Reisverslag Canada

Inleiding

Eindelijk kwam het dan toch van: we gingen naar Canada. Door de corona pandemie was het er de vorige drie jaar niet van gekomen, eerst omdat de wereld (en vooral Canada) nog dicht zat, en in 2022 zagen wij het niet zo zitten om met mondkapjes en allerlei beperkingen op vakantie te gaan.We hadden onze reis bij Sawadee geboekt, maar helaas wilde niemand met ons mee, wij bleven de enige twee reizigers op de door ons geboekte datum. Jammer genoeg konden wij niet verschuiven. Dus een alternatief gezocht, en gevonden. We gingen dan toch maar samen met een huurauto door Canada West rijden. We hebben de reis bij Doets Reizen geboekt.Op zich was de reis prima, wel duur maar ook inclusief veel excursies en de ferry’s. In het begin wat gedoe met de excursies omdat ze de walvisexcursie niet meer konden boeken op de datum die daarvoor was ingepland, die hebben we toen zelf geboekt. Ook de hotels waren prima, maar ook wel weer wat gedoe bij het boeken. Dure alternatieven voor hotels die niet meer te boeken waren. Hoe dan ook, we gingen beren en orka’s zoeken, en dat was toch het hoofddoel.

Vrijdag 26 mei naar Vancouver

We zijn met de bus en trein naar Schiphol gegaan. De reis verliep voorspoeding. Er waren geen problemen bij Schiphol, we waren ruim op tijd door de douane en de security. Er hoefde niets meer uit de tassen, en dat scheelt wel een hoop gedoe met de notebook, iPads en camera’s. Wel werd bij de security Piet eruit gehaald, dat had te maken met de accu’s en oplaadbare batterijen die in zijn handbagage zaten. Gelukkig zaten ze allemaal bij elkaar, een security man zei nog dat we ze beter hadden kunnen verdelen, maar dat was meer om zijn collega te stangen omdat die dan heel de tas had moeten doorzoeken. Dus de volgende keer ook maar weer bij elkaar, dat scheelt waarschijnlijk een hoop gedoe. Op Schiphol hebben we rustig aan koffie gedronken, een beetje rondgelopen en een broodje gegeten. We konden helaas geen spullen zoals arfum of drank kopen, we hadden een overstap in San Francisco en dan zouden we daar alles in moeten leveren. We hadden in ieder geval tijd genoeg om op tijd te boarden zodat we ook onze spullen in de buurt van onze stoelen kwijt konden. Het was een rustige vlucht van ruim 8800 Kilometer, nadat we om 15:10 uur waren vertrokken vanaf Schiphol kwamen we om 17:15 uur aan op San Francisco, we vlogen dus terug in de tijd. In de Nederlandse tijd waren we zelfs achteruit gevlogen, die was namelijk 01:30 uur. En dan moesten we nog vanuit San Francisco naar Vancouver.

Door dat tijdsverschil en de lange vluchttijd van ruim tien uur hebben we wel een nacht overgeslagen. De lange vlucht was prima verzorgd, United Airlines is geen budgetmaatschappij en dat merk je. Bij douane op het vliegveld in San Francisco heb ik aangegeven dat ik Tramadol bij me had voor de pijn in mijn rug. Daarop kwam helemaal geen reactie van de douanier. Het zal wel niet zoveel uitmaken omdat we op doorreis waren. Ook bij de security hoefde de medicijnen niet uit de tas, maar wel de schoenen uit en de riem af. Verder was de overstap prima, we moesten wel zelf onze bagage ophalen en weer afgeven aan iemand van United bij een andere gate. Omdat een bagagekarretje US$8 kostte hebben we dat niet gedaan, het moet niet gekker worden: een dure vlucht en dan ook nog overal los voor betalen. De korte vlucht van bijna twee uur naar Vancouver was verder ook prima, we kwamen om even over half negen aan. De douane in Canada was met automaten (kiosk), je moest zelf je paspoort scannen en er werd een foto van je gemaakt. Als alles goed was gegaan kwam daar een papiertje uit zodat je zo door kon lopen. Als het niet goed was gegaan kwam er ook een papiertje uit, waarop stond dat je je bij de douane moest melden. Dat overkwam Piet, zijn foto was mislukt. Dat betekende dat hij zijn paspoort en gezicht nog bij de douane moest laten zien. Die stonden gelukkig iets buiten het gebied met de kiosken, en de ene die er stond had ook niets te doen. Daar was de identificatie van Piet natuurlijk geen probleem. Ik heb daar ook verteld van mijn Tramadol en Codeïne. Ik hoefde de medicijnen en ook de doktersverklaring niet te laten zien. Hij vertelde wel dat alle medicijnen op doktersrecept ingevoerd zouden moeten worden, ook de paracetamol. Gelukkig dus dat hij de verklaring niet controleerde, daar stond de paracetamol die je bij ons in de supermarkt kun kopen namelijk niet op. Hoe dan ook, geen problemen. Toen was het onderhand tijd om onze bagage op te halen en naar Hertz te gaan voor onze huurauto. Ook dat verliep soepel, er stond een Dodge voor ons klaar. Ik heb nog gevraagd of er ook navigatie beschikbaar was, mijn T-Mobile had namelijk nog geen SMS gestuurd waarmee ik een Travel&Surf pakket kon aanschaffen om te kunnen navigeren. Maar navigatie zat alleen maar in de Tesla, en dat ging net even te ver. De Dodge was niet een echt kleintje en het was een beetje lastig omdat de man achter de balie niet meeging om zaken uit te leggen. We kregen de sleutels (aan elkaar met een staaldraad) mee en de plek waar de auto klaarstond. Met de mededeling dat we de auto zelf moesten controleren en als er iets aan was moesten aantekenen op het formuliertje. Er zaten een paar beschadigingen op de wielen, die heb ik aangetekend, verder was er niet veel aan te zien. Toch maar even ook aan de balie getoond, en dat was verder OK. Intussen had Piet de achterklep open, en een beetje door hoe de auto werkte. Het was een automaat, met allerlei toeters en bellen. Konden we mooi oefenen voor onze eigen nieuwe auto. Piet heeft (gelukkig) gereden, ik had echt te veel last van mijn rug. Ik had namelijk al een paar weken steken in mijn rug en kon moeilijk lang zitten. Het was wel lastig met een andere, veel grotere auto in het donker je weg vinden zonder navigatie. Google en Kaarten deden het allebei niet, dus het was goed dat we alles hadden afgedrukt. We hebben wel een paar keer een rondje gereden omdat we steeds de afslag misten, maar zijn na een half uurtje en 24 kilometer (om)rijden toch bij het Best Western Premier Chateau Granville hotel aangekomen.

Piet had de auto aan de overkant neergezet terwijl ik ging inchecken. De receptionist zei me dat de auto meteen op het terrein van het hotel gereden moest worden omdat hij anders weggesleept zou worden. En er stonden ook op elke hoek sleepauto’s klaar. We hebben eerst de tassen op de kamer gegooid en toen de auto in de garage van het hotel gezet. Gelukkig was er plaats genoeg, want het was nog wel even wennen met die grote bak. Omdat de bar van het hotel gesloten was hebben we buiten geprobeerd om nog een drankje te scoren, maar alle kroegen in de straat waren allemaal vol van jongelui, het leek de parade in Den Bosch wel. Dan maar een colaatje uit de automaat van het hotel, want bij alle eettentjes zoals Domino’s kun je geen biertje kopen, ook niet in een supermarkt. Daarvoor moet je naar een speciale drankenwinkel en die was al dicht. Het colaatje was ook nog wel lastig, maar gelukkig hielp een jongeman uit het hotel mij, elke automaat is tenslotte anders, en zeker aan de andere kant van de wereld. Na wat gedronken te hebben zijn we de tassen uit gaan pakken (voor zover nodig voor twee nachtjes). Omdat T-Mobile nog steeds niet met een SMS was gekomen hebben we van alles geprobeerd om toch navigatie te hebben. Geleerd dat je ook kaarten offline kunt gebruiken, maar dat is wel een gedoe. Om half twee Canadese tijd naar bed, veel te laat dus.

Zaterdag 27 mei Vancouver

We waren allebei al om half zes wakker. Omdat we vroeg op waren konden we ook mooi op tijd kunnen gaan ontbijten in The Edge Social Grille & Lounge, een restaurant wat was ondergebracht in het hotel. Het ontbijt was inbegrepen, en was goed. Helaas kon je maar van alles één ding kiezen, dus geen thee én een sapje. Omdat de rest prima is, is het wel goed zo. We leerden daar ook dat gebakken aardappeltjes bij het ontbijt heel normaal is, even aan wennen, maar ook wel lekker als het er niet te veel zijn. Na het ontbijt hebben we eerst de orkatour voor 29 mei herbevestigd, en daarna zijn we naar het Hyatt hotel gelopen voor de shuttlebus naar de Suspension Bridge. We hadden kaartjes voor die brug en het bijbehorende park thuis al gekocht, en toen ik bij het boeken een beetje op het internet aan het struinen was bleek er een gratis shuttlebus te rijden. Bij het park waren we veel te vroeg voor ons tijdslot, maar gelukkig mochten we wel meteen naar binnen.

Eerst maar eens naar het toilet en koffie, het is tenslotte vakantie. Toen we op het terrasje aan de koffie zaten kwam T-Mobile met het SMS bericht, dus vanaf dat moment hadden we een bundel en buiten ook bereik. Vooral fijn om te kunnen navigeren als we weer verder zouden gaan. Het is een mooi park, met inderdaad een grote hangbrug, maar ook veel totempalen en wandelpaden. Natuurlijk zijn we over de brug gegaan, we hebben ook de tree-top-tour gelopen, de cliff-tour en bijna alle andere wandelpaden. Na het hele park al in de ochtend te hebben gezien en beleefd, zijn we met de shuttlebus terug naar de opstapplaats bij de haven gegaan, en vandaaruit een beetje in de haven gelopen. Daarna hebben we een beetje rondgelopen, op zoek naar de Gastown Steam Clock. Deze beroemde, antiek ogende klok stamt uit 1977, wordt door stoom aangedreven en geeft fluitend de tijd aan. Je kunt door glaswerk naar het uurwerk kijken, ook leuk om te zien. Daarna zijn we naar Chinatown in de buurt van Hastings Street gelopen. Maar daar hebben we wel gezien waarom gezegd wordt dat je daar ’s-avonds niet moet zijn. Veel zwervers, junks en ander onguur volk, geen fijne plek. Er was ook niets meer aan winkels of restaurants die de moeite waard zijn. We zijn daarop ook maar meteen weer teruggelopen naar de Steamworks Brewery, die had ik op weg naar Chinatown al gezien. Het leek en was een leuk terras, daar hebben we een late lunch en een paar biertjes gedaan. Prima plek. Daarna zijn we terug naar het hotel gelopen en hebben we een tas opgehaald om naar de liquor store en de supermarkt te gaan voor drinken en lunch de volgende dag. We wilden broodjes halen bij een soort lunchroom. Dat laatste was toen niet gelukt, maar ze zijn ’s-morgens vroeg ook open voor verse broodjes. Op de kamer hebben we de tassen weer ingepakt, verder rustig aangedaan.

Zondag 28 mei naar Victoria     68 kilometer

We waren allebei wel weer vroeg wakker. Ik ben voor het ontbijt naar de lunchroom gelopen en heb twee wraps en twee cakejes gehaald voor de lunch. Bij het uitchecken heb ik aan de receptie gevraagd om kabel van sleutels door te knippen. Jammer genoeg was de onderhoudsmonteur er nog niet, en we hadden geen zin om daarop te wachten. Dus we zouden het wel in Victoria vragen. Na het ontbijt in het hotel zijn we meteen op pad gegaan, we hadden een ferry te halen. De reis naar de terminal van de ferry ging heel voorspoedig, we waren er net voor negen uur. We hadden kaartjes voor de ferry van elf uur, maar mochten gelukkig met die van tien uur mee. Helaas wel wat vertraging.

Uiteindelijk waren we toch een half uurtje eerder weg, dus mooi meegenomen. Op de ferry hebben we koffie gedronken, en heb ik nog met een Nederlands stel zitten praten toen Piet wat foto’s ging maken. We kwamen net voor twaalf uur aan de overkant aan. Na aankomst bij de Victoria ferryterminal zijn we snel op weg naar het Best Western Plus Carlton Plaza hotel gereden. Piet wil niet dat ik rij, iets met Tramadol en pijnscheuten in mijn rug. Voor nu vond ik dat wel prima. Ook deze reis verliep prima, om half een, dus veel vroeger dan verwacht kwamen we aan bij het hotel. We hebben de auto weer afgegeven aan iemand van het hotel die hem weg zou zetten. Dat is wel een beetje wennen, maar ze doen dat hier vaak, dus het zou wel goed komen. Wel fijn dat de auto dan veilig staat of in ieder geval onder verantwoordelijkheid van iemand van het hotel, ook al kost het natuurlijk ook wel wat. Maar deze vakantie zou toch niet een van de goedkoopste worden, dus dan kan de auto maar beter veilig staan (ook al is die niet van onszelf). Helaas waren de autosleutel nog niet los, dus maar hopen dat ze niet kwijt zouden raken. We hebben ook nog steeds niet gepind, we zien wel of het nodig is, voorlopig betaal je hier overal met creditcard. Natuurlijk was het eerste werk de spullen op de kamer leggen. Het hotel was wel iets minder dan het vorige, maar verder wel prima. Alles doet het en we hebben warm water. We gingen na het uitruimen van de echt nodige spullen eerst maar eens naar de MEC voor de toegangspassen voor de nationale parken, en voor DEET.

