Reisverslag Laos

Inleiding

Het heeft even geduurd, maar uiteindelijk hadden we toch onze reis met Sawadee naar Laos en Cambodja geboekt, en dan ook maar meteen de langste reis, we waren dan toch onderweg. Eerst in december maar US Dollars gekocht, en pasfoto’s gemaakt voor de visa die we aan de grenzen zouden kopen. Van de vaccinatie service kregen we het advies om een noodpakket malaria voor één persoon mee te nemen, vaccinaties waren niet nodig. Het noodpakket was alleen maar voor het geval dat, want we zaten niet heel veel dagen in malariagebied. Twee prachtige landen, met heel veel mooie tempels en natuur. We hebben van dat laatste vooral een aantal watervallen gezien. De dorpen in Noord Laos waren bijzonder om te bezoeken, maar ook de steden zoals Luang Prabang, Vang Vieng en natuurlijk Vientiane. En een van de hoogtepunten van Cambodja was Angkor Thom, de hoofdstad van de oude Khmer waar alle tempels in te bezoeken waren, waaronder natuurlijk Angkor Wat. De reis was prima verzorgd, we hebben geen druppel water hoeven kopen. Dat was in de bussen volop aanwezig, en in elk hotel stonden flesjes water op de kamer.

 

Vrijdag 3 januari        naar Ibis Schiphol

Omdat er 21 dagen parkeren inbegrepen waren bij een hotelovernachting bij Ibis op Schiphol, en de overige dagen lekker goedkoop, hebben we die ook maar meteen erbij genomen. Dat reist lekker rustig en dan staat de auto ook op een plek waar er geen rare dingen mee kunnen gebeuren, zoals je tegenwoordig zoveel hoort dat ze met jouw auto gaan rijden. Daar aangekomen hebben we ingecheckt en de overnachting en de extra dagen parkeren betaald. De kamer is eenvoudig, maar prima. Een tweepersoonsbed, tv en badkamer met douche en alle voorzieningen die voor een nachtje nodig zijn. Naar goed gebruik hebben we de rugzakken op de kamer gezet en zijn we terug naar de bar gegaan voor een drankje. Het was er gezellig en ze hadden prima biertjes.  Toen we rond zeven uur bedachten dat we maar moesten gaan eten zijn we eerst naar de kamer gegaan om alvast wat apparaten aan de prik te hangen. En toen naar het restaurant, dat was een tegenvaller. We hadden bedacht lekker a la carte te gaan eten, maar er was alleen een buffetrestaurant, en een burgerrestaurant. Uiteindelijk zijn we maar bij het buffet aangeschoven, een burger voor 19 euro, ook al is dat met een colaatje en frietjes is toch niet helemaal ons idee van een diner. Het buffet was Oosters (konden we vast in de stemming komen zeker)  en verder prima. Hier konden we er wel een wijntje bij nemen, en er was soep en toetjes. Om het niet luxe idee weg te spoelen zijn we in de bar nog maar een wijntje gaan drinken. Daar was het minder gezellig als die middag, er zat een groep heel luidruchtige jonge Mexicaanse mensen. Die maakten zoveel herrie dat er vanuit de receptie iemand werd gestuurd om ze wat rustiger te laten zijn. Op de kamer hebben we nog wat tv gekeken, en zijn om elf uur gaan slapen.

 

Zaterdag 4 januari / Zondag 5 januari        vluchten naar Laos

Om zes uur zou de wekker aflopen, maar dat heb ik niet afgewacht, ik was om half zes al wakker en lag toen te bedenken dat ik te weinig parkeerdagen had afgerekend. Ik ben eerst maar gaan douchen en heb mijn haren geföhnd, en toen Piet onder de douche ging ben ik even naar beneden gegaan om die extra dag te gaan betalen. Maar dat hoefde niet, de uitrijkaart was toch al geactiveerd, en de vergeten dag kregen we gratis. Toen we allebei klaar waren zijn we gaan ontbijten, ook weer een buffet, maar dat was ook prima. Lekker eitje en spek, toast en soort van jus d’orange. Na het ontbijt tanden poetsen, nog even tv kijken en op tijd naar beneden voor de bus. We zouden die van vijf over acht doen, maar het werd uiteindelijk die van kwart voor acht. Helemaal prima, we waren dus mooi op tijd op Schiphol. Omdat we met een groep reizen konden we niet online inchecken, en was het maar afwachten welke plekjes we hadden. Maar uiteindelijk kwam het, dankzij de moeite die gedaan werd, toch nog goed.  En toen door de security, dat was zo gepiept, de paspoortcontrole duurde wat langer, Turkije is geen Schengen land, dus de paspoorten moesten gecheckt worden. Omdat dat voor een aantal paspoorten ook self service is ging ook dat nog redelijk snel. Aangekomen achter al dat security / paspoortgedoe zijn we heel even rondgelopen, maar al snel hadden we zin in koffie. Dus een grote cappuccino, en daarna een kleine sauvignon blanc om het wachten te verzachten. Dat was nodig, zeker omdat we ook nog bericht kregen dat we 35 minuten vertraging hadden. Toen we richting de gate gingen bleek dat we nog meer vertraging hadden, en voordat we echt aan het vliegen waren zijn we net iets meer als een uur uitgelopen. Maar omdat onze bagage door gelabeld was maakte ik me niet zo’n zorgen. Bovendien vlogen we ook weer met Turkish Airlines verder, dus die gates zouden wel bij elkaar liggen, en niet aan het andere einde van het vliegveld. Het was een prima vlucht, met iets lekkers te eten, en weer een wijntje erbij. En gelukkig was de gate in Istanbul zoals gedacht vlakbij de uitstapplaats vanuit Amsterdam. We zagen op de borden dat het helemaal niet zo ver was, dus hebben we daar weer liggen hangen. Even naar het toilet, en dan maar weer aanschuiven om te gaan boarden. Het zou natuurlijk een lange zit worden, acht uur en veertig minuten vliegen is geen lolletje. Maar het grootste euvel was natuurlijk het tijdsverschil, het is in Bangkok zes uur later, dus dat betekent dat er een nacht over gaat.

Al snel na de start kwam het diner, was prima, ook weer met een wijntje. Daarna was het tijd voor een dutje, in ieder geval voor mij, Ik werd dan ook uitgerust wakker toen ze met het ontbijt kwamen. En daarna was het even uitzitten tot de landing. En daarna was het weer uitzitten tot de volgende vlucht. Na een beetje rondgelopen te hebben zijn we wat gaan drinken, lekker een biertje, we hadden tenslotte al heel wat achter de rug en het was al half elf. We nemen eerst een blikje bier, en bij de tweede nam ik een pad thai met kip, ik begon aardig honger te krijgen na het vroege ontbijt in het vliegtuig. Toen was het wel tijd om te gaan kijken of we konden inchecken voor onze laatste vlucht van die dag, het was mooi geweest met al dat hangen op vliegvelden en het vliegen zelf. Toen we aankwamen op het vliegveld van Chang Rai hadden we intussen al met bijna al onze reisgenoten kennisgemaakt. En Johnny, onze reisbegeleider stond al op ons te wachten. Vanaf het vliegveld van Chang Rai zijn we met busjes naar ons overnachtingshotel in Chiang Kong (Thailand) gereden. Dat waren de eerste 101 kilometer van de vakantie over de weg. Er zouden er nog vele volgen.

 

Maandag 6 januari                naar Luang Namtha  195 kilometer

Om zes uur ontbijt stond ons ontbijt klaar, dat was helemaal goed. Om zeven uur zijn we met een bus vertrokken naar de grens met Laos. Dar stond onze Laotiaanse gids Ley op ons te wachten. Hij zou ons heel de reis in Laos ondersteunen, beginnend bij de grensformaliteiten.

Bij de grens was het nogal omslachtig. We moesten eerst allerlei formulieren invullen, ook al voor de terugreis uit Laos. Bij het ene loketje moest je de formulieren én je paspoort inleveren. Daar moest een betaling van 1US$ bij omdat ze zo vroeg op moesten staan (of elke andere smoes). Ik had gelukkig niet voor niets losse dollars gevraagd bij het wisselkantoor in Den Bosch. Bij het volgende loketje kreeg je dan weer je paspoort terug, nadat ze het visum er in hadden gezet. Dat betekende weer wachten, en goed opletten van wie ze het paspoort afgehandeld hadden. Daarna hebben een aantal reisgenoten waaronder ik zelf geld gewisseld. Ik heb US100 gewisseld voor een aantal kip (₭), de nationale munt. Het zou wel weer wennen zijn aan het omrekenen. Toen we dat gedaan hadden moesten we nog even de kosten van het visum betalen, aan weer een ander loketje. Maar uiteindelijk waren we er dan allemaal en konden we in onze busjes stappen. Voordat we dat deden kwamen Ley en Johnny met een lijstje met gerechten voor de lunch. Als we dat zouden opgeven, zou de lunch snel na onze aankomst klaar staan en konden we snel weer verder. Omdat de wegen in Noord Laos zo slecht zijn kan er geen grote bus overheen en werden we over drie kleine busjes verdeeld. Het verzoek was om elke dag van busje, zitplaats en medereizigers te wisselen. Het waren prima busjes en na twee dagen besloten Piet en ik om in elk busje maar achterin te gaan zitten. Dat willen de meeste mensen niet, maar wij vinden dat wel prettig. Omdat we toch vroeg waren zijn we meteen op bezoek gegaan bij een aantal dorpjes. We begonnen in Ban Nam Chang, een dorpje van de Lanten stam. Daar hebben we wat rondgelopen en natuurlijk veel foto’s en film gemaakt. Het was jammer genoeg het enige dorpje waar ze nog iets van klederdracht was, al waren het alleen de typische kousen die bij de kleding van die stam hoorde. Daarna zijn we naar het dorpje Ban Namfa van de Lue stam gereden. Daar was niets van klederdracht te vinden, maar het was evengoed gezellig om er doorheen te wandelen en foto’s en film te maken van mooie mensen. Ik kreeg daar ook nog het aanbod om mee te lunchen, maar die heb ik maar overgeslagen. Ik hield het bij de pompoenpitten die ik kreeg. Toen we eruit liepen zagen we nog een klein kloostertje met gebedsruimte. Het eerste klooster van de vele die nog zouden volgen. En toen was het tijd voor de lunch. We zijn naar een klein, echt Laotiaans restaurantje gegaan.

 

Omdat de wensen al door waren gegeven werd het inderdaad snel gereserveerd, en de drankjes moest je zelf halen en afrekenen. Dus ons eerste Laotiaanse colaatje was al snel geregeld. Na de lunch zijn we nog een derde dorpje gaan bezoeken: Ban Nam Loung van de Khama stam. Ook hier werden we weer hartelijk ontvangen, mensen zijn heel erg vriendelijk en vinden het helemaal niet erg om op de foto gezet te worden. In dit dorp hebben ze wel bijzondere huisjes staan vonden wij: op palen, zonder ramen en met een trapje op de hoge veranda. Na uitleg van Ley blijken het voorraadhuisjes te zijn voor van alles en nog wat, dus dat er geen mensen in wonen. Ley had wel voor ieder dorp ook een kleinigheidje (in geld), dus ze hebben er ook nog wat aan dat wij als vreemde snoeshanen bij hen komen neuzen. En toen was het tijd om naar ons eerste hotel in Laos te gaan: het Thoulasith Guesthouse  in Luang Namtha. Een prima guesthouse met alle voorzieningen die je wilt. Eigen badkamer met warm water en een WC die doortrekt. Bovendien was er ook een föhn, en een waterkoker. En maar goed dat ik deze keer geen shampoo had meegenomen van thuis, daarin was ook (en in heel Laos en Cambodja) voorzien. Op de binnenplaats kregen we informatie over de trekking / wandeling van de volgende dag. Ik had mijn stokken expres niet meegenomen, en ging dus ook niet mee. Het zou al lastig zat zijn, en ik had mijn stokken dankzij mijn gebroken en geopereerde pink niet goed hebben kunnen gebruiken. Maar met mij gingen er nog vijf reisgenoten niet mee wandelen, dus wij spraken af samen iets in de omgeving te gaan doen. Na de informatie en de beslissing zijn we eerst naar de nightmarket gelopen voor een biertje. Ik nam daarbij nog een paar stokjes, ik wilde dat wel eens proberen. Het was niet echt super lekker, het vlees was vooraf al gegaard, en werd maar even op de grill gelegd. Het was dus niet heel warm, maar wel een beetje taai. Omdat het lekker gekruid was viel het nog wel mee, en het kost natuurlijk helemaal niks (€ 0,66).

Na het biertje op de Luang Namtha nightmarket zijn we terug naar het guesthouse gegaan en hebben we de foto’s overgezet. Om zeven uur zijn we gaan eten bij restaurant Manychan. Dat zag er goed uit, bovendien zat Johnny er, samen met Herman en Joke, dus dan zou het wel oké zijn. Na bestudering van de menukaart heb ik even aan Johnny gevraag wat laab is, en dat heb ik dan ook maar besteld, de variant met kip en gestoomde rijst. Piet nam tilapia met frietjes en salade. Hij denkt nog genoeg rijst te kunnen eten, en gaat voor iets anders als dat er is. Het was allebei prima, en laab zou één van mijn favorieten in Laos worden. We sloten het lekkere eten af met allebei een mojito. Volgens de eigenaresse (en kok / barvrouw) kreeg Piet de sterkste, maar ze waren allebei niet al te flauw, lekker dus. Terug op de kamer bedachten dat we maar beter konden gaan pinnen, en we zijn dus nog even naar buiten gegaan. Gelukt, twee miljoen ₭ kosten inclusief kosten en wisselkoers € 95,72. Dus afgerond € 0.05 per 1.000 ₭. Weer terug heb ik een diner in Phnom Penh gereserveerd bij Cuisine Wat Damnak. Een restaurant wat hier waarschijnlijk een Michelin ster zou hebben, of in ieder geval dichtbij een ster. Ik had in de Lonely Planet daarover gelezen, en het leek me wel wat: een acht gangen diner voor US$45 per persoon. De bevestiging was wel wat verwarrend: die kwam terug met een bevestiging voor 14:00 uur. Maar toen was het intussen wel tijd voor bed.

 

Dinsdag 7 januari                  Luang Namtha

We gingen splitsen omdat ik niet met de wandeling meeging, maar Piet natuurlijk wel. Goed dat we elkaar een daagje kunnen missen, dan kunnen we in ieder geval ieder onze gewenste activiteit doen.

