Reisverslag Myanmar

Inleiding

Myanmar: veel pagodes, heel veel kloosters en ontzettend veel Boeddha’s en monniken. Maar vooral vriendelijke mensen die blij zijn dat je er bent. Niet alleen voor je dollars, maar ook voor het signaal dat je geeft door hen te steunen. Je dient als oefenpartner van monniken voor hun Engels en als westerling wordt je toch nog vaak anders bekeken als de gemiddelde toerist uit Azië, en het is duidelijk dat ze blijer zijn met toeristen uit het westen. Winkels vol van alle spullen die je je maar kunt wensen, maar niemand die ze kan betalen. In ieder geval niemand van de lokale bevolking, op de paar rijken na. Het ligt er allemaal voor de Chinezen en Indiërs die wel genoeg geld hebben, en natuurlijk voor de militairen die het land met harde hand regeren. Dat maakt een bezoek aan Myanmar dubbel, maar ik ben blij dat ik er geweest ben. Het land is prachtig, met als culturele hoogtepunten de belangrijke Boeddhistische pagodes, zoals Shwedagon in Yangon, de Golden Rock en de eindeloos volle vlakten van Bagan.

Zondag/Maandag 6/7 november Onderweg naar Yangon

In het vliegtuig was het zoals gewoonlijk weer saai: beetje eten, beetje lezen en wat slapen. Nadat we twee en half uur op Changi airport hadden doorgebracht konden we weer door met onze volgende vlucht. Ook weer twee en half uur en nu terug naar de richting waar we net vandaan kwamen. Het is niet anders. Nog een paar biertjes en wat kleins eten en we waren er al weer. Op de luchthaven van Yangon aangekomen moesten we een uurtje in de rij voor de douane, maar ook dat weten we intussen. Het is nu eenmaal geen westers land en dan kost het wat extra tijd. De reisbegeleider stond klaar, en de bus al heel snel dus we waren gauw weer op weg naar ons hotel Eastern. Daar aangekomen mochten we natuurlijk weer gelijk onze portemonnee trekken voor de groepspot en om vast wat dollars te wisselen. Helaas kan dat niet meer op de zwarte markt, maar we krijgen toch wel een goede koers.

Het blijkt zo te zijn dat je voor kleinere coupures iets minder Kyats krijgt. Wij kregen voor US$ 50 biljetten 750 Kyats per US$, voor US$ 100 biljetten zou dat de volgende dag 780 Kyats zijn. Even snel uitgerekend betekent dat 1000 Kyats voor 1 Euro. Behalve de informatie over het geld, en de gelegenheid om US$ 50,00 per persoon te wisselen (de banken en wisselkantoren waren dicht i.v.m. een nationale feestdag) kregen we ook nog wat informatie over Yangon waaronder een plattegrond en wat we de komende dagen zouden gaan doen.Na het opfrissen zijn met de hele groep naar de Shwendagon Paya geweest. Het is daar overweldigend mooi. Heel veel goud natuurlijk, en nogal wat Boeddha’s. Maar ook heel veel mensen die er bidden, gewoon rondlopen of met elkaar kletsen. Een sfeer die je overal op de wereld zou willen. Er waren genoeg kleine kinderen, maar er werd nergens gegild, het werd prachtig schoongehouden door ploegen van vegers, dweilers en schrobbers. Er werden veel offers gebracht door de mensen, en er liepen ook veel monniken rond. We hebben daar lekker rondgelopen en ook de zonsondergang gezien. Er gingen vele lampen aan wat de sfeer nog mooier maakte. Om kwart over zes werden we weer bij de bus verwacht en dat was prima. Nog de ansichtkaarten gekocht die we snel zouden gaan schrijven. Na het bezoek aan de pagode zijn we gaan eten bij Padonmar restaurant, prima Birmees (ietwat aangepast) eten en een lekker groot biertje erbij. Alles bij elkaar voor 10.000 Kyats per persoon (dat is ongeveer 10 Euro). Na het eten, dat snel was afgelopen zijn we naar het hotel terug gegaan met de bus en zijn we samen nog even naar de supermarkt gelopen voor een paar biertjes. Alles is hier om negen uur dicht en we hebben wel een minibar op de kamer, maar daar staat niet heel veel in.

Dinsdag 8 november Yangon

Om half zeven liepen de wekkers af, en we waren al snel weer op. Eerst maar eens douchen, die was prima, lekker warm water is toch wel wat we fijn vinden. Daarna een eenvoudig, maar goed ontbijt. Er was toast met boter en jam, gebakken of gekookte eieren met spek en een banaan. Eerst zijn we naar de liggende Boeddha geweest in de Chauk Htat Gyi pagode, het is een flinke uitvoering. Het is niet de grootste van Myanmar vertelde onze Birmaanse (verplichte) gids, en daar zouden we ook niet komen. Maar we zouden nog wel een grotere zien, de op een na grootste liggende Boeddha van het land. Deze was al mooi, en we hebben dan ook aardig wat foto’s gemaakt. Er werd ook les gegeven in geneeskunde. De docent had de volle aandacht van een groepje van twaalf mensen, mannen en vrouwen. Ook een monnik luisterde aandachtig mee vanaf de zijlijn. Verder waren er natuurlijk mensen aan het bidden. Er was een soort platform gemaakt zodat je vanaf de voeten een mooie foto kon maken van de hele Boeddha. Na een half uurtje gingen we weer verder naar de Zittende Boeddha van vijf verdiepingen in de Nga Htat Gyi pagode. Het klooster dat er naast lag is verwoest door de cycloon Nargis en dus verboden terrein. Je zag ook de zuilen allemaal gebroken aan de onderkant, dus het hele gebouw zal wel wankel staan. Erg indrukwekkend, een hele grote Boeddha dus, maar ook vele kleinere exemplaren. Ook hier waren weer mensen met hun geloof bezig. Omdat het kennelijk toch ook in Myanmar nodig is om zo af en toe wat te betalen zijn we met de mensen die in de bus zaten gaan wisselen.

Toen we aankwamen schrokken we ons rot van de drukte, hoewel onze reisbegeleider ons al had gewaarschuwd daarvoor. Toch viel de tijd wel mee, ik had niet de behoefte om te wachten totdat iemand ons vertelde wat we moesten doen en Piet en ik zijn al snel achter iemand gaan staan die voor ons gevoel bijna klaar was. En dat was ook zo, dus ik had al heel snel een plekje. Het wisselen ging best rap, maar er werd wel (belachelijk) goed gecontroleerd. En als de briefjes niet tiptop in orde waren werden ze niet ingenomen. En als je dan ziet wat voor geld je terugkrijgt, nog net niet kapot maar best wel smerig en gekreukt. Het zal allemaal wel nodig zijn. Er waren twee reisgenoten die geen geld gewisseld kregen omdat de briefjes niet nieuw genoeg waren. Toen we ze nakeken was het des te meer een raadsel waarom ze geweigerd waren. Maar onze reisbegeleider had een truck: bij de sites moet hij ook betalen in dollars en daar keken ze minder streng. Toch nam ook hij een biljet van US$100 van iemand niet aan. Hij zou die ook niet kwijtraken. Belachelijk, maat het is niet anders en je moet dus echt zorgen voor nieuwe briefjes. Bovendien is het handig om grote coupures te hebben, voor kleinere krijg je gewoon minder lokaal geld.

Nadat we met een plastic tasje vol biljetten van 1000 Kyats uit het wisselkantoor kwamen en voordat we naar de laatste site van de ochtend zouden gaan hebben we eerst thee gedronken bij een tentje onderweg. Een van onze reisgenoten wilde graag een paar fotoboeken kopen en had gevraagd of hij en zijn vrouw aan het einde van de tour bij de boekhandel afgezet zouden kunnen worden. De reisbegeleider had dat vrij vertaald en bracht ons er allemaal naar toe. De reisgenoot had zijn boeken en wij hebben lekker thee gedronken met een aantal mensen, dus het was wel goed zo. Hup weer de bus in voor een bezoek aan de Sule pagode. Ook hier weer schoenen uit, er werd weer op gepast dus verder geen probleem. Blij met mijn Teva’s, dat gaat toch een stuk gemakkelijker als met de wandelschoenen. Vooral ook omdat de sokken ook uit moeten. Ook hier weer een prachtige rondgang langs allerlei Boeddha beelden en mensen die aan het bidden en offeren waren. Het blijft leuk, maar de vraag is of we dat heel de vakantie gaan vinden. Wel leuk om te zien is dan weer een oude man die de teksten op de vloer van de rondgang om de pagode aan het herschilderen is. Hij leek wel een passer te gebruiken om de cirkels van de letters echt rond te krijgen. Omdat de grond te heet was moest hij er wel mee ophouden, maar dat was ook logisch, het was namelijk ook heet. De thermometer gaf 36,1 graden aan. Toen we uit de pagode kwamen, niet voordat we een foto hadden genomen van een beeld van Sule de beschermende geest himself, hebben we de groep verlaten. We zijn gaan lopen naar het postkantoor, hebben daar postzegels gekocht en ze er ook opgeplakt. Er zit namelijk geen gom op de postzegels van Myanmar en je moet het dus met een potje lijm doen. Dat werd heel vriendelijk door de beambte van het postkantoor ter beschikking gesteld. Daarna werd het toch echt tijd voor een drankje. Dat deden we in het Strand hotel, kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. Het is zeer luxe en je wordt er op je wenken bediend. Maar US$7 voor een biertje (grote fles dat dan wel) is niet helemaal voor niks. Je kreeg er wel pinda’s bij en de ambiance is er ook naar. Dus wij vonden het prima. We bestelden ook een bordje gerookte zalm, het was intussen tenslotte ook etenstijd. Intussen kwamen er ook wat reisgenoten binnen. Toen de zalm kwam vroeg ik of er ook wat brood bij zou kunnen, en dat werd natuurlijk gelijk geregeld.

Daarna wilden we foto’s gaan maken van Shwedagon pagode op een afstandje en zijn er dus rondom heen gelopen. Daarbij kwamen we uit bij de westerpoort, die minstens net zo mooi is als de zuiderpoort waar wij een dag eerder door naar binnen waren gegaan. Onderweg lopend kwamen we natuurlijk van alles tegen, van pagodes tot monniken en andere mensen. Leuk om te wandelen, hoewel het wel erg warm was. Mooie foto’s gemaakt. Daarna gingen we naar de Sakura Tower om van het uitzicht over de stad te genieten. Helaas werd het al wat heiig, maar het was toch prima. We besloten daar ook maar te blijven eten. Toen in het donker weer terug naar het postkantoor gewandeld: we hadden de kaarten nog niet gepost omdat de lijm nog niet helemaal droog was. De kaarten dus gepost (ben benieuwd of ze überhaupt aankomen) en verder gelopen naar het hotel.

Woensdag 9 november Onderweg naar Kyaiktio (de Gouden Rots)

Om zes uur liep de wekker af, om zeven uur ontbijt en een uurtje later op pad naar de Gouden Rots. Voordat we vertrokken heb ik nog even via het wireless internet van het hotel een mailtje naar de kids gestuurd, wie weet hoe lang het weer duurt voordat we weer een verbinding hebben. Toen op weg, met als eerste stop een stop langs de weg waar een tempeltje met Nats (geesten) stond. Daar hebben we offerbloemen gekocht die ik later bij de een of andere godheid heb neergelegd en hebben we wat leuke foto’s van kinderen kunnen maken. Verder onderweg naar onze eindbestemming zijn we in Bago een aantal sites gaan bezoeken. Piet kon de weg niet helemaal volgen, de lettertjes op de kaart zijn toch heel anders dan die op de bewegwijzering langs de weg en in de dorpen.

Als eerste zijn we gestopt bij de Kyaikpun Paya, een pagode met vier enorme Boeddha beelden met de rug naar elkaar. Dat was buiten, dus lekker heet in de volle zon. Mooie foto’s gemaakt, en gefilmd. Ze waren net klaar met het schilderen van een van de hoofden, en de steiger af aan het breken. Dat geeft dan wel weer leuke plaatjes. Als onze arbo dienst dit zou zien zouden ze een rolberoerte krijgen, maar dit is Myanmar.Mooi om te zien. Na dit bezoek zijn we naar de liggende Boeddha gegaan, alweer zo’n gigantisch groot beeld. In de hal was het gezellig druk met families en andere mensen, ze zijn allemaal in afwachting van het Feest van het Licht, morgen als het volle maan is. Ik werd door een vader van een familie die zat te eten uitgenodigd om een hapje mee te doen.Ik heb ontdekt dat we tot op dan geen Birmees eten op hadden, tot minstens twee uur na het hapje was het nog heet in mijn mond. Na een langdurig bezoek (van wel een half uur) zijn we nog even naar een Liggende Boeddha buiten geweest, die was nog groter en daar stonden geen palen van de overkapping in de weg. Na het eten zijn we nog een klooster gaan bezoeken, leuk zo’n klooster dat ook echt in bedrijf is.