We hadden thuis al opgezocht waar de MEC was, die was op een hoek van de straat van ons hotel, dus dat was niet moeilijk, we waren er zo. De DEET was snel gevonden, maar voor de berensprayvroeg ik toch maar advies. Toen de verkoopster me vroeg waar we naar toe zouden gaan, ontraadde ze het kopen van de berenspray. Dat was helemaal niet nodig voor wat wij gingen doen. Dat geld hebben we ons dus maar bespaard. Aan de kassa ook de twee toegangspassen met seniorenkorting gekocht, zo konden we elk nationaal park in zonder gedoe aan de kassa’s. Na deze (eerste niet eten of drinken) koop zijn we gaan lopen, op het programma stond een bezoek aan Beacon Park. Onderweg hebben we ook het parlementsgebouw op de foto en film gezet. Het was een leuke wandeling, mooi weer en fijn lopen op brede stoepen en langs de haven. In het Beacon Park hebben we heerlijk rondgelopen, we hebben wel even moeten zoeken naar de Moss Lady, waar we hiervoor naar toe gekomen. Voordat de uiteindelijk de Moss Lady hebben gevonden hebben we nog even een kleine eekhoorn bewonderd die in een afgezaagde boomstronk een beetje aan het rommelen was. Om de Moss Lady te vinden hebben we Google Maps gebruikt. Wel fijn als je Google Maps kunt gebruiken door de databundel, dus niet alleen met de auto gebruiken, maar ook al wandelend en op zoek naar mooie dingen.

De Moss Lady was mooi om te zien, dus uitgebreid op de foto gezet. Onderweg uit het park kwamen we ook nog langs een vijver, waar op een boom in het water een rijtje schildpadden lagen te zonnen, ook weer een leuk gezicht. Daarna werd het tijd voor wat drinken, we kwamen terecht bij de Irish Times Pub. We gingen nietsvermoedend op het terras zitten, maar een serveerster vertelde ons dat het toch echt de bedoeling was dat we ons eerst binnen zouden aanmelden. Ook weer zo’n gewoonte die voor ons nieuw was, en die we veel vaker zouden tegenkomen. Maar goed, gedaan en op bijna hetzelfde plekje op het terras terecht gekomen. Daarna zijn we terug naar hotel gelopen om de spullen die we bij MEC hadden gekocht terug te brengen en wat spullen aan te sluiten om ze op te laden. Na de huishoudelijke taken gingen we een plekje zoeken voor het diner. We zijn terecht gekomen bij Finn’s Seafood Chops Cocktails. Omdat er nog geen tafeltje vrij / schoon was hebben we eerst een wijntje aan de bar genomen. Aan tafel kochten we een flesje wijn, en zochten we iets lekkers op de kaart. Prima plek, lekker luxe, niet heel goedkoop, maar het eten was voortreffelijk. Op ons gemak naar het hotel teruggelopen. Piet nam op de kamer nog een biertje, ik was wel een beetje klaar, op tijd gaan slapen.

Maandag 29 mei  Victoria         Orka tocht

We hebben ontbeten bij The Ruby on Johnson, naast het hotel. Het was weer veel te veel, maar wel lekker. Piet nam hetzelfde ontbijt als zoals gisteren in Vancouver, ik nam een omelet met cheddar, bacon en kip. Er zat ook weer toast bij, de twee die ik overhad heb ik maar meegenomen. Ook hier weer gebakken aardappeltjes erbij. Ze noemen het brown hastings. Misschien moeten we de volgende keer maar zeggen dat we die niet hoeven. Het is anders een veel zwaarder ontbijt dan we gewend zijn.  Na het ontbijt zijn we naar de kamer gegaan om onze tanden te poetsen en op tijd naar de aanlegplaats van de orka boot te lopen.

Daar waren we gisteren al langs gelopen, dus die hoefden we niet meer te gaan zoeken. We waren daarom natuurlijk weer veel te vroeg, maar het is geen probleem, het is lekker weer en te laat komen is ook niet echt handig als je iets graag wil zien. Na de uitleg door onze gids kregen we allemaal een soort overall, die deed dienst tegen de kou en als zwemvest. Het was wel even hijsen, zo gemakkelijk ging het allemaal niet. We gingen aan boord van onze zodiac, er was maar plek voor twaalf mensen, dus hij was ruim genoeg. Wij zaten fijn naast elkaar op het achterste bankje, met nog een medepassagier. We zijn eerst rustig de haven uit gevaren, en toen ging het gas erop. We stopten eerst bij een boei waar twee zeearenden op zaten. Nadat we die hadden bewonderd en Mike, onze gids, er wat over had verteld ging het weer in volle vaart verder. Mike kreeg bericht dat er door een collega bij hem in de buurt een bultrugwalvis was gespot, dus dat was wel de moeite waard om naar toe te gaan. Piet kreeg het aanbod om voor de stuurinrichting te gaan staan, want wij zaten op het achterste bankje voor mijn rug. De walvis was wel ver weg, maar we hebben hem een paar keer kunnen zien bovenkomen en spuiten. Verder hebben we zeehonden gezien en Ollie de zeeotter. Ook nog wat vogeltjes gezien. Maar helaas geen orka’s, dus ik was redelijk teleurgesteld, daar was ik tenslotte voor gekomen en hadden we 71 kilometer gevaren. Maar het is niet anders, het is wild. Dat laat zich niet sturen, en zeker niet in een grote oceaan. Toen we terugkwamen zijn we eerst gaan pinnen want ik wilde Mike een fooi geven, hij kon er tenslotte niets aan doen dat die orka’s zich niet lieten zien. Na het pinnen zijn we teruggelopen naar de opstapplaats van de boot en hebben we CAN$20 achter gelaten voor hem.

Om onze (mijn) teleurstelling een beetje weg te poetsen zijn we een biertje gaan doen, en namen we er nog wat calamaris erbij voor het snoepen. Daarna zijn we teruggegaan naar het hotel via een andere weg, en ineens was daar een winkelcentrum waar een postkantoor in zat voor een paar postzegels. We hebben drie kaarten gekocht, voor Piet & Marga, Piet & Jenny en de kleinkinderen. Terug in het hotel hebben we daar koffie gedronken en even gerust. Daarna zijn we naar Chinatown gelopen. Dat was een stuk beter dan in Vancouver, maar nog steeds niet veel aan. Dus zijn we maar teruggelopen naar de haven.  Onderweg heb ik een bezoek gebracht aan een openbaar toilet, daar was helemaal niks mis mee. We hebben gekeken of bij de haven een plekje op een terrasje was, dat was er niet. Dus hebben we bij de Irish Times Pub wat gedronken en een fish&chips gedeeld. We hadden allebei niet echt honger en ik kon een portie met twee lekkerbekjes bestellen, dus dat was helemaal goed. Na het eten zijn we teruggegaan naar het hotel, daar lag het taakje van de foto’s en het reisverslag te wachten. We hebben nog wat aangerommeld en toen was het wel weer op.

Dinsdag 30 mei  naar Ucluelet  300 kilometer

Gisteren hadden we alles al zowat ingepakt, dus die ochtend zijn we op tijd gaan lopen naar het bakkertje op de hoek waar we zouden gaan ontbijten. We waren toch al op tijd klaar met slapen, dat heb je als je op tijd naar bed gaat en goed slaapt. Maar dat bakkertje was pas om 8 uur open, dus zijn we maar weer terug naar Ruby gelopen voor het ontbijt. Ik nam een keer minder boterhammen en fruit ipv aardappeltjes. Het was natuurlijk weer een prima ontbijt. Na het tandenpoetsen en de rest inpakken gingen we naar beneden en hebben we de auto laten ophalen.

Toen alles weer in de auto lag zijn we gaan rijden naar Duncan, onze eerste stop van die dag. Daar kwamen we om 9:45 uur aan, dus tijd genoeg. We hebben de auto op een groot algemeen parkeerterrein gezet, dat kostte wel € 1,75 voor 12 uur parkeren. We raakten ook nog wel lichtelijk in paniek omdat het alarm van de auto af ging en we niet wisten hoe dat kwam. Na een korte tijd bleek dat Piet de paniek knop op de afstandsbediening van de auto had ingedrukt (Panic-knop). Wisten wij veel hoe we dat kreng weer uit konden krijgen: gewoon de Panic knop weer indrukken. Van schrik eerst maar naar het openbare toilet, dat was helemaal prima, ook een invalide toilet was er. We hebben in Nederland nog heel wat te leren.

 We hebben veel totempalen gezien via de totempaalroute, een route die op de grond met voetstappen wordt aangegeven. De route voert langs 44 totempalen, dus Duncan wordt met recht de totempaalhoofdstad van Canada genoemd. Ergens halverwege hebben we recht tegenover de Family Totem Pole koffie met iets lekker gedronken bij de Westfalian Bakery Cafe. Een leuk tentje met enthousiaste bediening, klein, maar zeker de moeite waard. Na de koffie hebben we natuurlijk het tweede deel van de route ook gelopen, dus nog meer totempalen.

Om twaalf uur zijn we verder gereden naar Chemainus voor onze tweede stop van die dag. Dat stadje is bekend om zijn vele muurschilderingen. Het was niet ver rijden, na drie kwartier waren we er al. We konden parkeren bij het VVV kantoor, en hebben daar een boekje gekocht. Met het boekje in de hand zijn we gaan lopen langs een aantal van de muurschilderingen. Het leuke van zo’n boekje is dan dat je niet hoeft te raden wat het is. Maar ook bij de schilderingen zelf stond wat uitleg, zelfs ook met een QR code zodat je meer informatie kreeg. Bij een klein restaurantje hebben we op het verhoogde terras van Willow Street Café erwtensoep en aardappelsoep gegeten, was prima en genoeg. Daarna hebben we nog een paar muurschilderingen gezocht, gevonden en bekeken. Vervolgens zijn we doorgereden naar Cathedral Grove, daar kwamen we om half vier aan. Dat is wel een heel prachtige plek, een oud oerbos met vlonders als wandelpaden. Prachtige bomen met mos wat langs de takken naar beneden hing, een mystieke sfeer. Fijn dat het ook niet zo druk was, dan kun je rustig wandelen en kijken. Op ons gemak even rondgelopen, eerst aan de ene kant van de weg. We hadden het geluk dat we eerst de mooiste kant (per ongeluk) hadden gekozen. Aan de andere kant van de weg hebben we ook het pad gevolgd, maar dat bos leek veel jonger. Na ons bezoek aan beide kanten zijn we om half vijf vertrokken.

We hadden een lang stuk rijden voor de boeg, over wat bij ons provinciale wegen zijn, dus niet al te hard. Het mooie is dat die weg hier de enige weg naar Ucluelet is. Toen we bijna op onze bestemming waren zagen we een camper langs de weg stilstaan. Die stond stil omdat er aan onze kant van de weg een beer in de berm stond te grazen (nooit geweten dat beren gras en bloemen eten). Ondanks de afstand hebben we toch een paar mooie foto’s en filmpjes gemaakt. Er kwam een Canadese wagen hard toeterend langs gereden, en die is zelfs nog een keer omgedraaid en kwam weer hard toeterend langs. Ze waarschuwden ons om niet uit de auto te gaan omdat anders de beer aan mensen zou wennen. En wat ze daar zeggen is natuurlijk ook waar: a fed bear is a dead bear. Beren die gevoerd worden en dus aan mensen gewend zijn worden natuurlijk chagrijnig als ze de volgende keer bij mensen zijn en dan niets te eten krijgen. En het laatste wat je wilt is een chagrijnige beer tegen komen. Ze worden dan agressief en moeten dan afgeschoten worden. En dat snap je dan ook wel, een mensenleven staat dan hoger aangeschreven, want het zijn nooit de mensen die iets veroorzaken die er ook last van hebben. Nou hadden wij ook door dat je wilde dieren niet voert, maar dat wisten die mensen in de Canadese auto niet. Na al die bezichtigingen en de ontmoeting met de beer kwamen we om half zeven aan bij ons hotel.

Het was een soort vakantiepark, met allemaal appartementen. De receptie was dicht, maar toen ik belde kreeg ik de code van het hangslot van de brievenbus. Daar zat onze sleutel in. We konden de auto bij het appartement parkeren, maar moesten wel een trap af, wij hadden het beneden appartement. Het was ruim en goed ingericht, met een complete keuken en een aparte slaapkamer. Omdat we geen gekoeld drinken bij ons hadden (die hadden natuurlijk heel de dag in de auto gelegen) hebben we geprobeerd om een drankje te scoren bij het enige restaurant op het terrein, maar dat was dicht, dus helaas. Toen hebben we de biertjes even in de vriezer gelegd, en de meegebrachte broodjes opgegeten, we hadden geen zin om weer de stad in te lopen.

Woensdag 31 mei    Wild Pacific Trail & Walvisexcursie

Met de auto zijn we naar de Wild Pacific Trail gereden, we hadden gelezen dat je daar leuk kon wandelen langs de kust. Toen we aankwamen op de parkeerplaats daar kozen we de wandeling naar de vuurtoren. Maar ook na de vuurtoren zijn we nog wat verdergelopen omdat we tijd genoeg hadden.

