, gelukkig deden dat meer toeristen, dus het zou wel mogen. Je kunt zien dat het een toeristische plek is, er stond bijvoorbeeld ook een touringcar, en naast de molens was een groot restaurant. Het was rotsig omhoog om bij de molens te komen, maar we hadden tijd genoeg. Er stonden een heel aantal molens, sommige best vervallen, andere waren al verder gerestaureerd. En bij een paar waren ook de doeken aan de wieken bevestigd, maar bij de meeste niet. Ik ben niet zo ver achter de molens gegaan als Piet, maar ver genoeg om ook mooie dingen te zien, zoals een windmolen waarin ook nog een molensteen te zien was. Zo moest het dus vroeger in alle molens geweest zijn. Het volgende doel was de grot van Zeus. We reden er naar toe, ondanks dat er op Google stond dat hij gesloten was. Eigenwijs is soms ook wijs, maar in dit geval was de rit toch echt voor niks. Dus maar weer terug. Onderweg hebben we even een jus d’orange gedronken bij een toeristentent onderweg. Jammer, want net even iets verder was een veel leuker tentje, maar het was niet anders.

We zijn doorgereden naar het Kera Kardiotissa klooster. Dat is een Oosters-orthodox klooster, ook weer gewijd aan de Maagd Maria. In de kerk is een museum met mooie iconen, dus zeker de moeite waard om te bezoeken. We hadden het niet gezien, maar buiten stond een bord dat er geen foto’s gemaakt mochten worden. Omdat we dat bordje niet hadden gezien en andere mensen ook foto’s maakten deden wij dat ook. Er waren prachtige muurschilderingen, en dan is het misschien wel logisch dat je geen foto’s mag maken (in ieder geval niet met flits), maar dan moeten ze wel het bordje beter neerzetten, en erop letten dat het niet gebeurd. Daarna zijn we naar Krasi gereden, daar was een 200 jaar oude plataan te zien, en dat is wel weer eens wat anders dan kerken en kloosters. De boom staat op een mooi pleintje met terras en is een natuurlijk nationaal monument. Op 1,30 meter boven de grond heeft de stam een diameter van maar liefst 14,60 meter. Een flink boompje dus, en een leuk plekje om even uit te rusten voordat we weer verder zouden gaan met onze trip. We zaten op een gegeven moment op het terrasje van Taverna Armi even uit te rusten met een biertje en een colaatje toen ik aan de praat raakte met een oudere Engelse dame. Die was hier ook op vakantie, maar vond het te warm om verder naar het plein met de boom te gaan lopen. Ze vond dat ze al heel wat had gezien die dag, en wilde liever even wat uitrusten in de schaduw. Na het uitrusten zijn we naar Advou gereden, daar zijn kleine kapelletjes te bewonderen. De auto hebben we geparkeerd bij het kleine Byzantijnse kerkje de “Panagitsa”. We hebben door de kleine straatjes gelopen, op zoek naar de kapelletjes. We zagen de huizen waarop houten borden zaten met wat er vroeger in het huis gevestigd was, zoals een schoenmaker en een smid. In het buitengebied hebben we ook nog gezocht naar de kapelletjes, maar we hebben er nog maar één gevonden in het buitengebied, en die was dicht. Onderweg kwamen we wel langs een kerkhof, met mooie verzorgde graven. In een kapelletje lagen allemaal kleine kistjes met foto’s erop of erbij, waarschijnlijk waren dat overblijfselen van mensen die lang geleden waren overleden en waarvoor geen echt graf (meer) was, dus een soort persoonlijk knekelhuisje. Toen we terug liepen naar de auto zagen we dat de grote Agion Panton (de kerk van “Alle Heiligen”) open was, dus daar zijn we ook nog even op bezoek geweest. Deze kerk heeft mooie beschilderingen en iconen, en lijkt redelijk nieuw te zijn. Er lag in ieder geval geen stucwerk van de schilderingen af, en ook het gebouw zag er niet heel oud uit. En toen was het weer tijd om aan de terugreis naar Koutouloufari te beginnen.

Toen we terug waren in ons appartement hebben we eerst wat op het balkon gedronken, en zijn daarna bij Fabrica gaan eten. De eigenaar was wel wat luidruchtig, maar het eten was prima. We kregen bij de rekening een soort chocoladecakeje met slagroom, en natuurlijk de gebruikelijke raki.
Vrijdag 11 oktober
Piet had gelezen over het Arkadi klooster, en dus reden we deze dag naar de andere kant van Kreta, richting Rethymnon. Het was even zoeken, want we moesten op een gegeven moment door een heel smal tunneltje, onder de weg door. We hebben het klooster uitgebreid bezocht, en met ons nog een hoop mensen. Zoals overal op de wereld waren ook hier weer een heel aantal Nederlanders op bezoek. Het is een groot complex, met ook een klein museum. Het is een klooster waar je meer kunt zien als alleen de kerk.

