Reisverslag Japan

Inleiding

Wat een bijzonder land is Japan. Een land dat gemakkelijk te bereizen is, zeker met het openbaar vervoer. Het enige dat je nodig hebt is een JR Railpass (alleen in Nederland te koop) en een Suica pas, een soort OV Chipkaart. Met de eerste zwaai je naar het personeel achter het loket in het station, en je kunt zo alle treinen in. In de Shinkansen en andere snelle intercity’s kun je ook stoelen reserveren, hartstikke handig. Voor de rest van het openbaar vervoer gebruik je de Suica pas, in- en uitchecken zoals in Nederland.Een ander heel fijn ding in Japan: overal, maar dan ook overal veel en schone openbare toiletten. Het is even wennen aan de verwarmde brillen, maar wat is het een genot dat je voldoende kunt drinken omdat je toch overal kunt plassen. Vaak met allerlei sproeiers en drogers voor je billen en soms ook met speciale geluiden zodat de gebruiker in het toilet naast je jouw geluiden niet kon horen. Zelfs in natuurparken zoals bij de Snow Monkey’s in Yudanaka staan schone toiletblokken. En drinken kun je ook overal: op heel veel plaatsen staan op straat frisdrankautomaten met koude, maar soms ook warme dranken. En op straat werd je op duidelijke manier op de hoogte gebracht van wat wel en niet mocht: pictogrammen met kinderlijke tekeningen op de oversteekplaatsen, stations en in de metro’s. Iedereen moest het dan ook kunnen begrijpen. Maar ook geluidjes als er iets gebeurde bv. als er een trein aankwam. De koekoek bij het verkeerslicht voor voetgangers heeft nog lang nageklonken toen we thuis waren. De servicegerichtheid van de Japanners is ongekend. In de hotels bijna overal wasmachines en drogers zodat je voor weinig geld je was kunt doen. Op de kamers van elk hotel lagen slippers voor gebruik in de kamer, soms ook voor gebruik buiten de kamer. Op sommige locaties waren er zelfs speciale slippers voor in het toilet. Vanaf de meeste hotels kan je ook je tas laten doorsturen naar het volgende hotel, maar dat is niet heel goedkoop. En de beleefdheid, het is echt waar: men wacht netjes in de rij voor de bus en trein (ook als die wordt schoongemaakt en het lampje op de trein rood brandt), en zelfs voor een plekje in een restaurant. Dat laatste hoeft over het algemeen niet lang te duren, het eten komt in een sneltreinvaart aan tafel, en je tafelt dan ook niet echt lang, laat staan dat je natafelt. Maar vooral de behulpzaamheid van de mensen zelf. Zodra ze zagen dat je ergens over twijfelde kwam er iemand naar je toe om te vragen of ze je konden helpen. De bereidheid ging zover dat ze je begeleiden naar waar je moest zijn, ook al kostte hen dat zelf een half uur omlopen. Tegenstelling is dan wel weer de speciale treincoupés voor vrouwen in de spits, kennelijk zijn er ook Japanners die hun handen niet thuis kunnen houden. Tekenend dan weer wel dat er ook voorzieningen werden getroffen zoals die roze coupés.

Donderdag 12 april Onderweg naar Tokyo

We hadden mooie vluchttijden en hoefden dus niet zo heel vroeg op. Om negen uur keek ik nog even op ns.nl en kreeg de schrik van mijn leven: een hoop rood van uitgevallen treinen. Gelukkig was de storing al weer opgeheven, en ging vanaf half tien alles al weer rijden. We zijn op tijd vertrokken naar de bushalte en hebben daar een minuut of tien staan wachten. De bus was mooi op tijd, en dus waren we ook op tijd op het NS station. Ook daar verliep het soepel, inchecken, koffie en een uurtje treinen. Op Schiphol aangekomen moesten we een eindje lopen naar hal 1A waar we onze bagage konden afgeven. Thuis hadden we natuurlijk al online ingecheckt, dus we waren snel klaar. Zeker ook omdat er bij de veiligheidszone ook weer niets te doen was en we dus na het uitladen van de vaste spullen zoals computer en camera’s er zo doorheen waren. Omdat we eerst naar Frankfurt vlogen konden we helaas niet bij het intussen vertrouwde tentje een wijntje doen, maar aan de Europese kant hadden ze ook wel wat lekkers. Na twee wijntjes zijn we dan toch maar naar de gate gegaan en konden we zowat meteen boarden. Een korte vlucht later, met cakeje, maar zonder drinken door de turbulentie stonden we zomaar op Frankfurt. Toen we daar door de paspoortcontrole gingen stonden onze reisgenoten op ons te wachten. We hebben ons zelf voorgesteld en zijn toen koffie gaan drinken. Als je denkt dat Schiphol duur is moet je cappuccino op Frankfurt nemen: € 3,80 voor een slappe bak. Daarna zijn we dan toch maar naar de gate gegaan om te boarden. Gelukkig kwamen we van de goede kant af en konden we zo in de rij aansluiten. We hebben ons plekje in het vliegtuig opgezocht, en er kwam een Japanse jongedame met mondkapje naast ons zitten. Japanners zijn overigens wel rare jongens en meisjes: veel mondkapjes en slippertjes. Zelfs een buurman die een mondkapje en een slaapmasker op had, dat zag er dus helemaal niet uit.

Vrijdag 13 april Tokyo

Maar uiteindelijk was de reis dan toch over en konden we onze bagage gaan afhalen. Dat duurde voor mijn gevoel wel erg lang, maar gelukkig was hij er wel. We waren natuurlijk weer als een van de eersten bij het afgeven van de bagage en dan zit die voorin. Maakte allemaal niet uit, we hebben nog wel even te gaan in Japan. Na de “nothing to declare” bij de douane zagen we Patrick, onze reisbegeleider. Lijkt niks mis mee zo op het eerste gezicht. Ik ben eerst geld gaan wisselen.

Van Patrick kregen we een soort OV chipkaart, daar stond niet veel op, maar dat was ook voor de eerste rit niet nodig. Het is een systeem zoals in Nederland, met in- en uitchecken bij een poortje. In het hotel kregen we de eerste welkomstinformatie: het zou een individuele reis worden, maar Patrick had wel voor bijna elke dag een programma en ging daar dan ook mee naar toe. Hij ging de railpassen voor alle reizigers ophalen, en ook plaatsen reserveren in de treinen op de reisdagen. Fijn dat dat geregeld wordt.Nadat we de tassen op de kamer hadden gezet zijn we gaan lopen en hebben we de OV chipkaart opgewaardeerd met Y1.000 per persoon. We zijn naar de Meiji Jingui tempel gegaan, we moeten tenslotte wel wat doen als we hier zijn, en zo lang mogelijk wakker blijven om geen last te hebben van de jetlag. De tempel is mooi, maar niet bijzonder. Maar het is wel een prachtig park, en ook de muur met de saké tonnen is een leuke bezienswaardigheid. We hebben er tot zonsondergang in rondgewandeld. Toen we er uit kwamen stond er een monnik met een bel, die een gebed opzei als je een donatie deed. We verstonden er natuurlijk niks van, maar het gaat even om het idee. Er waren ook een paar jongelui aan het dansen, dus er hing een leuk sfeertje.  We zijn een beetje gaan lopen, ook op zoek naar een restaurantje. We hebben wat foto’s en film gemaakt van de neonreclames, en de drukte. Het leek wel spitsuur met al het volk wat oversteekt. Later bleek het ook gewoon woon-werkverkeer te zijn. De werkdagen zijn hier in Japan best lang. Het verhaal gaat dat je als werknemer niet naar huis gaat voordat je baas weg is. Op zoek naar een drankje en een hapje kwamen we langs een wijnbar. Daar stonden geen stoeltjes, dus kon je alleen maar staan. Maar voor een borrel was dat geen probleem. Toen bleek dat je er ook kon eten, een soort tapas, hebben we dat gedaan. Het was helemaal prima, en het liep goed door. Er was dus een ontspannen sfeer, en dat beviel ons wel. Er was geen buitenlandse toerist te bekennen, behalve wij dan natuurlijk weer. We hadden ook meteen aanspraak, mensen zijn vriendelijk en behulpzaam. En de kaart was ook in het Engels, dat helpt ook. Een oudere man die vertrok maakte ook nog even een praatje met ons, erg gezellig. Na ettelijke hapjes en wijntjes zijn we met de trein terug gegaan naar ons hotel. Daar hebben in de supermarkt onder het hotel een paar boodschappen gedaan, het ontbijt was niet inbegrepen. Na al deze avonturen op de eerste dag in Japan ging het licht snel uit, we zouden de volgende dag wel opruimen.

Zaterdag 14 april Tokyo

De wekker liep om half zeven af, we hebben wel nog twee keer gesluimerd. Na het opruimen hebben we de broodjes opgegeten, helaas waren er geen theezakjes, dus die gaan we nog wel kopen in de supermarkt onder het hotel. Na een prima douche zijn we naar beneden gegaan om onze railpass en onze paspoorten op te halen.

Patrick had alles prima geregeld. Daarna zijn we weer even terug gegaan naar de kamer omdat het toch pas kwart over acht was en we om negen uur zouden vertrekken voor onze eerste gezamenlijke tocht in Tokyo: we gingen naar de Sensoij tempel. Mogelijk zou daar een parade zijn, helaas hebben we die gemist (of is hij toch niet geweest). Het was er in ieder geval wel heel erg druk. Al heel snel raakten we onze reisgenoten kwijt. De tempel is de oudste in Tokyo, en alleen daarom al heel bijzonder. Het pad er naartoe was vol met winkeltjes en kraampjes, en dat maakte het ook wel gezellig. We keken ook al wel naar ansichtkaarten en mogelijke souvenirtjes, maar konden natuurlijk niets vinden. We hebben daar ook de eerste dames in traditionele kleding gezien, mooie kimono’s en bijzondere teenslippers met bijpassende sokken (een soort want, maar dan voor de voet met een apart deel voor de grote teen). Nog steeds onderweg naar de tempel kochten we sinaasappelsap. Die dronk je met een rietje uit een sinaasappel, helemaal prima. We hebben de sinaasappel zelf ook nog opgegeten. Daarna kochten we dumplings met octopus. Die zagen er wel lekker uit, het is ook een van de nationale gerechten van Japan, maar waren geen succes. We vonden ze allebei niet lekker, om niet te zeggen smerig. Daarna zijn we doorgelopen naar de grote tempel. Daar waren natuurlijk veel mensen met hun geloof bezig, altijd mooi om te zien.Net iets verder onderweg heb ik ook nog een snack gekocht, iets van een gevulde beignet. Met groenten er in, en heel eg vet. Al gaande weg kwamen we langs het museum waar we ook in zijn geweest. In de prachtige tuinen kregen we ook een kopje thee aangeboden, maar het was vooral heel erg rustgevend om daar even te wandelen na de drukte van de winkeltjes bij de grote tempel.Al wandelend kwamen we door een winkelstraat en kwamen een kleine tempel met stenen beren met de naam Sensoij Chingodo. We hadden daar al foto’s gemaakt toen andere toeristen werd verboden datzelfde te doen. Verder wandelend zagen we ook mensen die reclame aan het maken waren voor een dierencafé. Ze stonden met uiltjes op hun schouder, die mocht je ook aaien. Toen we doorliepen kwamen we bij de rivier. Daar kon je met de veerboot naar de vismarkt, maar het was al te laat op de dag, dus dat zou geen zin meer hebben. We hadden thuis eigenlijk bedacht dat we naar de tonijnveiling zouden gaan, maar Patrick had dat afgeraden omdat je er alleen met een taxi zou kunnen komen omdat het veel te vroeg was voor het openbaar vervoer. We hadden dat ook al gelezen in de Planet, dus twijfelden al. We hadden nog even het idee om een riviercruise te maken, maar ook daar hadden we geen zin in. We zijn verder naar het station gelopen, dat ziet er een beetje uit zoals het NS Centraal Station in Amsterdam. Daar hebben we de trein genomen naar het keizerlijk paleis. Onderweg van het treinstation naar het paleis kwamen we ook nog wat reisgenoten tegen, we gaan tenslotte toch allemaal naar dezelfde plekjes. Na even wat ervaringen uitgewisseld te hebben zijn we doorgelopen, en hebben eerst het paleis op de foto gezet, natuurlijk met de beroemde brug waar de keizer met zijn vrouw zijn toespraken houdt. Verder mochten we niet, en we hebben dus maar de wachter op de foto en film gezet. Na ons korte bezoek aan de buitenkant van het paleis zijn we naar de Oostelijke Tuinen gegaan. Daar hebben we heerlijk rondgelopen. Er waren prachtige bloemperken met allerlei kleuren bloemen, sommige leken wel een gazon van bloemen, maar dan op steeltjes (het waren de bovenkanten van lage struiken die helemaal in bloei stonden). We hebben ook nog een soort heuvel beklommen voor een mooi uitzicht over een gedeelte van de tuinen. Het leek op een deel van het oude fort dat ooit bestaan heeft, maar dat was niet meer terug te zien. We hebben ook nog een ander pad een andere heuvel op gelopen, dat was meer op de buitenmuur van het fort. Ook daar stonden mooie planeten en bloemen.

Er was ook een verdedigingshuis. Daar is Piet nog in geweest. Na al dat wandelen hebben we uit een automaat wat koffie en fris genomen, want we zagen geen restaurantje of theeshop waar we even zouden kunnen gaan zitten. We hebben bij het winkeltje nog wel een paar kaarten en postzegels gekocht voor het thuisfront. Na de tuinen zijn we terug naar het station gegaan om wat te eten, het was intussen bijna vier uur en het werd hoog tijd. We kwamen terecht bij Kitchen Street, waar we in de VIP restroom werden gezet. Het was gewoon een soort bar met uitzicht op de keuken. We namen allebei noedels met een biertje. Na de lunch zijn we terug gegaan naar het hotel, het was intussen al vijf uur. Daar hebben we wat zaken op orde gesteld, en gekeken wat we de volgende dag zouden doen. We besloten naar Nikko te gaan. Patrick had al aangegeven dat we hem mochten contacten voor instructies hoe te reizen, en dat hebben we dan ook maar gedaan via WhatsApp. Patrick reageerde zowat meteen, handig zo’n reisbegeleider. We zijn na zijn aanwijzingen naar het station gegaan om een reservering te maken voor de Shinkansen. Dat kan gratis met onze railpass, dus helemaal goed. Helaas was het kantoor van de Shinkansen op ons station dicht, en moesten we naar Shinagawa station omdat ze daar wel nog open waren. En daar werden we heel vriendelijk en uitstekend geholpen, ook toen bleek dat er op het door ons gewenste tijdstip geen plaatsen meer waren. Er werd meegedacht om dan een andere tijd te gaan, zodat we toch nog konden gaan. En ook voor de terugweg werden allerlei tips gegeven. Om de volgende dag op Tokyo Station niet helemaal verloren te lopen zijn we daar maar eens eerst gaan kijken waar we moesten zijn. Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar een restaurant voor het diner. Maar het lijkt wel of de Japanners allemaal altijd uit eten, het viel niet mee om een plekje te vinden. Het eerste restaurant waar ze wel een plekje hadden, hadden ze alleen maar rokerstafels vrij, en daar hadden we niet heel veel trek in. Even verder gelopen zijn we uiteindelijk maar gewoon een klein restaurantje in gaan lopen en gaan zitten. Het was een leuk lokaal tentje, waar uiteindelijk ook gewoon binnen werd gerookt. Maar wel heel gezellig, juist omdat er allemaal Japanners zaten en niet helemaal duidelijk was wat er op de kaart stond. Maar verder dus helemaal prima, lekker gegeten, gratis biertje en groene thee. En dat allemaal voor Y3349, omgerekend ongeveer € 30, een koopje dus. Na dat feestmaal zijn we weer terug gegaan naar huis (het hotel) om op te ruimen en spullen klaar te leggen voor de volgende dag.

Zondag 15 april Tokyo

We hadden een slechte nacht gehad, dus we besloten om toch maar niet naar Nikko te gaan. We hebben tot half tien geslapen, en daarna rustig aan gedaan met een broodje en koffie/thee. Om half elf zijn we naar buiten gegaan, heel de dag op de hotelkamer is ook niet alles, en we waren intussen een beetje uitgerust. We zijn eerst naar het Nationaal Museum gegaan, een goed idee om een indruk te krijgen van de Japanse geschiedenis en cultuur. We hebben daar heerlijk rondgelopen. We mochten op sommige plekken wel foto’s maken en filmen, maar mij was niet helemaal duidelijk waar wat mocht. Ik werd dan ook aangesproken door een suppoost en moest een filmpje wissen onder haar toeziend oog. Omdat we niet wisten wat we konden of mochten doen kregen we uitleg, en even later kwam ze ook nog met een plattegrond, catalogus en schriftelijke uitleg. We hebben mooie dingen in het museum gezien, ook de maskers van de Noh voorstellingen die toevallig in de periode dat wij er waren werden tentoongesteld. Op het terrein van het Nationaal Museum waren nog meer musea, eigenlijk net als in Nederland en meer landen een soort museumkwartier. Maar voor ons was het tijd voor de lunch. Er was een mooi restaurant, The Greenhouse Café, dus daar gingen we naar binnen.