Omdat het er zo mooi is hebben we veel uitstapjes gemaakt naar de verschillende uitzichtpunten met bankjes. Onderweg zagen we een visarend die lekker in een boom zat rond te kijken, maar die niet met rust gelaten werd door een aantal kraaien. Ze bleven net zo lang op hem aanvliegen en pikken totdat hij maar wegvloog. Je zou verwachten dat zo’n grote vogel zich niet laat wegjagen door een stelletje van die etterige kraaien. We zijn ook nog afgedaald naar een rots strandje, daar hebben we in een getijdepoeltje wat leven gevonden zoals een zeester, wat slakjes en visjes. Dus de wandeling duurde wel even. Uiteindelijk hebben we 5 kilometer gelopen in ruim drie uur. Niet heel snel, maar wel heel mooi. Toen we een apart stukje land zagen hebben we ook de BOG-wandeling door het aangelegde landschap nog gedaan. Dat was een korte wandeling door een soort moeras, maar dan wat droog staat in de zomer, een heel apart landschap met zijn verschillende planten. Daar wordt ook onderzoek gedaan naar de verschillende planten in het gebiedje. Daarna zijn we met de auto zijn we naar een parkeerplaats in de buurt van Jamie’s gereden. Daar hebben we eerst koffie met wat lekkers genomen bij Barkley’s Coffee. Daarna zijn we naar Jamie’s gelopen voor de walvistocht. Er waren veel Nederlanders, we hebben ook nog even gekletst met een Nederlands stel. Zij deden de 19-daagse reis, en gingen de volgende dag naar Parksville. Ook hier kregen we weer van die overalls aan, dus ook weer bescherming en zwemvest in één. Eenmaal in de boot zaten we met z’n tweeën op het achterste bankje. Ook hier weer rustig de haven uit, en vol gas toen we eenmaal in open water waren. We hebben een heel eind de zee op gevaren, maar helaas geen walvissen gezien.

Wel weer zeehonden, zeeleeuwen en arenden. En ook nog één hele zeeotter, en dat allemaal na 84 kilometer varen. Het wild wil zich niet echt laten zien op deze vakantie.  We kregen een tegoedbon voor een volgende keer. Niet dat je daar veel aan hebt, iedereen moet door. Ik sprak af om de volgende morgen even te bellen of er plek was op de boot van tien uur, maar het zou wel op een teleurstelling uitlopen. Ik zou het in ieder geval toch maar proberen. Na de boottocht zijn we naar de auto teruggelopen en hebben we boodschappen gedaan bij Co-op, en BC-liquorstore. Daarna terug naar het hotel om in te checken, want dat was natuurlijk de dag ervoor niet gelukt omdat we zo laat waren. Bij de receptie vertelde ze dat ze de dag ervoor ook al voor ons had ingecheckt, dus er was geen probleem. Toen ik vroeg waar je lekker kon eten raadde ze het Floating House aan. Dat advies hebben we dan ook maar opgevolgd. Het was wel een aardig eindje lopen, maar dat vinden we nooit zo erg. Heel lekker gegeten, een biertje vooraf en twee wijntjes bij het eten, helemaal goed dus. Na het diner rustig aan naar het hotel teruggelopen, daar hebben we de krant (BD) gelezen en koffie gezet. Toen was het tijd om het zoute zeewater van de boottocht van ons af te spoelen, daar hadden we voor het eten geen zin meer in gehad. We waren helemaal kapot, dus we lagen om half elf in bed.

Donderdag 1 juni  naar Campbell Rivier  268 kilometer

We hebben allebei goed geslapen. Meteen toen de Whale Watching organisatie open was heb ik gebeld, er was nog plek op de boot van 10:00 uur. Dan maar later op de volgende plek van bestemming, we lieten deze kans niet aan ons voorbij gaan. Omdat we veel te vroeg waren hebben we eerst een kopje koffie gedronken bij Backery’s, een klein koffie / ontbijt / lunchtentje.

Na de koffie weer terug naar de boot, nog maar eens kijken. Helaas geen walvissen gezien, maar deze keer wel orka’s. We hebben er een beetje (op afstand) achteraan gevaren, het was een prachtig gezicht. Op enig moment moesten we de boot stil leggen omdat ze te dichtbij kamen. En er kwam er inderdaad eentje naast de boot zwemmen, en er onderdoor.

Eigenlijk net zoals de walvis in Argentinië. We hebben op deze tocht minder hoeven varen (50 kilometer) en gezien wat we graag wilden, dus deze dag kon niet meer stuk. Na deze mooie ervaring, hebben we lunch bij de Backery genomen. En hebben we de kaarten op de bus gedaan, daar was tenminste een brievenbus. Na de lunch zijn we gaan rijden naar onze volgende geplande stop: de Rainforest Trail. We begonnen met de B-trail. Die was eigenlijk gesloten, maar we hebben hem toch maar gelopen. Raar dat er verder niemand anders liep. Daarna hebben we de A-trail ook nog gelopen, die was wel open. Bij beide trails loop je over vlonders, dus of je het echt een trail moet noemen weet ik niet, maar hier in Canada vinden ze kennelijk van wel. Op de tweede trail hoorden we ook een vogel, maar met verschillende geluiden. Dat bleek een raaf te zijn. Die kan verschillende geluiden imiteren, dus zette hij ons op het verkeerde been. We dachten dat er verschillende vogels aan het roepen waren. Maar toen we stil stonden en de vogel en het geluid via de filmcamera hadden opgenomen zagen we dat het toch echt dezelfde vogel was. Mooi om dat ook eens mee te maken. Na het wandelen over de beide trails wachtte de lange rit naar Campbell River. Piet wilde nog steeds niet dat ik achter het stuur ging zitten i.v.m. mijn rugpijn. We zijn alleen gestopt voor tanken, toiletbezoek, koffie en een ijsje. Ook hier was er weer de mogelijkheid om wiet te kopen, bij Orange Bridge Cannabis. Ik doe dan toch liever Tramadol, en Piet heeft nergens last van, dus we slaan maar weer over. Na de rit waren we mooi op tijd bij het hotel. Daar was een Nederlandse receptionist (die later de hotelmanager bleek te zijn), dus dat was wel gemakkelijk inchecken. Helaas was er geen bar in het hotel. Hij vertelde dat de meeste hotels helemaal geen vergunning hadden om alcohol te schenken / verkopen. En ook eettentjes zoals Domino’s en KFC mogen dat niet. Dat verklaart een hoop. Hij verwees ons naar Boston Pizza, een stukje verder op een industrieterrein, daar schonken ze wel een biertje. Het was even zoeken voordat we daar waren, maar met behulp van een Canadese dame kwamen we er toch. Het kon eigenlijk ook geen kwaad om even wat extra te lopen, bij die wandelingetjes in de Rainforest Trail hebben we de benen niet echt gestrekt, maar meer geslenterd.Bij Boston Pizza hebben we lekker een pizzaatje en kipstukjes gedeeld, vergezeld door ieder twee biertjes. Terug in hotel was het natuurlijk het intussen standaardverhaal: foto’s en film overgezet, aan reisverslag gewerkt, kleren voor de volgende dag klaar gelegd en gekeken wat we de volgende dag zouden doen.

Vrijdag 2-6  naar Telegraph Cove     229 kilometer

De wekker liep om 7 uur af. Omdat we tijd genoeg hadden hebben we eerst gedoucht, en daarna lekker ontbeten. Het ontbijt was weer eens een keer inbegrepen en helemaal prima. Toen we de Nederlandse manager zagen vroegen we of hij de sleutels kon (laten) losmaken. Er kwam iemand van de onderhoudsploeg, met een roestig tangetje. Hij kreeg het niet voor elkaar. Toen de manager hem overpakte en grof geweld gebruikte met dat tangetje waren ze eindelijk los. Hij zei nog tegen die jonge gast van het onderhoudsteam: “laat een oude man het maar doen, dan komt het meestal wel goed”. Daarna hebben we de spullen in de auto gelegd en zijn we naar The Museum at Campbell River gegaan.

Toen we aankwamen was het museum nog net niet open, maar het was mooi weer, dus heel even buiten rondgelopen. Daar stonden ook wat dingen, zoals een boot die gebruik werd voor het vissen op kabeljauw, een Stoom Ezel die voor zwaar werk werd ingezet bij de houtlogging en een paar mooie totempalen. We mochten een klein gedeelte geen foto’s maken. Maar dat was ook niet erg. We zien hier zoveel dat we toch niet alles kunnen vangen. We hebben lekker op ons gemak rondgekeken, terug in de geschiedenis van de omgeving van Campbell River waar vissen en houtlogging wel de hoofdmoot van de arbeid vormden. Toen we net binnen rond aan het kijken waren kwamen er ook schoolklassen binnen. Dat is wel leuk voor het geluid, anders is het wel heel stil in zo’n museum. Maar het werkte wel vertragend, omdat die kids natuurlijk net uitleg kregen over waar wij naar wilden kijken. Na het bezoek aan het museum zijn we gaan rijden. Het is wel heel saai rijden, dus we zijn een aantal keren gestopt omdat het anders veel te vermoeiend is. Het broodje van gisteren hebben we onderweg opgegeten tijdens een van de vele stops. We hadden in het hotel al bedacht dat we eerst door zouden rijden naar de opstapplaats van de berenexcursie, dan weten we tenminste hoe lang het de volgende dag rijden zou zijn als we daar om 06:30 moeten zijn. Na het gebouw van de opstapplaats te hebben gevonden hebben we eerst maar eens koffie gedronken met churros erbij. Daarna gingen we op weg naar het Telegraph Cove Resort, ons volgende hotel.

Onderweg kwamen we langs de Telegraph Cove logging yard. Die had ik thuis al gezien, en stond dus in ieder geval op het lijstje om te gaan kijken. Maar we konden veel meer zien dan wat ik thuis bedacht had, en we hebben er dan ook uitgebreid foto’s en film van gemaakt. Natuurlijk mag je niet de werf zelf op, maar zo vanaf de weg heb je ook een mooi overzicht over de grote machines waarmee ze de vele boomstammen verplaatsen en in het water gooien ter verder vervoer. Telegraph Cove is geen dorp of zo, maar een resort met verschillende mogelijkheden om te slapen. Wij hadden een gewone hotelkamer in een bijgebouw, maar je kunt er ook verschillende soorten huisjes huren, elk met hun eigen inrichting en prijskaartje. Helaas was onze kamer nog niet klaar, dat zou pas om vijf uur zijn.

Dus zijn we eerst naar de winkel gegaan om wasmiddel te kopen. Je kon daar wassen, en dat werd wel tijd. Na het bezoek aan het winkeltje hebben we de auto naar het gebouw van onze kamer gebracht. Daar heeft Piet zijn spijkerbroek buiten maar gewisseld, want die moest echt de was in. Onderweg terug naar beneden met de was zag Piet een hert. Dat was zo tam, dat het waarschijnlijk een beetje bij het hotel hoorde. We hebben ook nog een eekhoorntje gezien. Allebei dat “wild” hebben we natuurlijk op foto en film gezet. We hebben de was in de machine gedaan, en zijn toen maar eens een biertje gaan drinken. We konden even niets anders, de kamer en de was waren toch nog niet klaar. Na het biertje hebben we de was in de droger gedaan, de sleutel opgehaald, de spullen uit de auto gehaald en de kamer ingericht voor zover dat nodig was. Na al die doodvermoeiende activiteiten zijn we maar weer naar beneden gegaan voor het diner. Dat was erg lekker: natuurlijk een wijntje erbij, voorgerechtjes to share en Piet een visschotel en ik de special van de dag: tonijn met groenten en noedels op Aziatische wijze. Onderweg terug naar de kamer hebben we de was uit de droger gehaald, is dat ook weer klaar. Terug op de kamer hebben we de was opgeruimd, en de spullen voor de berenexcursie van morgen klaargezet. Toen was het tijd voor nog een laatste biertje op de kamer en naar bed.

 

 Zaterdag 3 juni  naar Port Mc Neill        53 kilometer

We zijn belachelijk vroeg op moeten staan, maar we willen op deze trip zeker niet te laat komen, we moesten om half zeven aanwezig zijn, de boot vertrok om 07:00. Natuurlijk waren we op tijd, zelfs als eerste. Het bleek dat we met acht personen waren, twee Amerikanen, twee Australiërs, een stel dat in Vancouver woonde waarvan zij oorspronkelijk uit Zuid-Afrika kwam, en wij. Een gemêleerd gezelschap dus, helemaal niet erg. Na het inchecken en laatste toiletbezoek zijn we ingescheept om de gids een stukje verder op te halen. Alex was onze kapitein, en Brennan onze gids. Brennan was een lid van de First Nations bevolking, de oorspronkelijke bevolking van Canada. We gingen meteen varen naar de Knight inlet (fjord). Toen wisten we ook waarom we zo vroeg moesten vertrekken: het is laagtij en dan heb je de meeste kans om beren te zien. En daar gaan we tenslotte voor, dus dan is het ineens niet zo erg meer. Onderweg hebben we een aantal dieren gezien: een adelaar die op het laagtijstrand aan het eten was, en verschillende andere vogels. Maar ook zeeotters en porpoises (bruinvissen). Intussen werden we voorzien van onze eerste snack: een yoghurtje. Wel niet helemaal wat we van het ontbijt hadden verwacht, maar we zullen vast niet omkomen van de honger.

 

Toen we al een poosje in de inlet hadden gevaren hebben we aangelegd bij de Lagoon Cove. Één huis en twee winkeltjes, en een pompstation voor boten. Daar was ook een toilet, en dat was voor iedereen nodig, want het toilet aan boord was kapot. Ik heb daar nog wat chips, en wat chocolade gekocht, want een echt ontbijt zat er kennelijk niet in. En juist daarna kregen we, toen we weer aan boord waren, een reep en een appel. Na een poosje zagen we iets heel bijzonders: vechtende grizzly beren, een prachtig gezicht. Daar hebben we een hele tijd stilgelegen, om dit spektakel te kunnen volgen. Brennan en Alex zeiden dat ze dit ook nog nooit hadden gezien. Het was wel heel heftig, de beren zaten ook helemaal onder het bloed, ze waren ook beide gewond.