Veel jonge monniken hebben we zien bidden of studeren. Ze waren ook wel gewoon nieuwsgierig naar ons, en aan het ruziën. Het blijven natuurlijk wel ook gewoon jonge jongens. We konden ook nog een kijkje nemen in de grote gebedszaal, die helaas leeg was. Ook de keuken met erg grote pannen was een teken van een levend klooster. Na het bezoek aan het klooster gingen we verder op pad naar onze eindbestemming van de dag, ons hotel Mountain View. Onderweg hebben we nog wat gedronken langs de weg, een beetje geslapen enz. Nadat de helpers onze grote rugzakken op de kamer hadden gebracht en wij de andere spullen zijn we eerst de foto’s gaan overzetten op de notebook en vervolgens naar beneden voor een biertje voor het eten. Het is een mooi hotel met allemaal losse huisjes als kamers in een mooie tuin, met prachtig uitzicht. Ook het restaurant is prima, maar zoals altijd hier gaat het allemaal razend snel. Het is maar goed dat je kon aangeven hoe laat je wilde eten, anders hadden we onze borden al gehad voordat het eerste biertje op was.

Donderdag 10 november Kyaiktio (Gouden Rots)

Na het ontbijt zijn we nog even bij de rubberbomen van het hotel gaan kijken, wonderlijk hoe ze de rubber oogsten en hoe ze daarbij de bomen ontzien zodat ze er langer plezier van hebben. Het zal voor het hotel ook wel een beetje een bijverdienste zijn, ik denk dat zij het toch moeten hebben van de hotel en restaurantomzet.

Na het ontbijt zijn we met onze eigen bus op pad gegaan en hebben we een half uurtje gereden. Met de bus zijn we naar het opstapstation voor de trucks naar boven gegaan, waar de reisbegeleider voor ons een aparte truck had geregeld. Wel een beetje jammer, ik had het niet erg gevonden om tussen de lokale mensen klem te zitten. Het was een gekkenhuis bij het opstapstation, het leek wel of alle inwoners van Myanmar en de omliggende landen naar de Gouden Rots wilden op die dag. Toen onze truck er was zaten we er dus al snel in, voorin werden nog op het laatste moment wat lokale mensen gezet en we waren op weg. Het is niet heel comfortabel zitten op zo’n houten balk in een hobbelende truck, maar het was wel leuk. Onderweg was een stop was noodzakelijk omdat er op een gegeven moment slechts in een richting verkeer mogelijk was en we dus moesten wachten op de trucks die naar beneden kwamen. Helemaal niet erg, het duurde een kwartiertje en in de tussentijd hebben we altijd wel wat te kletsen. De rit was hobbelig, maar ook snel voorbij. Omdat we in colonne reden hebben we ook even kunnen zwaaien naar onze voorgangers en achtervolgers.Zo’n ritje schept een band: Na totaal een uur waren we bij de start van het wandelstuk, en nadat we gekeken hadden of onze bagage in manden werd geladen om naar het hotel gesjouwd te worden zijn we zelf gaan lopen. Een aantal mensen uit de groep lieten zich door dragers in een stoel naar boven dragen, omdat ze fysiek niet in staat waren om het eind te klimmen. Na een half uurtje lopen zijn we eerst wat gaan drinken bij een tentje langs de weg. We hebben het maar bij een colaatje en fantaatje gelaten, alcohol is niet zo goed als je moet klimmen bij deze temperatuur. En klimmen was het, het venijnige klimmetje in Jaipur was er niets bij. Maar na de break bleek het nog maar een kwartiertje te zijn, dus het viel alles mee. Boven aangekomen zaten er al anderen op ons te wachten en hebben we gezamenlijk gewacht tot onze reisbegeleider er was. Die kwam na nog tien minuten en ging meteen de toegangskaartjes kopen zodat wij naar ons hotel Kyaikhto konden gaan. Een prima hotel, eenvoudig maar alles werkt. Daar aangekomen heb ik mijn rugzakje lichter gemaakt en zijn we meteen naar de Gouden Rots gelopen. Toen we daar aankwamen bleek er geen “stalling” voor schoenen te zijn en zijn we teruggelopen naar het hotel om de schoenen uit te doen. Het was maar 100 meter van de eerste trap waar we onze schoenen uit moesten doen, dus die deed ik wel blootsvoets. Boven bij de site van de Gouden Rots aangekomen was het erg druk, heel erg gezellig dus.

Het was ook volle maan en het festival van het Licht, daarom waren er zoveel mensen. Hele families die er zaten te eten, aan het kletsen waren en natuurlijk ook de Boeddha (in de vorm van de Gouden Rots) aan het aanbidden waren. Erg indrukwekkend allemaal. Er waren gedeeltes waar ik als vrouw niet op mocht, maar dat was niet zo heel veel. Een ervan was het gedeelte waar je de Gouden Rots ook kon aanraken, maar ik vond het niet zo’n probleem. Piet is daar wel geweest, maar ook niet zover dat hij tussen de gelovigen tegen de Rots aan stond. Na een uurtje of anderhalf te hebben rondgelopen zijn we terug gegaan naar het hotel, we hadden er dorst van gekregen. Bovendien zou het met de zonsondergang mooi zijn, en dat duurde nog wel even. We hebben buiten bij het hotel een biertje genomen. Toen we ons bier bijna op hadden kwamen de wandelaars aan, vol met verhalen. Maar ook wel moe, dus die gingen al snel naar de kamer. Dat hebben wij toen ook maar gedaan, ik heb nog een half uurtje geslapen en daarna zijn we allebei gaan douchen en zijn we terug gegaan naar de Gouden Rots.

Het avondbezoek was nog mooier dan het middagbezoek. Er werd door een religieus koor uit de buurt gezongen en gereciteerd, het geluid paste helemaal bij de sfeer. Toen het donker werd, werd het zo mogelijk nog drukker. Overal werden lichtjes ontstoken, op bepaalde plekken werden kaarsjes en wierook gebrand. Omdat we ‘s-middags hadden gezien dat er een soort olielampjes in de vorm van letters aan de voet van de Gouden Rots werden geplaatst hebben we gezorgd dat we na zonsondergang daar op de trappen zaten. Het was geweldig om te zien hoe vele mensen kaarsjes aan het branden waren en ondertussen volop gebeden prevelden. Op enig moment werden de olielampjes gevuld met olie, voorzien van een lontje en aangestoken. Het was razend druk op de trappen, maar toen eenmaal de lampjes aan waren liep het al snel leeg. Wij zijn nog even naar het grote plein gelopen en hebben ons daar verbaasd over de grote hoeveelheid mensen, maar vooral ook over de rust die er toch heerste. Er werd niet gegild, ook niet door de vele kinderen die er waren, en het leek alsof iedereen tijd had voor elkaar en om te bidden. Na er nog een tijdje van genoten te hebben zijn we toch maar terug gegaan naar ons hotel en hebben we ons aangesloten aan de lange tafel voor het eten. We konden snel bestellen, maar toen we dachten een vleesschotel met elkaar te delen en een soepje te doen kwamen we ietwat bedrogen uit: het soepje was een gigantische kom vol met vlees en groenten. Daar alleen zouden we genoeg aan hebben, maar tegelijkertijd kwam onze schotel met kip. We hebben allebei niet eens de helft van de soep op, en van de schotel alleen het vlees met een schepje rijst. Maar wel lekker zitten kletsen.

Vrijdag 11 november Terug naar Yangon

Na een goed ontbijt zijn we met de hele groep naar beneden gelopen, deze keer in een keer. We zijn alleen gestopt om foto’s van wat monniken te maken, en natuurlijk daarvoor te doneren. We kwamen ook een speciale soort monnik tegen, die liep met twee manden en een speciaal hoofddeksel op en riep mensen op te doneren met een klein belletje. Verder weten we niet wat het voor speciale monnik was, het praat een beetje lastig op z’n Birmees. Beneden aangekomen moesten we even op elkaar en daarna op onze truck wachten. Er was weer genoeg te zien, dus vervelen hoefden we ons niet: mensen die op de truck naar boven stonden te wachten, mensen die uit de overvolle trucks van boven stapten en monniken die om donaties in geld en eten kwamen vragen. De laatste stoet die we zagen werd voorafgegaan door een kleine monnik van nog geen zes jaar (al is het voor ons moeilijk in te schatten).

Ook hij kondigde de komst van de monniken aan met een klein belletje en roepen. Maar het duurde allemaal niet zo lang en we waren dus weer snel op weg over de achtbaan die de weg naar de Gouden Rots is. Beneden stond natuurlijk onze bus al weer klaar, er wordt goed voor ons gezorgd. Onderweg naar onze eindbestemming Yangon gingen we natuurlijk nog wel wat dingen doen, alleen maar doorrijden is ook niet heel veel aan. Voordat we zaken gingen bezichtigen zijn we eerst gestopt voor wat drinken. Daar stonden kinderen met kooitjes met gevangen vogels die je kon kopen en loslaten. Ik heb dus maar het leven van een witte ibis gered voor 1.500 Kyats. Ik heb hem bij de rivier vrijgelaten en hij ging er snel vandaar, maar vloog niet al te ver weg. Waarschijnlijk zat hij een half uurtje later weer in een kooitje om verkocht te worden, maar dan hebben de verkopertjes wat. Daarna zijn we naar het paleis van de koning van de tweede dynastie gegaan. Het was geen origineel, maar een replica gebouwd door het huidige regiem op basis van opgravingen en oude tekeningen. Het was natuurlijk een en al goud wat er blonk, al was dit niet echt maar goudverf.

Na de bezichtiging van de beide paleizen op hetzelfde terrein zijn we gaan lunchen in hetzelfde restaurant als op de heenweg. Na het eten en door de warmte was het natuurlijk tijd voor de after lunch nap en ik heb dan ook een heerlijk dutje gedaan totdat we bij de begraafplaats voor Engelse soldaten van de Tweede Wereldoorlog waren. Daar zijn we wat foto’s gaan maken voordat we terug in de bus moesten, het was er erg warm (35,6 graden) dus we vonden het niet erg om weer de relatief koele bus in te gaan. Het laatste stuk naar Yangon hebben we in een keer gedaan, en na een uurtje waren we terug bij ons vertrouwde Eastern Hotel. Voordat we uitstapten heeft de reisbegeleider nog een kleine toespraak gehouden voor onze lokale gids. Hij was tijdens de wandeling gevallen en had verschrikkelijke pijn aan zijn knie. Hij kon dus ook niet mee verder, en wij zouden en andere gids krijgen vanuit het agentschap. Daarna kregen we snel onze sleutels en hebben we de koffers op de kamer laten gooien. Snel weer de stad in voordat het donker werd. Op de markt was niet heel veel meer te zien, dus we zijn naar restaurant-bar Monsoon gegaan. Daar hebben we alleen wat gedronken, een biertje gedeeld en een cocktail genomen. Het is een goed restaurant om de vakantie af te sluiten, dus dat gaan we dan maar doen daar.

Zaterdag 12 november Onderweg naar Kalaw

We konden uitslapen, want we zouden pas om kwart voor negen vertrekken naar de luchthaven voor onze vlucht naar Heho in de deelstaat Shan. Lekker op ons gemak gedoucht, ontbeten en nog even via de notebook een mailtje naar de kids gestuurd. Patrick had een mailtje gestuurd dat het in Nederland koud was, dus wij gaan niet klagen dat het hier in Myanmar te warm is. Voordat we weg gingen stelde onze reisbegeleider nog even onze nieuwe gids voor en vertelde dat de vorige naar het ziekenhuis was geweest. We vertrokken op tijd, en waren voor half tien al op het vliegveld. Daar namen we afscheid van onze chauffeur en bijrijder, met een kleine speech en het overhandigen van een envelopje door twee reisgenoten. Op de luchthaven was het gewoon even wachten, een deel van de tijd onder het genot van een kopje latte en cappuccino. Kostte een paar centen , maar was wel erg lekker. We vlogen met een propeller vliegtuig in een uurtje naar onze bestemming. De verzorging aan boord was ook prima, een broodje en een kopje thee en een glaasje frisdrank. Helemaal goed dus. Aangekomen in Heho stond onze bus al weer klaar en konden we naar ons hotel New Shine in Kalaw. Ook weer eenvoudig, maar prima. Deze keer met een tweepersoons bed, maar het is hier een stuk frisser dan in de vorige regio, dus dat zou helemaal goed gaan. Nadat we onze spullen op de kamer hadden gezet zijn we natuurlijk gaan wandelen, beginnend met een biertje in het restaurant waar we die avond zouden gaan eten. We hadden Sam’s Family Restaurant uit de Lonely Planet gehaald. Het zag er prima uit, de bediening was zeer vriendelijk net zoals de prijzen. Dus we hebben maar gelijk een tafel besproken. Toen ze vroegen of we ook al het eten wilden bestellen hebben we dat maar even afgeslagen. Dat zou betekenen dat als we om half acht binnen zouden zijn het eten om vijf over half acht op tafel zou staan en daar hadden we nou net geen zin in. Na het biertje zijn we lekker gaan wandelen en hebben uitgebreid rondgekeken in een klooster waar in de “tuin” vele pagodes stonden. Daar achter was een klooster met vele jongens die hun monniken tijd vervulden.