Maar die kerk was wel prachtig om te zien. Je kon er ook over het terrein lopen, daar zijn wat gebouwen waar je in kunt, zoals de eetkamer van de monniken. In de tuin staat ook een boom waarin een kogelgat te zien is, een getuige van de opstand tegen de Ottomaanse overheersers. De Kretenzische rebellen schuilden in het klooster. Toen ze dreigden overmeestert te worden staken ze het kruitmagazijn in brand waardoor het klooster grotendeels werd weggevaagd. Het kruitmagazijn zelf was ook te bezoeken, er was nu een soort altaartje gemaakt, en aan de muur hingen verhalen over die tijd. Net buiten het klooster, maar nog wel op de parkeerplaats, stond het Ossuarium (Knekelhuis). Daar werden de beenderen bewaard van de slachtoffers van de opstand tegen de Ottomanen. Na het bezoek aan het klooster zijn we verder gereden naar Rethymnon zelf. Daar hadden we even moeite om de auto te parkeren, maar uiteindelijk vonden we een plekje langs de muur aan de zeekant. En een mooi plekje, vlakbij het Venetiaanse fort dat we zouden gaan bezoeken. Daar zijn we dus naar toe gelopen, een beetje omhoog, maar best te doen omdat het een gewone weg was.

In het fort kochten we natuurlijk een kaartje, we willen tenslotte alles zien als we er toch zijn. We hebben lekker door het fort gelopen, er was een moskee, en ook een kerk. De uitzichten waren mooi en de muren waren indrukwekkend. Er worden kennelijk ook nog uitvoeringen in gegeven, er is een groot openlucht theater. Er was een halve arena met stoeltjes en ook aansluitingen voor krachtstroom, dus volop in gebruik. Toen we het fort wel hadden gezien zijn we een beetje het centrum in gelopen, het ziet er wel heel gezellig uit met veel winkeltjes en terrasjes. Op één van die terrasjes hebben we nog wat gedronken, maar toen was het weer tijd om naar huis te rijden. Dat was een rit van anderhalf uur, en dat is veel te lang op vakantie. Dus dat soort dingen gaan we niet meer doen. In ons appartement hebben we eerst een biertje gedronken op het balkon, en zijn toen in Chersonissos, bij Palmera Seaside gaan eten. We hebben daar heerlijk gegeten, octopus en baobuns met garnalen vooraf. Als hoofdgerecht hebben we samen zalmfilet en tonijn gedeeld. Natuurlijk met een half litertje wit en rood erbij. We zijn terug gelopen naar ons appartement en hebben daar nog een afzakkertje genomen. En toen was het weer mooi geweest voor deze volle dag.
Zaterdag 12 oktober
We hadden afgesproken om rustig aan te doen op deze één na laatste dag van ons verblijf op Kreta. Maar we waren toch om acht uur wakker, ook niet erg. We hebben de krant gedownload voor onderweg, en ik heb natuurlijk verse broodjes gehaald, fijn als er een bakker / supermarktje in de buurt zit. We hebben weer rustig ontbeten, en hebben daarna koffie gedronken met een appelcarré erbij, we hadden tenslotte tijd genoeg. Na wat gerommeld te hebben zijn we naar het Klooster Panagia Gouverniotissa, dat was tenslotte niet heel ver weg. Het is een kleine kerk, maar wel met mooie fresco’s en iconen. Er is ook een kruidentuin bij, leuk om even doorheen te lopen.

In een van de gebouwen van het klooster is een klein museum gevestigd. Het is een mooi museum, met ook oude foto’s van de bewoners van het dorp en het klooster. Maar ook voorwerpen die bij en in de buurt van het klooster waren gevonden, een bonte verzameling dus. Na het bezoek hebben we koffie en fris gedronken op een terras bij het klooster. We dachten eerst dat het niet open was, maar de eigenaar zat aan een tafel buiten op zijn laptop te werken en bedienden ons. Er waren en kwamen ook nog wat vrienden naar hem, ze waren aardig luid aan het discussiëren, jammer dat we er niets van verstaan. En toen werd het wel eens tijd voor het zwembad bij het appartementencomplex. Daar hebben we even in gezwommen, en toen Piet naar ons appartement ging ben ik nog even blijven liggen lezen. Ik hoorde van de mensen die tegenover mij aan het zwembad lagen dat zij ook de volgende dag terug naar Nederland zouden vliegen. Toen ben ik even naar ze toe gegaan om ze te zeggen dat ze niet op ons moesten wachten, omdat wij een huurauto hebben die we op het vliegveld inleveren. We zouden dan meteen zijn en hoefden dus geen transfer.