Natuurlijk hebben we foto’s gemaakt, en geprobeerd een film te maken, maar de boot lag weer eens niet stil. Er was ook een derde beer, maar die bemoeide zich er wijselijk niet mee. Gelukkig hielden de beren er op een gegeven moment mee op, de verliezer ging er maar vandoor. Maar goed ook, want wij konden er allemaal geen genoeg van krijgen, dan hadden we er waarschijnlijk heel de dag gelegen. Na een poosje zijn we dus maar doorgevaren, en toch weer even terug omdat er een weer terug naar de kant was gekomen. Daar ook weer wat foto’s en film van gemaakt, en toen toch maar doorgevaren naar een kleinere boot, waarmee we verder de inlet in zouden gaan. Maar die tocht verder de inlet in ging niet door, de motor van de kleine boot had problemen en dan is het beter om niet te gaan, voordat je met een stilgevallen, opgeblazen motor stilligt en op hulptroepen moet wachten. Toch probeerde Alex nog steeds de kleine boot aan de gang te krijgen, intussen aten wij onze lunch.  Voor iedereen was er een sandwich, een zakje chips en een blikje drinken. Eenvoudig, maar prima. We hebben een beetje zitten kletsen, het was tenslotte een prachtige omgeving om even te rusten. We zijn rustig teruggegaan, het blijft een ontspannen dag ondanks de opwinding van de vechtende grizzly’s. Onderweg terug naar de Lagoon Cove voor een plas- en tankbeurt zwommen er orka’s vlak langs de oever. Dat konden we toch niet laten gaan, dus die hebben we lang gevolgd. Toen we na een veel langere tocht dan gepland aankwamen bij Lagoon Cove was de nood voor een toiletstop wel heel hoog. Na een kwartiertje zijn we weer verder gevaren en kwamen we nog een bultrug tegen, hoe vol kan een dag zijn. Die hebben we geprobeerd te blijven zien door haar te volgen, maar na de eerste keer boven komen bleef ze onder.

Met de boot zijn we naar de steiger van het cultureel centrum van de First Nation People in Alert Bay gegaan. Dat is een centrum waarin de geschiedenis van de verschillende stammen en het totaal van de stammen wordt verteld. Brennan gaf een rondleiding, en je kon merken dat hij er heel veel kennis van heeft. Al die stammen zijn ook zijn familie, en hij vertelde vol passie over hoe zij leefden, wat er gebeurde toen hun manier van leven en feesten werd verboden en hoe nu alles gelukkig werd erkend en zoveel mogelijk terug gedraaid. Zoals de kinderen die werden weggenomen om ze te assimileren in de “normale” Canadese manier van leven. Er gaat een project lopen om de vermiste kinderen die door het hele gebied begraven liggen te vinden. Dat gaat zwaar worden voor de leden van de stammen, maar het kan nu in ieder geval. Hij vertelde ook over de begraafplaatsen en de betekenis van de totempalen. Binnen leidde hij ons ook door zijn voorouders leven, en door de ceremonies die voor verschillende gelegenheden uitgevoerd worden. Het is een complexe maatschappij, met vele prachtige maskers en dansen.

Toen de ceremonies verboden waren, werden de maskers in beslag genomen en verkocht aan allerlei musea over de hele wereld. Langzaamaan komen die weer allemaal terug, omdat er nu ook een goed museum is waarin de tentoongesteld kunnen worden. Dat de maskers goed geconserveerd tentoongesteld konden worden was een voorwaarde van de musea om ze terug te geven. We keken er nog heel even naar in de shop, maar ze begonnen bij € 800 en dat is toch wel heel veel geld, dus dat hebben we maar niet gedaan. Toen we terug waren in de haven hebben we nog even een paar boodschappen gedaan en zijn we naar het hotel teruggereden. Onderweg hebben we nog drie reeën in de berm zien lopen. Terug in het hotel hebben we eerst maar eens een biertje gedronken op onze kamer. Daarna zijn we voor de tweede avond gaan eten in het restaurant van het hotel. Dat moest ook wel, anders hadden we weer met de auto weg gemoeten, en bovendien is er in de verre omtrek niets te vinden. We hebben ook de tweede keer prima gegeten en gingen daarna terug naar de kamer. Omdat we toch niet vroeg weg hoefden, en het dus best laat mocht worden gingen we allebei in bad. Maar daarna was Piet helemaal bekaf, en viel ik in slaap achter de computer, dus was ook niet al te fit. Toen ik uit bad kwam lag Piet al te slapen, en ik was ook zo vertrokken.

Zondag 4 juni  naar Parksville       333 kilometer

We hebben lekker rustig aangedaan, de receptie was pas om half negen open, en we konden dus niet eerder uitchecken. Het ontbijt hebben we op de kamer gegeten. Om kwart over negen zijn we naar onze volgende bestemming vertrokken. Omdat het een lange reis zou worden hebben we niet uitgebreid gestopt, en zijn we alleen onderweg gestopt voor een slokje cola en een appeltje op de rustplaats bij Keta Lake. Ook daar waren weer de intussen bekende schone toiletblokken op de parkeerplaats, het zou mooi zijn als dat in Europa ook zo zou kunnen, en niet alleen in Canada en Japan. Daarna gingen we een beetje van de snelweg af, en reden we verder over de Oceanside route 19A. Dat was een mooie route langs de oceaan, en even wat anders dan jakkeren over de snelweg. We zijn we bij een oesterkwekerij in Union Bay gestopt en hebben we daar ons broodje opgegeten. We hebben ook even rondgekeken en wat foto’s en film gemaakt van mensen die mosselen of kokkels aan het rapen waren. Maar waarschijnlijk lagen daar op de kust ook wel wat oesters, want er stond een bord dat je daar geen oesters mocht rapen omdat daar een commerciële licentie was. Bovendien zagen we verderop in het water plateau’s liggen en daar lagen ook wat boten bij, dus dat stuk kust was echt van een bedrijf. Een paar honderd meter verderop mochten we wel zelf oesters rapen, maar daar lag natuurlijk niets. Na weer een stuk op de Oceanside route gereden, werden we op enig moment weer door een omleiding de snelweg opgestuurd. Dat was ook wel weer prima. Toen we aankwamen bij het hotel zijn we eerst omgedraaid en om te gaan tanken, daarna hebben we ingecheckt.

De kamer is prima, we hebben even wat spullen op de kamer gelegd. Daarna zijn we eens stukje gaan lopen langs de brede weg, want we hadden wel zin in iets lekkers.  Onderweg naar ergens waar we wat zouden kunnen drinken kwamen we langs Paradise Fun Park, een soort speeltuin, of klein pretpark met een midgetgolfbaan en een waterpartij. Het zag er allemaal heel verzorgd uit, en er zou in de vakanties ook wel best veel gebruik van gemaakt worden, maar nu was het er wat stil. We zijn terecht gekomen bij Lefty’s, een pizzeria, daar hadden ze een leuk terras. We namen een cocktail, die van mij was een soort slush puppy met alcohol, de Mojito van Piet was wel heel slap. Die nam na zijn drankje nog maar een biertje, ook al omdat ik dat ijs niet snel weg kan werken. Na de borrel zijn we terug naar het hotel gegaan om te kijken wat we de volgende dag zouden moeten doen, en waar we die avond zouden gaan eten. Er zouden wat restaurantjes langs de weg zijn, maar die waren allemaal niet open, daarom zijn we verder gaan lopen en bij Boston Pizza terecht gekomen om wat te eten. Daar schenken ze in ieder geval een biertje bij het eten. Na het eten hebben we nog even langs de boulevard gelopen en zijn we zo naar het hotel teruggegaan. Omdat we nog een paar yoghurtjes over hadden, en die niet mee wilden nemen hebben we die met zelfgemaakte schepjes van een papieren bekertje opgegeten. Het was nog wel heel vroeg, en we hadden nog wel wat te drinken. Dus heb ik beneden twee glazen gehaald en ijsklontjes voor Piet. Dat was allemaal geen probleem, maar dat zal er ook mee te maken hebben dat er geen bar in het hotel zelf is. Onder het genot van ons (bijna) dagelijks afzakkertje hebben we de foto’s en film overgezet, een beetje aan het reisverslag geschreven (vooral steekwoorden) en gekeken wat de planning voor de volgende dag zou zijn.

 

 Maandag 5 juni  naar Whistler      144 kilometer

De dag van de ferry overtocht terug naar het vasteland van Canada, omdat we daarvoor zeker graag op tijd zijn, zijn we op tijd opgestaan. Na een prima ontbijt dat was in begrepen in het hotel zijn we om 09:15 uur gaan rijden. Ik had Departure Bay ingegeven in de navigatie, want daar moesten we tenslotte naar toe. Toen we daar ongeveer aankwamen, bleek het ook een dorpje te zijn, en dus niet de terminal van de ferry. Maar gelukkig was die wel in de buurt, en omdat we ook al op tijd vertrokken waren hadden we tijd genoeg om naar de afvaart kade te rijden. Toen we daar aankwamen hebben we de auto meteen op de goede lane gereden en ben ik cappuccino gaan halen. Het was prachtig weer, dus die hebben we bij de auto opgedronken. Eenmaal aan boord, de boot vertrok 10 minuten te laat, hebben we nog een kopje koffie genomen en onze meegebrachte broodjes opgegeten. Verder hebben we de tijd gedood door even op het zonnedek te zitten en wat rond te lopen. Het waaide stevig, dus we moesten wel een plekje zoeken waar we niet uit ons hemd zouden waaien. We konden Vancouver al zien liggen vanaf de boot, dus toen leek het nog veel korter varen. Na een voorspoedige vaart zijn we naar de Sea to Sky Gondola gereden, die excursie was in begrepen in de reis, we kwamen daar om 13.45 uur aan.

Ondanks dat we vroeg waren konden we toch meteen mee naar boven, ik vond het wel een beetje eng toen ik naar beneden keek, want het is echt wel een hoogte in die kleine gondel waarin je zit, maar omhoogkijkend viel het dan weer mee. Bovenaan gekomen hebben we op een bord een wandeling uitgezocht, de Panoramaroute van 1,5 kilometer. Ook hier was een suspension brug, daar zijn we eerst maar eens overheen gelopen. Er liep een Belgische vrouw die ook zo’n toeter van een camera om haar nek had hagen, die hebben we gevraagd een foto van ons te maken. Er zijn heel mooie uitzichtpunten op de Panoramaroute. Ik heb daar ook nog een paar foto’s gemaakt van een groep Japanners met een kindje dat een beetje bang was. Op een gegeven moment raakten ze allemaal in paniek omdat ze dachten dat ik te ver achteruit zou gaan en naar beneden zou vallen.

Maar ook uitzichten en vergezichten naar Mount Garibaldi, een stratovulkaan (opgebouwd uit lavalagen van verschillende uitbarstingen), en nog vijf andere bergen, zoals onder andere Mount Murchison en Mount Conybeare. Deze stonden allemaal mooi aangegeven op een bord bij het uitkijkpunt waardoor je ook kon lezen waarnaar je eigenlijk stond te kijken. Na de Panoramaroute gewandeld te hebben zijn we eerst maar eens naar het toilet gegaan, en hebben daarna nog de korte Spirit route gedaan. En toen was het echt wel tijd voor een drankje. Piet nam een colaatje, die moest nog verder naar Whistler rijden. Ik was niet echt solidair, en nam een biertje. Piet wilde dat ik dat nam, we hoefden tenslotte niet allebei aan de frisdrank, en eerlijk gezegd was ik daar wel aan toe na het wandelen in de hitte. Het was namelijk veel warmer dan gedacht en we hadden dan ook veel te veel spullen naar boven meegenomen. Weten wij veel dat het op bergtoppen ook warm kan zijn. En daarnaast waren we Piet zijn pet vergeten terwijl de zon volop scheen. Gelukkig liepen we veel tussen de bomen. We zijn om half vijf verder gaan rijden naar onze volgende bestemming. Na een klein uurtje kwamen we aan ons hotel Crystal Lodge & Suites in Whistler. We hebben eerst de spullen op de kamer gelegd en hebben de auto in de garage geparkeerd, die staat daar dan mooi veilig. Het is misschien wel wat duurder dan aan de straat, maar het is toch al geen goedkope vakantie. En toen was het ook voor Piet eindelijk tijd voor een drankje, dus op naar de bar. Een halve liter bier kost hier € 4,5 en een Aperol Spritz € 7. Dus best om te doen. We hebben In de bar ook nog allebei een uiensoepje genomen en een Poutine om te delen. Dat laatste is een typisch Canadees gerecht van gebakken friet met kaas en vet erover. Leuk om een keer te doen, en het smaakte ook best, maar één keer is wel genoeg. Na de drankjes en het kleine hapje eten zijn we terug naar de kamer gegaan voor de foto’s en zo. Omdat het niet helemaal duidelijk was of er ontbijt geserveerd werd, en waar ben ik nog even naar beneden gegaan. Bij de receptie kwam ik erachter dat ze geen ontbijt serveren vanuit het hotel, maar dat er wel in het hotel een Starbucks zat waar je wat kon ontbijten. Daar ben ik dus maar even naar toe gelopen, maar die was al dicht. Degene die aan het opruimen was zei dat ze de volgende ochtend inderdaad ontbijt serveerden, maar heel beperkt. Daarna hebben we nog even de doppertjes uit de auto gehaald en toen maar eens gekeken wat we de volgende dag zouden doen.