Maar het blijven jongetjes, dus ze waren volop oorlogje aan het spelen met plastic geweren en aan het voetballen. Er was ook een deel wel serieus bezig, die zaten op de eerste verdieping van het centrale gebouw te bidden of studeren. Vriendelijk als monniken zijn mochten we daar ook even kijken en foto’s maken, zolang we onze schoenen maar uit deden. Geen probleem, hoewel het wel onze wandelschoenen waren en dus iets meer moeite kostte als dat we slippers aan hadden. Na dat bezoek zijn we even naar het hotel terug gegaan het gaf ons ook de gelegenheid om onze wandelschoenen uit te doen en iets gemakkelijker schoenen aan te doen. Daarna gingen we verder op onze slippers en Teva’s. We zijn de trap op gelopen naar een ander bescheiden klooster aan de overkant van de weg. Er was ook weer een mooie gebedshal, met prachtige Boeddha beelden. Na dat bezoek zijn we even over de markt gelopen, we kwamen ook wat reisgenoten tegen die een bruiloft hadden gezien en ook waren uitgenodigd voor een kopje thee en een gebakje. Dat hadden wij gemist, maar je kunt niet alles hebben. Wij hebben oorlogje gespeeld met monniken, ook niet een alledaagse bezigheid. We konden helaas maar even over de markt lopen omdat deze dicht ging, en omdat het een gesloten markt was gingen ook echt de poorten dicht. Op de kamer hebben we de foto’s overgezet en heb ik een begin gemaakt met het reisverslag. Om half zeven werden we beneden verwacht voor de uitleg over de wandelingen. Wij kozen voor de wandeling van 16 kilometer, dat zou wel genoeg zijn. Na de briefing gingen we samen met Jaap en Marja bij Sam’s Family eten. Het was gezellig en erg lekker. Omdat we met drieën soep namen en Piet niet kreeg hij een klein kopje linzensoep als cadeautje. Dat was voor hem ruim voldoende voor het hoofdgerecht. We namen samen een portie rijst, een portie beef curry en een portie kip met cashewnoten. Het was allemaal erg lekker en precies genoeg. De kosten waren te overzien: inclusief fooi 10.200 Kyats, dus net 10 Euro. We zijn na het eten naar het hotel teruggelopen. Toen we daar aankwamen stonden Dick en Corry nog in de kamer met de deur open. Zij hadden redelijk last van de lichtjes van het hotel, maar nadat Dick naar beneden was geweest gingen de lichtjes uit en konden ook zij rustig slapen. Dat was anders waarschijnlijk niet gelukt, het licht leek wel van een stroboscoop uit de vroegere discotheken.

Zondag 13 november Kalaw

We waren op tijd wakker na onze eerste nacht in een Myanmar in een tweepersoonsbed. Lekker gedoucht en ontbeten voordat we onze wandeling gingen maken. We gingen op pad met Jaap, Marja en Betty. Onder begeleiding van onze lokale gids gingen we zestien kilometer lopen door de omgeving. Al snel waren we weg uit Kalaw en liepen we in de bergen op een smal paadje. Maar gelukkig waren we niet alleen, er kwamen regelmatig brommertjes met jonge mannen en vrouwen voorbij. Sommige alleen op de brommer, anderen met een hoop bagage. Ze gingen naar de plek waar goud wordt gewonnen. Dat was ver in de bergen, maar met de brommertjes ging het goed. Ze moesten wel een aantal keren heldhaftige toeren uithalen om door de gleuven op het paadje te rijden zonder om te vallen of vast te komen zitten. Het blijkt toch wel gemakkelijker te zijn als je het wat vaker doet, ik zou het niet kunnen. En de crossers in ons land zouden jaloers zijn op zo’n parcours om te trainen. We hebben een paar uur gewandeld, met regelmatig een tussenstop voor een kijkje naar het landschap.

Het ging soms dalend en soms stijgend, maar niet onoverkomelijk steil of lang klimmen. We kwamen ook theepluksters tegen, waarmee ook onze gids niet kon praten omdat zij het Palaung dialect spraken. Toch was de ontmoeting leuk en hebben we mooie foto’s kunnen maken. Na een verdere wandeling kwamen we ook twee veehouders met een kudde ossen tegen, en zelfs een plas water met daarin een krabbetje. Dat heb ik van een wisse dood kunnen redden door de aanstormende brommers langs een kant van het plasje te sturen. Heel apart een krabbetje op die plek. Toen we op een splitsing kwamen kregen we de keuze tussen linksaf naar het lunchrestaurant, of rechtsaf naar twee Palaung dorpjes. Die laatste keuze betekende wel dat we daarna een uur naar boven moesten klimmen om bij het restaurant te komen. De keuze was niet heel erg moeilijk: die dorpjes waren wel heel erg aantrekkelijk en de langere tocht namen we dan maar voor lief. Aangekomen in het eerste dorpje ging onze gids vragen of we ergens binnen konden kijken, maar trof eerst alleen dichte deuren aan. Totdat hij een vrouw in Palaung klederdracht bezig zag haar thee op te schudden zodat die verder kon drogen in de zon. We werden uitgenodigd om binnen te komen, daar kregen we thee en fruit en mochten we volop foto’s maken en filmen. Alle drie te dames hebben een hoedje gekocht, ik kon dat wel gebruiken voor de carnaval en de anderen kochten het meer als ontwikkelingswerk. De gids kon nog 2000 Kyats van de prijs afkrijgen en was nog aan het onderhandelen toen ik zei dat ik het wel genoeg vond, 3000 Kyats voor een hoedje is niet heel veel, dus het was prima zo. Na de thee namen we afscheid en liepen we verder. Toen we het tweede dorpje inliepen bleek het daar niet anders te zijn en zijn we omgekeerd. Daarna kwam inderdaad de lange klim naar het restaurant, maar uiteindelijk was hij best te doen.

De lunch in het Nepali restaurant op het viewing point was helemaal goed. Brood, vegetable curry en een lekker linzensoepje, en dat alles vergezeld door een biertje, prima dus. Na de lunch moesten we nog twee uurtjes lopen, maar omdat het veel dalen was viel het wel mee. Het leek een beetje saai te worden, maar gelukkig kwamen er nog twee ossenkarren onze kant op en ook nog een aantal dames waarvan twee in de kleren van hun stam. Toen we langs de rijstvelden vlakbij de Bamboo Buddha kwamen zijn we daar ook nog even gaan kijken. Toen zijn we rustig door Kalaw terug naar ons hotel gewandeld, waar Christa en Piet in het zonnetje voor de deur zaten. Daar hebben we ons bij aangesloten en hebben we een biertje besteld. Daarna zijn we gaan eten. We zijn nog even langs een ander restaurant gelopen, maar zijn toch terecht gekomen bij Sam’s Family Restaurant. Dat was de vorige dag goed bevallen, en uiteindelijk zat bijna heel de groep er. Na een overheerlijk maal, met als afsluiting een bananenpannenkoek, zijn we terug naar het hotel gegaan.

Maandag 14 november Van Kalaw naar Nyaungshwe (Inle meer) via Pindaya

Zo rond half acht zijn we vanuit Kalaw vertrokken naar onze volgende bestemming: het Inle meer. Toen we even hadden gereden werd de omgeving wel erg mooi, we waren aanbeland in de Green Pawnu Valley. Daar zijn we een stuk langs de weg gaan wandelen. Het was een echt landbouwgebied en dat kon je ook zien. Veel gewassen, en ook heel veel mensen die op het land aan het werken waren. Dan zie je nog echt handwerk, geen grote combines, maar mensen die met een handzeis de rijst oogsten en die de bundels op hun rug dragen tot aan de ossenkar.

Die ossenkarren reden af en aan om de (kennelijk) rijke oogst af te voeren. En op die ossenkarren natuurlijk weer de inmiddels bekende vriendelijkheid van de mensen. Ze lachen en zwaaien volop. En niet alleen vanaf de karren, maar ook een oudere man die met zijn os en een kleine bundel langs de weg liep was erg vrolijk en vriendelijk. Maar er is ook modern vervoer: oude, stinkende kleine vrachtwagentjes. De uitstoot van fijnstof die daar uit kwam kan door de Nederlandse apparatuur waarschijnlijk niet eens gemeten worden zonder dat die overstuur gaat. Boeit hier kennelijk (nog) niet. Het is ook een gebied waar veel bijenkasten stonden, niet gek natuurlijk. Met al die gewassen in de buurt kan het niet anders dan dat die beestjes het razend druk hebben. Na een wandeling van bijna een uur langs de weg en een beetje door de velden zijn we weer in de bus gestapt. Net voordat we dat deden zagen we een wasplaats. Daar was een klein kind aan het huilen, waarschijnlijk geschrokken van al die toeristen die met grote camera’s. In de grotten van de Shwe U Min Paya kwamen we via een korte trap, en meteen bij binnenkomst waren we erg onder de indruk: duizenden Boeddha beelden, in allerlei maten en vormen. Er waren beelden geplaatst door Boeddhisten uit de hele wereld, bij elk beeld stond ook wie het beeld had geschonken en uit welk land de gulle gever kwam. Bij het rondlopen door de grotten en het lezen van een heel aantal van de inscripties zag ik ook een klein beeldje staan van drie mensen uit Nederland, heel apart om dat daar te zien. Na een uitgebreid bezoek aan de grotten zijn we door gegaan naar een werkplaats voor papieren parasols. Daar kregen we te zien hoe het papier gemaakt wordt, en hoe er vervolgens parasols van werden gemaakt. Dat is best veel werk, en we hebben dan ook maar wat gekocht: een complete parasol voor op het dressoir op de slaapkamer, en een parasol zonder stok om er voor te zetten.

Onderweg terug naar het restaurant kwamen we langs een aantal enorme ficussen. Omdat de takken anders zouden afbreken werden ze ondersteund door betonblokken of boomstammen die er onder waren gezet. Na het eten zijn we maar weer gaan hobbelen in de bus, de wegen zijn in Myanmar niet overal van de Nederlandse kwaliteit, maar we zouden het wel redden. Voordat we aankwamen in Nyaungshwe hebben we nog een toiletstop gemaakt langs de weg. Daar heb ik chips en een blauwe ketting (voor waarschijnlijk teveel geld) gekocht. Dat het steeds natter werd in de omgeving zagen we ook toen we onderweg een paar keer karbouwen in een sloot zagen liggen. Mooie plaatjes geeft dat. Aangekomen bij ons Paradise Hotel bleken we de mooiste kamer te hebben. De kamer was voor iedereen wel hetzelfde, maar wij lagen vooraan en hadden uitzicht op de ingang van het hotel. Na de was afgegeven te hebben zijn we gaan eten bij Unique, een klein restaurantje in de buurt , Piet nam een noodlesoup en ik een heerlijke viscurry met rijst. Omdat er een grote groep Duitse toeristen zaten was de kok blij dat we die gerechten hadden gekozen. Dat zou namelijk snel zijn, want anders moesten we wel een uur wachten. Ze hebben hier toch een ander idee van uit eten dan wij thuis hebben, maar ‘s-lands wijs ‘s-lands eer zullen we maar zeggen.


Dinsdag 15 november Nyaungshwe

Om acht uur zijn we gaan ontbijten, een goed hotel betekent meestal ook een goed ontbijt, en dat was het ook. Maar het bleef standaard eieren en wit brood met jam. Het was een vrije dag, en we hadden al besloten dat we niet zouden gaan fietsen of ver wandelen, maar een beetje in het dorp zouden blijven. Dat hebben we dan ook gedaan, lekker gelopen. Als eerste kwamen we langs een klooster waar heel veel monniken woonden. Dat zagen aan het aantal slippers dat voor de gebedszaal stond, het waren er weer wat. In de gebedszaal zaten jonge en oude monniken te studeren en bidden. De jonkies zaten op de vloer, de wat ouderen op banken. Buiten konden we ook zien dat ze hier elkaar helpen, er kwam een oude monnik langs die niet kon lopen omdat hij aan een been verlamd was. Zijn lamme been werd door een jonge monnik met een soort touwbeugel vooruit gesleept, waarna de oude monnik (met behulp van een andere jonge monnik aan zijn andere kant) kon lopen met zijn gezonde been. Het zag er heel zorgzaam uit, en we hebben er geen foto van gemaakt. Het zal best voor altijd op ons netvlies blijven staan. Maar we waren op zoek naar een oude tempel, die in de Lonely Planet als belangrijk stond aangemerkt. Onderweg daar naar toe kwamen we langs een van de complexen in Nyaungshwe die gerestaureerd werden toen wij er waren. Het terrein bestond uit een groot aantal pagodes, waarvan er al een aantal klaar waren. Die waren mooi gerestaureerd en wit. Er waren er ook nog een aantal waar nog niets aan gebeurd was, die waren in min of meer vervallen staat. Verderop was er een tempel met allemaal teksten door de hele tempel heen, ook op de pilaren en het plafond. Iemand die er aan het verven was wees ons op de teksten. We konden hem natuurlijk niet verstaan, maar hij was duidelijk trots op “zijn” tempel.