Bij binnenkomst kregen we een nummertje, zodra er een tafeltje vrij zou komen, en wij aan de beurt zouden zijn, zouden we opgehaald worden. Er was ook gewoon een wachtbankje, dus het zou niet de eerste keer zijn dat ze dit zo deden. We namen allebei een biertje met een bento box met een soepje, vis, vlees en tempura. Natuurlijk kregen we ook weer water met ijs, maar alleen water bij de lunch vinden we niet zo, en zeker niet als we op vakantie zijn. Na de lunch zijn we weer verder op pad gegaan, toen we buiten kwamen zagen we wel weer iets bijzonders: rekken om je paraplu in te zetten, maar die verzegeld zijn met slotjes. Dus je plu zou niet gestolen kunnen worden. Ook wel tegenstrijdig, je verwacht in een land als Japan waar iedereen zo vriendelijk en beleefd is niet dat je je plu op slot moet zetten. Je kon ook zien dat het zondag was, er zijn veel mensen in het park en er was ook een groepje Rock&roll aan het dansen in het park voor het museum, compleet met bijpassende kleding, leuk om te zien. In de museumtuin waren ook veel beelden van Rodin te zien, leuk als je dat herkent omdat je ook in het Rodin museum in Parijs bent geweest. Sommige beelden waren een replica, maar sommige ook origineel. Na al het cultuur snuiven zijn we naar de elektronica wijk gegaan. Een erg hectisch gebied met veel neon, maar vooral ook de bekende dames die in speciale outfits die proberen mensen de winkels in te krijgen. We zagen een Hello Kitty en nog veel meer van op die soort manier uitgedoste dames. We zijn ook nog even een gokhal / gamehal in geweest. Een herrie van jewelste, het lijkt wel of iedereen van elke game mee moest kunnen genieten. Gelukkig hebben ze goed geluid isolerende deuren.Er was ook een Sega festival bezig, compleet met VR figuren die door tientallen fotografen op de foto en film werd vastgelegd (natuurlijk ook door ons, Piet kiekte ook de fotografen zelf op foto / film). Er was ook en grijper game. Een deelnemer werd vastgebonden op een stellage en kon zo liggend op die stellage in een grote bak met snoep en chips graaien. Wat hij/zij nog vasthad bij terugkomst mocht meegenomen worden. Bijzonder om te zien.Na al dat game en elektronica geweld zijn we op pad gegaan naar de uitgaanswijk Roppongi-Akasaka die Patrick had aanbevolen, maar toen we daar uit de trein stapte bleek er niets te doen te zijn, of wij konden het niet goed vinden. Toen zijn we naar de wijk Setagaya gegaan die de Lonely Planet aangaf als uitgaansgedeelte van Tokyo. Dat was wel een eind rijden met de trein, maar och, we hadden de tijd. Onze OV chipkaart werkte niet, maar dat was kennelijk niet de eerste keer want we kregen een kaartje van de conducteur op het station, en daarmee konden we wel door. We kwamen terecht in een echte studentenwijk, en daar voelen wij ons altijd wel thuis. Eerst maar eens een biertje bij Pebble, mooi plekje aan het raam op barkrukken. Geen goedkoop biertje, maar wel gezellig. Na de biertjes zijn we rond gaan lopen om ergens te gaan eten. Uiteindelijk kwamen we terecht bij Gurunavi. Ook weer een leuke tent, met gelukkig ook een menukaart in het Engels, maakt het wel wat gemakkelijker om te kiezen. Het was er wel erg druk, met een kok die vanuit de keuken staat te schreeuwen dat het eten voor een tafel klaar is (denken we, verstaan deden we het natuurlijk niet). Heerlijk gegeten met sashimi van zalm en tonijn en garnalen met avocado. Een karafje wijn erbij maakte het compleet. Zoals overal in Japan mocht er ook gewoon gerookt worden, de gasten bliezen de rook zo de keuken in. Na dit alles gingen we met de trein voorspoedig naar het hotel terug. We zijn nog even naar de supermarkt geweest voor wat biertjes en de spullen voor het ontbijt. Ik wisselde ook meteen maar al het kleingeld dat ik intussen al had verzameld. Dat was toch voor Y4.000 (bijna € 40) en zat zwaar in de weg in mijn portemonnee.

Maandag 16 april Tokyo, uitstap naar Kamakura

We zijn met een groot gedeelte van de groep en Patrick naar Kamakura gegaan, een stad op een uur treinen van Tokyo. Handig zo’n railpass, je hoeft niet steeds een kaartje te kopen, alleen maar naar het treinpersoneel op het station te zwaaien met dat ding. Na de aankomst op het station zijn we met een elektrisch boemeltje eerst naar Hase-dera gegaan om daar de tempel en de grote Boeddha te bewonderen. We dronken koffie bij een tot barista-wagen omgebouwd volkswagenbusje. Heel gezellig, met blues muziek en (Japanse) boeken en een echte barista. Dus keuze uit koffie uit verschillende landen, koffie per kopje gemalen en op filter gegoten met geduld. Er stonden een paar krukjes, we zaten in het zonnetje en genoten van onze verse koffie, wat wil een mens nou eigenlijk nog meer dan genieten van zo’n moment. Het is ook wel vakantie en alleen rondrennen om en in tempels is niet ons ding.Daarna zijn we naar het Hase-dera tempelcomplex gelopen. Prachtig, mooi onderhouden gebouwen en tuinen daar omheen. Het was nog erg rustig, dus konden we alles op ons gemak bekijken. Er is ook een hele grote gebedsmolen. We zijn ook nog even een kleine heuvel op gelopen om te genieten van het uitzicht over de zee, compleet met surfers. Op de heuvel was een mooie tuin aangelegd, en er stonden links en rechts ook Boeddhabeelden, dus het was leuk om daar doorheen te lopen. Er was ook een grot waarin je kon lopen, en waar je een kleine Boeddha kon offeren. Dat hebben we niet gedaan, we hadden net in een andere tempel in het complex een kaarsje aangestoken.

Na het bezoek aan Hase-dera zijn we de tempel Koko-duji gaan bezoeken. Dat is geen toeristische trekpleister, en er waren dan ook geen andere mensen. De tempel en de tuin waren niet goed onderhouden, maar de tempel is nog wel echt in gebruik door de mensen van de wijk en dat is dan ook wel weer bijzonder.Na de Koko-duji zijn we naar de grote Boeddha van Daibatsu gelopen, een grote bronzen Boeddha. Voor Y20 konden we ook aan de binnenkant van het beeld kijken, we moesten daarvoor een klein trapje af en door een klein deurtje. Je mocht er ook niet met al teveel mensen in. Leuk om te zien, verder stond er niets in. We hebben daar wel de laatste ansichtkaarten in een winkeltje gekocht. Na al dat bezichtigen van Boeddha’s en tempels zijn we gaan wandelen. We deden het rustig aan, er waren ook aardig wat klimmetjes. In het begin kwamen we Japanse schoolkinderen tegen, die natuurlijk allemaal “hello” zeiden, altijd leuk. We kwamen tijdens de wandeling ook reisgenoten tegen die al eerder uit de trein waren gestapt en de wandeling eerst deden vanaf de andere kant als wij. Onderweg tijdens de wandeling kwamen we langs de shrine van Zeniarai-benten, een van de mooiste Shinto shrines. Daar was ook een grot waar je geld in een bron kon wassen in de hoop op financiële voorspoed. Dat heb ik dan natuurlijk ook gedaan, hoewel het ons niet slecht gaat kan het altijd beter.Op de terugweg naar de trein hebben we nog twee andere complexen bezocht: de Kenchö-ji. Dat is het oudste Japanse Zen klooster dat nog in gebruik is. We hebben daar gekeken in de meditatiehal (weer schoenen uit) en in de tuin. In die laatste zie je de toewijding en het geduld van Japanners: iemand was het gras met de hand aan het verticuteren.De tweede tempel die we na de wandeling bezocht hebben was de Hachiman-gῡ. We kwamen er binnen via de zij ingang. Het is wel de belangrijkste tempel van Kamakura, dus al fijn dat we hem gezien hebben. We hoefden geen entree te betalen, alleen Y200 voor het museumpje. Helaas mochten we daar geen foto’s maken, en was het ook niet zo groot, we zien het maar als sponsoring om de tempel in stand te houden. Het is wel een prachtig complex met veel rood zoals we meer gezien hebben. Terug naar het station zijn we wel door de hoofdingang gegaan en toen zagen we ook dat een brede laan vanuit het station recht naar de tempel loopt. De laan was voorzien van allerlei winkels en restaurants, dus gezellig lopen. Onderweg zagen we een jongetje een muntje oprapen en dat aan de toerist geven die het verloren was. Het is dus waar wat ze van de Japanners zeggen: overbeleefd en geen criminaliteit, kennelijk van jongs af aan aangeleerd. Aangekomen bij het station hadden we nog wel wat tijd, dus hebben we bij Delifrance een broodje en wat drinken genomen. Daarna zijn we met de trein terug gegaan naar het hotel en hebben we andere schoenen aangetrokken en wat gespoten, geen tijd om uitgebreid te douchen of anders op te frissen want we moesten weer op pad voor het eten. We zijn terecht gekomen in het Gyokai winkelcentrum waar Bistro Sasaya BYO Shinawaga zat, een lekker visrestaurant waar ze ook weer eens een wijntje schonken. Bovendien was het niet ver, aan de andere kant van het station vlakbij het hotel, ook weer eens lekker om niet een poosje te moeten zoeken. We begonnen met een biertje voor de dorst, maar gingen al snel over op oesters met een flesje Riesling, risotto en bouillabaisse. We hebben bij de supermarkt bij het hotel nog een biertje gehaald als afzakkertje, hebben de kamer opgeruimd en de tassen ingepakt. De volgende dag vertrokken we uit Tokyo naar onze volgende bestemming.

Dinsdag 17 april Onderweg naar Yukanada

Na een rustige nacht voor ons beiden hebben we lekker van een boterham met koffie en thee genoten op onze kamer. En daarna naar beneden voor de reisdag naar onze volgende bestemming in Japan: Yudanaka voor de snow monkeys. We hebben even moeten wachten op een paar reisgenoten, die hadden te maken met een overvolle lift, kennelijk wil iedereen uit dit hotel weg. We zijn met de bagage naar het station gelopen, fijn rugzakken, geen gesleep over stoepranden en zo. Aangekomen in het metrostation was het echt heel erg druk. We spraken af dat we op elkaar zouden wachten op het vijfde station vanaf dit vertrek, want het was niet vanzelfsprekend dat iedereen in dezelfde metro terecht kon. En dat klopte ook, een deel van de groep kon met de eerste trein mee, en wij, met nog wat anderen moesten wachten op de volgende die drie minuten later kwam. Maar ook die was ramvol, Piet kon er wel in, maar ik niet. De perronwacht zei me dat er in de volgende wagon wel plek zou zijn, en ik liep daar dus samen met hem naar toe. Ook die was vol, maar de perronwacht wist dat ik er nog wel bij kon, en duwde me zo de wagon in. Zoals je ook treinduwers op TV zit, je moet alles een keer meegemaakt hebben. Het was wel heel krap, ik kon geen kant uit en kon dus ook niet omvallen. Ik hoopte alleen maar dat dit niet te lang zou duren, het was knap benauwd. Gelukkig gingen er bij het volgende station heel wat mensen uit en kreeg ik wat extra ruimte en lucht. We hebben op het afgesproken station gewacht op de rest van de groep en zijn toen naar het perron van de Shikansen gegaan. Daar hadden we gereserveerde plaatsen, goed geregeld. We hebben een beetje zitten kletsen en verder niets. Aangekomen op het station waar we moesten overstappen hebben we de trein naar Obuse gemist omdat we aparte kaartjes moesten kopen. Patrick had deze stop aangeraden omdat we er toch onderweg langs kwamen, het was alleen een even een andere trein. De kaartjes kocht Patrick voor ons allemaal, een goede reisbegeleider die veel voor de groep doet is altijd fijn. Na een half uurtje vertraging waarin we op het station iets te snacken namen, deden we Obuse aan voor de beroemdste houtsnede van Japan.

Een exemplaar van Hokusai: De grote golf van Kanagawa met daarin niet alleen een grote golf, maar ook Mount Fuji. Het was een klein stukje lopen vanaf het station, maar we konden daar wel lekker onze grote bagage stallen onder het toeziend oog van onze reisbegeleider. Toen we bij het Hokusai museum aankwamen hebben we een kaartje gekocht en eerst een film over de kunstenaar gezien. Daarna zijn we op ons gemakt door het museum gelopen, leuk om te zien hoe de kunstenaar zijn werken gemaakt heeft. Toen we naar buiten gingen raapte een jongetje een verloren kaartje op, en gaf het terug aan de eigenaar. Ook hier dus, en niet alleen met geld, maar kennelijk met alles wat iemand verliest. We gingen wat wandelen, met het idee om naar een tempel te gaan, maar dat bleek te ver weg, en bovendien hadden we geen zin om ver te wandelen. Dus terug gelopen het dorp in, alleen maar bakkertjes en ijswinkels te zien. Maar onderweg naar het station zagen we dan toch een restaurantje. Daar konden we op de veranda lekker een biertje drinken, en dat hebben we dan ook maar gedaan. Toen we net ons tweede biertje namen kregen we gezelschap van onze Belgische reisgenoten die een kopje koffie namen. We waren op tijd terug naar het station, we zouden de trein van 14:30 naar Yudanaka nemen. Een half uurtje later kwamen we in Yukanada aan, en stonden een chauffeur en de eigenaresse van de ryokan op ons te wachten om de grote bagage mee te nemen. Wij zaten met een deel van de groep in Ryokan Hatsunoya, de rest zat in Ryokan Ikarya. We kregen onze kamer toegewezen, prima, wel een echte Japanse herberg: slaapmatten (futons) op de grond, een lage tafel, en ook met spullen voor thee. Er waren twee warmwaterbaden in de ryokan, ze werden per dag gewisseld voor mannen en vrouwen. Dat had te maken met de grootte, maar ook met de warmte van het water van de bron. Zo eerlijk mogelijk verdeeld dus als je steeds per dag wisselt. Nadat we gesetteld waren zijn we een beetje rond gaan lopen in het dorp. Als eerste kwamen we langs een postkantoortje waar we nog een postzegel hebben gekocht en de kaarten op de bus hebben gedaan. Daarna zijn we bij het informatiekantoor gaan vragen naar de weg naar de Boeddha die op de heuvel zou staan. Ze wezen ons een binnen weggetje, maar daarmee kwamen we er niet. We hebben even gezocht, maar het toen maar opgegeven, zo’n lekker weer was het niet en we hadden al een hele dag achter de rug. Onderweg terug naar de ryokan kwamen we een reisgenoot tegen die ons de goede weg wees. Toch zijn we niet meer gegaan, morgen vast wel weer een gelegenheid, en anders maar niet. Onderweg naar de ryokan hebben we bij Liquor & Gifts nog een paar biertjes gehaald. We hebben er een opgedronken op de kamer, en toen kon Piet de wereldstekker niet meer vinden. Dus Patrick maar weer geappt of hij wist waar we er een konden regelen. Die had er gelukkig twee, dus we konden er een lenen totdat we er weer een zouden kunnen kopen. In een ryokan dien je een yukata te dragen bij verschillende activiteiten: naar de onsen, bij het ontbijt en diner en wanneer je eigenlijk ook maar wilt in de ryokan. Schoenen zijn niet toegestaan binnen, dus er staan slippers voor binnen, maar ook om naar buiten te gaan. Toen het tijd was voor het diner hebben we dus onze yukata aangetrokken en zijn we naar de eetruimte gegaan. Die was niet heel luxe, er stonden gewoon een aantal lage tafeltjes, voor iedereen een. Daar moest je dus op de grond aan gaan zitten. Gelukkig hadden ze een soort rugleuningen zodat je ook een beetje achterover kon hangen. Wij westerlingen zijn op die manier zitten toch niet echt gewend. We kregen een echt Japans diner, kaiseki ryori, Japanse Haute Cuisine. Het diner bestond uit tonijn shasimi, miso soep, rijst, ananas (als toetje), noedels, rundsvlees, salade, aardappel rösti, groene thee en een schaaltje groenten. Maar we konden ook sake bestellen, en dat hebben we natuurlijk wel gedaan. Onder het eten kregen we allemaal een sleutelhanger met onze naam in het Japans, een leuk extraatje. Na het diner hebben we met wat reisgenoten zitten kletsen, maar het was nog wel heel erg vroeg. Wat ons betreft te vroeg om naar de kamer te gaan, daar was ook niet veel te beleven. We zijn dus samen het dorp in gaan lopen voor een kleine kroegentocht. Het was evenwel heel erg stil in het dorp, maar toch wel wat te vinden, hoewel de gezelligheid er niet echt vanaf straalde. Als eerste gingen we binnen bij een karaoke bar waar we hartelijk werden ontvangen en een whisky en wodka-lemon namen. De lichte versnapering kwam er verplicht bij, maar moesten we ook nog wel zelf betalen. Het was niet heel goedkoop: € 18,00 voor twee drankjes en wat chips. Bij de tweede kroeg werden we net zo welkom geheten, daar stond in ieder geval een televisie aan voor wat geluid. Er zat ook een man aan de bar te eten, er was een piepklein keukentje in een hoekje achter de bar. Verder was het er ook niet heel erg sfeervol, het zijn niet echt uitgaansbeesten in Yudanaka, heel veel gezelligheid zit niet in de mensen en in de kroegen. Maar we waren wat verder in de avond en liepen op ons gemak naar de ryokan terug. Omdat we hem in eerste instantie voorbij waren gelopen hebben we nog wat extra meters gemaakt voordat we terug waren op onze kamer.