Dag Marian

Ik ging op pad met Peter, Chantal, Ria, Rianka en Henny. Omdat we de wandelaars natuurlijk ook wilden uitzwaaien zaten we met zowat de hele groep om half zeven aan het ontbijt. Omdat iedereen alles al om zeven uur op had, en de wandelaars pas om acht uur zouden vertrekken hebben we nog even rustig aan op de kamer kunnen doen. Na het uitzwaaien ben ik alleen nog even naar de kamer gegaan, we zouden met het groepje om half tien vertrekken, we hadden tenslotte toch tijd genoeg en niet echt een plan om veel dingen te gaan ondernemen. Het enig wat ik perse wilde zien was de Samakkhixay tempel en de Samakkhixay Stupa, voor de rest maakte het mij niet uit waar we naartoe zouden wandelen. Als eerste zijn we naar de plaatselijke markt gegaan. Het eerste gedeelte was een soort warenmarkt met koffers die je voor een habbekrats kon kopen, en een aantal juweliers. Bij een van die juweliers zat een man iets te maken op een bijzondere manier: hij smolt een klompje (ik denk) goud en sloeg dat eerst plat. Hij vertelde in een soort gebarentaal (omdat hij geen Engels sprak en ik geen Laotiaans), dat hij een armbandje aan het maken was. Daarna haalde hij het door een soort mangel, die hij steeds verder aandrukte zodat het plaatje steeds dunner werd. Omdat dat allemaal zijn tijd kostte heb ik verder niet kunnen zien hoe hij het verder afmaakte. Ik heb natuurlijk van wat ik gezien heb wel een filmpje gemaakt. Daarna liepen we door naar het eetgedeelte van de markt, daar keken we onze ogen uit. Prachtige kramen met allerlei groenten, fruit en kruiden. En overal goedlachse vrouwen bij de kraampjes. Er werd ook kant en klaar eten verkocht, net als een soort vers pakketten zoals bij AH waar je zelf thuis dan een gerecht kon maken. Zelfs zakjes met een soort bouillon werden verkocht. Ik kocht voor ons groepje gebakken banaan, lekker om te snoepen en dat kon zeker geen kwaad. Er was zelfs ook een openbaar toilet, dat kostte wel € 0,10, maar was ook schoon en met toiletpapier. Op de markt was ook een afdeling vlees, daar ben ik niet op geweest. Maar er stonden ook kratten met kippenpoten (alleen de onderste stukken, dus niet zoals wij die thuis in de pan gooien), en diepvriezers vol met exotisch spul zoals kikkerbillen, en hele kikkers. Maar er was ook een versafdeling met levende kippen en eenden. Rianka kocht wat mandarijnen voor ons allemaal en toen gingen we verder op pad. We zijn gaan lopen naar de tempel, maar onderweg namen we wel even pauze om een mandarijntje te eten op een stoepje. Na de pauze was het nog best een eindje lopen naar de tempel. Maar we hadden tijd genoeg, dus hebben lekker rustig gelopen. Op het tempelcomplex waren jonge monniken ornamenten aan het schilderen, en legde een oudere monnik ons uit wat het kloosterleven inhield. Hij zei dat hij blij was dat hij zijn Engels weer een keertje kon oefenen. Natuurlijk hebben we ook de gebedsruimte bekeken, wandelschoenen zijn wel lekker om te wandelen, maar het is wel een gedoe om ze steeds weer uit te moeten trekken.

Het hoort erbij, respect voor de plaatselijke cultuur en gebruiken zijn onderdeel van het reizigersleven. Na het bezoek aan het klooster zijn we ook nog even naar boven gelopen voor de stupa. Ook mooi, met daarachter ook nog meer Boeddha beelden, en ook een soort kapelletje met nog meer beeldjes. En toen was het tijd voor wat drinken. Rianka had op Google Maps gezien dat er een (rivier)strand was waar een aantal restaurantjes zouden zijn. We hebben even moeten zoeken, het leek wel op het uitgaansgebied van Luang Namtha, maar bijna alles was dicht. Uiteindelijk hebben we toch een leuk tentje gevonden, met uitzicht op de rivier. We waren daar wel een van de weinigen, er was alleen een andere tafel bezet waaraan een groepje vriendinnen een biertje (of twee) zaten te drinken. Die hadden het erg gezellig met elkaar, maar wij ook. Na het biertje zijn we terug naar de guesthouse gewandeld, daar vlakbij doken we nog even een supermarktje binnen voor een zakje chips en wat cakejes als lunch. Het was al met al een leuke en gezellige wandeling van acht kilometer. Nadat we terug waren in de guesthouse heb ik mijn zakje chips met een flesje water bij de voordeur van Chantal tegenover onze kamer opgegeten. Toen kwam de eerste groep terug, en toen hoorde ik ook dat een deel van de groep nog een stukje verder was gegaan, en een uurtje later terug zou zijn. Piet had zich daar natuurlijk bij aangesloten, dus ik had tijd om lekker te gaan douchen voordat hij terug was.

Wandeling Piet in  Nam Ha National Protected Area

We zijn eerst naar de markt gegaan om inkopen te doen voor de picknicklunch. Ik heb in mijn eentje over de markt gelopen, en volop foto’s en film kunnen maken. Er was genoeg te zien: vissen die in een waterbak aan het zwemmen waren, kippen en eenden in kooien en veel vers geslacht vlees. Ze gooien hier niets weg, dus er waren ook volop tong en poten van koeien en varkens te koop. Maar ook op een andere plek was wel wat vlees te vinden: op een ander plekje op de markt lagen een paar dode ratten tussen de groenten. Aangekomen op de startplaats zijn we de wandeling begonnen, onder begeleiding van een enthousiast jonge gids. Hij vertelde veel over de omgeving, en de planten die er groeiden. Hij liet bijvoorbeeld ook zien dat er een plant was met grote stekels, maar waarvan de kern smaakte zoals bamboescheuten, en dus gebruikt kon worden om te eten. Ook vertelde hij over het gebruik van platen en kruiden als medicijnen.

De lunch was prima verzorgd, de verse vis ging op het kampvuur, en ze maakten daarvoor specerijen klaar in een bamboestok (vooral veel pepertjes). Maar er waren ook andere dingen zoals noedels, rijst en groenten. Als toetje waren er natuurlijk bananen. Bij de picknickplaats was ook een groep die een driedaagse trekking doet, maar die hielden het bij brood en zo, maar geen vis en alle andere lekkere dingen die wij hadden. Na de lunch gingen we verder met de wandeling die eindigde op een rubberplantage, waar de gids ons mieren liet proeven en ook vertelde over de rubberplantage zelf. We gingen even zitten omdat er een paar achterblijvers waren waar we op zouden wachten. Helaas zakte Jos door het bankje, waarbij hij zijn knie verrekte. Pijnlijk, maar hij had gelukkig pijnstilling bij zich, en anders had ik die wel voor hem gehad. Toen we weer bij elkaar en bij de busjes waren heeft de groep zich gesplitst. Een aantal gingen met één busje terug naar de guesthouse, een ander deel ging nog met  het andere busje naar een dorpje op een eindje rijden. Ik sloot me natuurlijk bij de laatste groep aan. In het dorpje was er een schooltje om te bezichtigen, waren ze iets aan het bouwen, en liepen er volop kinderen. Wat leuk was, was dat er ook nog een paar vrouwen in klederdracht zaten. Wij waren ongeveer een uur later terug bij de guesthouse als de groep die meteen terug waren gegaan.

Weer samen

Toen Piet terugkwam zijn eerst wat gaan drinken bij de nightmarket, een goede gewoonte moet je niet wijzigen. Toen we daar net zaten kwamen Ria en Rianka ook nog even bij ons zitten.

Na het biertje is Piet eerst maar eens gaan douchen na de wandeling. Toen hij weer helemaal opgefrist was zijn we weer op pad gegaan voor het avondeten. We hebben even rondgelopen, maar in de meeste restaurantjes was er nog niemand, en dat vinden wij nooit zo’n prettig idee. Dus zijn we terecht gekomen in het restaurant waar we de vorige avond ook hadden gegeten, dat was tenslotte prima bevallen. We dachten ongeveer hetzelfde te bestellen als de avond ervoor, maar dat bleek toch echt anders uit te pakken. Piet had een soort kipnuggets, en ik een soort drumsticks van kip, maar dan met een serehstengel als botje. Dat maakte het meteen ook erg lekker. Een biertje en een portie gestoomde rijst maakte het weer ruim voldoende. Omdat de cocktails echt heel goedkoop zijn, en het de vorige avond goed bevallen was deden we dat toen ook maar weer. Deze keer sloten we af met voor Piet een cola-whisky en voor mij een piña-colada. En toen was het weer mooi geweest in Luang Namtha. We zijn terug naar de guesthouse gegaan om de tassen in te pakken en de spullen klaar te leggen voor het vertrek de volgende ochtend.

 

Woensdag 8 januari              naar Nong Khiaw     237 kilometer

We gingen weer verder op pad, dus mochten weer op tijd opstaan: om half zeven ontbijt. Daarna hebben we met een aantal mensen nog gepind en gingen we op weg in onze busjes voor een lange reisdag. En die lengte heeft, zoals hier in Noord Laos steeds het geval is, niet te maken met de grote afstand die we moesten overbruggen (237 kilometer is toch niet zo ver weg), maar met de wegen.

Het is verschrikkelijk, we snappen intussen wel dat je er met een grote bus niet overheen kunt, en we dus met kleine busjes zijn. Je snapt ook niet dat de vrachtwagen hier kunnen rijden, alhoewel zij ook onderdeel van het probleem zijn. Ze rijden namelijk ook de dunne asfalt laag kapot. Hoe dan ook, we gingen onderweg op bezoek in het  dorpje Muang Sing van de Mhong stam. Dat is toch altijd leuk, natuurlijk veel kinderen en vriendelijke mensen. Ik kreeg een stuk meloen aangeboden toen ik even bij een paartje met kind ging kijken. Ik heb dat maar niet aangenomen, ik wist niet of het zomaar weggegeven werd, of dat het verkoop was. Toen ik dat later aan Ley vroeg was het hem ook niet duidelijk. Na het bezoek aan het dorpje waar we lekker ontspannen hebben gelopen zijn we doorgereden voor koffie bij Amazone bij een tankstation. Amazone is vergelijkbaar met Starbucks, maar naar mijn idee wat goedkoper. Ze hebben in ieder geval lekkere cappuccino. Hoewel dat in eerst instantie fout ging: je moet kennelijk aangeven dat je de warme variant wilt hebben, anders krijg je de iced versie. Omdat die duurder is, en ik geen geld terug kon krijgen (het zit nu in het systeem) moest Ley er aan te pas komen op het op te lossen. Uiteindelijk kreeg ik geen geld terug, maar wel een grote cappuccino ipv een kleine. Na de koffie zijn we weer doorgereden voor de lunch. Voordat we bij de lunchplek aankwamen stopten we eerst bij een benzine station voor de toiletstop. Dat deed Ley omdat er in het restaurant maar één of twee toiletten waren, en dat is wel weinig voor 22 mensen. Slimme gids, met goede ideetjes dus.

De lunch was bij Kanya’s Restaurant, een echt Chinees restaurant, compleet met ronde tafels met een draaischijf. We zaten in een privat diningroom met onze groep. Er kwamen veel gerechten op tafel, en natuurlijk als laatste een grote kom met bouillon met groenten. Hoe Chinees kun je het hebben. Het was in ieder geval heel erg lekker, en voor weinig (€ 11,44) zoals alles hier. Na de lunch zijn we maar door gaan hobbelen over de verschrikkelijke wegen. We hebben ook een vertraging van drie kwartier gehad omdat er een vrachtwagen met stukken in een bocht stond en we er niet langs konden met onze busjes. Gelukkig kreeg de chauffeur hem met hulp van een andere vrachtwagenchauffeur weer aan de praat om hem in ieder geval een stukje te laten achteruit rijden zodat iedereen er weer langs kon. Helaas waren we te laat bij ons guesthouse om nog bij de rivier naar de zonsondergang te kunnen gaan kijken, maar och. We hadden er al een paar gezien en er zouden er vast nog meer volgen. Dus we zijn eerst maar naar de kamer gegaan om wat te rommelen, en zijn daarna naar het dorp gelopen voor wat drinken en eten. We hebben eerst voor de brug een biertje genomen met een portie bitterballen (fried springrolls dus). Het plekje waar we zaten was wel mooi, maar de kaart in dat restaurant was niet zo geweldig, en het was er ook niet erg gezellig. Dus zijn we naar de andere kant van de brug gelopen waar meer restaurantjes waren. Toen we een beetje langs de rivier liepen kwamen we aan de achterkant van het Coco Home Restaurant wat aan de voorkant er ook al goed uit zag, dus zijn we daar gaan eten. Het duurde best lang voordat het eten kwam, maar het was heerlijk. En we begonnen (bijna als vanzelfsprekend) met een cocktail. Die zijn hier prima en helemaal niet duur. Piet nam gestoomde vis in een bananenblad, en ik chicken laab met een ei. Samen wat witte rijst, allebei een biertje en het was weer prima. Na het eten zijn we naar huis gegaan om natuurlijk wat zaken te regelen zoals de steekwoorden voor dit verslag, het lijkt wel of er gewoon geen tijd is om een dag volledig te schrijven. We zouden nog een biertje als afzakkertje willen meenemen, maar helaas was het restaurantje al dicht.

 

Donderdag 9 januari             Nong Khiaw

Uitslapen! Om zeven uur liep de wekker af, ik heb hem om te beginnen eerst nog maar een keer doodgeslagen. Daarna zijn we ons gaan aankleden, hebben natuurlijk getut en zijn we naar het restaurantje van de guesthouse gegaan voor het ontbijt. Dat was weer prima, gebakken eitje, brood en thee. Na het ontbijt zijn we nog even terug gegaan naar de kamer om onze tanden te poetsen, dat voelt gedurende de dag toch wat beter. Nog even naar ons eigen toilet en toen waren we weer klaar voor onze dag. We gingen met een drietal boten op bezoek naar een paar dorpjes en naar een speciale grot. Na een halfuurtje varen was het eerste bezoek het dorp Ban Sapkong.  In het dorpje hebben we natuurlijk weer lekker rondgelopen, mooie foto’s en film gemaakt. Ook van een vrouw die een rat aan het grillen was, ze eten ze dus echt. Na dat bezoek hebben we een uurtje verder gevaren met de boten en zijn we naar Ban Sôpchèm, een weversdorpje gegaan. Toen we daar met de boten aankwamen zagen we mooie kerststerren in de tuin bij de aanlegplek voor de boten, dat zijn daar gewoon bomen (zoals we ook in Kenia gezien hebben).