Aan hem vroegen we ook de weg naar de tempel (Yadana man aug paya) die we zochten, en toen bleken we er vlakbij te zijn. Maar helaas leek de tempel nog gesloten, dus liepen we er maar omheen. Omdat het een flinke was zijn we gesplitst en liepen we ieder een andere kant om. Uiteindelijk bleken er toch ingangen open te zijn. Aangekomen bij de open poort werden we gelijk overvallen door verkoopsters van offers, en daar zijn we dan maar een keer voor overstag gegaan. Voor wel 1000 kyats per persoon kregen we papieren bloemen en een goudblaadje mee. We werden begeleid naar de Boeddha waarop we dat bladgoud mochten plakken, en dat hebben we dan dus ook maar gedaan (het is ook zowat om het mee naar huis te nemen). Na onze offering konden we op ons gemak genieten van de tempel, er was genoeg te zien. De tempel fungeerde ook als een klein museum, alle kostbare stukken die de monniken hadden verzameld zoals vazen en beeldjes waren in vitrines opgesteld. Maar ook de verschillende Boeddha’s waren weer mooi om te zien. Omdat het allemaal zo mooi was zijn we bij het Teakwood Guesthouse wat gaan drinken. Daar kwamen we een paar oudere Australische dames tegen, die al een paar keer in Myanmar waren geweest en altijd hun vakantie in dat guesthouse afsloten omdat het er zo gemoedelijk is. We besloten, naar aanleiding van hun enthousiaste verhalen, om daar ‘s-avonds te gaan eten. Na de deze pauze zijn we naar de rivier gelopen, lopende kwamen we langs dames die tomaten zaten te sorteren. Toen we belangstellend gingen kijken kregen we ook een tomaat aangeboden, en dat kan natuurlijk geen kwaad, dus die hebben we lekker opgegeten. We hebben onderweg ook nog wat snoepjes gekocht, een klein jongetje stond vreselijk te huilen in de deuropening en kon zelfs met een lolly bijna niet getroost worden. Ik hield er wel wat snoepjes aan over, het winkeltje waar ik de lolly kocht had geen klein wisselgeld en dat heb ik dan maar in nature (snoepjes) laten terugbetalen. Na die verschrikkelijk grote uitgave van we twee eurodubbeltjes gingen we koffie doen bij Viewpoint, een van de duurste restaurants van Nyaungshwe. Ze hadden een heerlijke cappuccino, maar wel tegen gewone (Nederlandse) prijzen. Geeft niks, mag best een keer. En uiteindelijk besloten we ook er maar te lunchen, met een klein flesje lokale wijn er bij. Die wijn was niet helemaal onze smaak, maar we moesten het natuurlijk toch wel even proberen. Na de vooral lange lunchpauze zijn we weer verder gaan lopen, en kwamen we natuurlijk weer langs een klooster. Daar waren ze in een bijgebouw kozijnen aan het zagen, er wordt heel wat getimmerd en gebouwd in alle kloosters en pagodes. Misschien was het wel beter om dat allemaal in de infrastructuur voor de bevolking zelf te doen, maar dat moeten ze natuurlijk zelf maar weten. Onze volgende stop was de lokale markt, met natuurlijk onderweg daar naar toe weer mooie plaatjes van mensen. Een markt is altijd wel leuk, en we moeten vooral maar blijven denken dat ons vlees en vis uit de koeling komt, of in ieder geval goed is doorbakken :. Onderweg hebben we ook nog Tijgerbalsam gekocht voor mijn schouder/nek problemen, wie weet helpt het wel. Omdat het een rustige dag was gingen we ook nog even wat drinken bij hotel Amazing Nyaung Shwe, niet het goedkoopste hotel van het dorp. Het zag er mooi uit, maar dat van ons was ook niet verkeerd, dus daar zijn we naar terug gelopen. Vooral ook omdat daar aan de overkant het Buddha Museum was. Daar wilden we graag naar binnen, maar helaas. Anders dan in de Lonely Planet stond aangegeven waren ze op maandag én dinsdag gesloten, dus pech voor ons. Dan maar een cappuccino op onze eigen veranda. We hadden van Dirk en Corry gehoord dat er een klein marionettentheater in de buurt was die een voorstelling zou geven om zeven uur.

Dat leek ons wel wat en daar zijn we dan ook naar toe geweest. Het was niet meer dan een garage met wat stoeltjes en een marionettenpodium (een soort poppenkast). De show werd voor twaalf mensen gegeven en was best leuk. Het was natuurlijk geen grote commerciële show, maar we kregen wel een idee hoe een marionettenshow is. Zoals gebruikelijk werden we met thee onthaald, maar verder was er niets te krijgen. Na afloop van de voorstelling zijn we samen met Jaap en Marja gaan eten bij Teakwood Guesthouse. Toen we daar aankwamen was het hek dicht, maar dat werd gewoon voor ons open gemaakt. We bleken de enige gasten in het restaurant te zijn, maar dat maakte het eten niet minder lekker of de sfeer veel ongezelliger. We hebben lekker zitten kletsen over van alles en nog wat, en namen een typisch Shan menu. Het was niet de eerste keer dat we die keuken aten, dus we wisten dat het goed was. Prima dus. Na het eten zijn we terug gegaan naar het hotel

Woensdag 16 november Nyaungswhe

Vandaag gingen we met de groep het meer op. Het was nog een beetje fris we waren blij dat we onze vesten bij ons hadden, ze kwamen goed van pas. Nadat we een tijdje door het brede kanaal hadden gevaren kwamen we dan toch bij het meer. Is best groot! We werden ook steeds vergezeld door een groep meeuwen, die waarschijnlijk dachten dat er bij onze boot wat te halen was.

Helaas, maar het was wel spannend of ze niet iets zouden “droppen” als ze dichtbij over ons hoofd vlogen. Aangekomen bij onze eerste beenroeiende visser bleek het een jonge jongen te zijn die tegen betaling liet zien hoe dat gedaan werd. We vonden het niet echt authentiek, maar we zullen maar denken dat we een goede indruk hebben gekregen en de lokale bevolking weer gesteund hebben. We zijn dwars over het meer gevaren en toen we weer richting kanalen kwamen voor ons bezoek aan de minderhedenmarkt van In Dein zag Piet een Karen vrouw in haar raamopening zitten. Aangekomen in In Dein zijn we eerst dwars over de markt naar de Shwe Inn Thein Paya met 1054 witte en gouden pagodes.

Na dat bezoek zijn we snel terug naar beneden gegaan voor de minderhedenmarkt. Die was heel erg kleurrijk, met veel verschillende waren, er lagen zelfs strips met (waarschijnlijk) antibiotica capsules. Ook de mensen, met name natuurlijk de vrouwen waren voor een deel in klederdracht, een heel dankbaar onderwerp voor de vele foto’s die door ons, maar ook door alle andere toeristen werden gemaakt. Ik had nog wat snoepjes, en er waren kinderen genoeg om ze aan uit te delen. Van een van de moeders kreeg ik een grote rijstwafel terug. Lekker om onderweg even te snacken. We gingen door naar de Phaung Daw Oo Paya, ook een van de meest belangrijke Boeddhistische plekken van Myanmar. Daar stonden de Boeddhabeelden die elk jaar bij een belangrijk festival over het meer werden gevaren, en die tijdens een van die vaarten in het water zijn gevallen. Gelukkig is het meer niet diep en konden ze weer opgevist worden. Een van de vijf beelden die in de pagode staan wordt niet op de tour meegenomen, die blijft achter als bewaker van de pagode. De beelden waren zo veel bezocht door pelgrims die er goud op plakten dat ze volledig onherkenbaar waren. Na het bezoek aan de pagode zelf zijn we nog even naar het botenhuis geweest waar de boten lagen waarmee de beelden werden rondgevaren. Jammer dat er hekken omheen stonden en je dus niet een overzichtsfoto kon maken, maar het was toch wel mooi om te zien. Na de lunch zijn we verder gegaan langs een aantal workshops. We zijn eerst in In Phaw Khone bij een zijdeweverij geweest.

De zijde werd gemaakt van de vezels van lotusplanten, en was onbetaalbaar (in ieder geval heb ik niet gekeken). Na de weverij zijn we nog naar een ijzersmederij geweest waar ze messen maken, en naar een sigarenmakerij. Daar zitten jonge vrouwen heel de dag voor anderhalve euro ongeveer 800 sigaren te draaien. Daarna zijn we naar de Nga Hpe Kyaung geweest, een teakhouten klooster op palen in het meer. Het klooster is bekend om zijn “jumping cats”. Vroeger lieten de monniken de kloosterkatten door hoepels springen, tegenwoordig wordt dat voor de toeristen gedaan door een leek. Maar wat vooral heel erg bijzonder is aan het klooster zijn de prachtige Boeddhabeelden. En we hadden er al een paar gezien, maar deze waren wel erg mooi. Jammer dat we ze bijna niet op de foto konden zetten omdat het er zo donker was. Onderweg terug naar het meer zijn we in de verschillende kanalen langs grote drijvende tomatenkwekerijen gekomen, en hebben we wel authentieke beenroeiers gezien. We zagen ook mensen aan het drijvende land werken, en zelfs ook hele stukken verplaatsen. Over het meer gingen we terug naar het hotel. Ook dat was nog een aardige tocht, we waren toch weer veertig minuten aan het varen. We zijn samen naar Viewpoint gegaan voor het diner.

Donderdag 17 november naar Mandalay

Er was ons verzocht om op tijd op te staan omdat we om half zeven zouden vertrekken. Voordat we echt gingen reizen zijn we eerst nog naar het houten klooster Shwe Yaunghwe Kyaung. Het was een speciale plek, volgens de reisgidsen omdat het ovale ramen heeft
.

Maar ik vond het vooral speciaal door alle Boeddhabeeldjes die door mensen uit alle werelddelen waren geplaatst. Een speciaal gebouw in het klooster was er voor gereserveerd. Ik ben met onze lokale gids ook nog even naar boven geweest, hij legde me een beetje uit hoe de monniken hier leven, en dat geeft toch wel weer een bijzonder tintje aan zo’n bezoek. Na een klein kwartiertje rijden kwamen we alweer bij onze eerste koffie/toiletstop. Verder onderweg naar Mandalay zagen we natuurlijk weer heel bijzondere dingen zoals varkens die aan de lijn werden uitgelaten, en wegwerkers die wel op een heel handmatige manier de weg aan het asfalteren waren. De grote stenen worden achtereenvolgens door verschillende ploegen (waarvan veel vrouwen) steeds kleiner werden gehakt met een pikhouweel. We moesten ook onderweg een keertje met de bus stilstaan omdat er een explosie zou gaan plaatsvinden in de steengroeve zodat weer verder gegaan kon worden met het werk. Het duurde gelukkig allemaal niet te lang, we hadden nog een lange rit voor de boeg. We zagen veel schapen en geiten langs de weg, en je kon zien dat er veel met teakhout werd gedaan, er waren nogal wat opslag en overslag plaatsen van boomstammen.

Op een gegeven moment kwamen we ook langs een groot complex, het leek wel een militaire basis. Het bleek dat het een fabriek was voor slippers en kleding voor militairen. Kun je nagaan hoeveel ophef er hier gemaakt wordt voor het leger. Toen we aankwamen in Mandalay was het er erg druk, er was iets van een festival van de Tand van Boeddha, en de stad werd overspoeld door pelgrims. Toen we aankwamen bij ons hotel bleek het wel weer centraal gelegen, maar het hotel zelf was niet alles. De reisbegeleider had al gewaarschuwd voor de badkamers, en hij had niets teveel gezegd. Je kon zien dat het steeds onder water stond, het zag er niet uit. Afgebladderde verf op de deur, verroeste beugels van de wasbak en een bad waar de beugels van afgebroken waren. Niet alles dus, maar naar zou blijken werkte alles. Warm water en een werkend toilet is goed, zelfs als je de slippers aan moet om geen natte voeten te krijgen. Die avond zijn we met Jaap en Marja en Dick en Corrie gaan eten bij VcAfé. Daar hadden ze ook westers eten, en dat werd door de meesten dankbaar aangegrepen om even geen noodles en rijst te doen.

Vrijdag 18 november Mandalay

We waren al vroeg wakker, hoewel het toch echt een stad is kraaien de hanen hier ook vroeg. Maar zou dat niet werken, dan zijn er ook altijd nog de kerkklokken en de moskee. De kerkklokken konden we niet missen, de Sacred Heart Cathedrale stond naast ons hotel. Toen we ons ontbijt hadden genoten spraken we met Jaap en Marja af om de dag samen door te brengen. We zouden met een fietstaxi naar het paleis gaan, maar dat viel even niet mee. De trishaw drivers die bij ons hotel stonden wilden niet voor 1800 Kyats per trishaw gaan rijden, en wij wilden niet meer betalen. Piet heeft nog zijn best gedaan, maar lager dan 1500 gingen ze niet. Toen zijn we dus maar gaan lopen. Toen we bij de volgende trishaw standplaats aankwamen werd het helemaal hilarisch. Toen we vroegen naar het paleis wezen ze ons de weg, in plaats van een prijs te noemen. En niet een keer, maar meerdere keren werd ons de weg gewezen. We kwamen niet meer bij van het lachen toen we eenmaal de hoek om waren. En toen moesten we toch verder lopen. Uiteindelijk bleek het niet zo heel ver te zijn, en waren we al snel bij de poort.