Woensdag 18 april Yudanaka

Om acht uur werd het ontbijt geserveerd. Tofu, rijst, misosoep met zeewier, spiegeleitje met ham, salade en groene thee. Bijzondere ontbijtjes, maar ook wel steeds iets wat we lusten.Na het ontbijt kwam Patrick om af te spreken dat we later naar de warmwaterbronnen met de makaken zouden gaan, de regen kwam met bakken naar beneden, en dan komen de apen niet. We zouden dus om 11 uur gaan, in plaats van om 9 uur. Het is niet anders. We hadden geen zin om in de ryokan te blijven rondhangen en zijn dus op zoek gegaan naar een koffietentje. Omdat we wisten waar het VVV informatiekantoor was zijn we daar ook gaan vragen, maar dat hielp, net als de vorige dag, niet heel erg veel. Dus na heel wat omzwervingen kwamen we uiteindelijk terecht in een steegje naast ons hotel waar een koffietentje was. Een leuk tentje, met een oude man en vrouw als eigenaar/personeel. Leuke oude foto’s aan de muur en Westerse muziek uit onze tijd. De koffie werd vers gezet, en het eerste bakje kwam zelfs met twee stukje appel. Een goed bakje koffie ook, dus we namen er nog een, zo duur zou het toch niet zijn??. Dat viel een beetje tegen: bijna € 15,00 voor vier bakjes koffie, duurder nog dan in Nederland. Maar ja, Japan is dan ook een theeland, koffie is kennelijk speciaal, en dan hangt daar een ander prijskaartje aan. Toen het elf uur was zijn we aan onze wandeling naar de Snow Monkeys begonnen, natuurlijk geen sneeuw te bekennen, maar dat deed er even niet toe. We begonnen met een stop bij een plaatselijke supermarkt voor het kopen van een flesje water, en gingen toen verder op pad naar onze bestemming. Het was op sommige punten een venijnige klim, maar er was maar één pad naar boven, en we liepen dus allemaal ons eigen tempo. Het was een mooie wandeling, door een beboste omgeving en langs een rivier. We zagen ook een waterval, en dat was voor mij natuurlijk een beautiful viewing point en een mooie gelegenheid om even uit te rusten. We waren wel met regen gaan lopen, maar gelukkig werd dat gaandeweg steeds minder.Onderweg naar de ingang van het “park” kwamen we ook al apen tegen, en ook plekken waar stoom uit de grond kwam, als tegen dat er warm water bronnen onder de grond lagen. Boven aangekomen bij de ingang van het park hebben we natuurlijk eerst kaartjes gekocht, en ben ik naar het toilet geweest. Zoals in Japan gebruikelijk is weer netjes schoon, compleet met verwarmde WC bril. Toen ik van het toilet kwam stond Piet te zwaaien, hij zag een gemsbok hoog op de heuvel. Maar die was te ver weg, en te snel verdwenen om op foto of film te zetten. Hij had hem in ieder geval gezien, en dat schijnt al heel bijzonder te zijn. Daarna zijn we meteen naar het National Geographic warm water bad gegaan om te zien hoe de apen gingen baden. Dat viel in eerste instantie tegen: het was een heel klein badje, en de apen hadden het niet zo koud, dus gingen er helemaal niet in. Maar ook hier is geduld een schone zaak, en uiteindelijk ging er toch een zwemmen. Wat later nog een, maar geen drommen tegelijk.

Toch was het leuk om te zien en hebben we er heel wat film en foto van, het blijft toch bijzonder. En bovendien zien natte apen er niet uit, magere scharminkels zonder al dat uitstaande haar. We hebben heel wat tijd doorgebracht bij het badje, maar ook verder in de omgeving daarvan, omdat er op alle mogelijke plekken apen lagen te doezelen, of gevlooid werden. Leuk gezicht. Nadat de apen weer de heuvel op verdwenen gingen wij ook maar terug, maar wel via het andere pad. Dat was ook wel lekker om te lopen, bovendien ging het omlaag en dat is altijd fijn. Onderweg hebben we een lunch gekocht bij Take Away. Die hadden een klein terras, maar dat was vol. We zagen bij het restaurant dat er naast lag wel een terras dat helemaal leeg was. Niet te verlegen liepen we door het restaurant met onze afhaalmaaltijd en drinken en gingen op het terras zitten. Het was van dezelfde eigenaar, en er werd ook helemaal niets van gezegd. Terug gekomen in het dorp zijn we meteen doorgelopen naar de tempel met de Kannon op de heuvel. We kwamen langs mooie kersenbloesem, waarschijnlijk de laatste van het jaar en nu nog in bloei omdat het wat hoger lag en dus kouder was. Piet heeft bij de tempel voor een kleine donatie de gong geluid, eens moest het er van komen. Toen we de tempel in gingen hebben we een complete rondleiding gehad van een oude man. Hij sprak bijna geen woord Engels, maar vertelde volop. We moesten nog op een grote trom slaan voor geluk, en mee naar de ruimte onder het “altaar”. Daar stonden veel Boeddha beelden in verschillende vormen, hij vertelde bijna over elk beeld een verhaar (wat we dus niet begrepen). Als klap op de vuurpijl mochten we naar boven, naar het beeld van de Kannon, en door over de tekst op de sokkel te wrijven nogmaals om geluk vragen. Na het bezoek aan de Kannon zijn we terug gegaan naar de royakan. Op de kamer hebben we eerst de modder van de lange broeken gewassen, en zijn we ieder naar de eigen onsen in de ryokan gegaan. Dat was zo lekker dat ik pas om 17:40 uur terug was op de kamer. Ik nam nog snel even een paar slokjes drinken en toen was het alweer tijd voor het diner. Tofu met cherryblossom en een garnaal, soep met omelet, kip met paprika, noedels, rijst, salade, vis, paddenstoelen, snoepjes als toetje (niet lekker), groene thee. Natuurlijk werd alles weer vergezeld met een karafje saké. Als verrassing kregen we allemaal een kraanvogel die gevouwen werden door de bediening. Omdat er toch ook in de hele straat in Yudanaka openbare onsen waren vonden we toch ook dat we daar ook een keer in moesten gaan. Dus we hebben na het diner onze kimono’s en houten slippers aangetrokken, hebben de sleutel opgehaald en zijn in twee verschillende baden geweest. Er was verder niemand in, maar dames en heren waren wel gescheiden, ook voor ons. Wel een bijzondere ervaring, we hadden het niet willen missen. Na het badderen zijn we terug gegaan naar de ryokan om de spullen in te pakken.

Donderdag 19 april Tsumago

We kregen weer een goed en bijzonder ontbijt geserveerd in de ryokan. Daarna was het toch echt tijd om afscheid te nemen en gingen we naar het station om weer verder te treinen naar onze volgende bestemming. De treinrit was prachtig, door de bergen met mooie vergezichten. Deze keer werd de bagage opgehaald en naar onze minshuku (Japanse herberg) gebracht. Wij gingen een wandeling maken om zo in Tsumago te komen. Maar eerst gingen we samen lunchen, ik had wel weer zin in iets. We gingen een lokaal tentje in waar ik een set menu nam, en Piet een biertje. Er waren een aantal mannen ook aan het lunchen, dus er was enige twijfel of het allemaal op tijd klaar zou zijn. Maar uiteindelijk had ik een prima menu, Piet een lekker biertje en waren we heel weinig geld kwijt. Na de lunch kwam de hele groep weer bij elkaar en begonnen we de wandeling. We liepen op ons gemak naar Tsumago, een prachtige wandeling die niet al te zwaar was. We kwamen langs mooie watervallen, door prachtige natuur en langs huizen waar ze windmolentjes van plastic flessen en blikjes hadden gemaakt. Er stond nog verrassend veel in bloei, dus genoeg om te zien. Natuurlijk waren er ook weer vijvers met koi karpers en mooie tuinen bij de huizen onderweg.

In Tsumago zelf hebben we wat rondgelopen, het is een dorpje dat er vooral voor toeristen (Japans én Westers) is, met authentieke huisjes en winkeltjes met snuisterijen. Er was ook nog een soort expositie, waarschijnlijk in aanbouw als het ging om het interieur, het was duidelijk nog niet helemaal af. Maar er stonden wel mooie beeldjes van Shogun krijgers, in allerlei soorten en vormen. En natuurlijk was er een tempel om Boeddha te vereren, compleet met oranje poort. We hebben op het “terras” van een restaurantje wat gedronken. Het was een gezellig plekje in een zijstraat van de hoofdstraat, dus lekker rustig. Later kwamen er nog meer reisgenoten even aanwaaien. Omdat er geen plek meer was gingen zij in het restaurantje zelf zitten, maar wel voor het open raam. Toen we met de groep weer compleet waren gingen we naar de minshuku, wij zaten samen met nog vijf reisgenoten in Tsutamuraya. We kregen een rondleiding, want het was redelijk kruip-door-sluip-door met allemaal trappen en hoekjes om. We moesten natuurlijk wel weten wat allemaal waar te vinden was, en kregen onze kamer toegewezen. Ook weer helemaal niks mis mee, futons op de grond en verder een ruime kamer. De yukata’s lagen alweer klaar, deze keer lagen er zelfs slippers speciaal om mee naar de WC te gaan. De kamers hadden wel papieren wanden, zoals dat in Japanse herbergen kennelijk hoort. Gehorig, maar wel mooi.Al heel snel was het tijd voor het diner. We deden natuurlijk de yukata die voor ons klaar lag aan, net zoals in de ryokan is dat hier verplicht. De eetkamer was wel een stuk mooier, alleen hadden ze geen “stoeltjes” met rugleuning, dus was het op eigen kracht rechtop blijven zitten. Het diner bestond zoals steeds in dit soort gelegenheden uit Japanse Kaiseki: een visje, soep, rijst en verschillende groenten. Daarbij namen we een saké die gebrouwen was door de vader van de eigenaar, de saké was grof en ongeraffineerd. Dus die namen we maar, en nog een, en nog een mee naar de lounge. Die laatste gooide ik om, maar kreeg meteen een nieuwe. We hebben gezellig zitten kletsen met onze reisgenoten.

Vrijdag 20 april Naar Magome

We hebben heerlijk geslapen, slapen op een matje in een Japanse herberg heeft toch wel wat. We waren wel heel vroeg wakker, we moesten sowieso om tien over vijf plassen, en dan helpt een gong en de luiken openschuiven om zes uur ook niet om uit te kunnen slapen. We hadden zoals gewoonlijk weer een prima ontbijt, natuurlijk geen boterham met roerei, maar een visje in stroop, rijst, soep, verschillende groenten (inclusief een zure kers). Maar een bakje koffie en een banaan er bij maakte het toch weer vullend. Na het ontbijt hebben we de bagage naar beneden gebracht, die werd in auto’s vervoerd naar het station, terwijl wij gingen wandelen. We hebben natuurlijk gewacht tot de andere reisgenoten ook aansloten en de groep dus compleet was. We hadden een prachtige wandeling voor de boeg, van Tsumago naar Magome, we liepen het Nakasendo pad. Er zaten wel een paar venijnige klimmetjes in, maar ook mooie waterstroompjes en watervalletjes. Bijzonder waren ook de bellen die overal hingen om de beren weg te jagen. Gelukkig stond dat doel ook in het Engels bij de bellen geschreven, anders hadden we dat natuurlijk nooit geweten. En verder natuurlijk onderweg brandschone toiletblokken, wat ook wel weer eens heel erg van pas kwam. Op dat vlak ook een heerlijk land. We kwamen ook langs oude cypressen (bomen), we kwamen er langs een paar die 300 jaar geleden zijn gepland. Gelukkig staan daar dan borden bij, dat maakt een wandeling wel leuker, anders weet je niet eens dat de bomen zo oud zijn. Er omheen stonden bomen die met een soort tape waren ontwikkeld, het verhaal is dat die tape dient als bescherming. Maar ook prachtige bomen nog in bloesem, dus allemaal als paartje op de foto, leuk voor later. Net na de fotoshoot kwamen we langs een theetentje, waar we gratis thee met een snoepje aangeboden kregen van een man. Er stond een lange tafel waar we aan konden zitten. En toen we allemaal zaten begon hij spontaan een lied te zingen, waarbij hij ook net zo plotseling stopte als hij begonnen was. Dus na het drinken van de thee en het achterlaten van een donatie gingen we weer verder. Voordat we in Magome aankwamen kwamen we langs een platform waarop we een mooi uitzicht hadden over de natuur, dus daar hebben we natuurlijk even van genoten. Toen we Magome in liepen kwamen we natuurlijk weer langs prachtige tuinen, compleet met beelden en koi karpers.

Aangekomen in Magome hebben we een beetje rondgelopen en zijn we wat winkeltjes in gegaan. Ik twijfelde nog even of ik een bamboe snijplank mee zou nemen, maar ik had geen zin in gesjouw, ik zou wel in Osaka of Kyoto kijken. We waren niet de enige toeristen in Magome, er liep een jonge vrouw continue selfies te maken, erg lachwekkend om te zien. Een typische geval van: ik maak veel foto’s en zie thuis wel wat ik gezien heb, maar dan uitgebreid met de persoon zelf in de hoofdrol. We hebben nog een drankje genomen op een bankje voor een restaurantje. Dat bankje was te klein, maar toen we net zaten kwam de eigenaresse al met een extra stoeltje, dus we zaten heerlijk met onze benen in het zonnetje, wat een straf. Na het drankje zijn we nog even naar de supermarkt geweest en hebben we wat lekkers gekocht. En toen was het tijd om te verzamelen bij het busstation, we gingen met de bus naar het treinstation. Terwijl we aan het wachten waren op de bus is Piet nog even naar de rijstvelden geweest waar hij leuke foto’s heeft gemaakt van een boer die met een tractor in het water reed, waarschijnlijk om de grond om te ploegen. Toen hij terug was zijn we met de groep bij de bushalte gaan staan. Dat was wel lekker warm (de zon scheen volop), maar we moesten wel door en wachten in de schaduw van het busstation zou ons niet verder brengen. Op het treinstation konden we onze grote bagage weer in ontvangst nemen. Twee treinreizen verder stonden we op Kyoto station voor de metro naar het hotel. Even leek de OV chipkaart het niet te doen, maar er was uiteindelijk niets aan de hand. In het hotel hebben we eerst de tassen uitgepakt en zijn toen terug gegaan naar het station om daar te gaan eten. Maar het was wel even zoeken, het metro station is niet altijd even duidelijk, en vooral enorm groot. Drie lagen winkels en overal in- en uitgangen. En een enorme trap waarop steeds een lichtshow werd getoond. In het station zijn twaalf verdiepingen, een paar daarvan zijn zelfs helemaal met restaurants. We hebben gegeten bij Ante Caffee, een Italiaan, lekker en niet teveel. Na het eten zijn we even bij het busstation gaan kijken voor de volgende dagen, we zouden met de bus naar het paleis en andere bezienswaardigheden gaan. Toen we terugkwamen bij het hotel hebben we bij de supermarkt blikjes gin-tonic, bier en spullen voor het ontbijt gekocht. Het belangrijkste, water, waren we vergeten. Dat heb ik later nog maar even gehaald. In de hal van het hotel kon je wel koffie, thee en fris pakken, ook om mee te nemen naar de kamer.

Zaterdag 21 april Kyoto

Met de metro zijn we vanaf het hotel naar Kyoto station gegaan, en van daaraf verder met buslijn 101 naar de Kinkakuji tempel, de tempel met het Gouden Paviljoen. Dat paviljoen is een van de meest gefotografeerde plaatjes van Japan, en het was er dan ook aardig druk met allerlei fotografen en gewone mensen met een grote of kleinere camera.

Het was een mooi gezicht, het gouden gebouw dat weerspiegelt wordt in de vijver die er omheen ligt. Er vlogen ook een hoop zwaluwen om het paviljoen met de bladgouden daken, en dat maakte het ook wel weer net iets levendiger. Na het bezoek aan de tempel gingen we koffie drinken, maar daar houden we maar eens mee op bedachten we: weer € 17,00 voor een kopje koffie met een plakje smakeloze cake. Met de MAPS.ME app zijn we op zoek gegaan naar de tweede tempel die we op ons lijstje hadden staan, de Ryoanji tempel is ook een boeddhistische tempel. De app stuurde ons door een woonwijk, best leuk om te zien, maar niet de meest gerichte weg om bij de tempel te komen. We liepen langs het Museum der Schone Kunsten, maar zijn daar niet naar binnen gegaan, hoewel de buitenkant er wel mooi uit zag. Helemaal wit, met gouden en witte reliëf tekeningen op de gevels.Na de helft van de wijk te hebben bekeken zijn we toch maar weer op Piet z’n gevoel gaan lopen, de weg af. Aangekomen bij de tempel hebben we natuurlijk kaartjes gekocht om naar binnen te gaan. De tempel was wel mooi, maar niet zo bijzonder als de eerste van die dag. Er was wel een (volgens alle boeken) een bijzondere Zen rots tuin, waarvan je van de 15 rotsen er steeds maar 14 tegelijk kon zien. Een tuin met alleen maar grind en wat grote stenen is toch niet helemaal ons ding, wij zien liever een tuin met planten en bloemen in plaats van zo’n kale bedoening. Maar voor andere mensen was het kennelijk wel belangrijk, of rustgevend. Er zaten aardig wat mensen op de rand van de vlonder rustig naar de tuin te kijken. Uiteindelijk bleek het meer om de muur te gaan die belangrijk was, maar wat daar dan zo bijzonder aan was heb ik niet kunnen ontdekken.Verder was het een mooi complex, met ook nog een kleine tempel met een rode torii en Boeddha’s met een klein wit schortje voor. Na ons rustige bezoek aan het complex zijn we verder gaan lopen en kwamen we langs een trap die zou leiden naar een mooi pad dat de drie complexen van de drie belangrijkste tempels zou verbinden. Maar boven aangekomen kwamen we terecht op een kerkhof en konden we het pad verder niet vinden. Dus gingen we maar weer naar beneden om onze weg te vervolgen. Toen we verder gingen naar de derde tempel van ons lijstje kwamen we per toeval langs de Rengeji tempel. We moesten er een trap voor op, maar dan kwamen we ook wel op een rustige plek met goed onderhouden groen, maar ook met veel Boeddha beelden in verschillende vormen en verschijningen. Er stonden ook wat andere beelden, maar daar kunnen wij niet van zeggen wie dat zouden zijn. En na het zien van al die Boeddha’s en tempels was het wel tijd om te gaan eten. We hebben in een klein tentje ramen gegeten, natuurlijk vergezeld van een biertje en het standaard water. Life’s Good. We moesten er voor wel even van de derde tempel aflopen, maar het was de moeite waard. Lekkere ramen en een koud biertje, het was ook een mooi plekje: binnen, maar toch naar buiten kunnen kijken.