Dat was eigenlijk wel heel toeristisch, alleen winkeltjes en een paar vrouwen die achter een weefgetouw zaten. Maar het is weer eens wat anders dan een dorpje waar je naar het dorpsleven kon kijken tijdens het rondlopen. Ik heb drie sjaaltjes gekocht, elk bij een andere verkoopster. Ze waren nog geen € 4 per stuk, zij blij en ik ook. Ik draag dat soort dingen toch wel, en dat wat ik had gekocht voor Iran (2009) was wel een beetje aan het slijten. Na die werelduitgave zijn we weer in onze boten gestapt voor een half uurtje varen naar onze lunchplek. Dat was het Rainbow Restaurant, een prima plek met uitzicht over de rivier. Ley weet ze wel uit te zoeken. Het eten was alweer besteld, dus kwam snel. De lunch was ook inclusief, dus we hoefden alleen maar onze biertjes af te rekenen. We liepen naar de Tham Kang grot waar de lokale bevolking zich schuilhield voor de bombardementen in de oorlog.

Die grot konden we niet heel ver in lopen, maar was toch wel indrukwekkend om te bedenken dat hier mensen uit meerdere dorpen uit de omgeving  met angst en beven de vliegtuigen hebben horen overkomen en de bommen hebben horen vallen. Daarna zijn we weer teruggelopen naar de aanlegplek bij het restaurant en hebben we een uurtje gevaren terug naar onze guesthouse. Chantal en Fried vroegen of wij ook een keer vooraan wilden zitten, en dat hebben we maar gedaan. Het is ook wel eens leuk om niet steeds tegen iemand anders zijn rug aan te kijken. Toen we aankwamen lag de boot voor onze sunset cruise al op ons te wachten. We hadden geen tijd meer om naar de guesthouse terug te gaan om ons op te frissen, maar dat was ook niet zo erg. Het was gezellig,  er waren in ieder geval koude biertjes en het eten was prima (en inclusief). We hebben niet al teveel gegeten, we hadden tenslotte net de lunch achter de kiezen. We hebben geen zonsondergang gezien, die was aan de andere kant van de berg, en we waren om zeven uur alweer terug bij de aanlegsteiger, dus ook snel bij de guesthouse. Daar kregen we een korte briefing over de mogelijkheden in Luang Prabang, onze volgende bestemming. Terug naar onze kamer hebben we glazen en kopjes meegenomen naar de kamer. Eerst maar een biertje gedronken op het platje voor de kamer. Daar hebben we ook al zitten kijken voor kaartjes voor een dansvoorstelling in het Koninklijk Paleis in Luang Prabang. We hebben geprobeerd die te boeken voor de zaterdag, dat is helaas niet gelukt, morgen maar even aan Ley vragen. We spraken samen af de eerste dag de processie van de monniken te gaan bekijken, en als dat zou lukken zouden we de tweede dag meegaan met de excursie naar de waterval. En anders zouden we in Luang Prabang blijven voor een tweede poging met de monniken. Natuurlijk hebben we de foto’s, film, batterijen en steekwoorden gedaan. En toen was de pijp weer leeg.

 

Vrijdag 10 januari                  naar Luang Prabang     164 kilometer     

We hadden een lange reisdag voor de boeg, je zou het weer niet zeggen aan de afstand. Maar we weten intussen dat de wegen zo slecht zijn dat we niet alleen in kleine busjes rijden, maar ook dat het lang duurt. Omdat we om half acht gingen rijden was het ontbijt weer om half zeven voor ons klaar. Kort na het vertrek zijn we langs de weg gestopt om te zien hoe ze rivierwier gereed maken voor consumptie.

Het ziet er een beetje uit als nori, maar dan niet zwart. En nori is tenslotte ook wier. Het rivierwier wordt gekookt en belegd met knoflook, tomaat en sesamzaad. Dat wordt het in de zon te drogen gelegd. Het ziet er een beetje uit als zonnepaneeltjes die op een stelling in de zon liggen. Na weer een stuk verder rijden zijn we gestopt bij een grote dam die door de Chinezen was gebouwd (en gefinancierd). Er was weinig water achter de dam te bekennen, hoewel en nog wel een visser bezig was in een wat dieper gedeelte van de rivier. Hij gooide zijn net zoals we dat al eerder hadden gezien, zo doen ze dat ook in Myanmar. Verder zijn we onderweg naar onze lunch van vandaag nog maar een paar keer gestopt voor een toiletstop. Er was niet veel te zien onderweg, hoewel je je afvraagt hoe het mogelijk is dat een vrachtauto met eieren zijn lading op dit soort wegen heel op de plaats van bestemming krijgt. We zijn gestopt bij Ban Pak Ou, een dorpje met een mooie tempel (Wat Pak Ou), en een monnik die armbandjes omdeed en daarbij zegeningen uitsprak voor een kleine donatie. Daar heb ik natuurlijk ook gebruik van gemaakt, een beetje karma kan nooit kwaad. Onderweg naar de busjes kwamen we langs een paar winkeltjes waar ze weer iets bijzonders verkochten: flessen met sterke drank met daarin allerlei beesten. Er waren flessen met grote spinnen, schorpioenen en slangen. Vlak voordat we bij de busjes waren was er ook nog een kleine stokerij van die drank, helaas waren wij te laat voor de uitleg. Maar och, we kunnen toch niet alles meemaken, laat staan onthouden. De lunch was weer op een mooie plek aan de rivier, het Manivanh restaurant. Daar was de lunch weer vooraf besteld, maar deze moesten we wel zelf betalen, net zoals de biertjes. Piet nam nog een Magnum mee voor onderweg, altijd lekker. Vanaf het restaurant zijn we met de boot verder gegaan. Gelukkig had Ley geregeld dat de grote bagage in de busjes naar Luang Prabang zouden gaan, dus die hoefden we niet te sjouwen.

We hebben eerst een bezoek gebracht aan de Pak Ou grot, een soort bedevaartplek voor Boeddhisten. De grotten staan vol met Boeddha’s die door de pelgrims achter gelaten zijn. Sommigen zijn wel twee meter hoog, maar er staan ook heel erg veel kleintjes. Het was eigenlijk zoiets als we in Myanmar hebben bezocht, maar wel veel kleiner. Het complex bestaat uit twee grotten; de (hoge) bovenste grot en de (lage) onderste grot. Die hoge was ook wel echt hoog, flink trappen klimmen dus. Maar genoeg tijd, dus op tijd gerust. Halverwege kon je ook nog naar een rustpunt, maar daarvoor moest je ook weer een trap af (en later weer op), dus dat schoot ook niet op. Beiden grotten hebben we natuurlijk bezocht, maar we waren niet de enigen: het was heel erg druk met toeristen. Toen we genoeg hadden gezien zijn we naar de aanlegsteiger gegaan voor onze boottocht naar Luang Prabang. We hebben zowat anderhalf uur over de Mekong gevaren voordat we er waren, maar het was een prima tochtje. Lekker gezeten met een colaatje en de chips die nog in mijn rugzak zat. Toen we aankwamen zijn we met onze eigen busjes naar het hotel The Capital gereden, goed geregeld weer. Het hotel zag er prima uit, een hoofdgebouw met een aantal gebouwen waarin de kamers zaten. Helaas lagen wij (en met ons heel de groep) in die bijgebouwen. Dat betekende dat de WiFi slecht was. Er was ook geen TV en geen stop voor het bad. Voor een hotel wat er bij aankomst zo mooi uitziet valt dan toch een beetje tegen, of we zijn te verwend. Na de spullen op de kamer te hebben gezet, zijn we met Johnny en een paar reisgenoten een stukje naar de stad gelopen om de weg te verkennen. Nadat we in een soort hoofdstraat waren aangekomen zijn Piet, Peter en ik doorgelopen naar Viewpoint, een tip van Ley. Daar kon je over de rivier kijken vanaf het terras. Het was weer geen goedkoop tentje, Ley kent de leuke gelegenheden wel. Maar uiteindelijk viel het zwaar tegen, het uitzicht was inderdaad mooi, maar de prijzen hoog, de cocktail niet voorzien van voldoende drank en de bediening ronduit chagrijnig. Niet om nog een keer terug te gaan. Bovendien was het een rondeind lopen vanuit het hotel. Onderweg terug werd het alweer donker, maar kwamen we langs een paar mooie tempels.

In één daarvan (Wat Syrimoungkoun Xaiyaram) waren ze ook aan het bidden, en daar hebben we dan ook een tijdje staan kijken. We zijn samen naar het hotel terug gelopen, en wij zijn met z’n tweeën meteen gaan lopen voor het eten. We zijn na even rondlopen terecht gekomen bij Pizzeria Joli. Daar kregen we eerst een tafeltje vlakbij de toiletten. Dat was niet zo’n fijn plekje, dus toen we zagen dat er een tafeltje vrij kwam zijn we gaan verkassen. En toen zagen we dat Judith en Marc er ook waren. Die waren net klaar met eten, dus wij namen het tafeltje maar over. We begonnen weer met twee voorgerechtjes: een klein schoteltje met buikspek, en een met gekookte eieren in een speciaal sausje. Allebei best lekker. Daarna namen we één pizza om samen te delen, anders zou het veel teveel zijn. Biertje erbij en het was weer prima. Toen we weg gingen hebben we nog even met een Belgische man staan praten. Die was net aangekomen voor een paar weken Laos, nadat hij samen met zijn dochter een rondreis in India had gemaakt. Via de supermarkt voor een biertje en wat cakejes als ontbijt voor de volgende dag zijn we terug naar het hotel gegaan. De volgende ochtend zou een vroegertje zijn omdat we naar de monniken zouden gaan kijken.

 

Zaterdag 11 januari               Luang Prabang

Het lijkt wel vakantie: om 04:45 uur liep de wekker af, we gingen naar de monniken kijken die hun dagelijkse “aalmoes ceremonie (Tak Bat)” deden. Omdat we zeker op tijd wilden zijn, en er toch voor die tijd geen ontbijt beschikbaar was hadden we gisteren wat cakejes meegenomen uit de supermarkt. Aangekomen bij de plek waar we zouden gaan kijken was het wel raar. Er werden ons pakketjes te koop aangeboden om aan de monniken te geven, terwijl wij toch echt de overtuiging hadden dat we als toerist hier niets in moeten betekenen. Nou, daar dacht de commercie even anders over: langs heel de route werden krukjes neergezet voor de groepen toeristen die in hordes aanwezig waren toen de monniken aan het lopen gingen. Veel Aziatische toeristen, maar bijvoorbeeld ook een groep Italianen. Ze zaten allemaal op die krukjes met een mandje voor zich waarin offerandes zaten die ze dan aan de monniken overhandigden. Omdat die monniken zoveel kregen dat ze het allemaal niet meer konden dragen zat er om de zoveel meter een verkoopster van offerandes met een grote mand waarin de monniken hun aalmoes “afstorten” konden. We gaan er maar even vanuit dat dat de volgende dag niet weer verkocht zou worden, maar naar de kloosters werd gebracht.

Het was in ieder geval een bijzondere belevenis waar we toch maar even naar hebben staan kijken. We wilden tenslotte ook wel wat filmen en foto’s maken van wat een speciale gebeurtenis zou moeten zijn: de aalmoesronde van de monniken. En dat was het natuurlijk ook, maar helemaal niet zoals wij het ons hadden voorgesteld. Wij dachten dat het meer zoals in Myanmar zou zijn. Toen we er genoeg van hadden zijn we nog even een andere straat ingegaan, en daar zagen we dat er Laotianen aan de kant weg zaten met zakken. De monniken die daar langs kwamen gooiden wat in die zakken, dus gelukkig krijgt de (waarschijnlijk arme) lokale bevolking er ook wat van mee. Na dit spektakel zijn we terug gelopen naar ons hotel om daar te gaan ontbijten, we waren tenslotte nog vroeg genoeg. Na het ontbijt hebben we doorgegeven dat we de volgende dag toch mee zouden gaan naar de watervallen, we hadden tenslotte de monniken vandaag al gezien, en een tweede keer dit circus aanschouwen was nou ook weer niet nodig. Na het ontbijt zijn we een paar tempels in de stad gaan bezoeken.

We begonnen in Wat May Souvannapoumaram, met het bijbehorende klooster op hetzelfde terrein. We gingen eerst even zitten op een bankje om te kijken waar we waren, maar werden al snel door twee dames van het ticketoffice (een tafeltje onder een partytent) gezegd dat we een kaartje voor ₭20.000 per persoon moesten kopen als we naar binnen wilden. Natuurlijk hebben we dat gedaan, dus de schoenen weer uit en Boeddha’s bekijken, het blijft mooi. Toen we een beetje aan het rondlopen waren hoorde Piet iets en gingen we even kijken wat er aan de hand zou kunnen zijn. Er was een klein vrachtwagentje tegen een pilaar van een trap naar een gebouw gereden. Een monnik stond foto’s te maken van de schade, en de chauffeur, zijn collega en een andere monnik stonden samen de schade te bespreken. Allemaal heel rustig, geen getier. Na het uitgebreide bezoek aan de tempel en klooster zijn we bij Phan Boun boven koffie gaan drinken. We zaten aan het raam, dus hadden een mooi uitzicht over de onderliggende winkelstraat en tegenover gelegen tempel, leuk plekje dus. We kozen voor Laos koffie, zwart. We zouden dat toch een keer moeten proberen, Laos is namelijk best een grote koffieproducent in Azië. Maar het was toch niet zo lekker, dus de tweede deden we maar weer gewoon cappuccino. We zagen ook Johnny nog lopen, dus even gezwaaid. Na de koffie zijn we naar het Koninklijk Paleis gegaan, wat nu een museum is. Ook dat is natuurlijk prachtig, met veel vertrekken waar je in mocht om de meubels en voorwerpen van de dynastie te bekijken. Maar voordat we erin mochten moesten we natuurlijk onze schoenen weer uit. Dat is natuurlijk vanzelfsprekend, maar ook de rugzakken, cameratassen en mobiele telefoons moesten in een kluisje gelegd worden. Alleen een beetje jammer dat ze dat pas bij de ingang zeggen, en je dus terug naar het gebouw met de kluisjes moet lopen. Maar daar waren in ieder geval genoeg kluisjes, ondanks dat het zo druk was. Op het terrein en in het paleis natuurlijk rustig aan gedaan, we hadden tenslotte de hele dag de tijd.