Jammer genoeg mochten we daar niet in, dat was er een voor militairen. En zelfs een grapje en een big smile hadden geen effect, we moesten gewoon naar een andere poort gaan lopen. Piet nam er maar een foto van het bordje “Foreigners are not allowed to enter this gateway”, dan hadden we toch nog wat. Toen we weer bij de weg kwamen kwam er een taxi, maar die vroeg helemaal belachelijk veel. We moesten 1000 Kyats per persoon betalen, en daar hadden we dus helemaal geen zin in. Soms zijn we verschrikkelijke pinnen, want het gaat echt nergens over. Net om de hoek stopte er een openbaar vervoer busje waar we voor 500 Kyats mee konden naar de poort waar we wel naar binnen zouden kunnen. Dat was een leuk ritje, compleet met een monnik in de bus, maar bracht ons toch niet helemaal waar we wezen moesten omdat het busje de verkeerde afslag nam. Dat betekende dat we nog steeds drie mijl moesten lopen. Gelukkig waren er weer twee trishaws die ons naar de juiste poort konden brengen, weer voor 500 Kyats per persoon. Dat hebben we dus maar gedaan, maar het betekende wel meer betalen dan de trishaws die bij het hotel stonden. We hebben in ieder geval wel lol gehad :. En toen we dus uiteindelijk bij de juiste poort kwamen kochten we voor 10US$ per persoon een kaartje, waarmee we ook andere bezienswaardigheden konden bezoeken. Voor het kopen van het kaartje was wel het paspoort nodig, maar die hadden we gelukkig bij ons. Het eerste dat we gezien hebben op het terrein van het paleis was de uitzichttoren. In de beschrijvingen stond dat van daaruit een mooi overzicht was, maar we konden er geen pad naar de trap vinden. Dwars door het hoge gras kwamen we bij de trap. Daar lag een oud uniform van een militair, dat was op zich wel vreemd. Maar fantasierijk als we zijn bedachten we daar allerlei verhalen omheen, zoals dat de bewuste militair naar beneden was gevallen, of dat hij daar zijn uniform had uitgetrokken omdat hij met een meisje was. Na deze fantasieën zijn we toch maar naar boven geklommen, maar je kon zien dat er weinig onderhoud aan gepleegd was de laatste tijd. Omdat dat wel vaker voorkomt in Myanmar (en andere buitenlanden) keken we daar niet vreemd van op. Toch had ik even vaart nodig om helemaal naar boven te klimmen. Bovendien stond in de Planet dat je moest oppassen als je boven was omdat er wat planken los zouden kunnen liggen. Bovenaan was het uitzicht best wel mooi, dus geen spijt. Na deze waaghalzerij zijn we verder gaan lopen en hebben we een deel van het paleis bezichtigd. Mooie dingen, ook beelden van de koning die er gewoond had. Het was een aardig groot complex, hij zal wel een grote familie hebben gehad, of in ieder geval een grote huishouding.

Ook vlak bij het paleis stond een uitkijktoren, bij nader inzien was dat dan toch echt de wachttoren die overal beschreven stond. Ook een mooi uitzicht natuurlijk, maar minder spannend dan de eerste. En toen was er koffie (of in ieder geval iets te drinken). We namen een frisdrankje, en wat te snacken er bij. Ik nam toevallig iets lekkers, een loempiaatje met groenten er in. Jaap nam ook iets, maar daar zat iets onbestemds in wat een beetje melig was (later bleek het banaan te zijn). Toen we eruit liepen zagen we ook waarom we er bij de twee eerste poorten niet in mochten: het gebied is nog steeds als militair complex in gebruik. We zagen daar ook voor het eerst de meest voorkomende stoplichten van Myanmar: van karton met de lichten er op geschilderd. Heel apart, als of iemand dan stopt (als al bekend is welke kleur oplicht). Eenmaal buiten het complex zijn we op zoek gegaan naar een paar beroemde pagodes en kloosters. Als eerste kwamen we bij het Atumashi Kyaung klooster, een groot klooster waar ook volop gewerkt werd. We konden er met ons kaartje naar binnen, maar moesten ze wel even laten doorprikken bij het ticketoffice. De schoenen maar weer uit, ik word steeds blijer van mijn Teva’s. Ze waren volop bezig met schilderen en met de elektriciteit. Ook het hek voor de Boeddha werd opnieuw gelast. Schoenen weer aan en verder naar het Shwenandaw Kyaung klooster, een houten klooster met onnoemelijk veel en mooi traditioneel Birmees houtsnijwerk. Daar hebben we echt even op ons gemak rond gekeken. Toen er twee nonnen, een jong meisje en oudere vrouw , binnen kwamen vroeg ik of ik ze mocht fotograferen. Dat mocht, maar ze wilden vervolgens met mij ook op de foto. Mooie ontmoetingen met mooie plaatsjes! De volgende stop was de State University of Mandalay. Daar kon ik natuurlijk niet zomaar voorbij lopen. Het was er prachtig, met mooie tuinen en prachtige gebouwen. Net toen we er uit gingen zagen we dat er een bruiloft aan de gang was. Helaas waren we net te laat, het bruidspaar stond net op omdat de ceremonie ten einde was. Dan maar zo op de foto en weer verder naar de Kuthodaw Paya. Daar staan 729 stenen met de heilige schriften van Boeddha. Toen we het complex op gingen werd er volop gereciteerd door een groep vrouwen.

Dat geeft toch een speciaal gevoel op zo’n plek, hoewel het een flinke herrie was. Maar we waren intussen een beetje toe aan de lunch, en gingen dus op zoek naar een restaurant. Het viel in eerste instantie helemaal niet mee om iets te vinden wat open was, en er zo uit zag dat we er ook nog wilden eten. Na wat zoeken kwamen we op het terras van een groot (en leeg) Chinees restaurant terecht. Het bestellen viel nog niet mee, de vraag om de koude biertjes kwam wel snel binnen, maar over de soep hebben we het wel even moeten hebben voordat ze begrepen wat we wilden. We namen twee grote soep voor vier, omdat wij niet wisten wat er op de menukaart stond en de obers het ons niet konden vertellen. Uiteindelijk bleken het hele grote kommen soep te zijn, met daarin een halve gebraden kip. Na de lunch waren we genoeg aangesterkt om weer verder te gaan en nog wat Boeddha’s te gaan bezoeken. De volgende tempel die we bezochten was de Kyauktawgyi Paya, met als grootse attractie een gigantische zittende Boeddha die uit een stuk marmer was gehouwen. Er was in de tempel genoeg te doen, van monniken die aan het bidden of aan het rusten waren, tot de “normale” bezoekers die een offer kwamen brengen. Er lag ook gewoon een monnik lekker te rusten op een bankje, zo zie je dat ook het klooster wat bij de tempel lag een gewoon “huis” is met gewone mensen. Toen Piet een beetje aan het rondlopen was zag hij een grote staande Boeddha achter een hek. Twee mannen zagen dat hij een foto door het hek maakte en hebben toen het hek voor hem open gemaakt zodat de Boeddha er mooi op kon komen. Een beetje wandelend en rondkijkend zag ik dat er jonge mannen aan het voet-volleyballen waren. Toen ik daar ging kijken sprak een oude monnik die daar op een bankje zat te rusten me in bijna perfect Engels aan. Ik heb heel gezellig even met hem zitten praten. We zijn natuurlijk ook naar de top van Mandalay Hill gegaan, ook daar stond een groot complex. Het was een flinke klim, met veel trappen. Maar gelukkig hadden we tijd genoeg en hoefden we de bus niet te halen. Rustig zijn we langs alle kraampjes en beelden gelopen. Het uitzicht was prima, maar wel een beetje heiig. Toen we een beetje rond aan het kijken waren kwamen er een stuk of zes jonge monniken op ons af die ons gebruikten om hun Engels te oefenen.

Daar laten wij ons graag voor gebruiken, en het werd dan ook al gauw lachen en foto’s van elkaar maken. Leuk, dit soort ontmoetingen! We hebben de zonsondergang maar niet meer afgewacht, eigenlijk hadden we helemaal geen zin om in het donker terug te moeten naar ons hotel. Tenminste niet vanaf een tempelcomplex. Beneden aangekomen zijn we voor 5000 Kyats met z’n vieren met een blauwe Mazda taxi richting het hotel gegaan. We zijn bij Ko’s Kitchen gaan eten, een goed Thai’s restaurant.

Zaterdag 19 november Mandalay

Vanmorgen heel vroeg op moeten staan, maar dat is hier geen probleem. Ten eerste liggen we belachelijk vroeg in bed, en ten tweede begint het leven hier vroeg. Om een uur of drie begonnen de klokken van de kathedraal naast ons hotel al weer te luiden, en een uurtje later was er het intussen standaard hanenconcert. Na het ontbijtje konden we mooi op tijd, om zeven uur, op pad. We waren met veertien reisgenoten om een excursiedag te gaan doen en begonnen met de rit naar de brug van U Bein, de langste teakhouten brug ter wereld. Omdat we vroeg waren vertrokken waren we de eerste toeristen en konden we anderhalf uur genieten van de mensen die er op, bij en onder de brug bezig waren met vissen, eenden hoeden en andere zaken zoals het fietsen van de ene kant naar de andere kant en het verkopen van eten en drinken. Het was er erg leuk , en we hebben dan ook de brug heen en terug gelopen. Ondertussen zagen we schalen vol gekookte krabben in een restaurantje, Efteling -achtige beelden in een tuin en het hele proces van bamboe manden maken. Vanaf het splijten van de bamboestelen tot en met het afwerken van de manden en alle stappen die daar tussen zitten. De vissers die we zagen hadden een speciale techniek: ze gooiden hun netten in het water en trokken ze langzaam weer op. Ook speciale eendenhoeders zagen we, een op het land. Die liep gewoon langs de kant van het water, maar er waren er ook op het water zelf. Die voeren om hun eenden heen en sloegen met stokken in het water om de beesten bij elkaar te houden. Andere beesten die we zagen waren kleine uilen die gevangen waren om ze tegen betaling door toeristen weer vrij te laten. Deze keer hebben we er maar niets mee gedaan. Jammer dat het nog zo heiig was. Na onze anderhalf uur gingen we weer de bus in voor onze rit naar de Saigaing Hill. Helaas begon toen de zon pas te schijnen, maar het is niet anders, op het weer heb je geen invloed. Omdat de bus de steile helling niet op kon stapten we over op trucks die wat sterker van motor zijn.

Boven aan gekomen kregen we eerst een stukje uitleg van onze lokale gids over Umin Thounzeh met de de Boeddha’s die daar stonden. Voor elk verlicht jaar dat Boeddha heeft geleefd stond er een beeld. Het waren er dus vijfenveertig. Een klein stukje hoger was er een plateau met een prachtig uitzicht over de Saigaing Hill, met al zijn pagodes. Het was een beetje heiig, en dat maakte het zicht minder goed. Ook hier weer jammer dus, maar niets aan te doen. Toen we terug gingen met de trucks richting beneden zijn we halverwege bij de meer dan 30 meter hoge pagode van Soon U Ponya Shin Paya gestopt. Die was ook wel weer heel erg mooi, met kikkers als (overvolle) offerpotten en mooie spiegelmozaïeken door de hele pagode heen. Daar hebben we nog een pentekening gekocht. Die werd in vijf minuten gemaakt, met inkt en kleine penseeltjes en een schermesje. De maker verpakte het zo dat het niet kon gaan vlekken met vervoer, en gaf er een rolletje bij zodat we het echt konden verpakken als het droog was. En dat allemaal voor twee Euro. Na dat alles zijn we verder naar beneden gegaan en hebben we een nonnenklooster bezocht. Zij waren aan het lunchen en hebben allemaal kleinere gemeenschappen, zoiets als kleinschalig wonen in een gemeenschap. We mochten daar wat foto’s maken, en hebben een nog een banaan gekregen. Na het geven van een donatie aan het klooster, en ook aan een jonge invalide man die langs de weg op een stoepje lag, gingen we weer verder naar beneden, naar onze bus waarmee we naar de lunch gingen. Na dit alles zijn we ook nog een ambachtsdorp gaan bezoeken, daar waren pottenbakkers en schalenslagers. Mooie foto’s kunnen maken, maar de mensen leven er wel in armoede. Ik kon het dan ook niet laten om een vrouw met een kindje wat toe te stoppen omdat ik een filmpje van haar man mocht maken. We hebben heel wat gezien, want vervolgens gingen we naar het houten klooster van Shwe In Bin Kyaung. Een prachtig klooster dat in de oude staat bewaard is gebleven, en dus prachtig houtsnijwerk heeft.