De derde tempel (Ninna-ji Temple) was wat mij betreft de mooiste. Het was een groot complex met prachtige tuinen en een schitterende pagode. De kamerschermen in de verschillende gebouwen en ruimtes waren prachtige, een mooie pagode en prachtige kamerschermen in de verschillende ruimtes. Zo mooi hadden we ze nog niet gezien. Het was ook een goed onderhouden complex, maar ook wel heel groot. Het was redelijk warm, en ik werd een beetje duizelig. Ik ben even in de schaduw gaan zitten met wat fris drinken, terwijl Piet nog even een stukje verder ging lopen naar nog wat kleinere en grotere tempels verder in de tuinen. Toen Piet terug kwam hebben we samen nog wat fris gedronken en zijn we verder gegaan. Er was ook een museum bij het complex en toen we daar naar toe liepen kamen er een aantal dames in kimono aan, deze keer waren er ook een paar heren in traditionele kimono’s. Dat alles moest natuurlijk ook weer even op de foto, het blijft een mooi gezicht.Na het bezoek aan het bij behorende museum met de belangrijkste schatten van de tempel, vooral beelden en schilderingen, zijn we met de bus naar Kyoto station terug gegaan. Het duurde veel langer dan op de heenreis, en het was ook een andere bus: Een JR bus. Dus voor ons was het een mazzeltje, het duurde wel langer, maar we hoefden uiteindelijk niet te betalen. Goed dat ik de railpassen nog bij me had. Na de bus was het weer even zoeken naar de metro, maar uiteindelijk waren we rond vijf uur thuis. Op de kamer hebben we wat zitten lummelen, intussen heb ik een was gedraaid. Dat is wel fijn: in bijna alle hotels in Japan is er een was- en droogvoorziening voor de gasten.We zijn pas rond half negen gaan eten, we zijn eerst nog een goede fles Suntori whisky en een flesje wijn gaan kopen in de Bic Camera, een heel groot warenhuis waar ze echt van alles verkopen. We hebben op het station bij Porta diners gegeten, een restaurant waar alleen Japanse bowls werden geserveerd. Een keer wat rustiger aan doen met eten kan ook geen kwaad. Rustiger aan in calorieën en in budget, Japan is best duur. Je kon kiezen uit verschillende bowls met rijst en allerlei attributen. We hebben toch genoeg gegeten en zijn daarna terug gegaan naar het hotel. Bij de lift hebben we nog even staan praten met een reisgenote en hebben we wat ijs meegenomen voor bij de colaatjes met.

Zondag 22 april Kyoto

We hebben de wekker op zeven uur gezet, we zijn hier tenslotte niet om uit te slapen, maar om vooral veel te zien van het mooie land waar we zijn. We hebben wel even gelummeld en daarna snel gaan douchen. We hebben een dagkaart voor de metro gekocht op het station, we hadden wel het idee dat we die goed zouden kunnen gebruiken. We gingen eerst naar Nijo Castle, een complex met twee mooie paleizen binnen de muren. Maar om daar te komen moesten we onder een prachtige toegangspoort door: de Kara-Mon poort. Binnen waren er dus twee paleizen: het Honmaru paleis en het Nimomaru paleis. In het Ninomaru paleis waren zalen met mooie wandschermen. Dat waren helaas kopieen omdat de originelen waren opgeslagen voor de komende expositie over het 400 jarig bestaan van het paleis. Maakt voor ons niet uit dat het kopieën zijn, wij zien het verschil toch niet. En in het Jeroen Bosch Art Center hangen ook niet de originele schilderijen van Jeroen Bosch. De schoenen moesten natuurlijk wel weer uit, maar deze keer konden we ze wel laten staan.

Een prachtig paleis dus, maar wel heel druk. En de paleizen lagen natuurlijk weer in prachtige tuinen. Er waren ook andere gebouwen, bijvoorbeeld graanschuren of gebouwen waar andere voorraad op werd geslagen. Natuurlijk was er ook een Zen tuin, en toch heeft het eigenlijk wel wat. Als we niet oppassen gaan we het nog mooi vinden en willen we het thuis ook. Wel gemakkelijker in onderhoud, maar ook een beetje saai. We liepen ook langs een laan met verschillende bomen, zelfs ook hele kromme bomen die dreigden om te vallen. Alleen omdat er stutten onder stonden bleven ze omhoog staan. Gelukkig waren we mooi op tijd gegaan, toen wij net alles zo ongeveer hadden bekeken kwamen er een heel aantal schoolklassen, natuurlijk met uitgelaten kinderen. Na het bezoek aan het kasteel complex zijn we met de metro naar de overdekte markt Nishiki gegaan. Natuurlijk was de metro niet precies aan het begin van de markt, en we moesten dus even zoeken. Onderweg kwamen we ook nog door de Korte Putstraat van Kyoto, misschien wel de moeite om daar eens te gaan eten. Gelukkig gaf de app hulp bij het zoeken naar de markt, dus we hebben hem ook wel gevonden. Zoals elke markt waren hier ook wel bijzondere dingen te bewonderen, het meeste was eten. We hebben daar ook aan een kraampje gelucht: ieder een oester van Y800 per stuk. Dat waren nog eens enorme hapjes, geen sprake van dat je die in een keer achterover in je keel kon laten schuiven. Gewoon doorbijten dus, en ze waren heerlijk.

Nog wat sashimi er bij en we hadden weer gegeten. Helaas waren er geen alcoholische versnaperingen te verkrijgen, maar dat is ook wel eens goed. Ik twijfelde nog of ik een kleine octopus zou nemen. Die zaten op een stokje en leken gevuld. Die nam ik toch maar niet en we zijn na het afrekenen van Y3400 doorgelopen over de rest van de markt. Maar bij een stalletje verder nam ik toch maar zo’n octopusje, ik zou er toch geen spijt van moeten krijgen. Piet sloeg deze over, maar het was echt lekker. Het kopje was gevuld met een hardgekookt kwarteleitje en het octopusvlees was lekker zoet.Omdat het zo’n prachtig zonnige dag was hebben we ook nog even langs de rivier gewandeld. In de winkelstraat hebben we de restaurants gezocht en gevonden die we hadden uitgekozen om te gaan eten. Een er van was een sushi restaurant, zou het er dan toch nog van komen? Het tweede restaurant was een Kaiseki restaurant, Japanse haute cuisine. Ik vroeg tot hoe laat ze open waren, en toen ze zeiden tot acht uur heb ik maar voor 18:00 uur gereserveerd. Je moet tenslotte wel tijd hebben om je luxe eten weg te werken.Daarna zijn we naar Kyoto Station gegaan voor de JR lijn naar de Fushimi Inari Taisha tempel. Dit is ook een plaatje dat je veel ziet. De tempel is beroemd om zijn vele rode torii’s die achter elkaar de heuvel op gaan. Natuurlijk hebben we daar ook onder een stuk de heuvel beklommen, samen met duizend andere mensen. Toch leuk al was het soms file lopen en wachten op een Japanner die een foto wilde maken van zijn lief. Ook hier weer veel maiko’s met hun traditionele kimono’s. De vraag is of het allemaal maiko’s (leerling geisha’s) zijn, of dat het gewoon zondagse kleren zijn. Maar dat is eigenlijk ook niet zo spannend. Wij kennen het verschil niet en het ziet er gewoon mooi uit.Na het bezoek aan de tempel hebben we eerst wat gedronken in een straat vlakbij de tempel en zijn daarna met de trein terug gegaan. We moesten op tijd terug naar het hotel om ons om te kleden, we hadden tenslotte een Kaiseki diner gereserveerd. Voordat we gingen eten ben ik eerst nog even een drogist binnen gelopen voor medicijnen tegen de hoest. De apotheker gaf niet heel veel vertrouwen in zijn slordige jas, maar we wisten wat we moesten hebben, dus het kwam toch wel goed.Toen ik langs een ander klein winkeltje kwam zag ik leuke ansichtkaarten voor de jongens, dus die heb ik dan ook maar meteen gekocht. Je weet maar nooit of je weer iets tegen komt.En toen op weg naar het restaurant. We hoefden niet meer te zoeken, dus waren mooi op de afgesproken tijd binnen. Maar toen bleek dat we (vooralsnog) de enigen waren. We namen een wijntje, en zoals te doen gebruikelijk was het, omdat het een duur restaurant was, ook niet het goedkoopste wijntje dat we ooit gedronken hebben. Maar het was wel het enige wijntje, er zat geen smaak aan voor omgerekend € 9,00. De ambiance was ook niet geweldig, maar het eten was subliem.
Gang 1: tofu / inktvis / soyaboon / sushi / garnaal
Gang 2: soep met bamboescheuten
Gang 3: sashimi witvis en tonijn
Gang 4: makreel met een lekkere saus
Gang 5: tempura van garnaal en avocado / garnaal / shitake
Gang 6: Miso soep met tofu en rijst met bamboe scheuten / groene thee / rijst
Gang 7: ijs / citroengelei / snoepjes
Allemaal kleine hapjes, maar voldoende. Wat jammer was, was dat het allemaal snel achter elkaar kwam, dus lekker rustig eten was er niet bij. Dat kennen ze in Japan ook helemaal niet, lijkt het wel. En dus ook niet in een duur restaurant. Intussen waren er wel wat meer mensen binnen gekomen, maar er zat evengoed niet heel veel sfeer in. Na het eten zijn we nog even door de Korte Putstraat gewandeld, daar was het een stuk drukker als die middag. Bij sommige restaurants stonden ook mensen buiten te wachten. Dat kon wel eens snel gaan, gezien de omloopsnelheid. Als je zeven gangen haute cuisine al binnen een uur weggewerkt (moet) hebben kan de rest niet veel langer duren.Onderweg terug naar het hotel hebben we ook twee echte geisha’s gezien, Piet heeft ze nog even op de foto kunnen zetten vanaf de overkant van de straat. Toen we terug waren in het hotel hebben we wat te drinken genomen, steekwoorden opgeschreven en de foto’s veilig gesteld. Eigenlijk de standaard procedure dus.

Maandag 23 april Kyoto

We gingen een dag met de hele groep op pad. Het is natuurlijk ook onzin om zelf te gaan als de rest ook naar een site gaat. We gingen dus om half tien met de trein op pad naar Nara. Natuurlijk viel de groep wel uit elkaar toen we daar waren, maar dat is ook niet erg.Toen we uit het treinstation aankwamen zagen we al dat het aardig druk zou gaan worden. Behalve dat het een van de belangrijkste en dus bekendste sites is zagen we ook alweer hele groepen kinderen lopen die op schoolreisje waren. Ze waren allemaal per klas voorzien van gekleurde petjes, de eerste groep had gele petjes op. Wel weer een leuk gezicht. We zijn eerst naar het Kōfuku-ji complex geweest, daar stond de five-story pagoda, een bijzondere uitvoering van een pagode met verdiepingen die allemaal even breed waren. In tegenstelling tot een “normale” pagode waar de verdiepingen smaller worden hoe hoger ze komen. Nadat we de pagode hadden bewonderd zijn we door het park naar de Todaiji Tempel geweest.

In het park liepen de herten die in deze stad zo bekend zijn. Je kunt er ook koekjes voor kopen, maar dan worden ze ook wel heel opdringerig. Dat geeft dan wel weer leuke taferelen met de tienerdames in schooluniform.In de Todaiji tempel stond een enorme bronzen Boeddha, prachtig om te zien. Natuurlijk mag je er weer geen foto’s van maken. Er stond ook een houten kolom is, met een gat aan de onderkant. Als je daar doorheen zou kruipen zou je veel voorspoed kennen. Maar het gat was niet zo breed, dus we hebben het maar even niet geprobeerd voor alle zekerheid. Klem zitten in een houten kolom in een tempel in Japan kan altijd nog. Maar ook de standbeelden van de Niõ, de gespierde bewakers van de Boeddha waren indrukwekkend. De tempel zelf is het grootste houten gebouw van de wereld, en het is ook de grootste bronzen Boeddha.Buiten en op de binnenplaats waren gelovigen allemaal wierook aan het offeren, zoals je eigenlijk bij alle tempels ziet. Buiten de tempel stond het beeld van Binzuru-sonja (Piṇḍola Bhāradvāja), een houten beeld met een rood kleed aan. Deze Japanse god heeft genezende krachten, en iedereen ging hem dan ook even aanraken.Na het bezoek aan de Todaiji Tempel zijn we door gegaan naar de Nigatsu-do Tempel. Een tempel met als opgang een brede trap met allemaal stenen lantaarns. In en rond de tempel zelf waren ook veel lantaarns, heel erg leuk om te zien. Het complex was niet groot, maar wel relaxed om te wandelen na de betrekkelijke drukte van de grote tempel. We hebben dus rustig rond gekeken en foto’s en film gemaakt van onder andere het Temuyama Hachiman treasure house. Dat is helemaal van hout op ronde palen, dus net weer even anders dan de andere gebouwen.Toen we terugliepen naar het dorpje kwamen we natuurlijk weer de beroemde herten in het park tegen, deze keer gaven wij ze ook wat koekjes. En toen was het tijd voor de lunch. Die namen we in een souvenirwinkeltje annex lunchrestaurant. Heel apart, er stond gewoon een acht persoons eettafel in de winkel, en het eten kwam daarachter ergens uit een kamertje / keukentje. Met een volle maag, en gelaafd door een biertje gingen we weer op pad, naar de tempel met de 1000 lantaarns, de Kasugataisha Shrine. In die tempel waren echt overal lantaarns, van steen, maar ook van ijzer en glas. Mooi waren ook de dames van de kassa en de lokale gidsen, allemaal in traditionele kleding. Er was ook een hal waar je doorheen kon lopen. Die was helemaal donker, met spiegels langs de wand. Omdat het zo donker was en alle lantaarns aan waren was dat een mooi gezicht. Het was even wennen aan de donkerte en aan de goede kant lopen, maar wel leuk om te doen. Het museum van die tempel hebben we niet bezocht, we waren wel een beetje klaar met cultuur. En toen moesten we in sneltreinvaart terug naar het station om de trein van half vier nog te halen, net gered. Onderweg kwamen we langs het station van de tempel met de vele oranje bogen, de Fushimi Inari Taisha tempel. Die hadden wij al bezocht, maar een groot gedeelte van de groep nog niet, en die stapten daar uit. Wij zijn op Kyoto station nog een keer rondgelopen om foto’s te maken van het station zelf, en gingen toe terug naar het hotel.Na het rusten zijn we naar Gion gegaan voor het eten. We gingen sukiyaki eten in het Kimuraya restaurant. Sukiyaki is een eenpansgerecht. Ze zetten een pan op een pit op tafel, en gooien daar een bouillon in, met een mix van sake en soja. Daarin gaar je vlees en groenten, en dat doop je dan in een rauw ei voordat je het eet. Dat lijkt een beetje raar, maar is wel heel lekker. We kregen noedels, paddenstoelen en vlees. Gelukkig hoefden we niet in een onnatuurlijk houding te eten. Van buiten zag dat er wel zo uit, maar ze hadden onder de tafel een gat gemaakt, zodat het leek alsof je je benen plat onder de tafel moest leggen, maar uiteindelijk zat je gewoon met je benen in een kuil, veel comfortabeler.Na het eten hebben we nog even doorgelopen, maar hebben behalve een geisha niets bijzonders meer gezien. Piet heeft die dame natuurlijk mooi op de foto gezet, hoogstwaarschijnlijk komen we er geen meer tegen. Behalve dan bij de show die we thuis al geboekt hadden. En toen was de pijp weer leeg, en gingen we naar het hotel terug. Het was nog een eindje lopen, en we moesten natuurlijk ook nog de steekwoorden opschrijven en de foto’s overzetten. Toen ik op de telefoon keek was het niet raar dat het op was: we hadden 16,4 kilometer gelopen, het record tot dan toe.

Dinsdag 24 april Kyoto

Na ons ontbijt gingen we weer op pad, om te beginnen maar weer een dagkaart voor metro en bus gekocht. Er gaat ook best veel geld zitten in reizen op deze manier, maar het is niet anders.We begonnen bij het Manga stripmuseum, maar dat was helaas nog niet open, pas om tien uur. Dus we hebben een beetje rondgelopen tot het tijd was. Het was ook wel echt een stripmuseum, het leek wel een grote bibliotheek met alle soorten Manga, in alle series die er volgens mij ooit uitgebracht waren. Maar ook grote tekeningen aan de muur van (voor ons niet zo) bekende Manga figuren.