Daarna zijn we naar Wat Xieng Thong (₭ 30.000 per persoon voor toegang) gelopen. Dat is een tempel uit de 16e eeuw, met prachtige mozaïeken op de buitenmuren, maar natuurlijk ook mooie dingen binnenin de gebouwen. Ook hier was het weer erg druk, en het is kennelijk een mooie omgeving voor een fotoshoot. Er waren een aantal jongedames (en heren) die er maar geen genoeg van kregen om elkaar op de foto te zetten, ze waren er ook speciaal op gekleed. Toen we naar buiten liepen zagen we een mooi souvenir: een papieren schilderij met monniken. Toen we het al gekocht hadden bedachten we dat het misschien wel lastig zou zijn om het heel mee naar huis te krijgen, we zouden het wel zien, zo duur was het nou ook weer niet. En toen was het onderhand tijd voor lunch. We hebben noodle soep gegeten bij Julie’s Village Noodles, een lokaal tentje. Was prima en spotgoedkoop. En daarna op pad voor de volgende activiteit / bezichtiging: we zijn Phousi Hill op gegaan. Aan de onderkant kochten we een kaartje, zodat we alles zouden kunnen bezichtigen. Aan het einde van de trip bleek dat kaartje helemaal niet nodig te zijn, we zien het maar als sponsoring voor het onderhoud van wat dan ook. Op de berg waren een aantal dingen te zien waaronder een witte stupa met daarin natuurlijk een Boeddha beeld, maar ook een kleine grot waar we moesten bukken om naar binnen te gaan. Ook hier stond weer een klein altaar. Iets verder kwamen we langs een plaats waar een aantal Boeddha beelden in verschillende houdingen stonden. Kennelijk zijn er ook Boeddha’s voor de verschillende dagen van de week, er stonden er een aantal met de namen van de dagen op de voet van het beeld. Toen we verder liepen kwamen we ook nog langs een kleine shrine met een voetafdruk van Boeddha in een grot onder de shrine. Daar liepen ook nog wat reisgenoten, die hebben daar nog een leuke foto van ons gemaakt. Toen we verder liepen kwamen we eigenlijk verder nergens meer uit. Piet is nog een lange trap naar beneden gegaan, maar hij kwam alleen maar in een klooster terecht waar verder niet veel te zien was als wat we al kenden. Dus zijn we maar op ons gemak terug gelopen naar ons hotel. Op de kamer hebben we eerst maar eens lekker gedoucht, en zijn we op tijd naar de lobby gegaan voor ons bezoek aan de dansvoorstelling in Phralak Phralam (het theater van het Koninklijk Paleis). Ley had kaartjes gekocht voor ₭250.000 (€10,25) per stuk, 1e rang. We gingen met z’n allen lopen over de nightmarket, dat was geen succes. Rond die tijd was het erg druk, en het schoot dus niet op. Maar we waren evengoed ruim op tijd bij het theater. En we zaten inderdaad 1e rang: op de eerste rij voor het podium. Je mocht alleen geen foto’s of film maken. Maar toen we zagen dat veel mensen dat wel deden zijn wij het ook maar gaan doen. Het was een dansvoorstelling, met natuurlijk als thema de strijd tussen goed en kwaad. In dit geval waren het Thotsakan, de koning van de reuzen en Hanuman (de goede kant). Het hart van Thotsakan werd voor hem gegooid en doorboord door een pijl van generaal Phralam waarmee de strijd door het goede werd gewonnen. Fijn dat het toch altijd zo goed afloopt.

 Na de voorstelling zijn we samen gaan lopen om te gaan eten bij Tamarinde, weer een tip van Ley. Helaas hebben we het restaurant niet kunnen vinden, maar zijn we terecht gekomen bij restaurant Bamboo Tree. Dat was ook zeker niet verkeerd. Het zag er best luxe uit, dus ik vroeg maar of ik met creditcard kon betalen, en dat was geen probleem. We namen samen een voorgerecht, fresh springrolls. Die zijn dus niet gebakken en plakken wat aan elkaar, maar zijn wel erg lekker. Voor verder allebei een hoofdgerecht, een  klein karafje rode wijn en voor Piet nog een toetje. En dat allemaal voor nog geen € 26. Na het eten zijn we nog even doorgelopen om verder te zoeken naar Tamarinde, en dat bleek ernaast te zijn. Voor de volgende dag dus. Onderweg terug naar het hotel wilden we nog een biertje meenemen in de supermarkt (een beetje jammer dat er in geen enkel hotel een fatsoenlijke bar lijkt te zijn). Maar daar was het zo druk, en maar één kassa open dat het bier al lauw zou zijn voordat we bij het hotel zouden zijn, dus daar zijn we maar weggelopen. Voor de dubbele prijs hebben we toen maar een paar biertjes meegenomen bij een restaurant vlakbij het hotel. Thuis op de kamer hebben we eerst het biertje opgedronken en vervolgens de steekwoorden, foto’s en film en kosten gedaan. Toen nog even een klein wasje en om kwart voor twaalf naar bed, het was een lange dag geweest.

 

Zondag 12 januari                  Luang Prabang

Om kwart voor zeven liep de wekker af, om kwart over zeven zaten we aan een prima ontbijt. Na het ontbijt zijn we eerst de kamer gaan opruimen, we zouden met de groep om half negen verzamelen voor taart ter gelegenheid van de verjaardag van Christ. Na het gebak en de felicitaties zijn we op pad gegaan met busjes naar de Kuang Si waterval. Omdat het een aparte excursie was moesten we wel US$15 per persoon betalen, maar dat was inclusief entree. Omdat het helemaal niet het seizoen was om mooie groene rijstvelden te zien stopte Ley bij een restaurant en koffiebar waar wel groene rijstvelden waren aangelegd, zodat de mensen die daar kwamen eten een mooi uitzicht hadden op de grote vijver en dus die rijstvelden. Bij de onze bestemming van die dag aangekomen zagen we dat het aardig druk was, dat is natuurlijk altijd bij een toeristische trekpleister, en zeker ook niet erg, Nadat Ley kaartjes had gekocht zijn we met elektrische open busjes naar de startplek gebracht. Aan het begin van het park was een berenopvangcentrum, het Tat Kuang Si Bear Rescue Centre, met als slogan “Free the Bears”. Daar hebben we heel even gekeken, maar we zagen niet veel beren. Dus zijn we doorgelopen naar de watervallen. Het waren niet echt hoge watervallen, meer cascades, evengoed leuk en mooi om te zien. Het water was blauw gekleurd door de mineralen die erin zaten. Je kon er in bepaalde ook zwemmen, maar dat hebben wij niet gedaan. We zijn op ons gemak langs de verschillende cascades naar het einde gelopen. Daar was wel een hoge waterval. Bij de hoge waterval kon je ook naar boven naar een viewpoint, dat leek ons wel wat. We hadden al begrepen dat wandelen aan de rechterkant van de waterval niet zo gemakkelijk was, het was niet echt een goed bospad. Dus we besloten aan de linkerkant de trap te nemen.

Het was maar goed dat ik beneden niet had gezien dat het 542 treden waren, anders had ik het misschien niet gedaan. Gelukkig  stonden er bordjes om de zoveel honderd treden met bemoedigende woorden. En ik maar denken dat het er niet heel veel meer zouden zijn. Bovendien hadden we tijd genoeg, dus ik nam ook mijn tijd, er was tenslotte maar één pad naar boven. Boven aan gekomen hebben we een kaartje gekocht van ₭ 30.000 per persoon voor toegang tot het uitzicht platform, inclusief drankje. Het was een gezellig terras, de halve groep zat er ook. Nadat we uitgerust waren en onze cola op hadden zijn we weer naar beneden gegaan, na eerst het toilet voor ₭1.000 te hebben bezocht. Voor dat geld was het in ieder geval mooi schoon én was er toiletpapier. Halverwege het pad naar de uitgang was het tijd voor koffie, met een gedeelde chocoladecroissant (er was er nog maar één). Ook daar kwam een deel van de groep aansluiten. Toen we vlakbij de uitgang waren kwamen we ook weer langs het berenopvangcentrum, en toen waren er wel meer beren in het zicht van de camera’s te vangen, dus dat hebben we natuurlijk ook uitgebreid gedaan. Bij de uitgang zelf hebben we nog een beetje langs de tentjes langs gelopen. Het zijn wel bijzondere kraampjes, met veel eetwaar op de grill, en vliegen verjagers erboven. We hebben dat dus maar even afgeslagen. We zijn wel in een zijstraatje een biertje gaan drinken, ook in zo’n klein restaurantje. Daar zagen we ook de kokkin veel specerijen en kruiden in een groet vijzel vermalen tot een mooi mengsel voor de marinade. Ze had daar geen maatbekertjes of zo voor nodig, maar deed alles uit de losse hand, het zal wel ervaring zijn. Toen we weer compleet waren zijn we met de elektrische busjes teruggebracht naar de parkeerplaats, waar onze busjes op ons stonden te wachten. Onderweg terug naar het hotel stopten de busjes bij  het Luang Prabang Elephants camp. Daar bleek dat olifanten ook nog gebruikt werden voor de toeristen, we zagen ook een olifant met toeristen op de rug een rondje lopen. Ook konden ze gevoerd worden, op die plek stonden ze aan de ketting. Wij zijn dat stadium allang voorbij, het zijn vooral Aziatische toeristen die dit nog willen. Maar het is te hopen dat ze  goed verzorgd worden en de Laotianen er wat inkomen mee hebben. Terug in het hotel hebben we nog wat gerommeld, een cakeje en een cup-a-soup gegeten en zijn daarna weer op pad gegaan. Vlakbij het hotel was de Wat Phra Mahathat tempel die Piet al eerder had gezien. We hoorden ook trommelgeluid, maar waren helaas te laat om dat op film / foto vast te leggen. Maar er waren wel veel muurschilderingen, zowel aan de buitenkant als binnen in de gebouwen.

Mooi om te zien. Het is ook een klooster dat gewoon in gebruik is, één van de monniken was de vloer van een van de gebedsruimtes aan het stofzuigen. En anderen waren weer dingen aan het repareren, en een aankondigingsbord met de gedragscode voor het bezoek aan een tempelcomplex aan het maken. Toen we aan de andere kant via de trap met de grote grijze / zilveren draken als trapleuning uit het complex liepen kwamen we meteen in de grote winkelstraat terecht. En daar vonden we een mooi plekje om wat te drinken en mensen te kijken. Piet nam een biertje, maar ik had wel zin in een Aperol Spritz. Er kwam ook nog een Nederlands gezin binnen met twee kleintjes. Bewondering dat ze dat doen, het zal op momenten best lastig zijn met die kids. Maar wel goed dat ze al op heel jonge leeftijd kennis maken met andere culturen. Na de borrel zijn we gaan lopen naar Tamarind om te gaan eten. Maar helaas, die waren op zondag gesloten. Na wat aan de andere kant van de wijk langs de Mekong te hebben gelopen zijn we terecht gekomen bij 3 Thep Restaurant, een echt lokaal Laotiaans restaurant. Daar deden we een paar varkensstukjes als voorafje. Piet nam een gebakken vis in zoetzure saus, die was helemaal prima. Ik nam een stoofpotje kip op de wijze van Luang Prabang. De smaak van de bouillon en de groenten was helemaal goed, maar er zat niet veel vlees in, een homp vet en een vleugeltje zonder al teveel vlees eraan. En de halve hanenkop die erin lag heb ik ook maar niet opgegeten. Ik heb een beetje bouillon genomen en wat rijst bij de groenten. En ik nam ook nog een sticky rice with mango dessert, daarmee was het allemaal wel weer genoeg. Na het eten zijn we naar huis gelopen en hebben onderweg nog een nachtfoto genomen van de Xieng tempel. Op tijd naar bed, de volgende dag moesten we weer vroeg op.

 

Maandag 13 januari      naar Phonshavan     264 kilometer

Om half zes liep de wekker af, want het ontbijt werd voor ons om half zeven al klaargezet omdat we weer een lange rit voor ons hadden. We konden dan om zeven uur konden vertrekken voor een lange reisdag naar Phonshavan. Gelukkig was iedereen, zoals eigenlijk altijd, op tijd. Want het zou inderdaad een lange reisdag worden, niet voor de afstand, want het is nog geen 270 kilometer. Maar het allergrootste gedeelte van de weg was zo bar slecht, slechter nog dan in Madagaskar of Uganda. Gelukkig hadden we natuurlijk ook de nodige tussenstops, de eerste was er al heel snel, maar dat was zodat de chauffeurs waterflesjes konden inslaan voor ons als “geëerde”  toeristen. We worden echt verwend. Daarna was het weer hobbelen over het verschrikkelijk slechte wegdek, je snapt niet dat de chauffeurs dit zo uren achter elkaar volhouden, petje af voor ze. Want het is niet alleen een zeer slechte weg, maar ze zorgen er ook voor dat wij (en natuurlijk ook de auto) er zo weinig mogelijk last van hebben. Na een stop voor een mooi uitkijkpunt, waar overigens de meningen over verdeeld waren, deden we nog een toiletstop in Namchat.

Daar konden we gebruik maken van de aanwezige toiletten. Maar na een poosje rijden was er alweer hoge nood, helaas was er in de wijde omgeving geen toilet te bekennen, dus moesten we maar langs de weg ons plasje doen. Gelukkig was het daar op dat moment niet heel druk, en ik heb er sowieso niet veel moeite mee sinds we lang geleden in India dit soort dingen vaker moesten doen. Als iedereen zich gewoon een beetje gedraagt en niet op elkaar let is er ook niks aan de hand. Bij het gevecht met het wegdek (zo kon je dat wel noemen) kwamen we langs een hoop (soort van) dorpjes. Het waren meer huizen en winkeltjes langs de weg. Het zal wel dat de mensen die daar wonen er aan gewend zijn, maar wij zouden dat niet kunnen. Heel de dag verkeer met de bijbehorende stofwolken langs je huis en je winkeltje. De was moeten drogen in de stofwolken, de spullen in je winkeltje steeds moeten afstoffen, wij zouden er gek van worden. Aangekomen bij onze lunchplek Phouk Khoun werd het eten snel geserveerd. We hadden onze wensen al via de app doorgegeven. Zoals steeds was het eten weer lekker, gebakken rijst met kip en noedels met varken. Prima lunch en zeker  met het biertje erbij. Na het eten ben ik nog maar een keer extra gaan plassen, want we zouden snel weer gaan rijden. In een winkeltje naast het restaurant hebben we ook nog even batterijen gekocht voor de Garmin, als reserve, want de laatst gekochte oplaadbare doen het gewoon niet. En omdat we toch in een winkeltje waren hebben we ook nog twee snoeprepen meegenomen voor wel € 0,50. Na die werelduitgave zijn we weer onderweg gegaan, dus weer verder hobbelen. Wat een verschrikking voor de mensen die er wonen: als je langs de kant keek naar de struiken en bomen waren die precies dezelfde kleur als de weg, geen groen meer te bekennen. Bij de tweede stop zijn we even een kort stukje gaan wandelen bij een vijver die bij een Frans koloniaal huis hoorde. Even de benen strekken is best wel lekker. Onderweg naar waar de busjes op ons stonden te wachten nog een paar foto’s gemaakt en toen snel weer in de busjes. Ley vertelde dat het nog maar zeven kilometer slechte weg zou zijn, en dat klopte. En toen konden de chauffeurs eindelijk gas geven (op een enkele kuil na). Na een korte tijd kwamen we aan bij ons hotel Vansana Plain of Jars.