Je kijkt werkelijk je ogen uit. En toen moest het kennelijke hoogtepunt van onze dagexcursie nog komen: het bezoek aan de Mahamuni Paya. Daar stond een bronzen zittende Boeddha van 6 meter hoog. Een prachtig exemplaar, maar helaas alleen door mannen te bezoeken. Gelukkig kan Piet ook met de videocamera omgaan, dus die gaf ik in tweede instantie mee zodat er toch nog een film van kon zijn. In de tussentijd keek ik een beetje rond en heb ik ook nog met het fotocameraatje een filmpje kunnen maken van de band die ineens begon te spelen in een ander gedeelte van de pagode. Na een uitgebreid bezoek zijn we doorgegaan naar een werkplaats waar ze de goudblaadjes voor de offering platslaan. Leuk om te zien, verder niets gekocht. Ons laatste bezoek van die dag brachten we aan het “marmerstraatje”. Daar worden de marmeren Boeddha’s gemaakt die je overal ziet. De werkomstandigheden zijn er verschrikkelijk: niemand draagt een stofmasker of een bril ter bescherming. Het stof legt een hele laag mist over het hele straatje. Ook de dames die de beelden poetsen hebben geen enkele bescherming tegen de bijtende stoffen waarmee ze polijsten en poetsen. Eigenlijk verschrikkelijk om te zien, maar we gaan er van uit dat de mensen daar genoeg verdienen om dan toch ook andere dingen te kunnen doen (zoals het onderhouden van hun gezin). Terug in het hotel gingen we samen snel verder op pad om naar het restaurantje van onze keuze te gaan.

Onderweg daar naar toe was het verkeer natuurlijk spectaculair, maar kwamen we ook langs een kleine kermis. Daar werden volop dingen gebakken, en was er volop vertier voor de kleintjes. Een draaimolen die door een jongeman werd aangeslingerd en een klein reuzenrad dat op een speciale manier werd bediend: er stonden jongemannen op tien over en tien over half. Die begonnen naar elkaar toe te lopen en zo ging het rad rond. De kinderen hadden plezier en alle andere mensen ook! Lopende kwamen we ook nog en soort demonstratie tegen. Dat was een tent vol met foto’s van Aung San Suu Kyi, waarschijnlijk waren de mensen aan het vieren dat ze zich verkiesbaar stelt bij de volgende verkiezingen.

Zondag 20 november Mandalay

We hebben maar uitgeslapen, voor zover dat mogelijk is in deze omgeving. De hanen en de kerkklokken zorgden er natuurlijk voor dat het niet al te laat werd, maar het was fijn om geen wekker te zetten. Na het ontbijt ben ik naar de kathedraal geweest om nog wat foto’s te maken, de dienst was net afgelopen dus ik kon met een gerust hart wat verder doorlopen naar het altaar en wat plaatjes schieten. Daarna gingen we samen naar de markt, de lokale markt wel te verstaan. Het was het gebruikelijke beeld: veel verschillende groenten en vlees en vis goed gevuld met vliegen. Ze gebruiken hier wel alles van de beesten, dus ook de ingewanden lagen gewoon te koop. En dan niet zo schoon als we bij ons levertjes en nieren kopen, maar ook alle andere onderdelen van het beest en allemaal bij elkaar. Er lagen natuurlijk ook volop groenten, fruit en kruiden. Het is aan de ene kant wel fijn, maar aan de andere kant ook jammer dat veel van dat spul al jaren in Nederland verkrijgbaar is. Er is dus een hoop van de verwondering over al die vreemde spullen weg, we gebruiken zelf ook veel verschillende exotische groenten en fruit bij het eten in ons eigen land.

Op de markt kwamen we ook Jaap en Marja tegen, en we zijn samen verder getrokken. We zijn met vieren doorgelopen naar de haven omdat het daar bijzonder zou zijn. Het duurde even voordat we er waren, maar daar aangekomen zagen we wat er bedoeld werd: het was allemaal erg armoedig. Er woonden hele gezinnen met kleine kinderen op het strand in tenten zonder licht en stromend water. De varkens van een gezin stonden onder een overkapping naast de tent vast aan een paaltje. Er werd hard gewerkt, ook door jonge meisjes. Vanaf een sloep werd zand in manden geschept die door meisjes van een jaar of veertien een stukje verder het strand op werden gedragen. Dat gebeurde zoals hier alles wordt gesjouwd: op het hoofd. Maar omdat het zo zwaar was konden ze niet verder dan een meter of vijftien voordat ze de mand overdroegen aan een ander. Zo ging de mand een keer of vier over voordat hij door de laatste op een grote hoop bovenaan het strand werd gestort. Daar zat een dikke dame onder een overkapping de meisjes in de gaten te houden, en te tellen hoeveel manden er gestort werden. Ik ben daar toch een paar briefjes van 1000 Kyats “kwijtgeraakt”. Omdat het intussen ook wel weer tijd voor wat drinken werd zijn we vlak bij de haven wat gaan drinken. Met de openbare bus zijn we voor 200 Kyats per persoon terug gegaan naar de markt en van daar af zijn we terug gaan lopen. Vlakbij ons hotel zag ik ineens een CD winkel en zijn we daar een CD met lokale muziek gaan kopen. Dat was heel snel gebeurd, na het beluisteren van een deel van het filmpje van de tempelmuziek ging de verkoopster al naar het juiste rek en kwam ze terug met een CD. We hadden natuurlijk weer niet gevraagd wat het kostte, maar deze keer viel de schade heel erg mee: 1130 Kyats, dus nog geen anderhalve Euro. We gingen ‘s-middags met de groep op een middag excursie naar Mingun. We vertrokken met de bus naar de haven waar de boot klaar lag.Daarop aangekomen konden we lekker relaxen voor de oversteek. De eigenaars van de boot wisten hoe het werkt: lekker koud drinken te koop, banaantjes om te pakken en lekkere stoelen. De vrouw kwam met souvenirs en ik heb nog een paar oorbellen voor wel 2000 Kyats gekocht. Onder in het ruim lag de jongste telg van de familie lekker in een schommelende hangmat te slapen. Aan de overkant was de Mataragyi Paya. Dit zou de grootste pagode van de wereld worden, ware het niet dat de koning die hem bouwde de bouw stil legde voordat hij klaar was. Dat kon te maken hebben met feit dat het geld op was, of omdat de voorspellingen waren dat de koning zou sterven op de dag dat de pagode klaar zou zijn. Een aardbeving heeft het deel wat wel klaar was verwoest, dus nu is het alleen een ruïne. Toch hebben ze ook in die ruïne een kleine nis gemaakt met een Boeddha beeld zodat gelovigen er toch wat kunnen offeren. Na het bezoek zijn we naar het bijbehorende dorpje gelopen om daar dingen te gaan bezoeken. Onderweg naar de witte pagode Hsinbyume Paya hebben we in een souvenir winkel een monnik marionet gekocht. Hij was een voetje verloren, maar dat konden ze wel fixen intussen dat wij aan het bezichtigen waren. Het eerste bezochten we de pagode, die inderdaad wel erg wit was. Zo wit dat hij pijn aan de ogen deed omdat de zon fel scheen. Bovenin zat een man met een belletje te bidden. Opvallend aan deze pagode was dat een hoop beelden aan de buitenkant geen hoofd meer hadden. We hebben niet kunnen ontdekken (en zijn vergeten het aan onze gids te vragen) of hier een bedoeling achter zat, of dat het misschien gewoon slecht onderhoud betrof. Terug beneden zijn we op zoek gegaan naar de grootste klok ter wereld die in een stuk gegoten is. Het viel niet mee om de klok te vinden, hij was “verstopt” in een gebouwtje waar we een aantal keren langs waren gelopen. Maar toch gevonden en natuurlijk bewonderd en op de foto gezet. Voor zover dat mogelijk was, je kon er niet heel ver vanaf gaan staan omdat hij in een ruimte stond.

Hierna zijn we naar het bejaardenhuis gegaan om daar een kijkje te gaan nemen. Het betreft een bejaardenhuis voor mensen die geen kinderen of andere familie hadden die voor hen konden zorgen. Als eerste gingen we naar de apotheker, waar de verpleegster ook nog even kwam om de spullen die groepsgenoten hadden meegenomen in ontvangst te nemen (zoals leesbrillen en paracetamol). Daarna gingen we op bezoek waar de mensen leefden. Dat was voor onze begrippen nogal schrijnend, de mensen lagen op grote zalen met twaalf mensen. Ieder had een eigen kastje met spullen, maar verder geen privacy. Er mocht ook gewoon gerookt worden, terwijl er toch iemand op dezelfde zaal zo ziek was dat het niet heel lang meer zou duren voor zij overleed. Onderweg naar de boot snel ons souvenir opgehaald en afgerekend (10.000 Kyats). Toen een beetje doorgelopen, we waren uiteindelijk mooi op tijd. Toen we op de boot terugkwamen was de indeling anders en konden we gezellig allemaal bij elkaar op hetzelfde dek zitten. De biertjes en pinda’s kwamen snel door en we waren dus ook zo weer terug aan de andere kant van de rivier. We zijn na aankomst samen gelijk naar restaurant Golden Duck gegaan om te eten. Dat viel tegen, het eten was prima, maar verder was het een Chinese restaurant waar veel mensen waren en de bediening niet echt spetterend. Al heel snel waren we klaar, we namen ook geen tweede biertje en zijn we naar het terras op de hoek gegaan voor een biertje onder gezelliger sferen.

Maandag 21 november Onderweg naar Monywa acht vertrokken we naar Monywa voor onze volgende stop. Onderweg vertelde de reisbegeleider dat het niet mogelijk was om de grotten van het tempelcomplex Thanboddhay Paya te bezoeken omdat er een brug was weggeslagen door het vele water van de afgelopen tijd. Onderweg zijn we langs een zilverworkshop (en winkel) gestopt. Die hadden we niet meer gedaan op de excursie op het Inle meer, en dat werd door een aantal reisgenoten jammer gevonden. We hebben heel even in de workshop gekeken en verder rondgekeken in de winkel. Ik heb er nog een verzilverd potje voor de zilverkast van mama gekocht. Na ons winkelen zijn we naar de Kyaunghmudaw Paya gegaan. Deze was recent goud beschilderd, een half jaar eerder was de koepel nog helemaal wit. Nu was alles behalve de koepel nog wit. Het was verder een mooi complex met veel wanden die met spiegelmozaïeken waren bekleed. Onder leiding van onze lokale gids probeerden we de camerafee te ontduiken, maar dat is helaas niet gelukt. Toen we verder gingen zijn we onderweg gestopt voor koffie, waarbij Piet de uit dat plaatsje beroemde rode thee dronk. Ik hield het maar bij een flesje lychee limonade. Vervolgens zijn we naar de Sambuddhe Paya gegaan, een kleurrijke Indische Boeddhistische tempel. Die was werkelijk prachtig, heel erg anders door alle kleuren aan de buitenkant.

Binnen was het ook bijzonder, maar we hadden natuurlijk al heel veel goeden Boeddha beelden gezien en deze waren niet veel anders. Buiten kon ik maar niet stoppen met foto’s maken van al die mooie kleuren. Piet mocht als man ook nog in de uitkijktoren klimmen, voor vrouwen was die verboden. Na een ruime tijd zijn we verder gegaan naar ons hotel Monywa, helemaal niks mis mee. Toen we aankwamen konden we gelijk wat lunchen, er zat een goed restaurant bij. Na de lunch zijn we met de groep naar een site gegaan waar twee gigantische Boeddha’s waren: een staande en een liggende. Zo groot hadden we ze nog niet gezien. Helaas konden we niet met de lift in de staande Boeddha omhoog, de lift mocht alleen gebruikt worden voor bouwmateriaal. Voor het eten kwamen we op een terrasje terecht waar ze geen prijzen op de menukaart hadden staan. Dan maar gokken dat ze ons er niet onder zouden trekken. We hebben nog even zitten kletsen met een stel uit Nederland van onze leeftijd dat zelf door Myanmar aan het trekken was. Het bleek goed te doen, zolang je maar tijd genoeg had voor het openbaar vervoer. Uiteindelijk waren we 3750 Kyats per persoon kwijt voor vier gerechten, frietjes, rijst en zes biertjes. Na het eten zijn we nog even over de nachtmarkt gelopen waar ik nog het aanbod kreeg om een sprinkhaan te proeven. Die heb ik maar afgeslagen, ik durfde het niet aan.

Dinsdag 22 november Onderweg naar Bagan

We zijn na een eerste goede ontbijtbuffet, waar we zelfs eens konden kiezen tussen een “normaal” ontbijt met toast, jam en eieren en een Birmees ontbijt met soep en noodles om zeven uur vertrokken voor onze reis naar Bagan. Eerst hebben we maar eens anderhalf uur gehobbeld over niet al te beste wegen. Daarna zijn we gestopt bij een dorpje met de naam Ma Oo om dat te bezoeken. In het dorpje hebben we gezien hoe de mensen er leven, hoe ze wierookstokjes maken en zijn we op bezoek geweest bij een schooltje. Daar heb ik aan de juf al de gespaarde tandenborstels en zeepjes afgegeven.