Eigenlijk best leuk om te zien, behalve dat je natuurlijk geen stripboek kon gaan zitten lezen omdat er toch wel wat wordt “gesproken” in stripverhalen. In de museumshop hebben we nog een kaartje gekocht voor de jongens thuis. Toen we uit het museum kwamen regende het een klein beetje, en omdat er verder niet veel te doen was voordat we naar de geisha show gingen zijn we terug gegaan naar het hotel om de kaartjes voor de jongens te schrijven.Daarna gingen we op tijd met de bus naar het theater voor de show. We hadden thuis al kaartjes gekocht voor het Geisha “festival”. Dat was één keer per jaar en duurde drie weken. Ik had nog net kaartjes kunnen kopen, als we gewacht hadden tot daar hadden we waarschijnlijk geen kaartjes meer gehad of de hoofdprijs betaald. We gingen op pad voor een busrit van 45 minuten, en stapten uit waar ons was verteld. En toen was het nog even zoeken, we zagen niet zo een groot theater (wat we wel hadden verwacht). Maar de show bleek in het theater van de Universiteit voor Schone Kunsten te zijn, en die was recht tegenover de bushalte (vertelde een student die ons wilde helpen).Toen we daar binnen kwamen hebben we eerst onze toegangskaartjes gehaald, met de email als reserveringsbewijs. Daarop stonden de kaartjes, gesteld op naam, maar legitimatie was niet nodig. Ik kocht daar ook nog een boekje over de show. Daarin stond het verhaal wat gezongen en gedanst zou gaan worden. Daarna hebben we eerst in de studenten kantine wat gegeten en gedronken, want het was wel lunchtijd en we wisten ook niet hoe het verder zou lopen, maar wel dat we (zoals altijd) mooi op tijd waren. Toen we richting de theeceremonie gingen die inbegrepen was bleken we vooraan in de rij hebben moeten zitten om nog enig zicht op de ceremonie zelf te hebben. Wij waren dus te laat met aanschuiven in de rij om een goede plek te kunnen hebben. Het was dan ook erg massaal, en viel een beetje tegen omdat we op de vijfde rij zaten. Maar de thee en het koekje waren prima, en het schaaltje mochten we meenemen. Na de theeceremonie mochten we naar boven. Daar was een expositie van kartonnen Geisha’s met hun namen en nog wat meer informatie over hen. Er werd ook een film getoond met het leven van een Geisha. Na daar even te hebben rondgelopen konden we de theaterzaal in, we hadden prima plekken. Mooie muziek en zang en dans, jammer dat we niet mochten filmen, maar dat wisten we, dus het was niet anders. We hebben wel genoten van de show. Mooie traditionele muziek en dans, en zoveel geisha’s zagen we niet in het echt, dus dit was echt wel bijzonder. We konden het verhaal niet heel goed volgen, het is niet leuk om te lezen als er een show bezig is, maar kijken alleen was ook leuk. De hele show bestond uit zes scenes / dansen. Natuurlijk begeleid door traditionele muziekinstrumenten die allemaal bespeeld werden door vrouwelijke muzikanten.Na de voorstelling hebben we nog koffie gedronken in de studenten kantine. Om samen nog even na te praten, maar ook omdat er geisha’s naar hun familie kwamen en we de kans kregen om een paar foto’s te maken. Piet ging daar ook op z’n gemak een rondje voor lopen door de kantine. Daarna was het tijd om met de bus terug naar het hotel te gaan, weer een dag vol indrukken en leuke dingen. In het hotel hebben we de was gedaan. Heel bijzonder, in elk fatsoenlijk hotel hebben ze wasmachines en drogers staan om voor weinig geld je was te doen. En toen was het weer tijd om te gaan shoppen en eten. We zijn eerst naar een groot warenhuis gegaan om te kijken of we iets konden vinden als souvenir voor de jongens. Helaas konden we in die hele grote winkel niks vinden dat we leuk vonden om mee naar huis te nemen voor ze.En toen maar weer op jacht naar een restaurant, we hadden bedacht om traditionele Japanse okonomiyaki (pannenkoeken) te gaan eten en kwamen terecht bij Nishiki Warai. We namen twee soorten okonomiyaki: een met een bodem van ei, gevuld met zeevruchten. Daarna namen we er nog een met een bodem van kool met een topping van vlees. Natuurlijk een biertje er bij. Helemaal prima voor weinig en weer eens een echt Japans gerecht, hoewel we dat eigenlijk steeds wel deden. Met de metro zijn we na het eten terug gegaan naar het hotel. Ik ben daar nog een half uurtje de onsen in gegaan, Piet heeft in de tussentijd wat steekwoorden opgeschreven, maar verder was het wel weer op. Na de drankjes hebben we de tassen maar weer ingepakt, de volgende dag zouden we naar Hiroshima gaan voor weer een paar enerverende dagen.

Woensdag 25 april naar Hiroshima

Natuurlijk hebben we weer ontbeten op de kamer, er zijn niet veel hotels waar ook het ontbijt inbegrepen is, of zelfs maar te krijgen. Maar we hadden nog wel wat restjes over, dus dat kwam goed uit. We zijn om tien voor acht vertrokken om met de metro en de Shinkansen op pad te gaan.

Omdat Patrick wist dat toch iedereen naar Himeji Castle wilde gaan had hij aangeboden om onderweg te stoppen. Want iedereen wilde natuurlijk een van de mooiste gebouwen op de Unesco Werelderfgoedlijst zien. Dat betekende een onderbreking van de reis, maar was wel zo gemakkelijk. Het alternatief was om het stuk vanuit Hiroshima weer terug te reizen en dus een hele dag extra onderweg te zijn.Op het station van Himeji konden we onze tassen in een kluis stoppen voor Y700 (€ 6,50) hoefden we toch niet heel de ochtend met de tassen gaan sjouwen. Piet deed ook zijn kleine rugzak in het kluisje, hij is niet van het lopen met een rugzak. Helaas zat ook zijn JR Pass er in, maar uit het station komen was geen probleem. Vanaf het station kon je het kasteel al zien liggen, dus zoeken was er niet bij. We liepen op ons gemak over een brede laan naar de toegangspoort, over de Sakuramon-bashi brug. We hebben natuurlijk het hele kasteel bezocht, het is een prachtig gebouw met bijzondere details. Een van de stenen in de buitenmuur is het deksel van een stenen doodskist, de langste bomen zijn gebruikt voor steunpilaren in het kasteel en er zijn verschillende vormen van schietgaten (vierkant, rond, driehoekig). De binnenkant is ook heel mooi met goed onderhouden hout, alles glimt er. De daken zijn voorzien van punten met shachi atop er op. Een shachi atop is een figuur uit de Japanse folklore: een vissenlijf met een tijgerkop erop. Op de bovenste verdieping is, zoals we ook in andere kastelen hadden gezien, een kleine tempel of bidplek. Toen we het hele kasteel hadden doorgelopen zijn we ook nog in de Kõkõ-en tuinen geweest. Dat zijn traditionele Japanse tuinen, natuurlijk voorzien van allerlei waterpartijen met koi karpers en bruggetjes. Maar ook met veel mooie planten en bomen, dus een genoegen om rustig doorheen te lopen. En redelijk beroemd er schijnen veel scenes in Japanse films opgenomen te zijn.Toen we terug kwamen op het station bleek het geen moeite te kosten om zonder JR Pass bij de kluisjes op het Shinkansen station te komen. Omdat het al weer voorbij lunchtijd was hebben we bij de 7Eleven een pizzapunt en een salade met koffie gehaald. En daarna maar de tassen uit de kluis gehaald, en toen de anderen er ook waren zijn we naar het perron gelopen voor het vervolg van onze reis. Op het overstapstation Yokahama hebben we even op de aansluiting moeten wachten. Dat gaf ons de gelegenheid om even wat lekkers te halen: aardbeien in gelei en een paar biertjes. Dat alles hebben we in de volgende treinrit opgemaakt In die trein zaten we niet naast elkaar, jammer, maar soms is het niet anders, het was niet zo’n lange rit. Aangekomen in Hiroshima zijn we met een ouderwetse tram (lijn 1) richting ons hotel Tokyu Rei gegaan. Vanaf de tramhalte was het nog wel een kwartiertje lopen, helaas was het warm, dus werd het toch nog knap zwaar. Nadat we snel hadden opgefrist zijn we met de hele groep naar een lokaal theater gegaan voor een voorstelling met Japanse folklore: Kagura met Shinto muziek en dans. De voorstelling was gratis, maar je kon alleen op volgorde kaartjes krijgen. Eerst kreeg je een kaartje zodat je goed in de rij stond, en daarna werden die omgeruild voor de echte toegangskaartjes. Waarom gemakkelijk doen als het ook moeilijk kan. We hebben vanaf zes uur zitten wachten voor goede plaatsen, en dat is gelukt. Het was echte folklore, met harde muziek en veel dansen die met vechten te maken hebben. Er zal vast een verhaal van goed en kwaad in gezeten hebben. Leuk om te zien.

We zijn even wat hoger in de zaal gaan zitten om illegaal foto’s en film te kunnen maken. Maar gelukkig waren wij niet de enigen die dat deden, ook veel Japanners in de zaal zaten te filmen met hun mobieltjes.Na de voorstelling zijn we met twee reisgenoten gaat eten bij Watami Japanese dining. Het was een soort Japanse tapas. Elke keer als de bediening moest komen moest je op een belletje drukken. Maar de biertjes en het eten waren prima, al kwamen de bestelde garnalen niet en werd de verkeerde kip bezorgd. We waren pas om tien voor half twaalf op de kamer, we hebben wel alvast de spullen voor de volgende dag ingepakt en steekwoorden opgeschreven en de foto’s overgezet op de notebook.

Donderdag 26 april

De wekker liep om zes uur af, dat deed wel een beetje zeer. Om zeven uur was er een prima ontbijt, maar ik was misselijk dus nam bijna niets. We hebben wel voor ons vertrek de kaarten voor de jongens afgegeven, we zouden wel zien of ze voor onze thuiskomst aan zouden komen.We gingen met de groep naar de tram en het treinstation voor het bezoek aan het eiland Miyajima, een van Japans meest bezochte plekjes. We gingen met de trein en de veerboot naar het eiland. We kwamen onderweg met de veerboot ook langs oesterbanken, misschien maar eens een keer oesters gaan eten als die ergens te krijgen zijn.

Op de boot zagen we ook al waarvoor de tempel Itsukushima op dit eiland zo bekend is: de oranje Torii (poort) van 16 meter hoog die in het water staat. Een mooi gezicht, en wij vonden dat niet alleen, er waren nog veel meer mensen. We moesten eerst via de brede boulevard naar het tempelcomplex lopen, maar het zonnetje scheen, we hadden tijd genoeg en er was voldoende te beleven. Wat een straf is vakantie toch. We zagen een grote groep scholieren die (denken wij) uitleg kregen over de tempel, konden door een gaatje kijken op de poort en genoten van de wandeling naar de tempel. Daar aangekomen kochten we natuurlijk een toegangskaartje, en hebben we over de lange, overdekte vlonders het hele complex bekeken. Er waren veel heiligdommen in grote en kleine vorm, allemaal mooi onderhouden.We hebben ook de Itsukushima Shrine Treasure Hall bezocht. Die was niet al te groot, maar er is altijd wel iets interessants te zien. Helaas mocht er niet gefotografeerd worden, maar we kunnen toch niet alles vastleggen.En na al die cultuur zijn we maar eens de natuur in gegaan. Voordat we begonnen hebben we eerst voor een winkeltje met een loketje gezeten. Piet nam een biertje, maar ik hield het bij fris. We gingen tenslotte omhoog wandelen. We begonnen een wandeling door een park met ook weer herten, die beesten lopen hier ook overal rond. We maakten een korte wandeling naar het beginpunt van de kabelbaan. Die zouden we naar boven nemen, Mount Misen-yama op, en dan na het rondkijken naar beneden lopen. Dat ging tenslotte gemakkelijker als naar boven. Boven aangekomen keken we eerst naar het uitzicht, en toen naar beneden. We kwamen onderweg veel tempels en tempeltjes tegen, waaronder de Reika-do Eternal Fire Hall waar het eeuwige vuur brandde en dat al 1200 jaar deed. Maar er waren nog veel meer mooie plekjes waar we langs kwamen, en we waren ook niet de enigen op de berg. Op een gegeven moment hoorden we een jong stel Nederlands praten, die waren op pad met hun 11 maanden oude kindje. Dat ging eigenlijk best goed vertelden ze, terwijl papa het kind lopende de fles gaf.Ondanks dat de tocht naar beneden ging merkte ik wel dat het al een vermoeiende dag was, zo af en toe had ik spijt dat ik ook niet met de kabelbaan naar beneden was gegaan. Maar dan had ik ook wel veel leuke en mooie dingen gemist. Zoals onder aan de berg de Shingon tempel Daisho-in. Daar stonden heel erg veel Boeddha beelden en beeldjes, allemaal met een mutsje of een schortje. Prachtig, maar vooral ook heel grappig om te zien. Er waren er bij als kinderen, maar ook als oude mannen. Ik had het toch niet willen missen.Om al dat moois te vieren hebben we eerst maar eens een biertje gedronken. Dat was in een heel klein barretje waar wij met tweeën op een klein bankje zaten.

Verder waren er alleen mensen die boven wat zaten te drinken (of eten, dat konden we niet zien). Onderweg terug naar de boot kon Piet het natuurlijk niet laten om nog even naar de Toyokuni Shrine Five-story Pagode te gaan voor wat foto’s.Daarna gingen we terug naar de aanlegplaats van de veerboot voor de terugtocht. De groep zat daar ook, en we gingen dus gezamenlijk terug naar het “vasteland”. Na even zitten en rusten op onze kamer gingen we natuurlijk weer op pad. We zijn op weg gegaan voor een diner vol oesters, bij een oesterbar aan de Kyobashi-gawa rivier. Daar zaten we prima, met een lekker flesje wijn. Het was wel een beetje fris, maar met de dekentjes die er lagen was het goed vol te houden. We namen oesters op verschillende manieren: gegratineerd en gegrild. Ik vroeg ook om rauwe oesters, maar die hadden ze niet. Beetje vreemd voor een oesterbar, maar och… Na het eten zijn we naar het Peacepark gelopen om nachtfoto’s van de Atomic Bomb Dome te maken. Die stond mooi in het licht, en was erg indrukwekkend

Vrijdag 27 april Hiroshima

We hebben de wekker op zes uur gezet, we gingen samen naar het Peace Memorial Park. Na het ontbijt hebben we de tassen bij de receptie gezet. We zouden nar het bezoek aan het Peace Park met de groep verder gaan naar de volgende stad. In het park aangekomen hebben we eerst wat beelden bekeken en op de foto gezet, het museum was nog niet open zo vroeg. Piet stak ook nog even over naar de Peace Boulevard. Ook die is indrukwekkend. Er staan allemaal bogen die de bomen moesten vervangen die door de bom allemaal weggevaagd ware. Er werd gezegd dat de eerste 75 jaar geen bomen meer zouden groeien op de boulevard, maar gelukkig was dat niet het geval en stond er al weer volop groen tussen de bogen. Intussen was het al weer wat later, en ondanks dat wij weer de “mazzel” hadden dat het hoofdgebouw van het museum gesloten was voor renovatie, hebben we in de tijdelijke vleugel alles gezien wat we wilden (of niet). Het museum laat heel duidelijk en met foto’s, tekst, en vooral veel voorwerpen zien wat er destijds gebeurd is door de atoombom. En ook wat de gevolgen waren in de periode daarna. Het moet verschrikkelijk geweest zijn.Veel foto’s van weggevaagde gebouwen en natuur, veel vluchtende mensen en veel voorwerpen die laten zien wat een verwoestende uitwerking een atoombom heeft. Natuurlijk ook de klokken en horloges die op de bewuste dag en tijd stil stonden, maar ook samengesmolten flessen (en dat vergt nogal een temperatuur). Ook gesmolten en verbrande kleding, en een verbrand driewielertje, en dan komt het nog dichterbij.Vaak stond er, in Hiroshima en Nagasaki: “Laat het eens zijn geweest, en nooit meer gebeuren”. Als je de verschrikkingen ziet en weet dat er nu nog steeds gevolgen zijn kun je het daar alleen maar mee eens zijn. Na het indrukwekkende bezoek aan het museum zijn we naar de National Memorie Hall for the Atomic Victims gegaan. Dat is een grote hal, met in het midden een fontein die de dorst van de mensen zou moeten lessen. De muren zijn bekleed met 140.000 steentjes, die samen het zicht op Hiroshima vormen. 140.000 is het aantal slachtoffers aan het einde van 1945. De fontein in het midden beeldt een klok uit, met als tijd natuurlijk 8:15, de tijd dat de bom Hiroshima trof. Het water van de fontein is bedoeld als symbool van het water waarnaar de inwoners snakten nadat de stad geraakt was. Ook zijn er vele foto’s van slachtoffers te zien. Een prachtig monument, in al zijn eenvoud. En dus zeer de moeite waard. Na het bezoek aan beide museum en memoriehal zijn we verder door het park gelopen om veel van de beelden en monumenten te bekijken. Er zijn er door veel landen in de wereld geschonken. We zijn natuurlijk ook nog een keer naar de Atomic Dome gelopen om die in het daglicht te gaan bekijken.