Daar hebben we natuurlijk eerst de koffers uit de busjes geladen, en kregen we een korte briefing. Omdat er in de omgeving niets was zouden we allemaal in het hotel eten. Na het eten heb ik voor de rekening getekend, en namen we nog een biertje mee naar de kamer. Helaas deden de airco (voor warmte, want het was steenkoud) en de TV het niet, dus ben ik maar weer naar de receptie gelopen. Er werden nieuwe batterijen in de afstandsbediening gedaan, en er werd verteld dat de airco alleen kon koelen. De receptionist stuurde me terug naar de kamer en zei dat hij het zou komen fixen. En hij kwam het inderdaad fixen, voor de kou had hij een straalkacheltje bij zich. De TV zou hij de volgende dag repareren, want die deed het nog steeds niet. Het kacheltje was wel erg lekker, en na het biertje zijn we gaan douchen. Een lekkere douche en een föhn, wat wil een mens nog meer. Ik heb een groot deel van het verslag van de dag gemaakt, en toen was het om half elf alweer bedtijd. We hadden een rustige, maar hobbelige dag achter de rug, waarbij de watches waarschijnlijk dachten dat elke hobbel een pas was. Want we hebben allebei 20.000 stappen gemaakt. Zo hoef je niks te doen en haal je toch je workout doelen.

 

Dinsdag 14 januari                Phonsavan

Vandaag zouden we één van de hoogtepunten van de reis gaan bezoeken: de Vlakte der Kruiken. Op het plateau liggen honderden gigantische kruiken verspreid over verschillende locaties. Een fenomeen waarvan nog steeds niet helemaal bekend is waarvoor de kruiken dienen of gediend hebben, en wanneer ze allemaal geplaatst zijn. Volgens onderzoekers zijn de kruiken tussen de 2500 en 3000 jaar oud. De grootste kruik is meer dan 3 meter hoog en weegt 6000 kilo. Behalve deze grote kruiken liggen er ook nog vele kleinere kruiken. Voordat we bij de eerste site aankwamen zagen we in de verte nog een man bezig met mijnen zoeken, om ze daarna te kunnen laten ruimen voordat er ongelukken gebeuren.

Ze noemen dat mine sweeping, omdat hij met een metaaldetector de grond afzoekt alsof hij aan het vegen is. Ley vertelde dat dit is gestart door buitenlandse organisaties, maar dat die ook intussen een heel aantal Laotianen hebben opgeleid voor dit werk. Hij vertelde ook dat het best heel veel geld kost om een stuk land te laten onderzoeken en de aanwezige mijnen te ruimen. Dat is natuurlijk begrijpelijk, het is tenslotte gevaarlijk werk. Eigenlijk is het toch wel triest dat een land dat niet in oorlog is geweest zoveel ellende heeft van een oorlog tussen twee andere landen (Amerika en Vietnam). Voor het bezoek van de sites moest je ₭30.000 entree betalen, daarmee onderhouden ze de sites. Er zijn verschillende sites die je kunt bezoeken, wij zijn begonnen bij site twee en hebben site drie via een bamboe brug en rijstvelden bezocht. Onderweg was natuurlijk ook weer niets groen, maar er stonden wel koeien op om van de verdorde plantjes te eten. Er was ook een vrouw in haar moestuintje bezig met een grote gieter, altijd leuk om bewegende beelden te zien. Maar zeker ook de stilstaande kruiken van de beide sites waren mooi om te zien, het is toch wonderlijk om dit soort dingen te zien, zomaar op een heuvel onder bomen. En je weet ook niet wat je je erbij voor moet stellen. Waren het begraafplaatsen omdat er ook wel eens een menselijke rest is gevonden? Of waren het toch voorraadkruiken? Misschien wordt het ooit nog een keer echt ontdekt, maar voorlopig zijn ze dus omgeven door geheimzinnigheid, en dat heeft ook wel wat. Na het bezoek aan beide sites zijn we met de busjes weer verder gegaan, we hebben eerst een kleine handwerkplaats van Mr Sengphed in het dorpje Ban Napia bezocht waar ze van oude bommen en vliegtuigwrakken voorwerpen maken. Ze gieten er lepels van, maar ook kleine souvenirs. Ik heb daar voor de kleinkinderen allemaal een kleinigheidje gekocht, en voor mezelf een sleutelhanger met de contouren van het land Laos. We hebben ook uitgebreid staan kijken hoe een man lepels goot van het materiaal, vaak ging dat goed, maar soms ook niet. Ik had meer het gevoel dat er verderop in de workshop meer gestructureerd gewerkt werd, maar misschien heb ik het mis en gaat het altijd zo. Na het bezoek aan de workshop zijn we verder gegaan met de busjes naar onze lunchplek. Na de lunch zijn we ook nog even naar Amazon gegaan voor echte koffie. Na de koffie zijn we verder gegaan naar site één, de mooiste volgens de boekjes. Bij het ticketoffice was een klein museum, daar zijn we eerst naar toe geweest. Deze site is in ieder geval de grootste en de meest indrukwekkende, ook om een andere reden: er waren ook bomkraters en loopgraven te zien. Hier was dus echt gevochten door de strijdende partijen. Ik persoonlijk vond site twee en drie mooier, die zijn veel intiemer omdat de kruiken vooral tussen de bomen staan. Maar wat hier wel mooi was, was dat er een echtpaar en een paar vriendinnetjes waren die mooi gekleed waren.

We konden het natuurlijk niet laten om daar ook weer mooie foto’s van te maken, een extra cadeautje. We zijn samen met Ley terug naar de busjes gewandeld, waarbij hij natuurlijk weer van alles vertelde over wat daar allemaal gebeurd was. Fijn om een gids te hebben die wat extra informatie geeft, in plaats van een gids die je alleen maar brengt waar je naar toe gaat en dan verder niets doet. Na al die kruiken en verhalen zijn we naar een net nieuw gebouwde tempel gegaan Thonghaiheen Xaiyalam Temple (Wat Hai Heen). Om daar te komen moesten we wel weer een grote trap op, maar we raken er een beetje aan gewend. Bovenaan de trap zat een gigantisch Boeddhabeeld op een soort onderbouw. Er was ook een tempelcomplex bij, wat ook nog gewoon in gebruik was. De monniken daar waren erg spraakzaam, en we mochten ook gewoon de gebedsruimte in. Daar stonden kleine legertentjes opgesteld, daar sliepen de jonge monniken in. Een beetje een raar gezicht was het wel: tentjes in een ruimte. Maar het bleek ook niet de echte gebedsruimte, die was in een ander gebouw. We hebben daar van buitenaf naar binnen gekeken, die was ook wel erg mooi (zoals bijna overal in de tempelcomplexen). Piet en John zijn ook nog even in de onderbouw van de Boeddha geweest, maar daar was verder niets te zien. Terug in de busjes zijn we weer terug naar het hotel gegaan, het was een volle, mooie dag geweest. Bij aankomst namen we eerst een biertje in de lobby, een paar andere mensen uit de groep kwamen er ook nog bij zitten. Toen we ons drankje op hadden zijn we eerst naar de kamer gegaan om de powerbank op te halen, mijn telefoon stond nog maar op 40% en dat kan wel eens te weinig zijn om met maps.me te navigeren naar het uitgezochte restaurant. De navigatie stuurde ons door een soort wijk heen, dus we hadden geen last van het verkeer. Toen we bij het restaurant Craters aankwamen zaten Fried en Chantal daar ook al. Die vertelden dat het eten goed, goedkoop, maar vooral ook dat het grote porties waren. En dat klopte, we hebben het niet allemaal op gekregen, ondanks dat de zoetzure kip, pittige kip en frietjes erg lekker waren. Later kwamen John, Peter, Cobi en Carola ook binnen, die zijn bij ons aan tafel geschoven. Het was gezellig, dus zijn wij ook nog maar even blijven zitten onder het genot van (nog) een biertje. Piet en later ook Peter dat ze al vaak lekker hadden gegeten, maar dat dit toch ook wel heel lekker was, misschien wel het lekkerst tot nu toe. We zijn met zessen terug gelopen, ook weer via de weg die maps.me had aangegeven. Maar daar waar het op de heenweg rustig was, waren er nu heel veel blaffende honden. Gelukkig zaten ze allemaal achter een hek. Het waren ook wel de grote huizen waar de honden tekeer gingen, dus waarschijnlijk echte waakhonden die alleen maar aanslaan als het donker is en er vreemde mensen langs het huis lopen. Terug in het hotel hebben we de hotelrekening met de creditcard betaald, en hebben we nog een biertje meegenomen voor tijdens het dagelijkse werk wat nog gedaan moest worden. Na alle dingen weer gedaan te hebben, hebben we de tassen ingepakt en zijn we nog even onder de douche gesprongen. En toen was het echt bedtijd, de wekker zou weer om 05:30 uur aflopen.

 

Woensdag 15 januari            naar Vang Vieng   241 kilometer

En alweer een lange reisdag voor de boeg. We zouden om half zeven ontbijten, maar helaas stond dat nog niet klaar, kennelijk waren ze de afspraak vergeten. De meisjes die aangestormd kwamen deden hun best om het allemaal zo snel mogelijk te regelen. Uiteindelijk zijn we toch nog op tijd, om tien over zeven, vertrokken voor nog een hobbelige trip over de Noord Laotiaanse “wegen”. We deden onderweg een paar keer een plaspauze, en hebben de vroege lunch gedaan in hetzelfde restaurantje als op de heenweg naar Phonsavan. Na de lunch hebben we nog even wat koekjes, chips en een extra pakketje batterijen gekocht. We wisten nu wat die batterijen kostten en daar wil je geen risico voor nemen. We zijn daarna weer verder gehobbeld om bij Amazon koffie te drinken, daar kregen we ook een korte briefing, ook over een mogelijke excursie naar grotten en een rit over het platteland. De kosten waren US$15 per persoon, dus dat hebben we gedaan. We zijn onderweg nog gestopt bij een plekje in het dorpje Pha Tang aan de Nam Song rivier. Er was daar een bruggetje waaronder veel vissen zaten, en die natuurlijk allemaal kwamen naar de plek waar iemand visvoer gooide. We hebben even staan kijken, maar zijn toen een trap op gegaan naar een mooi tempelcomplex wat iets hoger lag. Daar hebben we, Martin was er ook, een paar mooie foto’s gemaakt voordat we weer naar beneden gingen. We waren iets later dan de rest van de groep, maar we hadden ook geen tijd afgesproken. En toen werd het tijd om naar het Silver Naga hotel te gaan. Toen we de sleutels kregen bleek er een hangslot op de deur te zitten, het elektronische slot werkte kennelijk niet. Daar waren we natuurlijk niet blij mee, we hebben dus een andere kamer gevraagd, maar daar zat ook een hangslot op. Daar hebben we onze spullen neergelegd en zijn we op het terras een biertje gaan doen. Een mooi terras aan de rivier, dus daar was niks mis mee. Toen we er aankwamen zaten John en Peter er al, dus zijn we aangeschoven. Toen John en Peter weg waren heb ik wat appjes gestuurd. Patrick om hem een fijne verjaardag te wensen, en Mary Ann en Marga een klein berichtje met wat foto’s. We hebben ook Paul geappt, we gaan morgen samen een borrel doen en eten. Wij vinden het leuk, en hij is ook enthousiast, dus het gaat vast goedkomen. Na de borrel zijn we op pad gegaan naar het restaurant Un Crabe d’Or, het restaurant dat ik had uitgezocht.

Helaas was dat die avond volgeboekt. Je moet voor dit soort restaurants dus echt reserveren, moet je ook maar weten. Dus zijn we op pad gegaan naar een ander tentje, het duurde even voordat we terecht zijn gekomen bij AMD, een tentje wat ook was aanbevolen door Tripadvisor. Het is een klein tentje, met een minkeuken waar je zo op kijkt. Maar het eten is er helemaal prima, je ziet dat het ook hygiënisch wordt klaargemaakt. Bovendien hebben we hier gezien dat de kip die gebruikt wordt ook al voorgekookt is, dus als die gewokt wordt kan dat bijna niet mis. Grappig was wel dat de kok (waarschijnlijk de eigenaresse) plastic handschoenen droeg bij het bereiden van het eten, maar die ook aanhield toen ze wisselgeld uit haar tasje haalde. Verder gewoon niet over nadenken. Piet nam Pad Thai met kip, en ik zoetzure kip met rijst. Daar zat ook weer eens ananas in, en dat vind ik wel erg lekker. We waren om half tien terug in het hotel.

 

Donderdag 16 januari           naar  Vientiane    126 kilometer

Na een prima ontbijt, met een kok voor de gebakken eitjes hebben we onze biertjes betaald en zijn we terug naar de kamer gegaan voor het tandenpoetsen. We hadden de excursie voor een halve dag geboekt. We waren met drie anderen (Peter, Carola, Marian), en gingen in een grote tuktuk eerst naar de Tham Chang grot. Toen we daar aankwamen hebben we eerst maar een naar de daar lopen olifanten gekeken, en die natuurlijk of film en foto gezet. Ze werden daar opgevangen, mogelijk om ze weer terug in de natuur te begeleiden, maar dat weet ik niet zeker. In deze landen kunnen ze ook gewoon gebruikt worden als toeristenattractie. Op deze werd in ieder geval niet gereden. Er was ook een kleintje bij, altijd leuk. Het was een druipsteengrot waar aan het begin een rivier uit kwam. Gelukkig hoefden we daar niet overheen, die was meer aan de zijkant. Maar er waren ook wel wat bruggetjes overheen. Er zullen er vast zijn, maar wij vroegen ons af welke idioot nou over die kleine (en waarschijnlijk ook zwakke) bruggetjes over dat kolkend water zou willen lopen. De grot zelf had mooie druipsteenformaties, en die wilden zo ook graag zo houden. Er stond zelfs een bord dat als je in de grot wild plaste dat je een boete van ₭ 1.000.000 tegemoet kon zien. En ze waren ook bezig om de grot beter beloopbaar.