Zij zou ze wel allemaal goed verdelen. Na een korte wandeling over de plaatselijke markt en foto’s gemaakt te hebben van koeien die het gras tussen de verwoekerde pagodes aan het eten waren gingen we weer terug naar de bus voor het vervolg van onze reis. Na een half uurtje zijn we gestopt voor onze koffie pauze. Natuurlijk kwam er geen koffie aan te pas, we namen maar gewoon een Fanta voor de zekerheid. Maar de toiletstop was ook welkom, ook al was het toilet weer zeer eenvoudig. Wat zijn we thuis toch verwend als je dit hier allemaal ziet en meemaakt, we staan in Nederland weer minstens een half jaar met beide benen op de grond. Na de stop hobbelden we weer verder, we moesten zelfs een omleiding doen omdat er eind oktober een brug was weggeslagen door de overstroomde rivier. Het stuk waar we doorheen moesten, en waar dus net even eerder door het water een aantal dorpen waren weggevaagd. Een triest gezicht die vlakte met omgeslagen bomen, en de sporen van verwoeste huisjes. Toch waren er al weer mensen aan het werk om de zaak weer op te bouwen. De veerkracht van mensen is soms wel verbazingwekkend, maar wat moet je ook eigenlijk anders? Al snel waren we weer op de oorspronkelijke weg en gingen we verder naar onze lunchplek. Daar kregen we voor 3500 Kyats een prima lunch, met ieder een vlees of visgerechtje met allemaal dingen er omheen. Verschillende soorten groenten, en allerlei andere prutjes, zelfs frietjes zaten er bij. We hebben ons helemaal vol gegeten. Na de lunch zijn we met tuktuks naar de boot gegaan. Het was een boot voor onze eigen groep, maar er was verder niets. We hebben wel een beetje zitten kletsen, wat in het zonnetje gedoezeld en zijn dus zo aan de overkant bij Bagan aangeland. Daar stond onze bus ook weer op ons te wachten. We waren al snel in ons hotel Golden Express waar onze reisbegeleider de sleutels uitdeelde en we een kaart konden kopen van de omgeving. We hebben er maar twee genomen, ze waren tenslotte ook wel 500 Kyats per stuk. Na een kleine omzwerving langs de restaurantjes kwamen we bij Queen terecht. Een prima restaurantje. Het eten was heel erg goed, voor 3500 Kyats hadden we een schotel met vlees of vis, rijst en zeven kleine bijgerechtjes. Deze werden geserveerd in hele mooie lakwerk schalen, die verdeeld waren in vakjes voor de verschillende gerechtjes. Helemaal goed dus.

Woensdag 23 november Bagan

De eerste volledige vrije dag in Bagan, we hebben dus maar geen wekker gezet. Het kwam namelijk niet zo nauw omdat we toch helemaal zelf op pad zouden gaan. Maar omdat we de vorige avond zo vroeg zijn gaan slapen waren we natuurlijk vroeg wakker en zaten we om zeven uur aan ons eerste uitgebreide ontbijtbuffet. Eieren en pannenkoeken werden gebakken waar we bij stonden, en er was ook van alles aanwezig voor een Birmees ontbijt. De enige dingen die tegenvielen waren het sinaasappelsap, dat was net water, en de thee. Die was zo sterk dat de mevrouw van de toast ons adviseerde om een bodempje thee te doen, en de rest aan te vullen met heet water. En zelfs toen was hij niet te drinken. Maar er is ook standaard heet water, dus morgen een theezakje mee is de oplossing van dat probleem. Het Birmees ontbijt slaan we maar even over, maar als je er zin in zou hebben kon het dus.

Daarna hebben we een fiets uitgezocht waarmee we in ieder geval de eerstvolgende twee dagen op pad zouden gaan om de verschillende tempels en pagodes te bezoeken die we hadden uitgezocht. Omdat Piet Marjan al had geholpen met de problemen met het slot op hun fiets was dat een van de dingen waarop we de fietsen controleerden. Piet heeft ze allebei getest en goed bevonden, dus met een mededeling naar de receptie dat we twee fietsen hadden waren we al snel op pad. Het viel even niet mee om te wennen aan de fiets, maar zeker ook niet aan het wegdek. Het asfalt zat vol gaten en kuilen, maar was gelukkig wel op een aantal plaatsen gerepareerd (helaas niet overal dus het bleef uitkijken). Het was wel gemakkelijk dat de grote en dus bezienswaardige tempels en pagoden ook in het Engels waren aangegeven. De eerste tempel van het lijstje en langs de weg was Htilominlo Patho, die hebben we dus maar als eerste bezocht. Er waren veel verkopers aan het begin, maar daar hebben we niet heel veel last meer van. Een van de dingen waarvoor we naar deze tempel gingen waren de muurschilderingen. De volgende stop was bij Upali Thein, een ontvangsthal waar prachtige fresco’s uit de late 17e eeuw (of begin 18e eeuw) te zien waren. Het hek was op slot, maar de sleutelbewaarder zag ons en maakte het hek open. Hij gaf ook uitleg over de tekeningen en over het feit dat Unesco een aantal van de muren had schoongemaakt zodat de tekeningen weer helder zichtbaar waren. Om het gebouw, dat uit de 13e eeuw was te behouden had Unesco er ook een stalen frame in gebouwd. Beetje jammer voor de het gezicht maar natuurlijk wel nodig voor het behouden van het gebouw en zijn fresco’s. Na dit bijzondere bezoek zijn we naar de Ananda Patho gegaan. De spits van deze tempel is goudkleurig geverfd, de rest wordt zo bij tijd en wijlen gewit. Maar toen wij er waren was het zeker al een jaar of twintig eerder gebeurd. Dat doet niet heel veel af aan de schoonheid van de gebouwen. Verder was het helemaal prima, lekker druk (ook weer met verkopers). De Boeddha’s die in elke richting stonden waren erg indrukwekkend, vooral ook omdat er nog twee origineel uit de 13e eeuw waren. Bij een van de Boeddha’s stond een jonge monnik die ik nog een donatie heb gegeven. Het zijn allemaal maar kleine bedragen, maar het zal vast wel helpen. Eenmaal buiten hebben we weer enkele foto’s gemaakt en zijn we op zoek gegaan naar de Ananda Ok Kyaung, een kleine kapel met prachtige muurschilderingen. Toen we daar aan kwamen deed de sleutelbewaarster de hekken voor ons open en de lampen aan. We mochten geen foto’s nemen, of video-opnamen maken. En toen was het tijd voor “koffie”.

We kwamen terecht bij Yar Pyi, een klein familierestaurant waar we hartelijk welkom werden geheten. We hebben er ook gelijk maar de lunch genomen. Het was allemaal erg lekker, en ontspannen. Maar toch gingen we weer verder, en we kwamen terecht bij de Tharabar Gate, de laatst overgebleven poort van de oude stadsmuren. Niemand gaat er door zonder de eerste keer iets te offeren aan de Nat’s die daar inzitten. Wij als fietsers hoeven dat niet, maar alle andere voertuigen kopen door het offer veiligheid in het verkeer. Door gingen we weer, deze keer naar Mahabodhi Patho. Rondom de tempel zijn ook verschillende kleine tempeltjes of huisjes die de plaatsen uitbeelden die Boeddha in zijn weken voor en na de Verlichting had bezocht. Leuk om te zien, verder was aan de tempel zelf niet veel aan. Het was er klein, met uiteraard een gouden Boeddha en vooral grote deuren met grote hansloten uit de tijd van Koningin Victoria. Daarna zijn we naar de Bupaya geweest, een pagode die helemaal opnieuw is opgebouwd na de verwoestende aardbeving in 1975. Die zag er dan ook wel erg nieuw uit, met veel glans die in de felle zon zeer aan de ogen deed. Er was ook een familie om foto’s te maken en het kleine meisje was volop op de grote bel aan het slaan. Altijd leuk om te filmen! Onderweg naar de Thatbyinnyu Pahto kwamen we ook nog langs de Shwegugyi, die we dan ook maar even aangedaan hebben. Het bijzondere daarvan is de teakhouten Boeddha die origineel is en een aantal muurschilderingen. Thatbyinnyu Pahto is de hoogste tempel van Bagan, maar het is jammer dat je er niet op mag klimmen. De terrassen van bijna alle tempels zijn verboden terrein, om te voorkomen dat de eeuwenoude gebouwen verder afbrokkelen, en waarschijnlijk om ongelukken te voorkomen. Na het bezoek sprongen we weer op onze fiets om onze weg door te ploeteren over asfalt en (veel te rulle) zandweggetjes. We waren op weg naar Dhammayangyi Patho. Gelukkig mag er op de basis van de tempels wel gelopen worden, en kennelijk ook gevoetbald. Daar waren een aantal jonge mannen mee bezig. Het was niet ons voetbal, maar de nationale sport van het hooghouden van een bamboebal. In de tempel was het erg mooi, veel Boeddha’s (uiteraard), maar ook heel bijzondere: twee zittende Boeddha-afbeeldingen, de Boeddha van de toekomst en die van het verleden. Tegen hun ruggen (met een plaat ertussen) was een liggende Boeddha te zien.

Bijzonder ook aan deze tempel is dat er verschillende nissen, waaronder de grote, vol puin zijn gestart nadat de bouw klaar was. Er zijn verschillende verhalen waarom dat was, en de waarheid zal vast wel ergens in het midden liggen. Omdat we het idee hadden dat het festival bij de Shwezigon Paya zou plaatsvinden zijn we daar naar toe gefietst. Helaas, of juist niet, was er geen sprake van een festival op het pagode terrein. Het was wel erg rustig en het licht was intussen prachtig, dus we hebben weer best veel foto’s gemaakt. Omdat we er eigenlijk wel een beetje klaar mee waren zijn we doorgefietst naar A little bit of Bagan, een restaurant. En het was heel erg goed. Na het eten zijn we in het donker terug gefietst. Dat viel op bepaalde stukjes niet mee, maar we hebben het gered.

Donderdag 24 november Bagan

Na een prima ontbijt zijn we maar weer op de fiets gestapt. Het was al weer lekker warm, maar we hadden tijd genoeg, dus rustig aan was het devies. Onderweg stopten we als eerste bij een tempelgroep langs de weg. De naam daarvan hebben we niet, maar er waren zeker ook mooie tempels bij. Het was alleen jammer dat we door een kleine vuilnisbelt moesten om er te komen. Na dat korte bezoekje zijn we verder gegaan naar de Abedayana Pahto gegaan, die beroemd is om zijn fresco’s.

Deze zijn opgepoetst door mensen van Unesco, en dat was te zien: ze waren prachtig. Het is goed dat een organisatie als Unesco zorgt dat dit soort zaken voor het nageslacht bewaard blijven. Terug van het bezoek aan de tempel kwamen we weer door het dorpje Myinkaba met de vele lakwerkplaatsen. We zagen daar een grote tempel met een aantal toeristenbussen er voor, dus die moest wel belangrijk zijn. Daarin stonden drie zittende en een liggende Boeddha, die veel te groot waren voor hun “kamers”. Het leek wel of ze er uit zouden barsten, dus het was een raar gezicht. Door die te kleine kamer leken ze nog veel groter als ze al waren. Omdat in de Planet stond dat er niet ver weg een Paya met mooie fresco’s stond zijn we daar ook geweest. We zijn naar de Gubyaukgy Paya geweest, die inderdaad erg mooi is. Toen we daar aankwamen was er een stel samen met hun gids net begonnen aan een rondleiding met een lamp om bij te schijnen in de donkerte. Toen ik vroeg of we mee mochten luisteren was dat geen probleem, en zo kwamen we aardig wat te weten over de verschillende taferelen die er te zien zijn. Omdat het voor ons ook langzaam aan lunchtijd werd zijn we naar het Bagan hotel gefietst. Daar hebben we in de tuin met uitzicht op de rivier wat gegeten ene gedronken. Lekker gezeten onder een parasol, prima bediening en spul, alleen niet het goedkoopste adresje. Na de ergste hitte in de tuin van Bagan Hotel te hebben uitgezeten zijn we weer verder op pad gegaan. Op naar de Sulamani Pahto, daar waren prachtige muurschilderingen te zien. Dus ook deze tempel was weer heel speciaal, er blijven toch steeds andere dingen te zien ook al denk je dat je niet meer verschillends kunt zien. Kennelijk is de ene tempel echt de andere nog niet. Hierna zijn we naar de Pyathada Paya gaan zoeken, omdat je daar boven op zou kunnen en er een mooi uitzicht zou zijn. Al zoekende kwamen we langs de eerste waterpartij, het allereerste vennetje in Mynamar dat wij zagen. We kwamen steeds verder van de normale weg af, en moesten zelfs afstappen omdat we op een gegeven moment niet meer door het rulle zand konden fietsen. Gelukkig was het nog maar een klein stukje tot aan de eerstvolgende tempel. Het was er prachtig, het uitzicht over de vlakte van Bagan met al zijn tempels was overweldigend. Toen merkten we pas hoe jammer het was dat de ballonvaart bij zonsopgang zo belachelijk duur was (US$260,00 pp). Was het in plaats daarvan US$150,00 pp geweest dan had ik op dat moment nog geboekt. Maar ook vanaf het terras op een tempel was het heel erg mooi. We hebben en poosje zitten kijken, en hebben ook nog op de kaart en in de Planet gekeken waar de Pyathada Playa dan zou moeten zijn. Totdat ik het aan een van de aanwezige Birmezen ging vragen , en we al op de gezochte tempel zaten. Mooi, hoefden we ook niet verder te zoeken. Maar om de zonsondergang af te wachten zou nog wel erg lang duren, het was pas vier uur. Bovendien zou het terug gaan over de zandweggetjes in het donker eigenlijk ook niet zo fijn zijn. Dus besloten we eerder te vertrekken en van het mooie uitzicht zonder zonsondergang te hebben genoten. Het eerste stuk moesten we natuurlijk weer door het rulle zand lopen, maar al snel konden we weer opstappen. Helaas was dat niet voor de hele weg te doen, maar moesten we soms ook afstappen voor bussen en rijen paardenkarretjes afstappen. Kennelijk wilde iedereen graag de tempel bezoeken voor de zonsondergang.