Ook in het Peace park waren weer veel mensen, en ook groepen kinderen. Die kregen natuurlijk van de meester en juf uitleg, en mochten ook nog een klok luiden om aandacht te vragen voor de vrede. En net zoals bij ons zijn daar dan natuurlijk ook dondersteentjes bij die niet opletten, maar het lijkt wel of ze in het algemeen wel beter luisteren. Hoewel dat niet helemaal te zeggen valt, de kleintjes bij ons luisteren ook nog wel als ze niet afgeleid zijn door wat dan ook. Maar er waren ook groepen van de middelbare school, en die zijn dan wel weer onder de indruk (lijkt het). We zijn ook naar een speciale plek, het Childrens Peace Monument. Een eerbetoon aan Sadako Sasaki, een jong meisje dat gestorven is aan leukemie als gevolg van de straling veroorzaakt door de atoombom. Er waren daar ook hokjes waar je gevouwen kraanvogels kunt hangen, zoals ook op alle andere gedenkplekken. Er hingen ritsen kraanvogels vanuit vele verschillende landen.Na al dat droevige werd het toch tijd om weer de zonnige kant van het leven te zien, en te vieren dat we in de gelukkige omstandigheid waren om dit met eigen ogen te kunnen zien en beleven. Daarom hebben we maar een biertje genomen op een terrasje bij de Motoyasu-bashi bridge. Na het biertje gingen we zachtjes richting uitgang, maar kwamen natuurlijk langs nog veel meer monumenten. We zijn bij bijna allemaal even blijven staan, goed dat we zo vroeg waren begonnen. Daarna zijn we terug gegaan naar het hotel en hebben onderweg bij een supermarkt nog een pizzabroodje en wat gerookte zalm gehaald. Er was ook een klein terrasje voor de winkel en je kon ook gewoon je spullen er warm maken in een magnetron.Toen we aankwamen bij het hotel waren de taxi’s er al, zij waren te vroeg. Dus de tassen er in en naar het station, lekker gemakkelijk.We zaten heerlijk op onze gereserveerde stoelen in de Shinkansen naar Hakate, wat een heerlijk vervoermiddel is het toch. Na een snelle en soepele overstap namen we de sneltrein naar Nagasaki.In Nagasaki hebben we nog tien minuten moeten lopen naar ons S-Peria Hotel. Daar aangekomen kwamen we op onze kamer, die zo klein was dat we hem een beetje verbouwd hebben om voldoende ruimte te hebben. Maar verder is de kamer tenslotte alleen om te slapen. Aan de receptie hebben we ontbijtbonnen gevraagd en toen konden we weer op pad. We zijn naar de Nagasaki Dejima Wharf, een plek langs het water met allemaal restaurantjes. Er zaten al reisgenoten lekker aan de drankjes en wij schoven maar aan. Het was tenslotte Happy Hour. Er kwamen nog een paar reisgenoten aangeschoven, het werd steeds gezelliger. We zijn na de drankjes met z’n zessen gaan eten bij een visrestaurant iets verder op.

Zaterdag 28 april Nagasaki

We hebben eerst een beetje uitgeslapen, de wekker liep om half acht af. Hier in Japan vinden we dat al uitslapen, de dagen zijn vol, maar wel heel mooi. Dus tot tien uur in bed blijven liggen is geen optie. Inbegrepen in de hotelprijs zat een prima ontbijt, Japans en westers. Dus ik heb fried rice genomen, maar ook toast met jam en een yoghurtje.Na het ontbijt zijn we met de tram naar het Memorial Peace Park gegaan. De OV chipkaart werkte niet in de bus, er moest gewoon cash betaald worden, en wel € 0,95 per persoon per rit. Het Peace Park van Nagasaki is ook mooi, wel kleiner en minder goed onderhouden dan dat in Hiroshima. Je kunt er met een trap naar toe, maar er is ook een roltrap naar boven. Boven aangekomen is de entree was een fontein, met stralen als vredesduiven. Er zijn, net als in Hiroshima ook heel veel gedenkmonumenten die geschonken zijn door verschillende landen. We hebben er ook nog een ijsje genomen in de vorm van een roos, kunstig, maar vooral ook lekker bij de warmte.Bij het park stond ook een ossuarium, een zogenaamd knekelhuis. Dat gebouw hebben we wel gevonden, maar we konden er helaas niet in. Maar misschien is dat wel logisch, wat kun je ook zien in een knekelhuis wat niet met rust gelaten moet worden. Maar in de hal stonden wel mooie Boeddha beelden. Na rondgelopen te hebben langs de beelden, waarvan een heel groot beeld dat de kracht en veerkracht van het Japanse volk verbeeld. Maar natuurlijk ook overal kraanvogels, groot en klein, van papier in hele strengen, maar ook van staal bovenop een monument. Na het wandelen door het park zijn we naar een ander gedeelte gegaan waar het Atomic Hypocenter was. Er is een stuk te zien met wat er in de grond gesmolten is.

In het Centre was ook een deel van de ruïne van de Urakami Cathedral te zien. Natuurlijk was het museum weer heftig, veel foto’s van slachtoffers en gesmolten en verbrande voorwerpen. Niet gek, er waren 175.743 doden te betreuren.Na het museum hebben we de Memory Hall bezocht, ook hier was weer een indrukwekkende stilte. Deze keer was het een ronde hal waarin je via een helling naar beneden liep, langs alle jaartallen waarin wat gebeurd was. Er hing ook een streng van 150 meter lang, met 1000 kraanvogels, gemaakt door een Nederlandse kunstenaar, Marten Sale Brouwer.De hal aan het einde van de ronding stond vol met vierkante, verlichte pilaren als monumenten voor de slachtoffers. Op een bureau in de hal was te zien dat Barack Obama ook was geweest en een streng kraanvogels had geschonken.En toen gingen we op zoek naar de One-Pillar Torri (Sanno-jinja Shrine), een poort met een poot omdat de tweede poot was weggeblazen door de impact van de bom.Maar voordat we de poort vonden zijn we eerst gaan lunchen in een lokaal ramen tentje. Helemaal goed, met lokale mensen en authentieke ramen (soep). Het tentje stond vol met Manga strips die de bezoekers konden lezen, en had heerlijke soep. Piet ging heel wijs in een stripboek zitten lezen, maar omdat het een strip was kon dat natuurlijk ook. We zaten aan een zespersoons tafel, later kwamen er drie Japanse jonge mannen beleefd vragen of ze aan mochten schuiven, en wie zijn wij dan om dat te weigeren. Prima lunchtijd dus.Na de lunch zijn we verder gegaan naar de poort met een pilaar. Op de site stonden ook oude bomen die wonderwel de blast hadden overleefd. De top was er wel vanaf geblazen, maar later schoten ze toch weer blad. Dat betekent dat ze minder hoog zijn dan je van dergelijke bomen kunt verwachten, maar ze hebben het wel doorstaan. Langs de bomen lopend kwamen we ook langs een internationaal kerkhof waar we een beetje op gestruind hebben, Piet is daar ook nog naar het graf van de familie Glover gegaan, een Schotse ingenieur die veel voor de stad heeft betekend. Voordat we naar het station gingen voor de terugreis zijn we op zoek gegaan naar de Fukusai-Ji Kannon (schildpad) tempel. We hebben die gevonden via een veel te lange trap, maar daardoor hadden we er wel een mooi uitzicht op. Voordat we aan de trapbeklimming begonnen hebben we eerst allebei een frisdrankje uit de automaat op straat genomen, het was lekker warm.In de tempel waren bijzondere zaken te zien, en gelukkig was er ook wat uitleg in het Engels. In de kelder van de tempel waren ook nog voorwerpen te zien die gevonden waren op het tempelterrein, na de atoombom. Het kleine museum is ook een mausoleum voor 16.000 slachtoffers. Er hangt ook een grote pendule die de rotatie van de aarde symboliseert. Alleen in Parijs en Sint Petersburg zijn grotere te vinden. De tempel klok luidt elke dag precies om 11:02 uur, de tijd van de inslag van de atoombom.Omdat we toch onderweg waren en we zoveel mogelijk wilden zien zijn we doorgelopen naar het monument voor de 26 martelaren. En toen was het intussen tijd om terug naar het hotel te gaan. Onderweg hebben we gewoon wat door wat wijkjes geslenterd voordat we weer richting station gingen. Daar hebben we de OV chipkaarten (Suica) opgeladen en hebben we gepind bij de Family Market, we moeten toch ook wel wat contant geld hebben. In het hotel hebben we ons opgefrist en omgekleed en zijn daarna weer naar de waterkant gelopen. Daar hebben we bij Saltare, de Italiaanse trattoria bar van de vorige dag, een cocktail gedronken. Na het drankje zijn we even gaan lopen naar de cruise haven, maar daarna weer terug om wat te gaan eten. We keken eerst boven bij een ander restaurant, maar daar was veel te veel herrie door een pianist / zanger. Dus zijn we weer terecht gekomen bij hetzelfde restaurant als de vorige dag. Prima, we hebben een beetje gegeten met een klein flesje wijn er bij.

Zondag 29 april Nagasaki

We zijn redelijk op tijd opgestaan voor onze trip naar Hashima Island dat 4,5 kilometer uit de kust van Nagasaki ligt. Het is een eiland in de vorm van een oorlogsschip, de Japanse naam is dan ook Gunkan-Jima (battleship island). Het eiland is gevormd rond een kolenmijn, en de bewoners waren dan ook allemaal mijnwerkers en hun families.

We zijn er alleen rond gevaren, we mochten niet aan land. Achteraf bekeken had dat wel gemogen, maar dan hadden we eerder een ticket moeten boeken op een speciale (en waarschijnlijk ook dure) excursie. Maar er rond varen gaf ook al een indruk van het leven dat daar is geleefd, ondanks dat de gebouwen al aan het vervallen waren. Eigenlijk is het eiland een grote ruïne, maar omdat het zo bijzonder was, en omdat het eiland het drukst bevolkte stukje wereld was, is het ook wel uitgeroepen tot Unesco erfgoed. Extra leuk feitje is dat er ook opnames zijn gemaakt voor de James Bond film Skyfall. We zijn eerst lopend met het deel van de groep dat meeging naar de start van de vaart gedaan. Toen we door onze gids werden tegemoet gelopen kregen we allemaal een keycoard met een badge er aan. Allereerst, en inbegrepen in de excursieprijs zijn we naar het museum gegaan waar het verhaal van het eiland in foto en film werd getoond.Toen we allemaal uitgekeken waren en dus compleet zijn we naar de aanlegsteiger gelopen waar de boot al klaar lag. We hebben nog even moeten wachten op de afvaart, maar we werden wel uitgezwaaid door een mannetje dat verkleed was als berg met het eiland er op. Het was wel heel grappig, maar hij zal het vast heel warm hebben gehad in zijn outfit. We zijn meteen op het bovendek gaan zitten, de zon scheen lekker en we zaten wat uit de wind, dus het was prima te doen. We zijn een paar keer langs het eiland gevaren, het zag er wel een beetje triest uit met al die vervallen gebouwen zoals flats, een ziekenhuis en een school. Maar je kreeg wel een idee hoe het leven er geweest moest zijn. Helaas was er alleen uitleg in het Japans, maar we konden toch wel kijken. We zagen met eigen ogen dat er wel excursies zijn waar je op het eiland komt voor een rondleiding, er meerde een boot aan waar mensen eruit gingen. Na de trip naar het eiland zijn we met twee reisgenoten opgelopen. Samen hebben we eerst de Glover tuinen bezocht. Prachtige tuinen, en mooie gebouwen. Er was ook nog een bruidspaar dat foto’s in de mooie omgeving liet maken. Ze hadden groot gelijk, het is er ook prachtig. We hebben wat rondgelopen en een beetje lopen kletsen.

Omdat het warm was gingen we ook nog naar het tentje voor een ijsje, maar daar hebben we maar vanaf gezien. Dat was veel te duur, dat zijn niet eens Westerse prijzen, vier euro voor één bolletje is wel heel veel. In de tuinen zagen we ook nog mensen in traditionele kleding. Na het bezoek aan de Glover tuinen zijn we verder gaan lopen, we kwamen langs een kathedraal. Die hebben we wel op de foto gezet, maar we zijn er niet naar binnen gegaan.En toen was het intussen tijd voor de lunch. We zijn terecht gekomen in een lokaal tentje waar de kok de noedels roerbakte waar je bij stond, maar we konden hem natuurlijk niet verstaan. Toen we binnen kwamen ging een gast aan de “bar” zitten zodat wij de tafel met z’n vieren konden gebruiken. We namen met vieren twee borden noedels met groenten, dat was voldoende. We kregen extra borden er bij, daar moet je in Nederland eens om komen. Het was leuk, lekker en spotgoedkoop.Na de lunch gingen we weer verder op pad, op zoek naar de Chinese tempel die in de buurt zou moeten staan. We hebben wat foto’s over de muur en van de tempel rondom gemaakt.Toen zijn we op zoek gegaan naar de Hollandse buurt. Die hebben we gevonden, maar daar was niet veel te beleven en ook niet heel veel aan te zien. Er was wel op een apart grasveld een Holland festival gaande, maar er werd ook al opgeruimd. Dus zijn we naar de waterkant gelopen en hebben daar maar op een terrasje gezeten. En toen waren de magen weer leeg. Onderweg naar het hotel kwamen we langs een groenteboer met daarachter een restaurantje. Dat bleek een Indiaas restaurant te zijn, we hebben er heerlijk gegeten.Terug in het hotel hebben we de tassen klaar gezet voor de volgende reisdag en ging het licht weer uit.

Maandag 30 april naar Okayama

We zijn om acht uur met de groep vertrokken naar onze volgende bestemming: Okayama. Het was “maar” 550 kilometer, maar met 270 kilometer per uur in de Shinkansen is dat natuurlijk een fluitje van een cent. Maar we moesten eerst met het boemeltje naar Hakata voordat we in de snelle trein konden stappen. We hadden een prima overstap en twee goede treinritten van ieder twee uur. En dan valt het afleggen van zulke afstanden best wel mee. In de Shinkansen was deze keer wel catering, en we deden dan ook lekker een bakje koffie met een koekje. Daarna gingen we naar ons hotel Arc Hotel Okayama, een prima hotel, behalve dat de kamer pas om drie uur klaar zou zijn. Daar gingen we natuurlijk niet op wachten en na de tassen bij de receptie te hebben gestald zijn we met de trein naar Kurashiki gegaan. Dat waren wel weer twee trajecten, maar stil zitten wachten tot de kamer misschien wel vrij komt is niet helemaal ons ding.Kurashiki is een stad met mooi historisch centrum, met grachten. Een soort Amsterdam in het klein, eigenlijk een combinatie tussen Amsterdam en Heusden. De grachten van Amsterdam en de winkeltjes en de omvang van Heusden (het centrum dan) met veel historische, witte pandjes. We hebben daar heerlijk rondgekeken, we begonnen bij de Kanryuji tempel via een trap. Het was leuk om te zien, vooral het mooie uitzicht. Onderweg terug naar beneden zagen we ook dat er meer is te zien dan alleen oude gebouwen, er stonden op een gegeven moment twee moderne gekleide poppen langs de weg. Waarschijnlijk een “uithangbord” voor het museum van Moderne Kunst dat er ook was. Na de lunch zijn we gaan wandelen, en zagen een hoop mensen naar een plek gaan. Heel veel mensen met grote camera’s, dus er moest iets te zien zijn. En toen hoorden we ook nog muziek en zang, zouden we weer wat moois meemaken? En dat was zo, na wat geduld te hebben gehad zagen we een bootje met een fluitist, een zangeres en een jongedame vermoedelijk gekleed als bruid. We hebben een hele tijd gekeken, gefilmd en foto’s gemaakt, zoiets maak je natuurlijk ook niet elke dag mee. En we komen zeker ook niet elk jaar in Japan om dit te zien. We spraken af dat we niet op elkaar zouden wachten, we kwamen elkaar vast wel weer tegen, zo groot was het nou ook weer niet. Het bootje voer een aantal keren heen en weer door de gracht, en op enig moment stapte ze uit, geholpen door een kleedster die zorgde dat haar kledij (want een gewoon jurkje kon je het niet noemen) goed bleef zitten en haar haar niet in de war kwam. Piet is om daar mooie foto’s van te maken aan de andere kant van de gracht gaan staan. Veel foto’s en film dus weer. Nadat ze was uitgestapt en alle mensen de gelegenheid hadden gehad om foto’s te maken stapte ze in een koets en ging ze zo weg. Na de fotoshoot zijn we een beetje verder door het centrum gaan lopen, en kwamen bij het Ivy plein terecht, een gedeelte waar vroeger veel textielindustrie was. Nu waren er vooral winkeltjes en een mooie tuin terecht waar we ook even rondgelopen, maar daar was verder niet heel veel te zien behalve een muur met hangende planten.

En toen hoorden we weer muziek, en kwam er een ander bootje langs, met weer een fluitist en een mooie jongedame. Daar hebben we natuurlijk ook weer foto’s en film van gemaakt. Uiteindelijk bleek het ook allemaal voor de toeristen te zijn, want je kon ook met de laatste jongedame op de foto. Op die plek stond een hele rij met mannen die geduldig stonden te wachten op een moment voor de foto. We hadden gelezen dat er ook een speelgoedmuseum zou zijn, en gingen daar kijken, ook al om even voor de jongens te kijken, we hadden tenslotte nog steeds geen souvenir. Maar in het winkeltje stonden allemaal oude speeltjes, zou dat dan misschien het museum zelf zijn?? We wisten het niet en hadden eigenlijk ook geen zin om het te vragen, het was al een lange dag geweest. Dus we zijn nog even langs de grote brug gelopen waar we het centrum binnen waren gekomen en zijn toen rustig aan weer terug gelopen naar het station voor de reis terug naar Okayama.Aangekomen in ons hotel was natuurlijk de kamer klaar, die was donker, maar wel lekker ruim. We kregen ook nog een drankje van het huis, een muntje voor een colaatje uit de automaat. De tassen op de kamer gegooid, en weer op pad. Naar Big Camera, om te kijken voor de kids.En door, op weg voor een biertje in Ierse Pub 72, vreemde tent. Je moest eerst afrekenen en dan kreeg je je drankje. Een hippie achter de bar maakte het feest compleet. We hebben er wel (om) gelachen. Na onze dorst gelest te hebben zijn we naar het kasteel gelopen, dat was prachtig verlicht. Er waren ook planten en bomen verlicht en er was ook zachte muziek in de tuin., maar ook met kleuren en muziek in de tuin. Een heel mooie en vredig geheel. Het kasteel ging bijna dicht, dus we konden het niet meer bezoeken, misschien zou het iets zijn voor de tweede dag.