We konden ver naar achteren lopen, daar werd het wel wat donker en glibberig. Dus ik was blij dat Piet de zaklamp had meegenomen. Onderweg naar de plaats waar de tuktuk op ons stond te wachten kwamen we weer langs de olifanten, die waren toen een stuk dichterbij, dus weer foto en film. Er zaten ook een paar aapjes, die werden ook op de gevoelige plaat vastgelegd. Een stukje verder met de tuktuk kwamen we aan bij de Angel Cave, daar was het een stuk drukker. Maar dat had ook alles te maken met alle activiteiten die je daar kon doen, je kon er zippen en tuben. Dat laatste had ik misschien ook wel willen doen, maar daar was natuurlijk geen gelegenheid voor. Maar ook in deze grot waren veel mooie druipsteenformatie te bewonderen. Het is (vinden wij) alleen jammer dat er zo’n rare kleuren worden gebruikt om ze op te laten lichten: groen, rood en blauw. Daar waar er wit of natuurlijk licht op viel waren ze veel mooier. Na het bezoek aan beide grotten hebben we een rondtoer over het platteland gedaan om mooie foto’s van de bergen te kunnen maken. Op een gegeven moment kwamen we langs een aantal buffels langs de weg, en in een poel in een akker. Daar hebben we natuurlijk lang bij gestaan, zo dichtbij kom je niet zo snel. Natuurlijk zijn we ook een paar keer gestopt, bijvoorbeeld op bruggetjes, om foto’s van de omgeving te kunnen maken. Aan het einde van de rit hebben we bij The Mini Cafe & Restaurant nog een lekker kopje koffie met een chocoladecroissant genomen. Daarna zijn we terug naar het hotel gegaan, en zijn we daar vlakbij nog gestopt bij een bakkertje om iets te kopen voor de lunch, maar daar hadden ze alleen zoet spul, dus heb ik niets gekocht. Terug in het hotel hebben we onze spullen uit de speciale bagagekamer gehaald. We zijn met een kleine bus en een tuktuk naar een parkeerplaats buiten het centrum gegaan, daar stond onze grote bus op ons te wachten. Het was voor de wegen niet meer nodig om met kleine busjes te reizen. En het was een heel luxe bus: er waren slechts drie stoelen op een rijtje, dus de stoelen waren ruim en het gangpad breed genoeg om fatsoenlijk te kunnen lopen. We hebben een heel stuk over een tolweg gereden, dat schoot ook wel lekker op, die worden natuurlijk wel onderhouden.

Onderweg zijn we nog een keer gestopt voor het toilet en een supermarkt bij het tankstation. Hier zagen we voor het eerst aparte parkeerplaatsen voor vrouwen, het moet niet gekker worden. Of ze denken dat vrouwen niet kunnen parkeren, of ze vinden dat die altijd vooraan bij de winkel moeten staan. Allebei fout. Door de goede weg waren we om vier uur al in New Rose Boutique Hotel, ons onderkomen voor de aankomende nachten. Omdat we vroeg waren hebben we Paul geappt dat wij eerder konden, en zijn we op zoek gegaan naar de Tipsy Elephant Rooftop Bar waar we afgesproken hadden. Wij gingen alvast zitten, en namen een biertje in de categorie Happy Hour. Helaas waren de cocktails op woensdag in de bonus, maar een biertje smaakt heel de vakantie al goed, dus….. Paul was er ook al snel, en het was erg gezellig om met hem te kletsen. Natuurlijk hebben we ook een paar foto’s gemaakt en die naar Joke gestuurd. Maar de zonsondergang hebben we niet heel veel van gezien, deels door het kletsen en deels omdat we niet aan de rand zaten, die plekjes waren al weg voordat wij er waren. Na de borrel zijn we met drieën nog gaan eten bij Le Vendome restaurant. Dat is een Frans restaurant, dus geen rijst, maar patat en biefstuk. Was helemaal prima. We spraken nog af om de volgende dag contact te hebben om misschien weer samen iets te eten. Terug in het hotel hebben we de kosten en de foto’s nog wel gedaan, maar van het reisverslag kwam niets meer.

 

Vrijdag 17 januari                  Vientiane

Een dag lekker samen op pad. Eerst maar eens rustig ontbijten, we hadden tenslotte de dag voor onszelf. Na het ontbijt hebben we de kamer opgeruimd, en hebben we in de hal gekeken wat we zouden gaan doen. De wifi in de kamer is te slecht om iets op te kunnen zoeken. Toen we aan het lopen waren kwamen we eerst langs That Dam, een zwarte stupa. Die stond op een ruimte tussen de wegen, het leek eigenlijk een soort rotonde. Daarna zijn we verder gegaan, en kwamen we langs de muurschilderingen die aan de buitenkant van het American Center, een onderdeel van de Amerikaanse ambassade. Daar kunnen lokale mensen terecht voor cursussen Engels, en om kennis te maken met de Amerikaanse cultuur. Je kunt er ook internetten, en er zijn computers beschikbaar. Gelukkig hebben wij dat allemaal niet nodig, maar het is fijn dat het er is voor de lokale bevolking. En dan met name voor de jongeren die willen leren. En toen werd het weer eens tijd voor een tempelcomplex, we zijn naar Wat Sisaket gegaan. Daar waren natuurlijk weer mooie dingen te bewonderen, waaronder prachtige muurschilderingen, en een hoop Boeddha’s. Er stonden er een heel aantal in de galerijen rond de binnenplaats, maar zeker ook in de gebedsruimte was het weer pracht en praal. Er stond ook een antieke Hang Hod in een van de galerijen. Omdat we een dergelijk ding al vaker waren tegen gekomen was ik blij dat er een verklaring bij stond. Zo’n ding wordt gebruikt bij de ceremoniële waterzegen van monniken, weten we dat ook weer, nu nog onthouden. Net toen we er uit wilden gaan kwamen er een aantal groepen kleuters onder begeleiding van meerdere juffen naar de tempel. Dat is natuurlijk te leuk om dan weg te gaan. Ze hielden elkaar allemaal aan de achterkant van hun bloesje of truitje vast, en liepen zo in optocht door het complex. Er waren een aantal groepsgenoten met een excursie op pad gegaan, en die kwamen we daar ook tegen. Na het bezoek aan Wat Sisaket zijn we gaan lopen naar het COPE Visitor Center.

Onderweg zijn we eerst koffie gaan drinken in een klein tentje, we hadden zin in koffie en Piet kreeg last van zijn voet. Lekker cappuccino voor ₭30.000, en ik maakte ook kennis met cappuccino frappé voor ₭40.000. Dat is cappuccino met ijs, erg lekker met dat warme weer. COPE is het bezoekerscentrum van  de Cooperative Orthotic & Prosthetic Enterprise. Dit is een lokale non-profit organisatie die slachtoffers van mijnen en ander oorlogstuig helpt met revalidatie, protheses en verder alles wat die slachtoffers nodig hebben om weer deel te kunnen nemen aan de maatschappij. En als je dan weet dat er nog steeds per dag gemiddeld één persoon slachtoffer wordt van ontploffende munitie of mijnen is dit heel hard nodig. Het was een indrukwekkend bezoek, zeker ook door de film die getoond werd, en door alle foto’s en protheses die tentoongesteld werden. Er zijn ook werkplaatsen voor bijvoorbeeld protheses en rolstoelen, maar daar mocht je als bezoeker niet in. Logisch, daar wordt ook gewoon gewerkt. We hebben een kleine donatie achter gelaten om toch wat te kunnen bijdragen aan het goede werk wat ze daar doen. Na het indrukwekkende bezoek aan COPE zijn we gaan lopen naar Wat Si Muang, een mooi complex. Ook hier waren weer mensen aan het bidden en werden mensen gezegend door monniken. Je kon zien dat dit complex ook echt in gebruik is, er stonden ook gewoon auto’s geparkeerd op het terrein. Apart was een toren met daarin op drie niveaus een trommel. En een oude, meer vervallen, stupa waar ook stèles (rechtopstaande stenen afbeeldingen) op de grond neer waren gezet om ze toch nog te kunnen bewaren en te laten zien. Voor het complex stond een beeld van koning Sisavang Vong, de laatste koning van het koninkrijk van Luang Prabang. Na het uitgebreide bezoek aan Wat Simuang zijn we met een tuktuk naar Pha Tath Luang gegaan. Lopen hadden we al genoeg gedaan, en voor ₭80.000 lieten we ons lekker brengen. We moesten wel even afdingen, want hij vroeg ₭100.000. Aangekomen bij de tempel mochten we weer ₭20.000 per persoon aftikken voor de entree. Maar het is dan ook niet heel veel geld (€ 0,85) en als we daarmee voor het onderhoud van de tempels mee kunnen bijdragen is dat prima. Omdat Piet zijn geheugenkaartje vol was hebben we dat maar eerst verwisseld. We zaten tenslotte ook rustig op een randje. Van de grote stupa die op het terrein staat is alleen de top bedekt met echt goud, de rest is allemaal beschilderd met goudverf. En dat is ook wel logisch, het is een gigantisch ding, van grond tot top 45 meter. Op het plein voor de stupa stond een standbeeld van Sai Setthathirat I, de koning van Lan Xang, een oud koninkrijk dat op zijn hoogtepunt het gebied van het moderne Laos, het grootste deel van Noordoost-Thailand, noordelijke delen van Cambodja en grensgebieden van Vietnam besloeg. We zijn natuurlijk ook de rest van het complex gaan bezichtigen.

Als extraatje was er een bruiloft gaande in de Wat That Luang Neua gebedsruimte, dat was wel weer leuk om te zien. Het was kennelijk een belangrijke bruiloft, er zaten acht monniken op een verhoging, en er liepen er nog veel meer rond om alles in goede banen te leiden. Zij stuurden ook de gasten van de bruiloft naar de monniken om de zegeningen in ontvangst te nemen, en de offers te geven. Nadat we hier een poosje naar hadden staan kijken zijn we weer verder gegaan, en zijn we ook nog het gebouw waar de bibliotheek in zit binnen gegaan. Daar was een klein museum, en stonden veel grote boeken die je gewoon in kon kijken. Lezen was natuurlijk wel een beetje lastig  In het gebouw was ook de Buddhist Fellowship Organization of Laos gevestigd. Dat is een vereniging die door de staat wordt gesubsidieerd, en die verantwoordelijk is voor het verspreiden van het Boeddhisme in Laos. Na al dat tempelgeweld zijn we naar de Patuxai, een soort Arc de Triomph, gelopen. Daar zijn we natuurlijk ook weer in geweest. Je kon bijna helemaal naar boven. Onderweg naar boven waren er op verschillende verdiepingen exposities, en het uitzicht was natuurlijk mooi. Intussen was het al aardig laat in de middag geworden, en we besloten even te wachten omdat om vier uur de fontein voor de Arc ging werken. Dat was ook wel weer leuk om te zien, het werd ook druk, ook met kleine kinderen die het natuurlijk allemaal fantastisch vonden. Nadat we genoeg hadden van de fontein zijn we een biertje gaan drinken in een lokaal tentje op de hoek van de straat van ons hotel. Het was echt lokaal, er werd ook flink doorgedronken aan een paar tafels. Daarna zijn we op pad gegaan naar het restaurantje dat ik had uitgezocht voor het eten. Onderweg kwamen we nog een veelkleurige fontein tegen, dus daar hebben we ook nog even staan kijken. Toen we aankwamen bij het restaurantje vertelden ze dat het dicht was, zodra de laatste gasten weg zouden zijn zouden ze sluiten, en ze lieten dus ook geen nieuwe gasten meer binnen. Toen zijn we meer bij hetzelfde restaurant van de dag ervoor (Le Vendome) gaan eten. Onderweg naar het hotel zijn we nog even langs de supermarkt gegaan voor een biertje, meestal is de bar in het hotel dicht, en toen was het wel weer klaar voor een volle dag.

 

Zaterdag 18 januari               naar Hinboun NP     313 kilometer

Het ontbijt was weer prima, helaas was er geen prutje voor over de (witte) rijst, dus heb ik ook maar een westers ontbijtje genomen, toast met ei en jam. Om acht uur zijn we vertrokken, we waren weer achterin de bus gaan zitten, dat beviel ons prima. De eerste stop was bij een koffietentje, er was maar één meisje die vreselijk haar best deed. Later kwam haar moeder er ook nog bij om te helpen, maar het duurde allemaal wel heel erg lang. De volgende stop was bij de Phabath Phonsan-tempel. Deze is gebouwd om een voetafdruk, waarvan men aanneemt dat hij door Boeddha is gemaakt. Gelovigen plakken op de voetafdruk bladgoud, om daarmee Boeddha te eren. Er stond in de tempel ook een soort altaar met heel veel Boeddha beelden. Piet ging naar een oude tempel, maar Martin vertelde mij dat er ook een liggende Boeddha lag in een ander gebouw. Daar ben ik gaan kijken en heb Piet, toen ik hem weer zag, ook over verteld. Dus die ging ook nog even terug om te kijken.

Na het bezoek aan de Phabath Phonsan-tempel zijn we vroeg gaan lunchen bij JJ Homemade Bakery in Paksane. Het eten was weer prima geregeld, Ley had de bestelling weer opgenomen en de kok had dus alle tijd om zich voor te bereiden op de groep die zou komen. Natuurlijk werd niet alles tegelijk uitgeserveerd, daar raken we een beetje aan gewend, en we beginnen dus maar te eten als het voor je neus wordt gezet. Ook al hebben de anderen aan tafel nog niets. Een lekker koud biertje erbij maakte het allemaal weer compleet, dus wat maakt het uit. Na de lunch zijn we verder gegaan naar The Rock, een uitzichtpunt over het Limestone forest. Daar kregen we een half uur de tijd, terwijl tien minuten voldoende geweest zou zijn. We hadden namelijk geen tijd om de wandeling in het forest te gaan doen, dat zouden we op de weg terug hierlangs gaan doen. Tien minuten zou ook wel voldoende zijn geweest om een paar foto’s te maken vanaf het platform, maar och, ze hadden koude biertjes en een lekker plekje in de schaduw dus het kwam toch wel goed. Na een uurtje rijden kwamen we aan bij het Thongdam Guesthouse waar we de komende twee nachten zouden slapen. Het was eenvoudig, maar voldoende. Een hut met een paar kamers op een rij, op palen, met kieren in de houten vloer waardoor je naar buiten keek. Maar wel met lekkere bedden, en een eigen badkamer met warm water uit de douche. En een balkonnetje met prachtig uitzicht over de tabaksvelden en op de bergen. Verder was er niet veel. We zijn met bijna heel de groep gaan eten bij Happy Bar een stukje verderop. Toen bijna iedereen weg was hadden wij nog een mojito, en toen die op was zijn we samen met Johnny naar de guesthouse teruggelopen over de aardedonkere weg. Gelukkig had Piet de zaklamp meegenomen, dus het was helemaal goed.

 

Zondag 19 januari                  Hinboun NP    

We hebben allebei heerlijk geslapen, maar ik twijfelde of ik mee zou gaan met de boottocht in de Tham Kong Lor 7 km lange riviergrot, die per boot wordt bezocht.