Dinsdag 6 juni  Whistler

We besloten om eerst naar het Visitor Centre te gaan voor wat extra informatie, we moesten natuurlijk wel alles zien en doen wat er allemaal in Whistler te beleven is. Maar eerst maar het ontbijt. Er waren restaurantjes genoeg en wij kwamen voor het ontbijt terecht bij de Hotbuns bakery. Ik bestelde wat de standaard daar was, later bleek dat een pannenkoek te zijn met van alles erop zoals ham en kaas. Een beetje raar idee, maar het was verder prima, alleen wel machtig. Na het bezoek aan het visitor centre zijn we even teruggegaan naar het hotel met al de informatie die we mee hadden gekregen, om te kijken wat we zouden gaan doen. Toen we dat allemaal hadden uitgezocht zijn we gaan lopen, eerst naar de Olympic Plaza met de Olympische ringen.

Die moeten natuurlijk ook op de foto, we komen niet zo vaak op een plek waar de Olympische spelen zijn gehouden. Op datzelfde pleintje stond ook een totempaal die het Olympisch figuur destijds heeft verwelkomd heeft. Ook was daar het beeld Paralympic Agitos te bewonderen wat gebruikt werd voor de Paralympisch Spelen van 2010. En vervolgens gingen we naar de trail rond Lost Lake lopen, onderweg daar naartoe hebben we ook al een aantal kunstwerken gezien (en natuurlijk op de foto gezet) van de kunstroute. Die zouden we namelijk ook nog gaan lopen, en dan hadden we deze maar vast vastgelegd op foto en film. Aangekomen bij het Lost Lake zijn we er rustig omheen gelopen. Bij het begin van de rondwandeling was er een recreatieparkje, een soort zwemstrandje. Er waren vooral brede paden, dus het was gemakkelijk te lopen. Toch hebben we ook nog wat kleine paadjes afgelopen naar het water toe, anders was het helemaal zo’n saaie wandeling geweest. Na de trail rondom Lost Lake zijn we een stuk van de kunst- en cultuurroute gaan lopen, we kwamen verschillende kunstwerken tegen. Variërend van een beschilderd viaduct tot een aantal palen waaraan banieren met kunst gehangen waren. Na het eerste deel van de route zijn we eerst wat gaan drinken en eten bij de Beacon pub & eatery  in het centrum. Lekker een biertje en wat empanada’s.

Na de rustpauze zijn we natuurlijk verdergelopen om de route af te maken. We zagen verschillende sculpturen en beelden zoals A Timeless Circle met allemaal ronde gezichten, Bear Affection bestaande uit een moeder beer met haar kleintje. We kwamen ook over een brug met allemaal bewegende objecten op de leuning, het waren een aantal soorten verrekijkers, maar die wel heel bijzonder waren uitgevoerd. De brug heet dan ook “Sightlines Bridge”. Op één van de kijkers keek je bijvoorbeeld naar een mannetje op hetzelfde object. Het plan was ook om naar het Whistler museum te gaan, en onderweg daarnaartoe kwamen we ook langs allemaal leuke dingen. Een klein speeltuintje met onder andere een bijzonder speelhuisje van cement met steentjes als een soort gewapend beton, maar dan met allerlei kleurige steentjes in plaats van gewoon grind. Daar stond ook een beeld van een lynx, en een soort (lage) boomhut met een glijbaan. Onderweg naar het museum kwamen we ook op een pad met allemaal bomen, waarvan een gedeelte afgezaagd was. Bij sommige leek er een nieuwe boom uit gegroeid te zijn, het leek wel of de nieuwe boom beschermd werd door de oude. Eigenlijk zoals bij ons hekjes om nieuw aangeplante bomen staan, maar het zal wel natuurlijk gevormd zijn. Eigenlijk was het een klein parkje onderweg, er was ook een kleine plas waar een paar ligstoelen aan stonden. Voordat we het museum gingen bezoeken zijn we eerst de rest van de route gaan lopen, er moest ook een grote voorleesstoel staan. Die hebben we eerst gezocht en gevonden. Zelfs “er was eens” stond erop, dus een echte sprookjesstoel. Daar in de buurt stond ook een heel bijzondere plaquette van de stad waar een paar van de dingen die wij gezien hadden ook echt benoemd zijn, zoals de “Storyteller’s chair” en de “Sightlines Bridge”.

Uiteindelijk kwamen we dan toch bij het museum terecht. Daar werd geen entree geheven, maar een donatie van CAD$5 per persoon werd zeer op prijs gesteld. In het museum zagen we de historie, en de flora en fauna van het dorp en de omgeving. Maar er waren ook wat voorwerpen van de Olympische Spelen, en er werd getoond hoe die na heel vaak inschrijven uiteindelijk toch in 2010 deels naar Whistler waren gekomen. Daarna was het wel weer even klaar met wandelen en bezichtigen, en zijn we via de supermarkt voor de lunch van de volgende dag, terug naar het hotel gegaan. In de kamer hebben we natuurlijk wat dingen gedaan zoals de foto’s van de dag veiligstellen. Omdat we het nieuws op TV aan hadden staan hoorden we dat er flinke bosbranden waren uitgebroken bij Alberni en Cathedral Grove. Gelukkig waren we daar al geweest en weer weg, want zowat heel Highway 4 was afgesloten, en daar hadden we toch een aantal keren overheen gereden. Het diner hebben we genoten bij de Axari Restaurant and Oyster bar op het plein. Niet een heel goedkoop restaurant, maar het zag er wel goed uit, en het terras zat heerlijk.

Het laat zich natuurlijk raden dat we als voorgerecht oesters namen. En die waren niet eens duurder als bij ons bij de visboer op de Helftheuvel. Na de oesters namen we allebei een klein gerecht. Piet nam tonijn en ik octopus, allebei klein, maar wel heel erg lekker. Na het diner zijn we nog even naar de supermarkt gegaan voor het ontbijt van de volgende dag, en hebben we op ons balkon nog wat gedronken, met een paar chipjes erbij. Om half elf was mijn pijp leeg, Piet nam nog een drankje en bleef nog heel even op.

 Woensdag 7 juni  naar Kamloops         308 kilometer

We hebben op de kamer het ontbijt uit de supermarkt gegeten, en hebben de rest meegenomen voor de lunch. Om 09:00 uur zijn we vertrokken, mooie tijd. We gingen op weg naar Green Lake, maar niet voordat ik weer een bundel Travel & Surf had gekocht bij T-Mobile, want anders was het zo over met navigeren. Green Lake was mooi groen vanwege het  gletsjerwater waaruit het bestaat. Er waren ook mensen op aan het suppen en waterskiën, dus een echt recreatiemeer. Na even rond te hebben gekeken zijn we verder gaan rijden, maar toen kwamen we erachter dat de logging omgeving ook wel nadelen kent. Een heel aantal auto’s, en wij dus ook, kwamen achter een vrachtwagen met boomstammen terecht, en inhalen mocht niet. Dus rustig aan, dan breekt het lijntje niet. Om de langzame rit te onderbreken zijn we bij Joffre Lake Park gestopt. Daar moest je helaas een apart kaartje voor kopen, de parkenpas werkte daar niet. En daar hadden we even geen zin in voor een wandeling van vijf minuten naar een meer. Het is niet alsof we geen meren hebben gezien, of nog gaan zien. En voor de lange route in Joffre Park hadden we geen tijd, we hadden een lange reisdag voor de boeg. Dus dan maar een toiletstop van gemaakt, de toiletblokken stonden nog op het openbare gedeelte en waren natuurlijk weer heel en schoon. Intussen was de vrachtwagen gelukkig ook weer weg, en konden we doorrijden voor zover dat natuurlijk mogelijk op een 60-80 weg. We zijn doorgereden naar Duffey Lake, dat was een tip van de parkwacht van Joffre Park.

Daar konden we zonder kaartje kopen kijken, en daar was het ook prachtig. Het water was helemaal stil, als een spiegel. De bomen en de besneeuwde bergtoppen werden weerspiegeld in het water. Een Amerikaan met een camper stopte ook en vroeg of wij al wild hadden gezien. Helaas moesten we antwoorden dat we nog niets hadden gezien. Zij hadden ook alleen maar een konijn gezien, dus ook niet spectaculair. We zijn doorgereden over weg 99, die was best smal en bochtig. We kwamen ook een paar keer langs plekken waar slagbomen (gelukkig omhoog) stonden. Dat betekent dus dat de weg bij ijs of sneeuw ook daadwerkelijk afgesloten kan en zal worden. Gelukkig was dat tijdens onze trip niet het geval, kan ook bijna niet van de sneeuw, het was tenslotte 30 graden. Op een gegeven moment stond de camper van die Amerikaan stil, hoewel het niet mocht. Hij stond stil omdat daar in de berm een beer aan het eten was. Jammer genoeg lag het fototoestel van Piet achterin, dus pakte ik mijn telefoon.

Die kan tenslotte ook foto’s maken. En ik had gelukkig mijn filmcamera wel bij de hand. Daar ben ik mee begonnen, waarbij later bleek dat dat niet gelukt is. Vooral de lange film die prachtig was in mijn schermpje was mislukt, dat bleek een lange film van mijn jurk te zijn. Ik was te snel geweest met de opnameknop indrukken, de camera was daarvoor nog niet klaar, zullen we zeggen: mooi balen, hoewel er wel wat krachtiger termen uit mijn mond kwamen. Met de telefoon ook nog wat foto’s gemaakt, maar toen waren we de route weer kwijt. Piet had die uitgezet en we hadden daar geen bereik, dus we konden hem ook niet opnieuw inladen. Omdat we mooie dingen hadden gezien, en er niet heel veel afslagen waren op die weg was dat allemaal niet zo’n drama.

Toen we aankwamen bij een pompstation had ik gelukkig weer bereik, dus snel de route weer opgestart. Bij het pompstation hebben we eerst onze lunch opgegeten, en hebben we koffie gedronken. Die moesten we contant afrekenen, de WiFi lag eruit. Nadat we een stukje verkeerd hadden gereden omdat de mevrouw van de navigatie het even niet wist waren we weer op weg. En toen zaten we potverdorie weer achter logging vrachtwagens, maar het is vakantie en geduld is een schone zaak. We zijn nog één keer gestopt bij een pompstation om te plassen en een ijsje te kopen. Daarna waren we al redelijk snel in Kamloops. In het hotel was het natuurlijk de intussen bekende procedure: inchecken, auto in de garage rijden en de bagage naar de kamer brengen. Het werd echt tijd voor een drankje, we kwamen terecht op het terras van Sharky’s Bar, een moderne bar, maar wel met happy hour, dus prima. Toen ik afrekende, maar vooral bij het weglopen daarna, kwam ik erachter dat ik het foutje van de maand had begaan: 50% fooi. Gelukkig was het niet zoveel, het ging om €7,00, dus we zouden het wel redden. Helaas was dus het voordeel van de happy hour weer weg. Na de borrel zijn we de stad in gelopen, we moesten daarvoor wel een brug over een spoor over, die was best steil na de cocktails. We hebben gegeten bij Kelly o’Bryans Pub, omdat we net al drank achter onze kiezen hadden, hadden we niet al te veel honger. Dus een hoofdgerecht met een biertje was volop genoeg.

Op de terugweg zijn we maar gewoon over de spoorwegovergang gelopen, dat kon namelijk ook. In het hotel zijn we natuurlijk bezig geweest met de foto’s, het reisverslag en de film. Daar kwamen we erachter dat de film van de beer niet gelukt was. Dat was dan even geen leuke afsluiting van de dag, zeker omdat we in eerste instantie niet wisten hoe het kwam. Was de camera stuk, had ik iets verkeerd gedaan? Dat eerste sloten we uit door een proeffilmpje te maken.  Daarna was het nog even kijken wat we de volgende dag zouden moeten / gaan doen, en toen was het alweer bedtijd. Toen ik ’s-nachts wakker werd (ik lag er niet wakker van, maar word wel eens meer wakker om naar het toilet te gaan) bedacht ik ineens wat het probleem was geweest: de vertraging in het klaar zijn van de camera om te gaan filmen. Hoewel het nog steeds balen was, was het ook wel een geruststelling dat we nu wisten hoe dit in de toekomst te voorkomen.

Donderdag 8 juni  naar Clearwater       189 kilometer

We hebben ontbeten in ons hotel Sandman Signature, en deze keer voor maar één persoon gebakken aardappeltjes besteld. De rest van het ontbijt waren drie eieren met spek en toast, dus het was sowieso al veel. Na het ontbijt en de auto inladen vertrokken we om toen voor half tien, mooie tijd. Onderweg kwamen we nog wel in een kleine file terecht, er was een pick-up in de sloot naast de berm beland, en die moest eruit getakeld worden. Even wachten dus, maar we hadden tijd genoeg. Ook hier reden weer vrachtauto’s met grote boomstammen erop, dus we moesten er langzamer dan we gewild hadden achter blijven rijden. Dat gaf ons wel de gelegenheid om wat foto’s en film ervan te maken.

Toen alle vrachtwagens voor ons weg waren konden we weer doorrijden, en dat was goed ook, want we hadden nog wel een lange rit voor de boeg. Onderweg zijn we gestopt om te tanken in Clearwater omdat er geen tankstations in het park zijn. En dan is een volle tank wel fijn. Bij het tankstation hebben we dan ook maar meteen koffie met een appelkoek genomen, koffie met is altijd lekker. Verder onderweg zijn we nog even gestopt voor een ijsje, en een bezoek aan het toilet, dat wordt dagelijkse routine lijkt het wel. Omdat we tijd genoeg hadden zijn we voordat we naar het hotel gingen eerst een paar watervallen in Wells Gray Provincial Park gaan bezoeken. We kwamen eerst aan bij de Spahats Falls aan, een prachtig 73 meter hoge waterval in de Spahats Creek. Na hier rond gekeken te hebben reden we door naar de Helmcken Falls, waar ook onze lodge naar vernoemd is.