Dinsdag 1 mei Okayama, bezoek Naoshima

We zijn op tijd opgestaan voor het geplande bezoek aan Naoshima, een eiland voor de kust met moderne kunst. We hebben snel, maar goed gegeten en hebben de trein van 7:40 uur gehaald (het lijkt steeds meer op vakantie). Toen we na een uurtje treinen aankwamen bij het Uno station voor de overtocht met de veerboot hoorden we dat er helaas geen aansluiting was en dat we dus een uurtje moesten wachten op de volgende boor naar het eiland.In de veerboothaven hoorden we ook dat er, behalve één museum, alles dicht was omdat er gisteren een feestdag en toen alles open was. Kennelijk kennen ze in Japan geen extra openingstijden, maar moet het meteen gecompenseerd worden met sluitingen. Maar we gingen toch, we zouden gaan fietsen langs de kunstwerken die allemaal langs de kust stonden. Om de tijd te doden in de veerboothaven hebben we een koffie uit de automaat genomen en op de plattegrond van Naoshima gekeken wat we allemaal zouden gaan doen. De veerboot was groot en luxe, maar vooral ook snel en we stonden een kwartiertje later aan de andere kant. Daar hebben we eerste een paar foto’s gemaakt van het Naoshima Paviljoen en de Red Pumpkin.

In beide kon je in staan, en dat leverde dus leuke foto’s op. Daarna besloten we de bus voor Y100 pp te nemen, en vanaf de eindhalte de gratis shuttle naar het ene museum dat open was, en waar we toch al in wilden. Bij de eindhalte van de bus stonden mooie kunstwerken, waaronder één van onze eigen Karel Appel: Frog and the Cat. Er waren ook veel kunstwerken van de Frans-Amerikaans Niki de Saint Phalle. Op die plek stond ook de Yellow Pumpkin. Dat was een prachtig gezicht met de zee op de achtergrond en het was dan ook aardig druk met mensen die ermee op de foto wilden. Er was nog veel meer kunst te bewonderen, er was ook een klein paviljoen waar een wand was met allemaal kleine glazen kubusjes die in een patroon op de wand waren geplakt. We hebben in het paviljoen ook nog even in de museumwinkel gekeken, maar dat was allemaal niet mooi of veel te duur.Na deze buitenkunst kwamen we tot de ontdekking dat er geen shuttle naar het museum reed, dus zijn we maar gaan lopen naar het Benesse House Museum. Daar aangekomen hebben we eerst een biertje en een broodje genomen in het museumcafé.

Het museum had veel (moderne) kunstwerken, voor ons waren sommige wat te modern, maar het was evengoed wel leuk om te zien, en een schril contrast met de tempels die we in de hele reis al gezien hadden, dus ook wel weer eens iets anders. Ook bij dat museum hebben we buiten wat foto’s van kunst gemaakt, bv. van een voorsteven van een stalen roeiboot die in het zand omhoog stak, en van aluminium platen die met de wind mee bewogen. Het was prima wandelen langs alle kunst, het was ook prachtig weer. Ondanks de vele regen die er kennelijk in Japan valt, krijgen wij er weinig van mee (en dat vinden we prima). Terug bij de veerponthaven voor de terugweg hebben we eerst wat te snacken gehaald bij de 7Eleven, fijn dat die hier overal is. We werden na even wachten doorgestuurd naar een andere steiger. Daar lag een kleinere boot op ons te wachten, die was ook sneller, we waren in negen minuten aan de overkant. In Okayama aangekomen zijn we eerst naar het kasteel gelopen om foto’s bij daglicht te kunnen maken. In het licht zagen we inderdaad ook de zes verdiepingen, en konden we lezen dat het in 1597 is gebouwd.Lopende naar ons hotel kwamen we natuurlijk ook weer langs het water, nu waren er waterfietsen in de vorm van een zwaan te zien, bijzondere dingen. Onderweg was nu ook weer (gelukkig) een toiletblok, en deze had ook weer iets bijzonders: in plaats van een stoeltje voor een baby was er nu een box te vinden in het damestoilet. We hebben helaas onderweg verder geen open, gezellige kroeg gevonden, dus we zijn maar naar het hotel terug gegaan. Bovendien moesten we ook de tassen ompakken omdat we de grote bagage naar Osaka zouden laten vervoeren terwijl we zelf licht zouden reizen naar Mount Koyasan.Toen we onderweg waren naar een restaurant kwamen we twee reisgenoten tegen, en zijn we samen verder gaan zoeken. In het eerste restaurant waar we in terecht kwamen werd volop gerookt, ook naast ons aan de soort bar waar we zaten. Daar zijn we dus maar weggelopen, dat zijn we niet meer gewend. Bij het tweede restaurant werden we hartelijk ontvangen en moesten we met de lift, die door de jongen beneden op de juiste verdieping werd gezet. En boven waar we uitstapten stond er weer iemand op ons te wachten. We werden naar een aparte kamer geleidt, het was een kamer compleet met karaoke set, hilarisch. We hebben er alleen niets mee gedaan, maar wel heerlijk gegeten.Toen we terug in het hotel kwamen bleek de kamer niet opgeruimd, dus ik ging naar beneden om te vragen wat er nu aan de hand was. Toen bleek dat ik daarvoor had getekend en daarvoor dat muntje voor de frisdrank hadden gehad. Ik wist even niet dat dat de deal was, maar we konden zelf ons bed wel rechttrekken, dus het was niet echt een probleem.

Woensdag 2 mei Koya-San

We hebben om half zeven ontbeten en namen maar meteen de tassen mee. Om tien over zeven gingen we weg, om de Shinkansen van half acht naar Osaka te kunnen halen. Ergens onderweg naar Osaka moesten we natuurlijk uitstappen, we gingen tenslotte eerst naar Koya-San (de Heilige Berg) voor onze overnachting in de tempel daar. Vanaf ons overstap station moesten we met een boemeltje door de bergen, en dat was een prachtige rit. Het allerlaatste stukje steil omhoog was met een cable car, een trammetje zoals we die ook in Lissabon hadden gehad.Toen we aankwamen bij onze slaapplaats in de tempel waren de kamers al klaar en konden we onze spullen daar leggen voordat we naar alle bezienswaardigheden zouden gaan. Ook bij de tempel was een Zen tuin, bij de ingang. We hadden een prachtige kamer met een serre en een balkon. Na de tassen omgepakt te hebben zijn we op pad gegaan. Het was jammer, maar de parapluutjes moesten mee, het regende en ook nog niet zo’n beetje. We zijn eerst gaan lopen naar Manihouto pagode. Onderweg hebben we bij een supermarktje wat koekjes, cake en een appel gekocht, er moest wel weer wat eten in. De pagode heeft mooie voorwerpen in vitrines staan. Aan de achterkant van het “altaar” was een donkere gang dat je via een klein trapje kon bereiken. Maar het was aardedonker dus dat deden we niet. Totdat Piet ineens dacht aan het lampje op mijn telefoon. Dan kan het dus ineens wel, en zijn we gaan lopen. Er stonden mooie beelden in, het leken wel strijders uit het Terracotta Leger uit China, heel bijzonder. Behalve de strijders waren er ook nog twee mooie Boeddhabeelden te bewonderen. Na de pagode zijn we door gegaan naar het tempelcomplex van Danjo Garan. Een prachtig complex met vele houten gebouwen en een fantastische rode hoofdtempel. De Kondo hallen, Rokkaku Kyuo (een met de hand te draaien grote molen), de Saito (West Tower), de Sanno-in die speciaal voor ere diensten is, de Daitobe Bell Tower en zog veel meer. In de rode hoofdhal stonden mooie Boeddhabeelden, maar ook de pilaren waren heel erg mooi versierd met prachtige fresco’s. Helaas regende het nog steeds.

Daarna zijn we naar de belangrijkste tempel van Koya-San gegaan: de Kongobu-ji tempel. Daar moesten we entree betalen, en natuurlijk had ik de kortingsbonnetjes niet bij me, die zaten nog in mijn tas. Boeien, geen zin om terug te lopen naar de tempel waar we sliepen. Het was in ieder geval een prachtige tempel waar helaas geen foto’s gemaakt mochten worden.In een grote hal middel in de tempel stond een jonge monnik les te geven (denken we) en kreeg iedereen die dat wilde een kopje thee met een rijstwafel. Je moest wel zelf inschenken en je kopje ook netjes op dienbladen voor vuile afwas zetten. In het tempelcomplex was natuurlijk veel meer te zien: meerdere Zen tuinen, de Shoro Bell Tower met een Hakama Goshi puntdak, en nog veel meer gebouwen die de moeite waard waren om te bekijken. Helaas was het nog steeds nat wat er uit de lucht kwam. Daarna zijn we naar het kerkhof gelopen. Het is een kerkhof waar de volgelingen van Kobo-daishi zijn begraven, en waar ook zijn mausoleum staat.

Het zijn prachtige graven, oud en nieuw door elkaar heen, en het is heel bijzonder om over het kerkhof heen te lopen. Het is ook gigantisch groot, want er worden nog steeds aanhangers van de goeroe bij geplaatst. Overigens beweren zijn volgelingen dat Kobo-daishi niet dood is, maar zich in een staat van meditatie bevindt (al een paar eeuwen dus). Je kunt maar hoop hebben. We zijn over het kerkhof heen gelopen naar het mausoleum toe, maar moesten ons op enig moment wel inhouden met fotograferen, we wilden elk graf wel op de foto zetten, de meeste graven hadden wel iets bijzonders.Toen we bijna aankwamen bij het mausoleum mochten we niet meer fotograferen en filmen, maar dat was niet erg. Je moet ook mensen en hun religie respecteren. Maar de beleving van de mensen was weer indrukwekkend. Toen we aan de achterkant kwamen van de grote hal stonden daar mensen onder leiding van een priester of gids te bidden, of te mediteren (dat verschil herken ik niet). Ook dat was mooi om te zien. We hebben nog een poging gedaan om het geluid op te nemen. Na het bewonderen van al die devotie zijn we ook nog even in de lantaarnhal geweest, die zijn ook altijd leuk om te zien. Daarna zijn we redelijk snel naar beneden gelopen, en zijn we terug gegaan naar ons tempelhotel voor het diner van half zes. Natuurlijk moesten we ook weer onze kimono’s aan en omdat dat een van de laatste keren zou zijn dat we met de groep compleet waren ging Piet zijn fototoestel halen voor de groepsfoto. Ook hier was het eten weer bijzonder, schaaltjes met allerlei lekkere en minder lekkere dingen. Maar allemaal goed en vers, en heerlijk klaargemaakt.Na het eten zijn we toch nog even naar het kerkhof terug gelopen, omdat het met de vele lantaarns aan wel heel mooi zou zijn. Maar helaas regende het nog steeds, en het leek steeds erger te worden, dus we zijn niet zo heel ver meer gegaan. We zijn nog wel even een trap op gelopen omdat we dachten dat daar iets bijzonders te zien was, maar het was alleen het kantoor van het kerkhof, dus we gingen weer snel verder naar beneden naar de droogte van onze kamer. Het bleef maar regenen, maar gelukkig heb je daar binnen geen last van.

Donderdag 3 mei Koya-San en naar Osaka

Het is vakantie, dus we mochten weer op tijd opstaan. Deze keer voor het bijwonen van een ceremonie van de monniken van de tempel waar we hadden overnacht. De ceremonie was wel indrukwekkend, in de kleine gebedshal in de tempel zelf. Een mooie ruimte, met natuurlijk alle zaken die in een gebedsruimte in een tempel horen te staan. Boeddha beeld, kaarsen en allerlei relikwieën (als dat zo heet in het Boeddhisme). Er was veel zingen en bidden, en nadat de monniken hun gebed hadden gedaan werden ook de toekijkende toeristen uitgenodigd voor het gebed. Na de ceremonie gingen we naar het ontbijt in onze (groeps)privé ontbijtkamer. Na het ontbijt hebben we de kamer opgeruimd en gingen we met de groep weer op pad naar onze volgende bestemming: Osaka. We moesten natuurlijk de heenreis achterstevoren doen, dus eerst met de bus naar de cable car en met de trein en de metro naar ons hotel voor één nacht. De groep zou daarna naar huis gaan, maar wij bleven nog even een paar nachtjes in een ander hotel om samen af te sluiten. Toen we aankwamen in ons hotel stond onze bagage er al, maar waren de kamers nog niet klaar.  Dus we zouden weer op pad gaan.

We hebben eerst Y500 per persoon aan Patrick betaald, we wilden de Suica pas (OV chipkaart) houden om er nog een paar dagen plezier van te kunnen hebben.Na wat dubben over waar we naar toe zouden gaan, en hoe dat we dat dan zouden doen, vroeg ik aan de receptie informatie over het Bunkaru theater. De receptioniste vertelde me dat er wel voorstellingen waren, maar dat dat alleen op de Japanse site terug te vinden was. Een beetje vreemd verhaal, maar we zouden het wel zien. We zijn naar het theater gelopen, het was nog een aardig eindje lopen, maar och.. Bij het theater aangekomen bleken er in deze maand geen voorstellingen van Bunkaru te zijn. We hadden wel graag gezien hoe dat werkt met marionetten die zo groot zijn dat drie mannen ze moeten bedienen, maar het was niet anders. Er waren alleen maar voorstellingen met een cabaretier, zang (vijf uur lang) en dans.Toen ik op zoek ging naar het toilet voordat we weer verder zouden gaan kwam ik bij een kleine expositie over Bunkaru, daar kregen we toch een idee hoe het zou zijn.

Er stonden voorbeelden van marionetten, en er werd een korte film getoond van een voorstelling. We kregen van een soort conciërge ook nog een folder, dus het was toch wel leuk.Na het theater zijn we op zoek gegaan naar het Kamigata Ukiyoe Museum, dat ik in de Lonely Planet had gezien en graag wilde bezoeken. Dat museum hebben we gevonden, maar voordat we daar naar binnen gingen hebben we eerst gekeken en wat film en foto’s gemaakt van de Hozenji, een kleine tempel, gewoon in een straat. De gelovigen gooiden allemaal water over het Boeddhabeeld, waarschijnlijk om het te reinigen. Maar het werd zoveel met water besproeid dat het groen zag van het mos. Daarna zijn we naar het museum gegaan. De collectie bestond uit prachtige steendruk afbeeldingen van allerlei voorstellingen, daterend vanaf de 13e eeuw.Daarna zijn we gaan eten in een lokaal tentje. Omdat de serveerster geen Engels kenden en ons Japans ook niet al te best is vertaalde zij de verschillende gerechten met een app op haar telefoon. Daarmee kwam het dus toch goed, en hoewel het even duurde was het verder prima.We zaten helaas wel in de rokersruimte (voor zover dat een aparte ruimte was), roken in een restaurant is eigenlijk heel normaal in Japan.Na de lunch zijn we met de metro naar Osaka Castle gegaan. Dat kasteel is gebouwd op de fundering van een tempel en ongeveer zestig meter hoog. Het ligt in een groot park, er rijdt zelfs een bus als toeristentreintje rond.We hebben lekker rond gelopen en op ons gemak dingen bekeken. Zoals een monument van de Expo 1970, een tijdcapsule met dingen er in die latere generaties dan zouden vinden. We hebben een frisdrankje uit de automaat genomen en zijn daarna weer terug gegaan naar het hotel. Onderweg terug zagen we nog wel wat vreemde dingen: poezen die aan een bandje werden uitgelaten en een muziekfestival in een soort Romeins theater waar wel een hoop herrie uit kwam, maar waar bijna geen bezoekers waren. Met een andere lijn van de metro zijn we terug gegaan, het blijft lastig die grote stations. Om iets voor zeven uur zijn we weer naar beneden gegaan in het hotel voor het afscheid van Patrick. Een paar mensen zeiden wat en een paar gaven ook een envelop. Daarna zijn we met een stel naar een barretje naast het hotel gegaan om met Patrick een biertje te drinken op zijn afscheid. Toen we daar binnen kwamen schrok de barkeeper wel dat er ineens zoveel mensen binnen kwamen, en de enige (waarschijnlijk vaste) klant die aan de bar zat ging snel weg. Het was krap, maar wel gezellig en we hebben dan ook een paar biertjes gedronken. Voor het eten kwamen we weer in een lokaal tentje terecht, waar we heerlijk wat kleine hapjes hebben genomen, maar dat is over het algemeen voor ons wel voldoende.