Misschien zijn we wel wat verwend, maar alweer een grot zag ik eigenlijk niet zo zitten. Piet twijfelde daar gisteren ook al aan, we wilden eigenlijk ook wel een keer tijd voor onszelf, zonder dat er veel in de omgeving te doen was. Dus zomaar een beetje wandelen in de omgeving en wat bijschrijven en zo. Eerst maar eens ontbijten, dat was zoals steeds weer prima. Lekker omelet, brood met boter en jam en met een potje thee. Een bordje fruit maakte het weer compleet. Na het ontbijt hebben we de spullen in de kamer opgeruimd, hoewel ze hier de kamer wel niet zullen doen. We zijn toch allebei maar meegegaan naar de excursie in de grot. Het was de Kong Lor Cave. De Nam Hin Bun-rivier stroomt door de grot, en daarom gingen we met bootjes. Voordat we naar de opstapplaats van de boot gingen liepen er een paar dames in traditionele kleding, die best op de foto wilden, altijd leuk. De bootjes waren geschikt voor drie of vier personen en de schipper, wij zaten in een boot met Marian. Het viel niet tegen om op het bankje te gaan zitten, zelfs overeind komen ging redelijk. En met de hulp van Piet en onze bootsman was in- en uitstappen ook geen echt probleem. Ik was wel blij dat ik mijn wandelschoenen aan had, ook al zouden die mogelijk nat worden. We moesten natuurlijk zwemvesten aan, en kregen een koplamp op. We hadden wel onze eigen koplampjes bij ons, maar die we kregen waren wel wat groter en feller. Je zag dat het kennelijk beter is om via de grot ook spullen te vervoeren, er was zelfs een bootje met een scooter er op. Na een heel klein stukje varen mochten we er alweer uit om mooie formaties van stalactieten en stalagmieten te bewonderen. Dat hebben we twee keer gedaan, met steeds een klein stukje varen ertussen. Er was dus voldoende tijd om te bekijken en foto’s en filmpjes te maken. We hadden onze camera’s thuis laten liggen, en allebei onze telefoon meegenomen. Als derde stop moesten we uit de boten omdat het te laag water was om de boten met bemensing te kunnen laten varen. Natuurlijk moesten we door het water, maar onze schoenen (en wijzelf) kunnen wel wat hebben. De schoenen zouden vast wel weer drogen. Na de kluunpartij voeren we de grot uit, een prachtig gezicht om naar buiten te varen tussen het groen. We kwamen aan bij een soort pleintje met kraampjes en winkeltjes, en gelukkig een toiletblok. We konden helaas niet zo lang blijven, anders hadden we nog naar een dorpje iets verderop kunnen lopen. Maar we moesten op tijd terug, omdat de grot na de middag gesloten was i.v.m. hoog bezoek wat kennelijk niet met toeristen in één grot kan/wil/mag zijn. Op de terugweg moesten we natuurlijk ook weer over de kluunplaats, maar verder zijn we niet meer gestopt in de grot.

Onderweg zagen we een soort ceremonie waarbij de dames die we aan het begin van onze tocht hadden gefotografeerd offerbloemen in het water legden. Helaas konden we daar niet stoppen. Na de boottocht viel de groep een beetje uit elkaar, een paar zouden gaan zwemmen, en een aantal ging terug naar de guesthouse. Wij hebben lekker rustig gedaan en samen geluncht bij Nilandon restaurant, vlakbij de toegangspoort. Na de lunch zijn we op ’t gemak terug gelopen naar ons guesthouse waar ik ’s-middags ook nog even met de notebook in het restaurant ging zitten omdat er op de kamer zelf geen bureautje of zo stond, en dat tikt een beetje lastig. Toen hoorden we ook dat er achter het guesthouse in het veld een helikopter was geland met die belangrijke gast waarvoor wij snel uit de grot moesten. Het was een of andere Canadees, wat precies hij in Laos kwam doen is niet duidelijk geworden. We zijn op tijd gaan eten, het eerste restaurantje wat we aandeden was het niet helemaal. Johnny en John en nog wat andere mensen hadden daar die middag een biertje gedaan. Maar toen wij aankwamen zagen we redelijk snel dat het niet voor ons was: kippen onder het restaurant en bankjes bij tafels waarvan ik “nou nee” dacht. Toen zijn we doorgelopen naar het restaurant waar we de lunch hadden genomen, maar die kaart was zo beperkt dat ik daar ook geen zin in had. Dus terug voor de tweede keer naar de Happy Bar, dat was gisteren tenslotte goed bevallen. Toen we er aankwamen zaten Johnny en John al aan een biertje. Wij wilden wel wat anders, dus vroegen aan de serveerster om een cocktail. Oeps, het meisje sprak geen woord over de grens, en mij Laotiaans is ook niet alles. Maar gelukkig had zij een app waarmee ze kon vertalen. Uiteindelijk bleek de baas, die wel Engels sprak, over een uurtje te komen.

Dus deden we maar een biertje, dat snapte ze wel. Toen de baas er was hebben we fried springrolls en een pizza besteld. Het was weer prima, maar ook teveel. We sloten af met de tequila sunrise en gin-tonic die we bedacht hadden, lekker. Daarna zijn we teruggelopen naar ons eigen guesthouse, met het idee om daar nog een biertje mee te nemen voor op ons eigen platje. Helaas was het restaurantje al dicht, maar bij het naburig guesthouse brandde nog volop licht, dus toen ben ik daar maar naar toe gelopen. Daar zat de tweede Sawadee groep die onderweg was, gelukkig hadden die al het bier nog niet op. Lekker rustig samen afgesloten met een biertje.

 

Maandag 20 januari              naar Savannakhet     315 kilometer

De wekker liep weer op tijd af: om zeven uur zaten we aan het ontbijt omdat we om acht uur zouden vertrekken voor onze reis naar Savannakhet. Onderweg zijn we eerst gestopt bij The Rock, waar we eerder al gestopt waren voor een fotostop. Het Rock Viewpoint ligt in het Khammouane Limestone Forest, een onderdeel van het Phou HinBoun National Park. Het is een bos in een oud Karst landschap. Deze keer hadden we meer tijd en konden we de wandeling naar en door het landschap lopen. Het was prima verzorgd, er lagen mooie trappen en paden tussen en boven de kalksteenformaties, soms waren de trappen wat steil, maar we hadden genoeg tijd. Het was prachtig, dus fijn dat we tijd genoeg hadden voor de wandeling. Helaas was er te weinig tijd voor koffie, maar dat was vooral omdat het bedienend personeel zo traag was. Dan maar een ijsje, dat was ook lekker. We zijn na de wandeling doorgereden voor een toiletstop op tien minuten rijden vanaf het lunchrestaurant. Dat was natuurlijk weer zodat we allemaal naar het toilet konden omdat de toiletvoorzieningen in het restaurant zelf niet zo uitgebreid waren. We hebben daar ook wel wat snoep gekocht, iets lekkers bij je hebben is nooit verkeerd. Piet sloeg de lunch over, hij nam alleen wat drinken. Ik had chicken laab besteld, maar deze was wel erg pittig. Gelukkig zat er ook wat sla bij, dat bluste voor mij voldoende. Na de lunch hadden we ook nog even tijd om wat rond te lopen in Thakhek waar we hadden geluncht. Er stond een tempel die eruit ziet alsof hij nieuw is, maar al in de jaren 40 is gebouwd. Het verhaal rond de oprichting van de tempel is wel nogal gruwelijk. “Here, the French empire killed children and pregnant women and threw them into a well” aldus het informatiebord. Die gebeurtenis was op 21 maart 1946. Na het rondje zijn we doorgereden en hebben we alleen nog een toiletstop gemaakt voordat we rond half vier bij onze eindbestemming hotel New Saen Sabai in Savannaketh aankwamen. Naar goed gebruik hebben we eerst de tassen op de kamer gegooid en zijn we op pad gegaan voor een drankje. We namen een biertje op het kleine terrasje van Lin’s Café, een tip van Ley. Daarna gingen we verder, en gingen we de eerste Katholieke kathedraal die we op deze reis tegenkwamen bezoeken. Het was de Sainte Thérèsa kathedraal. Toen we het terrein van de kathedraal op gingen kwamen er blaffende honden op ons af, niet fijn, dus maar weer schreeuwen. Maar de kathedraal zelf was weer eens wat anders dan de tempels en kloosters die we hadden gezien (en nog zouden gaan zien). Toen we een beetje verder liepen hoorden we (en vooral Piet) een hoop lawaai, dus zijn we maar eens gaan kijken waar dat vandaan kwam. Het bleek een schoolplein te zijn, waar een hoop groepen kinderen aan het oefenen waren voor de viering van het Chinese Nieuwjaar op 24 januari. Alle klassen hadden wel iets wat ze op het grote podium gingen uitvoeren. Erg leuk, weer een cadeautje. En kinderen vinden het ook altijd leuk om op de foto te gaan, het was een leuk halfuurtje daar op dat plein. Toen we weggingen liepen we naar de Mekong om daar de zonsondergang te zien. Er was aan de oever ook een soort parkje met naga’s in verschillende kleuren. Een hele grote liep door het hele parkje heen, leuk om te zien, maar niet te vangen op een foto.

Het is in ieder geval een soort van heiligdom voor de lokale bevolking die geloven dat de naga krachten heeft die mensen ook door het leven kunnen helpen wanneer het even niet zo goed gaat. Omdat het toch wat afkoelde zijn we eerst terug gegaan voor de vesten voordat we op pad gingen voor het diner. We zijn gaan lopen naar restaurant Lao Drem, maar dat was leeg en veel te groot. Onderweg hebben we nog even in de Lonely Planet gekeken en zijn we terecht gekomen bij Chez Boune. Daar hebben we prima gegeten, met een lekker rood wijntje er bij. Ik vroeg wat een fles kostte, maar daar zag ik al gauw vanaf, die lagen allemaal rond de € 75, dat was zelfs mij te gortig. Dus namen we een glaasje, ook goed. Daarna hebben we nog een afzakkertje genomen bij Lin’s Café, en toen was het wel weer tijd om naar het hotel en naar bed te gaan.

 

Dinsdag 21 januari                naar Bolaven plauteau          275 kilometer

We gingen weer op pad, deze reis zou ons naar het Bolaven plateau brengen. Omdat het hotel niet was uitgerst voor een ontbijt had Ley broodjes geregeld. Die waren wel een kwartier te laat, maar het broodje met (warme) omelet en yoghurtje smaakten prima. We hebben dat ontbijt opgegeten bij Amazon, dat een paar deuren verder zat. Lekker met een koffie erbij, dus we konden er weer even tegen. Onderweg zijn we even gaan tanken, en natuurlijk deden we daar meteen een toiletstop en een bezoek aan de pompstation winkel voor wat snoep. Dat wordt wel een gewoonte, maar we snoepen helemaal niet zoveel, dus we kunnen het hebben. Om niet heel de dag in de bus te zitten hebben we ergens een wandeling gemaakt langs de weg, waar allemaal eetkraampjes waren. Omdat die weer hetzelfde zijn als we overal zagen, dus vlees, kip, vis en kikkers op een stokje hebben we deze keer ook maar weer overgeslagen. Wie weet hoe lang het er allemaal al ligt, en bovendien hadden we genoeg gehad aan het ontbijt. Er waren ook wat gewone winkels, waaronder een soort Engering. Marian kocht daar nog lijm voor haar schoenen, de vorige lijm was waarschijnlijk niet goed genoeg blijven zitten. We hebben ook de lunch weer onderweg gedaan, de afstanden zijn toch zo dat je niet in een paar uurtjes op je plaats van bestemming bent.

Deze lunch was fresh springrolls en chicken noodles, prima weer. Het eten is goed in Laos. Toen we aankwamen in hotel Sabaidee Valley kregen we de sleutel van ons huisje. Dat was helemaal prima. Vrijstaand en vlak bij het zwembad. Daar zijn we dan ook maar eerst naar toe gegaan, natuurlijk na het aantrekken van onze badkleding. Want je weet maar nooit, met deze warmte zou het best lekker kunnen zijn om een keer het water in te gaan. We namen de druppel die aan de sleutel zat niet mee, dan kon de stroom aanblijven, en dat is wel handig als je weer van alles moet opladen. Helaas was die druppel ook de toegang tot het zwembad, maar dat wisten wij natuurlijk niet. Gelukkig deed er iemand anders de poort even open, dus we konden toch met een koud biertje aan het zwembad gaan liggen. We waren niet alleen, zowat de hele groep was er, ook wel weer gezellig. Na het eerste biertje zijn we toch maar even het water in gedoken. Toen we uit het water kwamen ging ik nog een biertje halen, maar die waren bijna allemaal op, er stond nog een fles Heineken. Nou hebben we daar geen hekel aan, dus die nam ik maar mee. Na het zwembad zijn we de douche in gegaan, en ging Piet ook nog even foto’s van de zonsondergang maken. Toen we in het restaurant aankwamen voor het diner schoven we aan bij reisgenoten die er al zaten. Na het eten hebben we nog een afzakkertje genomen met John, en toen was het wel weer genoeg geweest.

 

Woensdag 22 januari

Om half negen zijn we weer vertrokken, na een goed ontbijt met eitjes en fruit. We gingen onderweg naar de Tad Champee waterval. Onderweg kwamen we langs een boer die zijn koffiebonen aan het drogen was. Natuurlijk zijn we daar uitgestapt om eens te gaan kijken, en ley vertelde ook wat we zagen en hoe het de boeren nu verging. De koffieprijzen waren erg laag op dat moment en de boeren die geen hele grote plantages bezaten hadden het dan ook niet gemakkelijk. Onderweg zagen we ook wel wat kleine koffieplantages, dus zijn we uitgestapt voor een kleine wandeling. We hebben wel wat koffieplanten gezien, met daaraan rijpe en minder rijpe bonen, leuk om te zien. Aan het einde van het pad kwamen we langs een boer die zijn cassave aan het drogen was. Aan het einde van de wandeling kwamen aan bij de Tad Champee waterval. Mooi om te zien, en je kon er ook in zwemmen. Dat heeft niemand van de groep gedaan, we zagen we een andere jongen die van plan was om erin te gaan, dus als we tijd genoeg hadden gehad waren er misschien wel mensen het water in gegaan. Na de waterval zijn we naar het kantoor van de elektriciteitsmaatschappij (EDL) van Laos gegaan.