 

Daar hebben we ook weer onze ogen uitgekeken over de kracht waarmee het water naar beneden stort. De waterval valt op een hoogte van 141 meter van het Murtleplateau naar beneden, waarmee hij de vierde hoogste van Canada is. Omdat we toch voldoende tijd hadden zijn we ook nog even de weg naar Dawson Falls opgegaan. Deze waterval is niet zozeer hoog, maar wel 90 meter breed, dus ook wel weer bijzonder om van te genieten. Zoals we ook al eens gelezen hadden, en aan den lijve ondervonden bij Dawson Falls, stikt het in Wells Gray van de muggen. Lang hebben we dan ook niet gekeken naar de Dawson Falls. Maar dat het een waterrijk gebied is zie je eigenlijk overal wel, we zijn ook nog gestopt om op een brug naar een snelstromende rivier / beek te kijken. We kwamen daar zelfs twee keer over, het blijft mooi om naar bewegend water te kijken. Na al dat watergeweld zijn we naar ons hotel Helmcken Logde gegaan. Toe we aankwamen was onze kamer nog niet klaar, dus hebben we maar een biertje gedaan en een beetje zitten kletsen met een Nederlands stel. Die waren ook via Doets op reis, maar deden de reis andersom en wat aangepast op hun wensen. Zij wonen namelijk in Heerhugowaard en dat is het gemakkelijk om naar het kantoor van Doets te gaan en zelf je reis samen te stellen. Toen de kamer klaar was konden we de auto lekker bij de kamer neerzetten. We zaten in een gebouwtje met meerdere kamers, allemaal op een rijtje.

Verder was er een hoofdgebouw waar de receptie en het restaurant was. Voor de campinggasten was er ook een bijgebouw waar douches en toiletten waren en waar wasmachines en drogers stonden. Helaas viel de stroom uit toen we op de kamer waren, dat betekende helaas ook geen WiFi. We hebben dus maar een beetje op de kamer gehangen en hebben zaken voor het tanken uitgezocht, in dit park moet je dat wel goed plannen anders zit je zonder brandstof. Toen we wilden gaan eten was er weer stroom, maar helaas kon er niet gekookt worden. Dus werden er voor de gasten van het hotel en de camping op een grote BBQ hamburgers en kip gebakken om op een broodje te doen. Een beetje salade en een blikje fris erbij en we konden er weer tegen. We hoefden dat allemaal niet te betalen, omdat ze het zo vervelend vonden dat we niet in het restaurant konden eten. We hadden een flesje rood (soort van) koud gelegd, daar zijn we op de veranda vóór onze kamer aan begonnen. Maar we gingen al snel naar binnen omdat ik werd opgevreten door de muggen. En hoeveel Piet de Moordenaar er ook kapotsloeg, ze bleven komen. Het Wells Gray Park staat er ook om bekend. In de tussentijd had ik ook een wasje in de wasmachine gedaan, gelukkig had ik nog wasmiddel van Telegraph Cove. Omdat het een heel hoge bovenlader was had ik wat moeite om de kleine stukjes eruit te krijgen, maar uiteindelijk lukt dat met wat kunstgrepen toch. De was dus de droger in, wel makkelijk als hij niet nat mee de koffer in moet. Na de was en de wijn op tijd naar bed.

Vrijdag 9 juni    Rainbow Falls tour

Het ontbijt was in een gedeelte van het restaurant in het hoofdgebouw. Het was wel heel eenvoudig, en je moest ook een beetje opletten: de waterkoker en de broodrooster mochten niet tegelijk aan, dan zouden de stoppen eruit knallen. Maar we hadden genoeg, helaas voor de mensen na ons was de melk al heel snel op. Na het ontbijt heb ik het ontbijt en de biertjes van de dag ervoor afgerekend, en nog een fles water meegenomen. De rit naar de opstartplaats van de boot voor onze dagexcursie was ongeveer zestig kilometer, we zijn om half tien vertrokken. We reden weer langs de asfaltweg die naar de drie watervallen leidt. Daarna werd het een stuk gravel, maar we waren (natuurlijk) ruim op tijd bij de boot. We gaan liever wat eerder weg, en zijn dan te vroeg, dan dat we op het nippertje of zelfs te laat zijn. We hadden wel geurloze muggenspray meegenomen, en dat was nodig ook. Zelfs de picknicktafels bij het water stonden in een muskietentent.

Eerst hebben we onderweg twee uur gevaren met stops bij allerlei watervallen, waarbij onze Nederlandse gids Matthijs van alles vertelde over wat we zagen. Toen we waren aangekomen bij de Rainbow Falls hebben we een klein stukje met het hele groepje gewandeld. Aan het einde van de wandeling, onderaan de Rainbow Falls gingen Piet en de jeugd naar boven voor mooie foto’s. Voor mij en andere mensen van de groep was dat veel te steil en te glibberig, maar Piet kan dat prima. Toen de jeugd alweer naar beneden kwam zeiden ze dat Piet er zo aan zou komen, hij bleef nog even voor wat mooie foto’s. En het zag er inderdaad prachtig uit, maar ik was blij dat hij weer beneden was. Zelfs Piet zou een misstap kunnen maken en naar beneden vallen, en uit dit water ga je niet levend uitkomen zo’n kracht zit erin.

 Matthijs haalde de lunch uit de boot, en die was helemaal prima. Er waren sandwiches en salades, yoghurt en fruit, vergezeld van koffie en thee. De lunch was aan de oever van het meer, en we konden daarin ook zwemmen en kanoën. We gingen eerst nog maar eens een keer proberen te kanoën, het water was tenslotte zo glad als een spiegel. Deze keer lukte het gelukkig wel, als we maar een beetje uitleg krijgen. Deze prestatie is door Matthijs op camera vastgelegd, dus het bewijs is overduidelijk. Na het kanoën heb ik mijn badpak aangetrokken, en zijn we gaan zwemmen: KOUD!!!!!. Ik ben er dus maar heel even in geweest, maar Piet vond het wel lekker en bleef er heel wat langer in zwemmen.

Na al die activiteiten hebben we met de hele groep de lunch opgeruimd en zijn we langs mooie rotsformaties teruggegaan naar het startpunt van onze boottocht. Onderweg zagen we ook een visarend, altijd fijn om iets moois van de natuur te zien. Helaas vloog hij wel heel snel weg, dus we hebben hem niet al te lang of goed kunnen zien. Toen we van boord gingen hebben we Matthijs ook nog een fooitje gegeven, dat zit nou eenmaal in onze gewoonte. We zijn teruggereden naar het hotel. Omdat het jong stel uit Nederland een tip had voor restaurant Syrahs in Jasper heb ik de receptionist van het hotel gevraagd om daar een reservering voor zondag voor ons te maken, wij hadden namelijk helemaal geen bereik in het park. Daarna hebben we een biertje meegenomen naar de kamer. Weer een poging gedaan om dat buiten op te drinken, weer mislukt door de muggen. Dan maar inpakken, en de foto’s en zo doen. En terug naar het hoofdgebouw voor het diner. Was prima.

 Zaterdag 10 juni  naar Jasper        357 kilometer

We hebben nog maar een keer het heel eenvoudige ontbijt in het hotel genomen. Het jonge stel waarmee we de eerste dag mee hadden zitten praten hadden nog niets van Doets gehoord, en begonnen zich toch wel zorgen te maken. Zij moesten nog naar Vancouver Island, maar wilden wel graag weten of het allemaal nog door kon gaan omdat er zoveel bosbranden daar waren, en er ook al geluiden waren dat er snelwegen waren afgesloten. En omdat daar niet heel veel wegen zijn kon het wel eens onmogelijk zijn om daar overal te kunnen komen waar ze voor naar Vancouver Island zouden gaan. Hopelijk zijn ze er nog gekomen, maar wij twijfelden er wel een beetje aan, intussen waren er ferry’s uit de vaart genomen en een van de hoofdwegen was al gesloten vanwege de bosbranden. Na het ontbijt gingen wij onderweg naar Jasper in Alberta, de tweede provincie van Canada waar we zouden gaan rondtrekken. Onderweg naar onze bestemming kwamen we veel borden tegen die waarschuwden voor extreem bosbrand gevaar. Onderweg reden we door Mount Robson Park, we hebben daar nergens gestopt, de reisdag was veel te lang. En gelukkig dat we dat niet gedaan hebben, er waren veel werkzaamheden onderweg, met de nodige vertraging.

We zijn wel even gestopt voor een kort bezoekje aan de Rearguard Falls, het eindpunt en dus de laatste waterval waar de zalmen tegenop moeten zwemmen. Dat was maar een klein paadje, vlak bij de snelweg. Helaas zijn de zalmen er pas aan het einde van de zomer, en dan zijn wij er niet meer. Na dat korte bezoekje zijn we doorgereden naar Jasper, naar ons volgende hotel: de Marmot Lodge. Bij het eerste tankstation hebben we koffie gedronken. Omdat we geen contant geld meer hadden, en er op een volgend tankstation een ATM was wilde ik daar gaan pinnen. Maar helaas hadden ze daar een stroomstoring gehad en wist de pompbediende niet hoe het systeem weer op te starten. Dan maar een ijsje. We waren vroeg in Jasper, en gelukkig was onze kamer al klaar. Daarom hebben we onze spullen op de kamer gelegd, en zijn we even naar het toilet gegaan, voordat we doorgereden zijn naar Maligne Canyon. Voordat we daar waren zagen we een hoop mensen op een brug staan, dus wij dachten aan een beer.

Maar het bleek een grote eland te zijn, die op zijn gemakje aan het grazen was in de tuin van het restaurant. We hebben daar mooie film en foto’s van kunnen maken, samen met nog tientallen andere toeristen. Mailgne Canyon is een park met allemaal diepe en nog diepere kloven met water en watervallen daarin. Over de kloven waren allemaal bruggetjes aangelegd. Het was wel wat toeristisch, maar ook wel mooi om te zien. We werden door een andere toerist gewezen op een eekhoorntje dat aan het eten was. Hij sprong steeds van de tak waarop hij zijn nootjes opat naar een holletje een klein stukje terug. Daar verdween hij dan half in, en haalde er weer een nootje uit wat hij vervolgens op de tak ging zitten oppeuzelen. Te zien aan de berg schilletjes had hij er aardig wat op.

Wij zijn tot bruggetje drie gekomen, toen was het al wel mooi geweest, we waren toe aan een drankje. Onderweg terug naar het hotel zagen we nog drie kleinere (of vrouwtjes) elanden langs de weg staan. Terug in de lodge hebben we eerst de lunch gegeten. Toen zijn we boodschappen voor ontbijtjes en onderweg lunches gaan doen, we moeten tenslotte morgen ook weer eten. We zijn gaan lopen met een rugzak. Na de boodschappen gingen we naar de drankwinkel, daar mag toch echt niet te weinig van zijn. Maar we wilden koude biertjes meenemen en ook nog wat gaan drinken in de stad. Dus heb ik gevraagd tot hoe laat de drankwinkel open was, en zijn we zonder drank eruit gelopen omdat die tot 22:00 uur open was. Tijd voor een drankje dus, we kwamen terecht bij de pub van Whistlers Inn Jasper voor een paar biertjes en een portie bitterballen. Die laatste hebben ze natuurlijk niet, maar calamaris is ook altijd goed. Na de drankjes zijn we teruggegaan naar de lodge, met natuurlijk een stop in de drankenwinkel voor de koude biertjes. Op de kamer hebben we de foto’s en film overgezet, en niks meer aan het reisverslag gedaan. Wel nog een baco gedronken, en daarna op tijd naar bed.

 Zondag 11 juni  naar Jasper Skytram

Omdat we vandaag de in de reis inbegrepen excursie met de Jasper Skytram zouden doen zijn we een beetje op tijd opgestaan, om kwart over zeven. We hadden spullen voor het ontbijt en de lunch gekocht, dus na het ontbijt met de toch best pittige salami hebben we de broodjes voor de lunch onderweg gesmeerd. We zijn om tien voor negen gaan rijden, maar eerst even langs de supermarkt voor water. Het water uit de kraan in de lodge smaakt naar chloor. Daarna kwamen we te vroeg aan bij het startpunt van de Jasper Skytram.

Gelukkig mochten we eerder mee, dus dat was wel lekker. Eerst hebben we bij de aankomst van de skytram (aan het begin van het wandelpad naar boven) een beetje rondgekeken. Daar waren wat grote soort marmotten die een beetje lagen te lamballen op een grote rots. Ze lagen daar vast om een beetje op te warmen na een frisse nacht, veel beweging zat er in ieder geval niet in. Er sprong ook nog een chipmunk (wangzakeekhoorn) rond die heel snel weg was. Ik heb natuurlijk wel geprobeerd dat alles op film te zetten. Die marmotten ging natuurlijk prima, maar de chipmunk viel niet echt mee. Toch een beetje gelukt. Op die plek waren er wel veel (luidruchtige) toeristen, dus na het bekijken van de fauna en een toiletbezoek zijn we maar aan de klim naar boven begonnen. De meeste toeristen deden dat niet, die namen genoegen met een ritje met de tram en de uitzichten van het lage gedeelte. Gelukkig had Piet aangeraden om de stokken mee te nemen. Die kwamen zeker van pas, niet zozeer voor de lucht in mijn longen, maar zeker wel voor het lopen. Onderweg naar de top hebben we ook wat zijpaadjes gelopen voor de mooie uitzichten, en dus voor mooie foto’s en film. Je kon twee kanten op, we zijn eerst naar de “valse” top gelopen en daarna naar de echte Whistler Mountain Summit.