Zij zouden het doorgeven, maar we waren wel benieuwd of het goed zou gaan. Op de heenreis was dat namelijk ook niet het geval, en we hebben toch echt wel drie keer aangegeven dat we geen transfer nodig hebben. En bovendien hebben we de huurauto via Tui gehuurd. Terug op het balkon heb ik nog even de steekwoorden gedaan, ik moet het tenslotte toch een beetje bijhouden. Die avond zijn we weer bij Galini gaan eten. Dat was de vorige keer ook goed bevallen, en verder vonden we niks leuk. Het was wel heel rustig, naast ons waren er nog twee tafeltjes bezet. Het eten en de bediening waren weer helemaal prima.
Zondag 13 oktober
De laatste dag op Kreta. We hadden de hoofdstad Heraklion nog niet echt bezocht, op het archeologisch museum na. Dus hadden we nog wel wat te bezichtigen. Op het lijstje stonden in ieder geval een aantal zaken, waaronder de Agios Titos en de Venetiaans Loggia, een clubhuis voor de adel van die tijd. Helaas was het zondag en waren ze allebei dicht. We zijn verder gelopen naar het Leeuwenplein, waarop een mooie fontein staat. De versierde fontein bestaat uit acht stortbakken en is versierd met een stenen reliëf, met afbeeldingen van de Griekse mythologie, en het hoofdbekken wordt ondersteund door vier zittende leeuwen die een ronde kom op hun hoofd laten balanceren. Daarna zijn we door de winkelstraat gelopen, met aan het einde daarvan weer een mooi pleintje. Ook daar staat weer een fontein, de Venetianen hielden wel van waterpartijen. Deze fontein wordt gesierd door een mannentorso zonder hoofd. Na nog even wat gelopen te hebben kwamen we terecht bij het Natural History Museum of Crete. Omdat we tijd genoeg hadden zijn we ook daar naar binnen gegaan, en niet voor niets. Het is een prachtig museum met allerlei vondsten uit en rondom de stad Heraklion.

Er waren heel mooie iconen uit kloosters uit de omgeving, waaronder Gouvernitissa. Maar ook verzamelingen munten, beelden en stucwerk van de Venetiaanse paleizen die in de stad hadden gestaan. Er was zelfs een kleine kapel nagebouwd, met daarin fresco’s die uit een kerk of klooster waren gered. We zijn na het bezoek aan het museum naar de pier gelopen, en hebben daar ook nog het fort bezocht. Dit was mooier dan het fort in Rethymnon, veel ruimtes waren opgeknapt en daar waren ook tentoonstellingen te zien. Of er stonden kanonnen en in de ruimten daarachter kon je veel kanonskogels zien liggen. Ook lagen er een groot aantal amforen, waarschijnlijk werden die gebruikt om voorraad te bewaren. Toen we via de trap naar boven gingen hebben we ook nog van het uitzicht kunnen genieten, het blijft fijn als het mooi weer is en je kunt uitkijken over een azuurblauwe zee met een strak blauwe hemel. Op het terrasje hebben we even wat gedronken, het was wel weer tijd voor wat vocht, maar we hielden het even bij frisdrank. Het was er warm genoeg voor. En toen was het wel tijd om te gaan eten, we wilden ook wel op tijd op het vliegveld zijn, en we moesten ook de huurauto nog inleveren. We kwamen terecht bij een groot restaurant waar we lekker op het overdekte terras konden zitten. Natuurlijk nog een tzaziki om te delen, en allebei een hoofdgerecht. Voor mij een biertje en voor Piet een frisje erbij, volgende keer moet ik ook maar eens kunnen rijden. Toen we hadden gegeten en afgerekend zijn we naar het vliegveld gereden. Daar in de buurt aangekomen volgden we de borden naar de huurauto’s, maar dat liep niet helemaal zoals we dachten. Op een terrein waren echt heel veel maatschappijen van huurauto’s te vinden, zoals Avis en Hertz, maar Sunny Cars (die van ons dus) niet. Na een paar keer vragen en geen goed antwoord gekregen te hebben besloten we gewoon naar de vertrekhal te rijden. En daar was het dus, waar we de auto ook opgehaald hadden. Dus vlakbij het vliegveld. We reden het terrein op, de man bij de slagboom keek even in de auto (waarschijnlijk naar de tank) en zei ons dat we hem ergens moesten neerzetten. Met onze bagage op de rug en in de hand hebben we de sleutel afgegeven en zijn we naar de vertrekhal gegaan. Daar hebben we nog even moeten wachten, maar de tijd op een vliegveld gaat altijd best snel. Na een rustige vlucht kwamen we tegen 03:00 uur aan op Schiphol. We moesten natuurlijk nog even wachten op de grote bagage en toen met de pendelbus naar de garage van P3 waar onze auto geparkeerd stond. Na een rit van een uurtje waren we weer thuis op de Vorrinklaan. Toen kon Piet eindelijk een biertje doen, en daarna naar bed. Morgen / straks uitslapen. Prima weekje, het is ook bijna heel de week tussen de 25 en 30 graden geweest, uitzonderlijk hoog voor de tijd van het jaar zeggen zelfs de inwoners van Kreta zelf. Maar dat vinden wij niet erg, dan drinken we maar wat meer.