Vrijdag 4 mei Osaka bezoek aan Kobe

We hebben om half zes ’s-morgens de groep uitgezwaaid, zij gingen naar huis, wij bleven nog een paar nachtjes. Na de uitzwaai zijn we eerst terug gegaan naar de kamer voor het ontbijt. Daarna werd het tijd om afscheid te nemen van het laatste groepshotel en te verkassen naar het hotel dat we zelf hadden geboekt voor onze laatste drie nachten in Japan. We zouden in eerste instantie een taxi nemen, omdat het op de kaart die we hadden erg lastig te vinden was. Maar de receptionist van het hotel was heel erg behulpzaam en gaf een goede uitleg, dus we zouden toch met het openbaar vervoer gaan. We moesten naar station Hommachi gaan, en daar uitgang 25 nemen. Piet twijfelde of ik het wel goed had gehoord, Exit 25 voor een wijkstation???  Maar gelukkig had de receptionist het opgeschreven. Dus met de rugzakken op pad naar de metro, Hommachi station waren we zo.  Maar om Exit 25 te vinden was nog een hele wandeling, en zeker met de rugzakken op. Gelukkig hadden we tijd genoeg.Toen we uit de metro kwamen wisten we het vervolgens niet meer: we kwamen uit in een soort zakenwijk, met allemaal grote gebouwen en hadden geen idee welke kant we op zouden moeten. Gelukkig sprak een vrouw ons aan, ze had ons zien twijfelen en bood aan om ons te helpen. In eerste instantie liepen we met z’n drieën de verkeerde kant op, maar op enig moment pakte de vrouw haar telefoon en ging ze bellen met het hotel. Daarna gingen we de andere, en dus goed kant op, lekker kletsend. Wij met onze rugzakken en zij met de fiets aan de hand. Ze vertelde dat ze in Amerika had gewoond en dat ze het fijn vond dat ze weer eens Engels kon praten (en dat deed ze heel erg goed). Ze vertelde voluit, dat ze met Steve Jobs van Apple had gewerkt, en dat ze prinses Diana had ontmoet. Toen we er bijna waren belde ze nog een keer, ze is ook helemaal meegelopen naar ons hotel en nam met een knuffel afscheid, wat een behulpzaam en warm mens.In het hotel aangekomen was onze kamer nog niet klaar, maar hebben we onze bagage afgegeven en zijn we weer op pad gegaan. We zijn eerst naar Namba station gegaan, en hebben daar de weg naar de vliegveld express gezocht, zodat we op de dag van vertrek niet zouden hoeven zoeken. Om bij Namba station te komen hoefden we niet ver door Hommachi station te lopen, maar dan weer wel in Namba station, het maakte dus niets uit. In Namba station was het ook wel weer bijzonder, er hingen replica’s van beroemde schilderijen, van bv. Monet. Bij het VVV kantoor in Namba station hebben we informatie gevraagd hoe we in Kobe zouden kunnen komen. Het was de laatste dag dat we de JR Railpass nog hadden, dus die moesten we maar gewoon gebruiken vonden we.We hebben dus de Shinkansen naar Kobe genomen. Daar zijn we ook eerst naar het VVV kantoor gegaan, en hebben we de Suica opgeladen om met de metro en de lokale JR trein verder te kunnen naar het Aardbeving museum. Maar voordat we daar naar toe gingen waren we intussen wel weer toe aan koffie met iets zoets.Daarna zijn we over een brede straat met allemaal moderne kunst naar het museum gelopen. In het museum werden we hartelijk ontvangen, ondanks dat we zo ongeveer de enigen waren. Het bezoek was wel erg geregisseerd. Bij binnenkomst werden we ineen wachtruimte gezet en toen er nog een jongedame bij kwam werden we naar een zaal geleid waar we een film zouden zien. Er waren geen stoelen, maar we moesten gaan staan achter een soort balustrade om de film te zien. Die was heftig: hard geluid en beelden van allerlei scenes van de aardbeving. Na de film hebben we een aantal zalen bezocht waar allerlei voorwerpen en foto’s van de aardbeving te zien waren. Ook daar kregen we persoonlijke begeleiding, we konden vragen wat we wilden, de gids sprak een beetje Engels. Ook stonden bij elk voorwerp en foto Engelse teksten en waren er op veel plekken QR-codes en oordopjes te gebruiken. Indrukwekkend allemaal. Na het bezoek aan het museum zijn we langs de weg en achterliggende boulevard gaan wandelen.Daar was ook van alles te zien, taekwondo les en allerlei beelden en windmolens. Je kon zien dat het een onderdeel van het Museum de Schone Kunsten was. We gingen op pad naar de saké brouwerijen, daar wilden we graag een bezoekje aan brengen. Maar het was wel even verder lopen dan we gedacht hadden, ik heb onderweg nog een saté stok en wat drinken gekocht bij een 7Eleven bij een van de havens. Toen we aankwamen bij de saké brouwerijen aankwamen was het wel erg rustig: het was vakantie omdat het een Heilige Week was en alle fabrieken waren dus gesloten, hebben wij weer. Gelukkig was het saké museum Sawanotsuru wel open, en konden we dat ook vinden. Daar hebben we even lekker rondgelopen, er waren wel wat meer mensen, maar ook niet heel veel.

De “conciërge” zette voor ons speciaal ook nog de Engelse film op. In het winkeltje hebben we nog wat verschillende saké soorten geprobeerd, en ook pruimenwijn. Lekker allemaal, dus ook nog een paar flesjes en een siersetje meegenomen.Onderweg naar het centrum terug kwamen we langs Sumiyoshi Shrine, vlak bij het museum. Daar hebben we natuurlijk ook nog even gekeken. En toen werd het lopen, en lopen, en lopen totdat we op een groot verkeersplein weer een beetje verloren op onze kaart aan het kijken waren. En weer was de Japanse redding nabij, dit keer in de vorm van een man. Compleet met safarihoed, wandelschoenen en rugzak, die ons begeleide naar de door ons aangegeven bestemming. We wilden naar een bepaald restaurant, maar vonden dat lastig aan te geven. Dus zeiden we maar dat we naar het gemeentelijk museum wilden, dat lag daar een beetje in de buurt. Toen hij vertrokken was zijn wij gaan zoeken naar het restaurant dat ik had uitgezocht. Het was een beetje lastig te vinden, maar ook hier kregen we hulp, deze keer van een Nederlandse man die al 16 jaar in Japan woont. Dus hebben we het restaurant gevonden. Maar toen we een biertje bestelden en de menukaart vroegen waar het Kobe beef op zou staan vertelde de ober dat het vlees op was. We hebben dus onze biertjes afgerekend en de ober wees ons naar een straatje waar veel restaurantjes zaten waar het vlees wel geserveerd zou worden. Daar hebben we even rond gelopen en besloten bij een klein restaurantje naar binnen te gaan. Het was een restaurantje waar de kok op de plaat het vlees en de groenten klaarmaakte. Het was klein zodat je op zijn werk keek, er waren maar zeven plaatsen aan de “bar” waar je aan kon eten. We hebben heerlijk gegeten, vlees, groenten, en een kopje bouillon. We kozen twee verschillende soorten beef, één de goedkoopste en één iets duurdere. We namen er natuurlijk een flesje rood bij. Maar ondanks de kleine hoeveelheid en hoge kosten was het een bijzondere ervaring, en erg lekker.We hebben de trein van half negen terug naar Osaka genomen, en ook op het station werden we geholpen met de weg door een behulpzame Japanner. In het hotel gingen we naar de kamer en kwam de receptie het vergeten water naar de kamer brengen. Nadat we ons even hadden opgefrist gingen we naar het restaurant van het hotel waar we een wijntje als welkomstdrankje kregen aangeboden.

Maandag 5 mei Osaka

Het ontbijt hadden we de avond ervoor al moeten bestellen, wel een beetje vreemd ontbijt, maar dat zijn we eigenlijk wel gewend. Dit hotel serveerde wel geen lotuswortel of miso soep, maar wel pizzabroodjes en wraps met kip en salade, en toch een bouillon. Na het ontbijt zijn we naar het zeeaquarium Kaiyukan gegaan. Bij de ticketoffice van het aquarium kregen we op vertoon van onze paspoorten seniorenkorting. Het was de dag van het Kind en dat was te merken ook, het was DRUK,DRUK, DRUK. We hadden wel snel ons kaartje, maar binnen was het echt file lopen en geduld hebben totdat je een goed plekje had voor één van de aquaria. Maar het was buiten dat het druk was ook fantastisch: veel grote bakken, met King krabben, kwallen in allerlei soorten en maten, natuurlijk pinguïns, zeehonden, bevers, dolfijnen en allerlei ander zwemmend spul.

Maar het summum was toch wel de grote bak met haaien, roggen, grote en kleine vissen en als klapper op de vuurpijl maanvissen en zelfs twee walvishaaien. Je kunt er natuurlijk wat van vinden, maar het was een fantastisch gezicht en ik kon dus ook echt niet meer stoppen met kijken en filmen. Dus na het bezoek aan de zeeaquaria van Lissabon en Barcelona (Piet) was dit weer een “beetje” groter en indrukwekkender. Buiten het aquarium waren ook kinderactiviteiten: er was een soort schuimbad, er stond een giraf van lego waar ze mee op de foto konden en er was een plastic haai waar ze in de bek konden hangen. Aan de overkant van het aquarium hebben we in een lokaal tentje een lunchmenu genomen. Piet met sashimi en ik met schnitzel. Natuurlijk was het compleet met bouillon en rijst. We hebben lekker rustig aan gedaan, we hadden tenslotte tijd genoeg.Na de lunch zijn we naar het Umeda Sky Building gegaan, voor een uitzichtpunt op hoogte. Het was even zoeken, maar het was groot genoeg om het ook te kunnen vinden. Ook de ingang was even lastig, maar na een paar keer goed kijken kwam ook dat goed. Het waren inderdaad prachtige uitzichten nadat we met een overdekte roltrap naar een van de hoogste punten waren gegaan. Een aparte gewaarwording, maar ook een prachtig uitzicht op etage 39. Natuurlijk hebben we een plekje aan een raam bemachtigd en namen we daar een biertje op. Daarna zijn we naar etage 40 gegaan waar we genoten van het mooie weer en foto’s hebben gemaakt bij een rek met allemaal slotjes zoals de brug in Parijs. Er was zelfs ook een stalen hartje waardoor je een foto kon maken van je lief. En dat deden dat ook best veel mensen, en wij natuurlijk ook.Toen we beneden kwamen zijn we door de tuin van het complex gelopen. Daar zaten in een vijver ook kunstige kikkers, leuk om te zien.Aangekomen bij Osaka Station City (zo heet het station echt) hebben we genoten van het weer, de vele mensen en de kunst die daar allemaal staat. Veel was van de kunstenaar Kenji Yanobe.En maar weer naar Bic Camera om te kijken of we iets konden vinden voor onze jongens thuis. Helaas hadden ze niets echt Japans wat ze leuk zouden vinden, dus namen we maar een Transformer en een auto mee. Dat vinden ze natuurlijk altijd leuk. We hebben ook nog een fles Santori whisky voor Piet meegenomen. Japan staat tenslotte bekend om zijn goede whisky’s en dan moeten we er ook maar een meenemen. Na het eten zijn we naar het hotel terug gegaan, en hebben we bij de Familiy Mart nog een flesje wijn gekocht met de Suica pas. Daar stond nog best veel op, en dat kan ook in de supermarkt worden gebruikt, dus we konden het mooi opmaken. Bij de metro zagen we nu ook de roze vloer waar de instapplek voor alleen vrouwen is, het blijft een raar idee dat in het overbeleefde Japan vrouwen in de metro lastig gevallen worden en er daarom aparte wagons zijn.

Zondag 6 mei Osaka

We hebben de wekker nog maar een keer op half acht gezet, en ook weer rustig aan gedaan. De laatste dagen van een vakantie, en zeker als we bijgeboekt hebben, zijn altijd heel relaxed. We hadden weer hetzelfde ontbijt. Meteen ook maar gevraagd voor de vroege uitcheck en het ontbijt morgen, het zou allemaal goed komen. Uitchecken konden we zelf doen en ze zouden een ontbijt op de kamer brengen.

We zijn naar de Shitennoji Tempel gegaan, een Washu Boeddhistisch complex dat redelijk bekend is en waarvan gezegd wordt dat dit het oudste complex in Japan is van deze soort. Bij aankomst in het complex zagen we eerst een soort begraafplaats met heel veel kleine Boeddha’s die in het rood waren gekleed, er was er een voor alle monniken die er hadden geleefd. Maar ook veel rode vlaggen waar ons de betekenis niet van bekend was. Aan de linkerkant daarvan stonden ook piramide-achtige gebouwen. We hebben ergens gelezen dat deze begraafstenen voor de slachtoffers van de aardbeving hebben kunnen zijn. Ons Japans is dus niet zo goed dat we dat hebben kunnen achterhalen, en zo aan het einde van de vakantie vonden we het ook niet nodig om een hoop moeite te doen om het te weten te komen. We hebben heerlijk rondgelopen en hebben verschillende tempels bezocht. De Kitaindoganedo, Kameido, en de Rokujireisando waar geldkist werd geleegd op het moment dat wij er waren. Er wordt kennelijk nog volop geofferd, maar dat moet ook wel als zo’n groot complex onderhouden moet worden. We hebben ook nog even staan kijken bij de schildpadden in de Ishibutai vijvers. In een van de tempels werden ook briefjes met gebeden en wensen neergelaten werden in een andere vijver in water dat door een stenen schildpadkraan in een bassin werd gespuugd. Het had waarschijnlijk alles te maken met een schildpad god, maar we konden dat nergens lezen. Alle borden waren in het Japans, behalve de borden die waarschuwden voor gladheid bij regen (waar wij gelukkig geen last van hadden, de zon scheen volop). En natuurlijk borden waarop stond dat je nergens aan mocht komen.We hebben ook de treasury in het gebouw Kokuhokan bezocht. Daar stond een grote gong en lagen veel mooie spullen, waaronder zwaarden van de prins die de tempel had gesticht. Helaas mochten we niet fotograferen en filmen, maar het was evengoed mooi om gezien te hebben.We konden wel in de pagode, maar die stond in de steigers, we zouden dus alleen de binnenkant kunnen zien en niet naar buiten kijken vanaf de verschillende verdiepingen.Maar toen vonden we het ook wel tijd worden om er weer uit te gaan, en liepen we onderweg naar de uitgang. Intussen waren ze bezig om een soort braderie op te bouwen en was er ook een koffietentje met echte barista aangekomen. Toen we daar een bakje koffie bestelden zagen we twee muzikanten (man en vrouw) in klederdracht. We hebben wat foto’s van ze mogen maken, leuk om te zien dat mensen het niet erg vinden om met Westerse toeristen op de foto te gaan. Al lopende kwamen we bij een grote begraafplaats, met veel (aangeklede) Boeddha’s en grafstenen.We zijn met de metro terug gegaan om naar het naar het kasteel te gaan, bij dat metrostation aangekomen kochten we eerst nog wat water op de Suicapas. De eerste pas was daarmee leeg, we moesten 27 cent bijleggen. We hebben onze lunch opgegeten op een bankje met uitzicht op de kasteeltoren, wat een straf.Helaas waren er geen optredens meer in het park, alle podia waren weg en er liepen alleen dagjesmensen. Maar het was evengoed wel leuk, er werden cavia’s uitgelaten en er was zelfs een stelletje dat een konijn in een katten bench hadden gezet en het beestje los rond lieten lopen. Dat ging even goed, maar daarna ging hij er toch een stukje van tussen, dus zij er achteraan. Hilarisch gezicht. We zijn aan de andere kant van het kasteel binnengekomen, bij de Ottoman gate, en we zijn via de Gokurakubashi brug verder het terrein op gelopen.Nadat we even tijd door hadden gebracht, we zijn niet meer het kasteel in gegaan, hebben we nog een ijsje genomen bij de Hōkoku Shrine. Daarna zijn we via de waterfontein naar het Morinomiya station gegaan voor de terugrit naar ons hotel.Toen we richting ons hotel liepen kwamen we ineens bij een prachtige rozentuin terecht, en die bleek dus echt aan de achterkant van ons hotel te zijn. Het was het Utubo Park, en was aangelegd voor de World Rose Convention die voor het eerst in 2006 in Osaka en dus in Azië werd gehouden. Het was het was ook wel gezellig druk. Niet overdreven druk dus, maar wel wat mensen uit de wijk die bv. hun hondje kwamen uitlaten of gewoon naar de rozen kwamen kijken. En toen op zoek naar een restaurantje voor de afsluiting. Er was er een waar plek was, maar daar was live muziek en was niet echt geschikt om rustig af te sluiten. De andere fatsoenlijke restaurants waren allemaal al volgeboekt, dus maar weer op pad naar de stad. Onderweg zoekende naar een restaurant begon het te regenen en kwamen we langs de grote, moderne tempel Kita Mido Temple (Tsumura Betsuin). Daar stonden twee grote beelden van Rennyo Shonin en Shiran Shonin, monniken die de Boeddhistische leer aanhingen en veel invloed hadden. We zijn ook nog even binnen geweest, daar speelde ook nog een film over de bouw van de huidige tempel.Na ons bezoek aan zo ongeveer de laatste tempel in Japan hebben we de metro genomen naar Namba Station om in de stad te gaan eten. Uiteindelijk kwamen we terecht in een Spaans tapas restaurant. Een beetje raar, maar eigenlijk ook wel lekker.Paella, rosado en andere Spaanse zaken waren welkom na ruim drie weken Japans eten (hoe lekker dat ook is).

Maandag 7 mei Terugreis

Het ontbijt kwam om tien voor half zes, en was keurig warm met thee en soep. Natuurlijk ook weer de vertrouwde salade en het pizzabroodje en de wrap. We hebben uitgecheckt bij de automaat bij de receptie, er was geen receptioniste. Daar hebben we ook de tas met het restant van het ontbijt neergezet. Nadat we nog een foto hebben gemaakt van het hotel zijn we naar het metrostation gelopen, het was tijd om naar huis te gaan. Het was jammer dat het regende, de parapluutjes moesten dus nat de reis maken. We hebben losse kaartjes voor de metro gekocht, en op Namba Station de kaartjes voor de snelle treinverbinding met Kansai Airport. Dat waren ook weer gereserveerde plekken, zoals zo vaak in Japan. Zo is reizen met het openbaar vervoer helemaal niet vervelend. De trein vertrok na een half uurtje, dus we hadden nog even tijd om wat drinken uit de automaat te halen. Het was weer een prima trein, met voldoende plaats voor de bagage. Ik was dus blij dat ik iets meer betaald had dan voor de budgettrein, en het viel uiteindelijk toch mee: Y2540 (€ 23,60) voor twee kaartjes. We waren mooi op tijd op vliegveld, het was druk bij de security en paspoortcontrole, maar gelukkig ging het redelijk snel. Maar we kwamen er achter dat er ook niet beleefde Japanners zijn, vooral op dit soort plaatsen en als ze haast hebben. Daarna werd het tijd om naar de gate te gaan en gingen we er met het shuttle treintje naar toe. De vlucht zou eerder vertrekken, dus we moesten op tijd zijn. Maar het werd uiteindelijk een kwartier vertraging. Vertraging is ook niet helemaal Japans, maar het is ook geen trein, vliegtuigen hoeven hier kennelijk niet op tijd te vertrekken. Verder was het een rustige vlucht, beetje saai, maar dat is nou eenmaal altijd het geval met een lange vlucht. Gelukkig hadden we een goede aansluiting op de trein en de bus in Nederland, en we waren dus mooi op tijd thuis. Het was een bijzondere reis in een bijzonder land.