Het zal vast mooi geweest zijn, maar ik was blij dat we onderweg waren (ook al was het dus soms flink stof happen). Toen we eenmaal weer op de begaanbare weg waren kwamen we al snel bij het restaurant voor die avond, het vegetarisch restaurant Yar Pyi waar we de dag daarvoor lekker hadden zitten lunchen. We waren nog vroeg, dus de familie zelf zat nog te eten, en wij gingen vast zitten zodat zij hun eten konden afronden. Voor het eten deden we eerste een drankje om het stof weg te spoelen, verder soep en ieder een hoofdschotel die we samen deelden. Deze keer een vegetable curry en fried noodles. Weer helemaal prima. Toen we naar huis gingen was het stikdonker, en het was maar goed dat ik mijn koplampje bij me had. Was dat niet het geval geweest, dan had ik mijn fiets bij het restaurant gelaten met de mededeling dat ik hem de volgende dag wel zou komen halen en had ik een taxi naar het hotel genomen. Het was dus echt niet fijn fietsen: je zag geen hand voor ogen, zelfs de wegscheiding was met lampje lastig te zien. Gelukkig zijn alle verkeersdeelnemers hier veel socialer dan in de zogenaamde beschaafde westerse wereld. Hier houdt iedereen rekening met elkaar en toeteren ze alleen maar om te waarschuwen en je te laten opletten. In Nederland toeteren ze ook, maar dan om te laten weten dat ze er aan komen en dat je moet maken dat je wegkomt op je fiets. Toch was ik blij en haalde ik opgelucht adem toen we in het licht van ons hotel kwamen.

Vrijdag 25 november Bagan

Voor het eerst in een paar dagen de wekker weer eens gezet, we hadden een excursie naar Mount Popa. Toen we klaar waren met ons ontbijt in de tuin was er een bruiloft, het bruidspaar kwam net aan, mooie tijd tenslotte om te trouwen om 7.30 uur. Maar het gaf ons de gelegenheid om weer iets bijzonders te zien en foto’s van te maken. Voordat we echt bij Mount Popa waren maakten we eerst een fotostop om de tempel van de nats bovenop de berg te kunnen fotograferen. Na nog een kort ritje met de bus naar boven kwamen we aan bij onze bestemming: de berg van de nats, de geesten van het Boeddhisme. Daar zijn we eerst naar boven gelopen, het werd al erg warm en 776 trappen omhoog is dan voor mij niet zo’n pretje. Maar het ging allemaal prima, met zo af en toe een tussenstop. Onze reisbegeleider had voordat we de bus uitgingen al een fooitje opgehaald voor de mensen die de trappen schoonhouden van alle pis en poep van de rondlopende apen, dus daar hadden we geen zorgen over. Het waren best wel veel apen, en we keken dan ook uit waar wel liepen, zodat we ze niet zouden laten schrikken. Boven aangekomen hebben we lekker rondgelopen, rondgekeken en natuurlijk weer veel teveel foto’s gemaakt. Er waren ook mensen aan het bidden, het leek een apart groepje. Toen we zachtjesaan weer naar beneden zouden gaan werden we door datzelfde groepje uitgenodigd om thee mee te drinken. Zij waren uit Pathein, een stad aan de westkust van Myanmar, en hadden dus lang gereisd om hier te zijn. We kregen een lekker bakje thee en hebben geprobeerd wat te communiceren, maar dat viel niet mee. Heel gezellig allemaal, we mochten ook foto’s van ze nemen en filmen. Toen de thee op was en alle rolletjes volgeschoten zijn we naar beneden gelopen om toch nog even in het “museum” met de beelden van alle nats te kunnen zien (en fotograferen). Na ons uitgebreide bezoek aan Mount Popa zijn we op de weg terug naar Bagan gestopt bij een bedrijfje waar alle onderdelen van een palm werden gebruikt om spullen van te maken. De palmwijn werd gedestilleerd tot een soort jenever, ingedikt tot palmsuiker en de bladen werden gebruikt om mooie dingen van de vouwen, als dakbedekking en als brandstof voor het stoken van de vuurtjes. Daar hebben we fried teasalad gegeten, een soort spinazie die je kon vermengen met pinda’s, bonen en knoflook om er zo een snack van te maken. Was best lekker. Ik heb daar nog peanutoil en sesamzaadjes gekocht, waarschijnlijk kan ik met de olie niks, maar het flesje was wel leuk en ik zie het dan maar als ontwikkelingshulp. Het was tenslotte wel helemaal 2 Euro samen, en de foto’s en film van de os die de pinda’s uitperste was ook wel wat waard. We zijn met Jaap en Marja een soepje gaan doen bij Pyi Soo. Toen we weer uit elkaar gingen wilden Piet en ik eerst gaan wandelen, maar daar hebben we maar vanaf gezien, het is gewoon te heet en bovendien ben ik er wel een beetje klaar mee.

Toen we een paar stoelen en een tafel hadden georganiseerd op ons terras is Piet toch nog even gaan lopen. Hij zei even, maar dat werd anderhalf uur. Niet erg, ik zat lekker met een boek en ben zo af en toe ook eens weggezakt. Piet had leuke dingen gezien en vertelde dat hij op een pagode was geweest waar (ook weer) een fantastisch uitzicht was. Uiteindelijk zijn we daar samen nog naar toe gegaan om de zonsondergang te zien. Boven aangekomen waren Dick en Corry daar ook, en we hebben samen heerlijk kunnen genieten van de zonsondergang, het mooie licht over de vlakte met het prachtige groen en de vele pagodes. Met op de achtergrond het reciteren op de Shwezigon Pagode werd het een heel speciaal afscheid van Bagan. Met z’n vieren zijn we terug gelopen naar het hotel, waar we voor een gesloten hek stonden. Dick klom er overheen en heeft iemand geroepen die hard hollend en vol excuses het hek van het slot kwam halen. Omdat we nogal stoffig, maar zeker erg zweterig waren zijn me maar lekker gaan douchen voordat we gingen eten. Dat eten deden we samen met de groep, het was behalve de afscheidsavond ook de avond dat we de zes verjaardagen zouden vieren. Dat deden we bij Pyi Soo, waar het dakterras was versierd met ballonnen en slingers die Olga had meegenomen voor de verjaardag van Ans. Er leuk, de reisbegeleider had voor iedere jarige vijf cadeautjes gekocht en we hebben veel plezier gehad. Het eten was prima, de biertjes koud en we zijn allemaal om half tien naar huis gegaan.

Zaterdag 26 november Terug naar Yangon

Omdat we aan de terugreis begonnen mochten we op tijd opstaan, vijf uur liep de wekker af. Na een goed ontbijt, met een eierbakster die weliswaar nog niet goed kon kijken, maar wel al goed eieren en pannenkoeken kon bakken. De vlucht zou vroeg zijn, en omdat er vaak mist boven Yangon hangt wilde de luchtvaartmaatschappij dat we op tijd zouden zijn zodat we ook op tijd konden vertrekken. Helaas niet gelukt, er was mist in Mandelay en omdat we via Mandelay en Heho zouden vliegen moesten we dus wachten. Gelukkig duurde het maar een klein uurtje voordat we weer een poging konden wagen en het ook nog lukte. Het was dus een stopvliegtuigje met twee keer een vlucht van een half uurtje en een van ruim een uur. We hebben een goede verzorging gehad met twee keer drinken en snoepjes, en op de lange vlucht een worstenbroodje. Dat was natuurlijk niet zoals thuis, maar het smaakte toch wel. Bakkie thee erbij en het was verder goed. Het laatste drankje wilde Piet wel een biertje, en dat kreeg hij natuurlijk ook, maar wel een special beer: het was lauw en het zat in een bekertje dat omwikkeld was door een servetje. We hebben maar niet meer gevraagd waar dat nou weer goed voor was, het zal wel nodig zijn. Onze bus bracht ons, met een omleiding omdat het razend druk was i.v.m. het festival van de Tand van Boeddha, naar ons hotel. Voordat we er waren zijn we nog even naar het wisselkantoor gegaan om te zien of dat open was voor de mensen die nog moesten wisselen. In het hotel waren de kamers al klaar en konden we dus mooi onze bagage dumpen voordat we weer aan de wandel gingen. We zijn eerst naar restaurant Monsoon gegaan om een tafel te reserveren voor die avond, onze laatste in Myanmar. Daarna zijn we naar het Strand Hotel gelopen, we hadden niet veel zin om in de hitte te gaan lopen, het was intussen 35 graden en dat vind ik toch net teveel van het goeie. In de bar van het Strand hotel was het goed vertoeven, dat wisten we nog van ons vorige bezoek een paar weken geleden. We namen een paar biertjes en lekker gerookte zalm met brood en calamari met een lekker sausje. Met de pinda’s en de biertjes was het weer voldoende om de middag door te komen. Na de “lunch” zijn we een beetje gaan lopen, richting Sule Paya. Langzaam zijn we terug gelopen naar ons hotel, langs verschillende kraampjes en eettentjes. Eigenlijk ziet het er best uit, zolang ze het maar koken of bakken waar je bij bent.

We kwamen ook langs een man die iets met slangetjes deed, volgens een maatje van hem die er bijstond en twee woorden Engels sprak verkocht hij ze voor “good luck”. Het zal wel, er was ook iets van astrologische tekens te zien op zijn verkoopplekje. Daarna zijn we gaan douchen en zijn we op tijd op pad gegaan naar Monsoon. Daar werden we hartelijk ontvangen en begonnen we met een cocktail. De wijn was goed en het eten was voortreffelijk. Een mooie laatste avond in Myanmar.

Zondag 27 november Terug naar huis

De laatste dag in Myanmar. Uitgeslapen en daarna rustig gaan ontbijten. Het zou een rustige dag worden, nog even naar het winkelcentrum om te kijken of we nog een tweede souvenir konden scoren. Rita had een mooi beeldje met een Boeddha uitgeslepen uit marmer, en dat leek ons ook wel wat. Onderweg naar de markt kwamen we weer een colonne van jonge nonnen tegen die in optocht langs alle winkels en kraampjes gingen om het eten voor die dag bij elkaar te sprokkelen. Het blijft een bijzonder fenomeen, maar de mensen hier zijn er aan gewend, en alle restaurants en andere winkeliers dragen hun steentje bij. We hebben de marmeren Boeddha’s niet meer gevonden, en ook geen ander souvenir meer. De overdekte markt waar we waren had wel veel souvenirs, maar niet van de soort die wij graag wilden. Er waren veel zilver- en goudwinkels en veel winkels met allemaal dezelfde spullen. Het leukste op die markt waren uiteindelijk de naaistertjes die op een van de verdiepingen bezig waren met het maken van mooie kleding. Vooral de bruidsjurken waren prachtig, er zat veel mooie stof, maar vooral veel handwerk in. De meiden waren ook allemaal even vriendelijk en vonden het niet erg om op de foto en film te gaan.

Terug gekomen in de straat van het hotel zijn we aan de overkant bij een klein Chinees restaurant gaan eten. Prima te doen, en helemaal niet duur. De thee was gratis en het eten en de biertjes niet veel duurder. Na de laatste lunch in Myanmar zijn we de spullen in het hotel gaan halen, onze reisbegeleider en lokale gids waren klaar om ons voor de laatste keer te begeleiden. Toen we aankwamen op Schiphol hebben we afscheid genomen van de reisgenoten, en met Jaap en Marja hebben we nog een cappuccino genomen voordat we naar de trein gingen. De treinreis en de bus naar huis ging helemaal goed. Het was weer goed!