Dat kantoor is in 1971 gebombardeerd en is nu het CC 1971 Café. Het gebouw staat er nog, en je kunt er ook in en op. Het is wel vervallen, dus oppassen geblazen. Ondanks dat er een soort betonijzeren platen als vloer lagen vond ik het vooral op de eerste verdieping niet fijn lopen. Ik ging er natuurlijk wel naar toe, maar was blij weer heelhuids beneden te zijn. We hebben daar geen koffie gedronken, maar zijn verder gegaan naar de op 1300 meter hoogte liggende Pakson Highland Plantage gegaan. Dat is een grote koffieplantage waar je ook tussen de planten kon lopen en koffie kon drinken. Dat hebben we natuurlijk allebei gedaan, lekker koffie met een kaneelbroodje en een plak cake. Daarna heb ik nog een pakje echte Laotiaanse koffiebonen gekocht voor thuis. Het kost wat (€ 7,50 voor een half pond), maar dan heb je ook echt koffie van daar. Na de koffiebreak zijn we naar de Tad Yuang waterval gegaan. Die was wel commercieel, maar het was ook wel gezellig om er te lopen. Er waren winkeltjes en restaurantjes. We gingen eerst naar de waterval kijken, daarvoor moesten we over lange trappen met verschillende hoogtes van treden. Bovendien waren er op verschillende plekjes bomen over de trap gevallen waar we onderdoor moesten kruipen, maar gelukkig was er wel een leuning. Aangekomen bij de waterval ben ik niet helemaal er naar toe gelopen, dat leek mij voor mij met mijn onzekere stappen niet zo handig. Toen we terug kwamen van de waterval hebben we in een restaurant een biertje gedronken en samen een schotel zoetzure kip met rijst gedeeld. De biertjes waren niet heel goedkoop: ₭ 40.000 per stuk voor een klein flesje. Dat zijn we niet meer gewend, maar op het Leidsche Plein zijn de biertjes ook duurder als in Den Dungen zullen we maar denken. Na de lunch gingen we weer terug naar de bus, en onderweg kwamen we een paar dames in klederdracht tegen. Die hebben we voor een klein fooitje op de foto gezet.

Toen op weg naar de volgende waterval: de Tad Fan van 120 meter. Van de drie watervallen die we die dag hadden bezocht was dit de minst mooie. Je kon er alleen over een pad in de verte naar kijken, en je kon er wel zippen, maar daar hadden we geen tijd voor. Bovendien leek de zip organisatie niet open. Dan maar een biertje op een kruk kijkend over het park, a beer with a view dus. Ley had nog een tip voor een mooi uitkijkpunt, dus daar zijn we ook maar naar toe gelopen. Johnny en Ley kwamen daar ook nog. Na het bezoek aan de waterval zijn we een stukje doorgereden om een durian plantage te bekijken. Helaas mochten we niet de plantage op, maar moesten we langs de hekken lopen. Terug in het hotel hebben we op de kamer onze dagrugzak gepakt voor het bezoek aan de homestay, de rest van de bagage gaat met de bus via een omweg naar de volgende bestemming. We namen het diner weer in het hotel en hebben heerlijk gegeten, deze keer nam ik een Fanta, ik was een beetje klaar met bier.

 

Donderdag 23 januari    naar homestay op Don Daeng (Campassak)       97 kilometer

Zoals we bijna steeds op deze reis kregen we weer een prima ontbijt voorgeschoteld voordat we om acht uur gingen rijden. Onderweg zijn we eerst bij een winkeltje gestopt waar ze op authentieke manier rijstwijn maken. Dat doen ze dan in speciale potjes en potten, die hadden een mooi puntje waardoor de condens weer in het potje zelf terecht kwam. Eigenlijk het systeem van een tajine, maar dan geen schaal maar een potje onder de punt. Een stukje verder zijn we gestopt bij een plek waar ze (kap)messen en bijlen maken. Ze doen dat ook op een ouderwetse manier: eerst een staaf verhitten in het vuur en er dan met twee mannen op slaan. Dat kunt je met recht onder de noemer “het ijzer smeden als het heet is” scharen, leuk om te zien. Aan de andere kant van de weg werden de messen en bijlen dan met een slijptol verder bewerkt, zodat ze ook scherp waren. Daarna bezochten we Wat Phou Salao, in de buurt van Pakse. Het middelpunt van deze tempel is  een gigantisch Boeddha beeld op een heuvel. Achter de Boeddha stonden ook hele rijen met Boeddha beelden in verschillende houdingen tegen de heuvel opgesteld. Mooi om te zien. We zijn ook nog even langs de bijbehorende tempel gelopen, maar er was niet echt tijd om die ook nog uitgebreid te bezoeken. We hebben wel even tijd gehad om van het uitzicht over de stad te genieten, maar daarna moesten we weer verder.

Het zal hier bij zonsondergang ook wel mooi zijn, maar helaas. Vervolgens reden we naar Wat Phou, een prachtige site van oude Khmer tempels, een van de hoogtepunten van de reis. Het is bewezen dat dit heiligdom al vóór de tempels in Angkor gebouwd is. We hebben eerst het informatiecentrum bezocht. Dat is niet alleen voor informatie, maar er staan ook vondsten van de site. Mooie beelden en delen van de tempels die we later zouden bezoeken. Met een elektrische tuktuk zijn we een stuk verder naar de site gebracht, het zou anders nog een aardig eind lopen zijn, en die dingen rijden er tenslotte niet voor niets (zitten inbegrepen in de toegangsprijs). Aangekomen op de site hebben we eerst de twee gebouwen langs de laan bezocht, een deel daarvan was al gerestaureerd. Maar gelukkig doen ze dat hier zorgvuldig, en hebben ze het merendeel origineel laten staan. Daarna zijn we de steile trap naar het heiligdom op gegaan. Bovenaan stond daar een staande Boeddha met een parasol. Bezoekers legden daar ook kleine offerandes neer. De rest van het terrein boven was ook prachtig, met een mooie Boeddha in het heiligdom zelf en delen van gebouwen er omheen. Je keek je ogen uit naar alle beeldhouwwerken en bewerkte muren en poorten van de gebouwen zelf. We zijn ook nog wat verder de heuvel opgelopen, Piet is nog naar de bron geweest, maar die sloeg ik even over. We zijn wel samen op zoek geweest naar het beeld van de olifant en de slang. Na twee uur rondstruinen waren we allemaal weer terug bij de busjes. Na het uitgebreide bezoek aan Wat Phou zijn we naar de bootjes gereden voor onze overtocht naar Don Daeng.

Daar zouden we in een homestay verblijven. We werden over drie huizen verdeeld, de kamer die wij toegewezen kregen leek wel de slaapkamer van het echtpaar dat de homestay verhuurde. Er stond een tweepersoonsbed, en nog een eenpersoonsbed dat gedekt was als voor een kind. Uiteindelijk bleek het tweepersoonsbed verschrikkelijk te zijn, de veren sprongen in je lijf als je je bewoog. In de gang voor de kamer waren vier bedden geplaatst, daar lagen vier vrijgezelle mannen. Twee andere mannen lagen bij elkaar op één kamer, met een eigen toilet. Dat hadden wij dan weer niet, wij hadden, samen met de vier mannen, een gezamenlijke badkamer. Nou ja, badkamer, er was een toilet. Maar verder geen wastafel, laat staan een douche. Het was dus een beetje behelpen, maar het was maar voor één nachtje, dus we zouden het wel redden. We zijn toen samen naar La Folie Lodge gelopen, het enige (luxe) hotel op het eiland. Onderweg kwamen we (natuurlijk) uit bij een tempelcomplex, de Vat Ban Huadone en ook over een begraafplaats. In La Folie Lodge hebben we allebei twee cocktails genomen, dat kostte wel wat, maar minder dan bij het zwembad van het vorige hotel (die we niet genomen hadden). Ik keek nog even of dit dan een alternatief zou kunnen zijn voor onze homestay, maar een kamer kostte US$170, en dat vonden we toch wel net iets teveel. Maar dan krijg je wel een doekje om je op te frissen en een nekmassage tijdens je welkomstdrankje. We waren stipt terug voor het diner om half zeven, en daar was helemaal niks mis mee. Dus lekker gegeten, met natuurlijk een biertje erbij. Maar omdat er verder helemaal niets te doen was, zijn we vroeg naar bed gegaan, met voor Piet nog een colaatje voor op de kamer. We zijn vroeg gaan slapen, we zouden wel zien hoe de nacht zou verlopen.

 

 

Vrijdag 24 januari    naar Khone eiland       147 kilometer

Na een niet al te beste nacht gingen we op tijd naar het ontbijt. Daar was weer niks mis mee, en daarna gingen we weer op pad naar onze volgende bestemming op Khone eiland. Onderweg stopten we (weer) bij een waterval: Khon Pha Pheng Waterfalls. Eigenlijk waren het meer stroomversnellingen. In de regentijd zou het hier wel overweldigend zijn. Het was er niet druk, maar er waren wel wat toeristen, dus we liepen niet alleen. Het was een leuke wandeling naar het einde van het pad. Onderweg terug naar de ingang zagen we een shrine waarin een heilige boom van het park lag. Beetje vreemd wel om geen Boeddha in een shrine te zien, maar een gedroogd deel van een boom. Aan het einde van de wandeling kochten we maar een ijsje, we hadden niets leuks gezien om te gaan zitten. Na de waterval zijn we op pad gegaan naar de “ferry”. Dat was geen grote boot, maar we werden in twee boten naar de overkant gebracht. De grote bagage moesten we zelf aan boord brengen, maar gelukkig was er ook hulp aanwezig. We hebben maar een klein stukje naar de overkant hoeven varen, en toen we daar aankwamen moesten we tien minuutjes lopen. Gelukkig werd de grote bagage vervoerd, dus hoefden we die zelf niet te sjouwen. Aangekomen bij het hotel Seng Alhoun Resort kregen we een mooie kamer toegewezen. De kamer lag aan de Mekong, en had een eigen stukje terras met twee ligstoelen, prima stekkie dus. We hebben eerst op de kamer wat rustig aan gedaan, en zijn toen bij het restaurant van het hotel wat gaan snacken: samen fried springrolls gedeeld en een biertje. Je kunt dan ook meteen zien dat dit een luxer hotel is: een biertje kostte zomaar ₭ 50.000 (€ 2,05). Daarna hebben we een beetje rondgelopen en zijn via de supermarkt voor chips en biertjes weer terug gegaan naar de kamer. Daar heb ik een bakje thee gedronken en hebben we wat aan de administratie van films, foto’s, kosten en reisverslag gewerkt.

Piet ging intussen foto’s maken van de zonsondergang over de Mekong. Er was iets verder bij onze kamer een plateau waarop lig- en gewone stoelen stonden om over de Mekong uit te kunnen kijken. Na de zonsondergang zijn we samen gaan lopen voor een restaurant voor het diner en kwamen we terecht bij het Lao Long restaurant. Piet name een lekkere baguette met kip, en ik zoetzure kip met rijst. Dat blijft toch een van mijn favorieten, en Piet had weer eens de kans om geen rijst maar een broodje te eten. We sloten af met koffie en een Piña Colada voor mij en een Mojito voor Piet. Naderhand hebben we ook nog een appje gestuurd met foto’s naar vrienden, dan weten ze dat het ons goed gaat.

 

Zaterdag 25 januari               Khone Island

Omdat we een vrije dag hadden, hebben we lekker rustig gedaan. Het was zelfs een soort van uitslapen, en daarna ook nog tijd genoeg om te douchen, wat een genot. Na het ontbijt hebben we de kamer opgeruimd en gingen we op pad. We hebben fietsen gehuurd om over het eiland te fietsen. Ze waren niet duur (₭ 40.000 voor twee fietsen heel de dag), maar het waren ook niet de beste fietsen die er waren. We zijn eerst over de brug naar een ander eilandje gefietst: Don Det. En toen zo over het prima fietspad.

Onderweg kwamen we buffels tegen die in het water stonden om te grazen. Daar hebben we natuurlijk uitgebreid bij stil gestaan, en gefotografeerd. Iets verder fietsend was het toch echt tijd om een bakje koffie te doen. We stopten bij een klein tentje, waar ook Christ met een colaatje zat. We namen een cappuccino, die was niet heel goedkoop, maar wel heel lekker. Na de koffie zijn we verder gefietst, en kwamen we ook door een klein dorpje waar het wel gezellig leek met allemaal winkeltjes en restaurantjes. Vanuit het verleden was Don Det ook het “hippie” eiland geweest, maar dat was nu niet meer zo. Maar het zag er wel nog zo uit, vooral door de vele barretjes. Op een gegeven moment liep de weg dood, op het terrein van een guesthouse. Later bleek dat je wel via een zandpaadje verder kon, maar als ik het al had geweten had ik het niet gedaan, ik ben niet van het fietsen op rul zand, laat staan op deze fiets. Dus maar terug, maar wel over een andere weg: via het platteland. Dat was ook een rustige weg, maar wel veel langer dan we op de heenweg hadden gefietst. Omdat het ook wel warm was (34°) zijn we niet naar het Historisch Punt gefietst, dat was 3,0 kilometer verder (en dus ook weer terug), dus geen goed plan.

We zijn terug gefietst naad Don Khone en zijn daar doorgefietst naar de Songphamit waterval. Deze heeft een aantal wildwatercascades en stroomversnellingen, erg leuk om te zien. We moesten hier wel zelf onze entree betalen (₭ 30.000 per persoon), maar dat heb je als je niet onderweg bent met de groep. Toen we op het terrein kwamen zagen we een paar schoepenraden, maar die werkten niet, de waterstand was veel te laag. Maar ook hier waren we niet alleen, er kwamen ook nog vier monniken die als toerist er waren, compleet met het maken van selfies. Over de watervallen zijn ook loopbruggen gemaakt, maar die kostten een extra ₭ 250.000 per persoon meer. Dat vonden we te duur, dus die hebben we niet gedaan. We hebben evengoed mooie film en foto’s kunnen maken van de watervallen en de rest van de omgeving. Onderweg terug naar ons eigen dorp hebben we ook nog een oude locomotief gezien. Daar hebben we ook gelezen dat zelfs op een klein eiland als dit men het voor mekaar krijgt om niet compatibel te zijn: er waren twee afstandsmaten tussen de verschillende railtrajecten. We hebben daarna de fietsen terug gebracht, we hadden er 13,5 kilometer op zitten, dus het was wel mooi geweest. Het was tenslotte vakantie. Terug in het hotel hebben we een frietje en een biertje genomen. We hebben de zonsondergang gekeken op het plateau wat daarvoor neergezet was. We waren als eersten omdat we vroeg waren en zaten dus vooraan. Nadat de zon in de Mekong was gezakt zijn we nog even naar de kamer gegaan en zijn we om zeven uur gaan eten. We hadden iets verderop een leuk restaurantje gezien, maar dat zat vol en de twee lege tafeltjes waren gereserveerd. Dus zijn we terug gegaan naar hetzelfde als van de dag ervoor, dat was goed, dus waarom niet. Deze keer nam Piet zoetzure kip en ik een Massaman curry, allebei erg lekker. Een biertje erbij maakte het weer compleet. We hebben na het eten nog een cocktail genomen, ik deze keer een Mojito en Piet nam een (losse) whisky met cola. Toen we terug waren in het hotel hebben we meteen de rekening daarvan maar betaald, anders zou het ’s-morgens zo rommelig zijn en we hadden toch genoeg gehad. We moesten  toch nog even de spullen opruimen en voor de volgende dag de spullen klaarleggen. Nog even een laatste douche en toen was het al weer klaar.

De volgende dag zouden we naar Cambodja vertrekken.