Een prachtige plek, met wolken partijen, en wolken die ook langs ons heen gingen. Het was dus een mooie tocht, ook al was het niet zonnig. We zijn via de “rechte” weg  terug naar het tramstation gelopen. Daar hebben we sokken voor de drie kleintjes gekocht, en een lekkere cappuccino gedronken. We doen cappuccino waar het kan, de rest is steeds filterkoffie. Ook niks mis mee, maar toch. We zijn op onze eigen tijd met de tram naar beneden gegaan en hebben daar op een picknick bankje onze lunch opgegeten. Na ons bezoek aan de Whistler Mountain zouden we naar Maligne Lake rijden, maar dat was weer 45 kilometer verder rijden, en daar hadden we geen zin in. Dus zijn we richting de lodge gaan rijden en zijn we nog even gestopt bij Edith Lake en Annette Lake. Dat waren strandjes, eigenlijk zoals bij ons de IJzeren Man, dus daar hebben we niet heel veel tijd doorgebracht. Ook al niet omdat er een paar spettertjes vielen. We zijn niet van suiker, maar hadden al wel genoeg gezien. We hebben daar nog wel een overstekend hert gezien, dus toch weer leuk. Terug in de lodge hebben we onder het genot van een biertje de folder van de Icefield Parkway bekeken. Ik nog even naar de receptie gegaan om te kijken of we eerder bij de Columbia Icefield excursie terecht konden. Dat ging helaas niet, maar we redden het wel. Piet heeft ook nog even de auto gewassen ondertussen dat ik met het reisverslag bezig was op de kamer. Na al die bezigheden in de lodge zijn we gaan douchen, niet dat we heel erg gezweet hebben op de Whistler Summit.

Maar we gingen uitgebreid en luxe eten bij Shiraz in de stad. Het was een advies van de Nederlandse jongelui die we in de Helmckens Falls Lodge waren tegengekomen, en we hadden daarom al meteen na het advies laten reserveren. Onderweg naar het restaurant hebben we nog wat mueslirepen en de altijd belangrijke sleutelhanger voor aan de rugzak gekocht. We hebben heerlijk gegeten, het duurste diner (tot dan toe), maar dat wisten we eigenlijk al bij voorbaat. Het was wel heel lekker: voorgerecht met balletjes van bizon, elk en varken om te delen. Als hoofdgerecht nam Piet Bizon steak, ik nam een Elk Wellington, met een lekker flesje Malbec erbij om samen leeg te maken. Piet nam nog een dessert van vanille-ijs met Sortilege (een mix van Canadese whisky en maple syrup (esdoornsiroop)). Ik zat behoorlijk vol, dus nam geen toetje. We hebben wel allebei nog een espresso genomen, Piet met een glaasje VSOP, helemaal goed. Toen we aan het diner zaten regende het pijpenstelen, maar toen wij weggingen was het gelukkig weer droog. In de kamer hebben we de spullen opgeruimd en de foto’s en dit reisverslag verder gedaan.

Maandag 12 juni  naar The Crossing Road       159 kilometer

We gingen op pad voor onze eerste reisdag langs de Icefields Parkway, richting het zuiden en weg van de bosbranden. Een weg die ons, zo was ons beloofd, langs vele mooie plekjes zou voeren. Omdat de reis lang was, vooral door de uitstapjes die je er allemaal langs kon maken, was halverwege motel The Crossing Road geboekt. Op de kamer hebben we voor het vertrek eerst maar het ontbijt opgegeten, en broodjes voor de lunch gesmeerd. Toen alles in de auto lag zijn we eerst gaan uitchecken en daarna gaan tanken, de tank maar weer eens volgegooid. We zouden op weg 93 blijven, totdat we natuurlijk weer wat anders bedachten, dat is namelijk de lol van zelf rijden. Ik had al wat bezienswaardigheden onderweg uitgezocht.

De eerste stop was een hike in de Five Lake Valley, dat leek ons wel wat. We namen de korte route, want we hadden onze wandelschoenen niet aan. Maar die hike bleek uiteindelijk toch 4,5 kilometer te zijn, en duurde nog steeds ruim twee uur. Het was wel een mooie route, maar Piet op zijn sneakers, en ik zonder wandelstokken was soms toch wel een beetje behelpen. Maar de wandeling was wel mooi, met leuke paden en (inderdaad vijf) mooie meren. We hebben steeds bij elk meer een Aziatische man gezien die met zijn kinderen op pad was. Het gaf ons wel de gelegenheid om een paar foto’s van ons samen te laten maken, want dat deed hij maar al te graag. Aan wild was er niet heel veel te zien, een “gewone” eekhoorn en een chipmunk. Die hebben we wel leuk op de film kunnen zetten. We hebben ook nog een poging gedaan om een mooie eend op de film te zetten, helaas niet gelukt, die was veel te ver weg, en dook ook nog geregeld onder. De volgende stop was het uitkijkpunt op de Athabasca pas. Dat was echt alleen maar even uitstappen, en rustig kijken, dus niet zo’n heel lange stop. Daarna zijn we toch maar de 93A opgegaan om een bezoek te kunnen brengen aan de Athabasca watervallen, die waren dan wel weer indrukwekkend. Daar kon je ook niet alleen naar de watervallen kijken, maar ook met een trapje naar een lagergelegen canyon, naar de rivier en naar een pothole.

Dat laatste is een gat dat door een rivier is uitgesleten voordat de loop van de rivier veranderde. Op naar de volgende stop, de parkeerplaats genaamd Goats and Glaciers. Daar hebben we wel de gletsjers gezien, maar helaas geen geiten. En toen was het zachtjesaan weer eens tijd voor koffie. We zijn daarvoor gestopt op de parkeerplaats bij het Sunwapta Falls Resort. Na de koffie zijn we doorgereden naar de Sunwapta Falls zelf. Alweer een waterval, het houdt niet op. Na die stop hebben we een paar stops niet gedaan, of gewoon gemist, en was onze eerste stop bij de Stutfield Glacier. Deze was wel weer heel erg mooi, jammer dat er weer een groep Indiase mensen waren die een partij herrie stonden te maken. Maar intussen raken we daar een beetje aan gewend.  De volgende stop was aan de overkant van de Tangle Falls, deze lag echt langs de snelweg. Heel veel mensen waren erop aan het klimmen, en Piet ging ook naar boven. Ik had daar geen zin in. Toen ik naar zijn geklauter stond te kijken viel me op dat hij een aantal keren op en neer aan het lopen was. Ik dacht dat hij een goede positie voor mooie foto’s zocht, maar toen hij beneden was vertelde hij dat hij de zonnekap van de camera was verloren, en hij die natuurlijk op alle mogelijke plekjes had gezocht. Helaas niet gevonden, thuis maar meteen een nieuwe kopen. Net voordat we naar het resort gingen voor onze overnachting zijn we ook nog even gestopt bij de Icefield Gletsjer.

Daar zagen we ook al de waarschijnlijke plek waar we naar toe zouden gaan op onze excursie van de volgende dag, en de Skywalk waar we ook naar toe zouden gaan. Toen was het wel een beetje klaar en zijn we naar het resort gereden, waar we om kwart over vier aankwamen. We hebben de spullen op de kamer gezet en zijn meteen naar de pub gegaan voor een biertje. Helaas is dat ook de enige plek in het hele resort waar ze WiFi hebben, verder is er geen bereik, ook niet met de telefoon. In de pub hebben we dan ook de kaarten van Google gedownload voor de ritten van morgen. Na het biertje en het downloaden zijn we terug naar de kamer gegaan om te testen of het zou wel werken, en om de camera’s op te halen voor wat foto’s en film van het resort. We hebben ook even in de winkel en het restaurant gekeken, en besloten toch maar wat te gaan eten in de pub, natuurlijk onder het genot van een biertje. Piet nam short rib, we dachten dat dat hetzelfde zou zijn als in Parksville bij Boston Pizza. Maar het waren deze keer echt platte ribbetjes met wat rauwe groenten. Piet aan de bleekselderij. Ik nam vistaco’s, dat waren taco’s met kibbeling en veel salsa. Het smaakte allebei eigenlijk best, en we zaten er vol van, dus prima. Na het eten zijn we terug naar de kamer gegaan, natuurlijk voor de foto’s en het reisverslag. Toen we lekker op ons eigen platje zaten kwam er een Amerikaans vrouw (uit Las Vegas) vragen of ze haar iPhone bij ons mocht opladen, zij was haar adapter vergeten. Natuurlijk hadden we daar geen bezwaar tegen, en ze bood ons daarvoor een wijntje aan, en ook dat was niet aan dovemans oren gericht, dus daar maakten we graag gebruik van.

 

Dinsdag 13 juni  naar Yoho National Park         213km

Na een veel te warme nacht namen we een lekkere douche. Een beetje tutten en op naar het restaurant voor het ontbijt. Na het ontbijt, wat natuurlijk weer prima en veel te veel was hebben we uitgecheckt, het was een prima verblijf geweest. Bij het uitchecken vroeg ik nog even bij de receptie waar we voor de excursie zouden moeten zijn. De receptioniste vertelde dat we ons moesten melden bij het hotel / restaurant tegenover de gletsjer. Dat was gemakkelijk, want dat hadden we onderweg al gezien. Omdat ik nu precies wist hoe en waar ik me moest melden gingen we met een gerust hart op pad naar onze (zelf geboekte) excursie voor de trip over de Athabasca gletsjer op het Columbia Icefield. De route konden we mooi volgen via de offline routekaart, er was nog steeds geen bereik, het is dus wel een beetje van de wereld af. Natuurlijk waren we weer veel te vroeg op de opstapplaats voor de excursie, maar gelukkig kon je je er goed vermaken.

 

Er is een Starbucks voor goede koffie en wat lekkers erbij. Ik ging toch maar even vragen of we niet eerder mee konden. Na die koffie met en lang wachten aan een balie waar voor mij weer van alles misging (verrassend, doen ze anders nooit) konden we met de trip van 11:30 uur mee, toch 45 minuten verdiend. We werden eerst met een gewone touringcar gebracht naar de plaats waar de Explorer bussen stonden. Dat zijn bussen op heel hoge wielen, het lijken wel bussen met tractorbanden. Onze gids heette Rocco, en die vertelde veel over de omgeving. Het was een steile rit naar de gletsjer, maar ook daar bleken we niet de enigen te zijn die deze excursie hadden geboekt. Het was ook maar een klein stukje van het ijsveld waarop je mocht lopen, en er stonden vier van die Explorer bussen waar zeker een honderd mensen uit waren gekomen. Uiteindelijk viel het dus best tegen, we mochten ook maar twintig minuten rondlopen. Gelukkig was dat gezien het kleine stukje en de hoeveelheid mensen wel genoeg. Het was natuurlijk geen vergelijk met het wandelen op de Viedma, en heeeeeeel veel meer toeristisch, maar uiteindelijk ook wel leuk om een keer zo met de massa vermaakt te worden. Na de rit terug met de Explorer bus naar de opstapplaats, werden we met een touringcar naar de Skywalk gebracht. Dat is een platform met uitzicht op de bergen en het ijsveld, je loopt daar op een glazen plaat, dus voor een hoop mensen was het toch wel een beetje eng. We hebben daar ook nog even staan praten met een man uit Waalwijk die met een groep van 31 mensen met Van Verre Reizen op pad was. Na een tijdje doorgebracht te hebben op de Skywalk waar je zelf de tijd had, zijn we terug gebracht naar het grote hotel / restaurant waar de balies van de excursies zitten. Het begon intussen aardig te regenen, maar we hadden de tijd, dus we hebben even gewacht tot het weer droger werd. Intussen hebben we wel de route gedownload en opgestart, daar was in ieder geval WiFi. Na een laatste toiletstop zijn we gaan rijden, maar het begon toch weer te regenen. Zo ongeveer heel de weg naar de Emerald Lake Lodge heeft Piet in de regen moeten rijden, we zijn alleen onderweg even gestopt voor een toiletstop en het pakken van een mueslireep toen het heel even droog was. Maar gelukkig was er ook altijd nog wat te beleven: er liepen drie dikhoornschapen langs de weg, toch weer wild gezien. Na de stop waren er tot overmaat van ramp ook nog wegwerkzaamheden, en dat maakt het rijden op vreemd terrein en in de regen natuurlijk nog lastiger. Zeker als de rijstroken worden gescheiden door pionnen, en er daarvan ook nog omgevallen zijn. Maar we hebben het natuurlijk gered.

We kwamen om 16:45 aan bij het parkeerterrein van de Emerald Lake Lodge, dat aan de overkant van de lodge zelf ligt. We hadden instructies dat we in een klein huisje via de daar aanwezige telefoon de receptie moesten bellen, zodat ze ons kwamen ophalen. En dat gebeurde dan ook, we werden met een shuttle opgehaald, prima geregeld. Onze kamer was in een huisje met vier kamers op het rustigste plekje van het complex, dus dan wel weer het verste weg van de receptie en het restaurant. De grote rugzakken werden nagebracht, dus die hoefden we zelf niet te sjouwen. Na even tutten, en de spullen aan de stroom gelegd te hebben zijn we naar het restaurant gegaan om te dineren. Omdat het idee was dat het wel eens druk zou kunnen zijn hadden we die middag telefonisch gereserveerd. We hebben natuurlijk heerlijk gegeten, met vanzelfsprekend een flesje erbij J. Daarna hebben we in de lounge de krant gedownload, om de kamer is helaas geen WiFi. Bij het teruggaan naar de kamer vroeg ik hoe laat het ontbijt was. Het ontbijt was inbegrepen dachten wij, maar toen ik het ging vragen was de kamer zonder ontbijt geboekt. Dat leek niet zo op de voucher van Doets, dus hen maar een mailtje gestuurd hoe het nou zat. Op de kamer hebben we eerst nog een biertje gedronken op het balkon, gelukkig hebben bij na alle kamers in Canada een koelkastje, én hebben we altijd een klein voorraadje in de auto. Het drankje op het balkon werd genoten met een geweldig uitzicht op het meer. Het is zo’n bijzonder plekje dat ook de bomen bewegen, en het verder heel vredig is. Er waren weinig vogels te horen, dus de deur (met hor) kon misschien wel open blijven staan. Na het drankje nog even de standaardzaken zoals de foto’s, films en reisverslag gedaan, en toen nog even de krant gelezen.

 Woensdag 14 juni

We zijn redelijk vroeg naar de lounge gegaan om te kijken wat we zouden gaan doen. Het had de hele dag en nacht geregend en regende nog steeds, we hadden dus niet veel zin om onze buskaartjes naar Lake Louise en Moraine Lake te gaan gebruiken, de volgende dag zou het wel droog zijn. Maar omdat we toch wat moesten gaan doen en wat moesten eten zijn we naar Lake Louise Village (het stadje) gereden. We hebben boodschappen gedaan bij het bakkertje en de supermarkt. Daarna hebben we nog even koffie gedronken bij het bakkertje, met een saucijzenbroodje als lunch. Omdat daar ook een Visitor Center was ben ik daar nog even naar toe gelopen om te vragen of de buskaartjes voor de meren omgewisseld konden worden voor die van de volgende dag. Dat was helaas niet mogelijk, alles was al vol geboekt. En ik was net te laat om ze terug te geven, dan had ik nog een klein bedragje terug gehad. Ook niet spetterend, want de kaartjes waren ook helemaal niet zo duur. Toen we teruggingen naar de lodge zijn we gestopt bij de Natural Bridge, een mooie (door het water gevormde) brug met natuurlijk weer woest water.

Nadat we ook die hadden bekeken, minder uitgebreid dan we gewend zijn, want het regende nog steeds zijn we naar de lodge teruggereden en hebben we de auto op de parkeerplaats gezet. We hebben onze boodschappen op de kamer gelegd en zijn terug naar de lobby gelopen om te proberen nieuwe kaartjes voor Lake Louise en Moraine Lake te kopen. Via de website kon ik er geen meer vinden voor de volgende dag. Ik heb het ook nog even via de receptie geprobeerd, daar waren ze zeer behulpzaam. Zij konden er zelfs nog vinden, maar dat bleek om een georganiseerde excursie te gaan, die 40 Canadese Dollars per persoon kostte. Dat ging wel erg ver, dus dat hebben we niet gedaan. Jammer van Moraine Lake, dan zouden we maar alleen naar Lake Louise gaan, daar konden we gewoon met de auto naar toe. Als we tenminste op tijd zouden vertrekken, overal stond al beschreven dat de parkeerplaats daar niet zo heel groot was. Omdat we geen zin hadden om op de kamer of in de lobby te gaan zitten de rest van de dag, zijn we (in de regen) rond Lake Emerald gaan lopen. Daar hoefden we niets extra’s voor te doen, daar konden we zo omheen gaan lopen omdat de lodge daar natuurlijk aan lag. Het was een prima wandeling, eerst over asfalt paden, maar toch ook nog over bos, stronken en keien. Het was wel een goed te volgen pad, dus prima te doen. Leuk ook om vanaf het meer zelf onze kamer te zien, het was echt wel een leuk plekje. Na de wandeling hebben we een mojito in de lounge genomen en nog wat dingen op het internet opgezocht. Toch raar dat een vier sterren hotel geen WiFi op de kamer heeft, maar we wisten het en zo ging het ook wel prima. Na het drankje in de lounge zijn we terug naar de kamer gegaan. We hebben de foto’s overgezet, en het reisverslag aangevuld. Daarna de spullen opgeruimd, en een kopje koffie gezet voordat we terug gingen naar de lounge voor nog een drankje. Toen ik nog één keer keek op de website voor de buskaartjes naar de meren bleken er ineens twee beschikbaar te zijn, wel voor de check-in van 07:00 uur. Maar dat gaf niks, we waren toch al van plan om vroeg weg te gaan naar Lake Louise. Het was een hoop gedoe om de kaartjes te kopen, maar uiteindelijk lukte het gelukkig toch. Ik vroeg ook nog wel even of ik dan de rekening diezelfde avond moest betalen. Dat kon op dat moment niet, maar gelukkig hadden ze een 24-uurs receptie. En ook de shuttle stond voor ons klaar wanneer wij heeeeel vroeg weg moesten. Goed geregeld allemaal.

Donderdag 15 juni  naar Banff        101 kilometer

Een vroegertje deze dag: om vijf uur hadden we de wake-up-call geregeld én liepen er een paar wekkers af. We hebben toch nog gewoon op de kamer kunnen ontbijten, een croissantje met sinaasappelsap en een yoghurtje als toetje. We hoefden ons niet te haasten, de weg zou pas om zes uur open gaan (i.v.m. de wegwerkzaamheden) en het was niet zover rijden van de parkeerplaats van de lodge naar de oprit naar de snelweg. Na een vlotte afhandeling van het uitchecken en het zetten van de tassen in de intussen aangekomen shuttle waren we snel op de parkeerplaats aan de overkant van de lodge en konden we onze weg vervolgen. Gelukkig was de snelweg al open, en konden we onderweg naar de parkeerplaats waar we op de bus zouden stappen naar de meren. Daar aangekomen ging het ook allemaal vlot, we moesten eerst de vouchers omzetten in kaartjes. Daarna werden we naar de juiste bushalte gewezen. We konden hier ook nog even naar het toilet in dixies.

Het was in heel Canada de enige plek waar de toiletten niet schoon waren. Onze eerste stop was Moraine Lake, en dat was prachtig, een plaatje zoals je ze alleen op foto’s van een hele goede fotograaf ziet. Het was er gelukkig ook helemaal niet druk, wat natuurlijk niet gek was voor het tijdstip van de dag. We hebben ons eerst vergaapt aan het uitzicht over het meer en de omliggende bergen. Die laatste werden heel erg mooi weerspiegeld in het stille, blauwe water. We hebben nog een stukje over het pad langs het meer gelopen, helemaal rond was veel te ver, dat zouden we in een halve dag niet halen. We zijn ook nog wel even op de rock pile (rots hoop) geklommen om van daaraf over het meer te kijken. Intussen werd het al wat drukker, dus daarna besloten wij ons rustig moment daar te bewaren en door te gaan naar de volgende stop met de shuttlebus: Lake Louise. Dat bleek toch wel heel anders te zijn: het leek wel een pretpark. Er waren heel veel dagjesmensen, en er was dus genoeg herrie. Op de parkeerplaats stond een standje waar je informatie kon krijgen, en daar ben ik even naartoe gegaan om te vragen of er wandelingen waren uitgezet rond het meer. Dat was het geval, een mooie route zou de wandeling naar het theehuis bij Lake Agnes zijn. Dat was een wandeling van drie-en-een-halve kilometer. Helaas vergat de gids erbij te vertellen dat dat enkele reis was, maar daar kwamen we later pas achter. De heenweg liep aardig steil omhoog, maar we dachten dat we tijd genoeg hadden (omdat we dachten dat de wandeling drie-en-een-halve kilometer retour zou zijn), dus we deden het rustig aan. Het was ook niet zo heel druk onderweg, maar wel steil genoeg om het voor mij best zwaar te laten zijn. Maar zoals ik altijd zeg: ik kom vanzelf boven, en er is maar één pad. Toen we onderweg bij Mirror Lake aankwamen was het al een stuk drukker, en toen we bij Lake Agnes aankwamen zagen we dat er al eerder mensen naar boven waren gegaan. We dachten een kopje koffie of thee (of iets anders lekkers) te gaan nuttigen bij het theehuis. Maar daar stond een gigantische rij voor, en daar hadden we dus helemaal gin zin in. Meer dan een half uur in de rij staan voor koffie vinden wij geen goed plan. Toen ik wel even naar het toilet wilde zag ik daar ook een rij staan, maar ik sloot toch maar even aan. Na tien minuten zag ik waarom het zolang duurde: er waren maar twee toiletten. Dus gaf ik het op, ik zou het wel volhouden totdat we beneden waren. We hebben op een bankje ons chocolade croissantje op, en een beetje water gedronken wat we bij ons hadden, en zijn naar beneden gelopen. Beneden aangekomen hadden we geen zin meer om nog verder rond het meer te lopen. We zijn dus met de shuttlebus teruggegaan naar de parkeerplaats waar onze auto stond, en zijn naar Lake Louise Village gegaan en hebben bij hetzelfde bakkertje koffie gedronken en een pizzapunt als lunch gegeten. Op het plein in het dorp was ook een openbaar toilet, dus voordat we gingen rijden was alles weer dik in orde. We gingen op weg naar hotel Banff Elk and Avenue, ons laatste hotel in Canada. De auto kon in de ondergrondse parkeergarage, dat was dan wel weer lekker. We vinden het toch het fijnst als de auto, ook al is het huur, veilig staat. Als kamer hebben we een ruime loft, niet verkeerd, jammer dat het maar voor één nacht is en we altijd maar weinig op de kamer zijn. We hebben onze spullen daar neergelegd en zijn, als goed gebruik, een drankje gaan nuttigen in de plaatselijke pub. Piet nam een biertje, en ik een cocktail genaamd Mermaid. Ik heb nog een foto gemaakt van het recept. Na het drankje zijn we in het hotel gaan omkleden, we zouden het afsluitende diner doen bij The Bison. Daar waren namelijk heel goede recensies van. En dat bleek ook wel, er stonden zeker 20 mensen te wachten voordat ze naar binnen konden. Dat hebben wij maar niet gedaan, en we zijn door het stadje gaan lopen op zoek naar een ander goed restaurant. Want we hadden die middag tijdens ons rondje door de stad al gezien dat er meer dan één goed restaurant zit in Banff. We zijn terecht gekomen bij Brazen, gevestigd in het Mount Royal Hotel. We hebben heerlijk gegeten, met bubbels vooraf, en koffie met toe. En natuurlijk drie gangen vergezeld van wijntjes. Piet had als voorgerecht een speciale garnalencocktail, ik nam toast met verse tonijn. Omdat het allemaal bijzondere gerechten waren nam Piet als hoofgerecht de zwaardvis en ik de ginger steak. Dat waren een soort ossenhaaspuntjes die aan tafel werden geflambeerd. Ook waren de desserts wel heel erg lekker, Piet nam bessen pavlova als toetje en ik “Strawberry Fields”, alles mooi opgemaakt en heerlijk van smaak.

Toen we terug in het hotel kwamen storten we eigenlijk allebei een beetje in. Een lange en vermoeiende dag, en een heerlijk diner zorgden ervoor dat we om tien uur in bed lagen.

Vrijdag 16 juni  naar luchthaven van Calgary     174 km

Helaas was de dag van de terugreis alweer aangebroken. We hadden tijd genoeg, dus zijn rustig opgestaan en hebben ontbeten in het restaurant Farm & Fire van het hotel. Na het ontbijt hebben we rustig onze spullen gepakt en zijn we op weg gegaan naar het vliegveld. Natuurlijk ging alles onderweg soepel, en waren we weer veel te vroeg. Maar haasten en krap op tijd aankomen is toch niet ons ding. We hebben de auto om 12:15 uur ingeleverd, dat was zo gebeurd, niks aan de hand. Met hulp hebben we ingecheckt, en andere plaatsen gevraagd. Nu zaten we in ieder geval naast elkaar, wel met het gangpad ertussen, maar we zouden wel zien of het in het vliegtuig nog anders kon. We konden de koffers nog niet inleveren, dus we zijn met volle bepakking eerst maar bij Tim Horton’s koffie gaan drinken, natuurlijk met iets lekkers erbij, het was tenslotte nog steeds vakantie. Na de koffie konden we de koffers inleveren en gingen we door de security, daar konden we gewoon weer een biertje en een wijntje nemen in een bar met lekkere luie stoelen. Daarna hebben we op stoelen in de wachtruimte wat zitten internetten en de krant gedownload voor in het vliegtuig. Helaas hadden we een half uur vertraging, dus het wachten duurde nog langer. Na het boarden zag ik dat de stoel naast Piet leeg bleef, en vroeg ik aan de stewardess of ik daar mocht zitten. Dat mocht, ik en Piet waren blij, maar ook de man die naast mij zat omdat hij best wel fors was en door mijn verkassen wat meer ruimte had. Aangekomen in Frankfurt zijn we meteen naar de gate gegaan. Helaas bleek dat de verkeerde te zijn, dus moesten we rennen naar de juiste gate. Daar aangekomen bleken we drie kwartier vertraging te hebben, dus waren we voor niks hard langs de winkeltjes met parfum gerend en hadden we ook ons standaard biertje gemist. Het was gelukkig maar een korte vlucht van 45 minuten, dus uiteindelijk zijn we niet veel later dan gepland geland. Gerry en Mary Ann kwamen ons ophalen en stonden al ons op te wachten met een bloemetje. We hebben samen nog een biertje gedaan. Toen we in Den Bosch aankwamen hebben ze ons meteen thuis afgezet, zij moesten zelf nog boodschappen doen. Wij zijn naar goed gebruik naar de Chinees gegaan voor het eten en hebben alvast wat opgeruimd. Met wat doezeltjes hebben we het allebei toch tot rond half elf volgehouden, maar toen ging het licht echt uit. Het was een prachtige reis, alles was goed geregeld door Doets. Het was ook een goede ervaring om eens met een huurauto op pad te zijn. We hebben tenminste ontdekt dat je gewoon een goede maatschappij moet kiezen die bij de auto ook gewoon ALLE verzekeringen aanbiedt, zodat je nooit voor verrassingen kunt komen te staan. Dat rijdt een stukje rustiger.